De Kazachstaans-Britse Galya Bisengalieva is een internationaal erkende componiste en violiste. Onlangs kwam haar debuutalbum ‘Aralkum’ uit, een donkere soundtrack die de luisteraar naar het Aralmeer voert, plaats van een van de grootste, door de mens veroorzaakte ecologische rampen van onze tijd.

STEUN RO

Galya Bisengalieva is solist, improvisator en leider van het London Contemporary Orchestra. Haar naam staat in de credits van projecten als ondermeer Radiohead’s ‘A Moon Shaped Pool’, Frank Ocean’s dubbele releases ‘Blonde’ en ‘Endless’ en de soundtracks voor ‘Honey Boy’, ‘You Were Never Really Here’, ‘The Two Popes’ en ‘Suspiria’. Galya Bisengalieva werkte samen met onder anderen Pauline Oliveros, Steve Reich, Suzanne Ciani, Terry Riley, Hildur Guðnadóttir en Actress en meer recent met het modehuis Alexander McQueen.

Het Aralmeer is de verzamelnaam voor een aantal waterbekkens, die vroeger samen één groot meer vormden in Centraal-Azië, op de grens van Kazachstan en het autonome gebied Karakalpakië (Oezbekistan). In het begin van de twintigste eeuw strekte het meer zich over 450 kilometer uit van zuidwest naar noordoost en had een breedte van 290 kilometer. Het was de op vier na grootste binnenzee ter wereld. De belangrijkste rivieren die op het meer afwaterden waren de Syr Darja en de Amu Darja. Deze stromen bereiken sinds de jaren zestig nog maar zelden hun monding, het gevolg van de onttrekkingen van water ten behoeve van irrigatie voor de verbouw van katoen, een door de voormalige Sovjet-Unie opgelegde monocultuur waarvoor eeuwenoude landbouwgronden als zodanig kapot en onbruikbaar werden gemaakt. De opdroging van het Aralmeer creëerde een woestijn, de Aralkum genoemd. Verschillende voormalige eilanden werden in de oprukkende verwoestijning meegetrokken. Voorbeelden zijn Vozrozhdeniye en Barsa-Kelmes. Moynaq, ooit een welvarende Oezbeekse vissersplaats aan de kust van het Aralmeer, ligt nu midden in een verlaten zoutvlakte met daarin als trieste bakens de skeletten van verlaten en gesloopte vissersboten. (bron: wikipedia)


Het Aralmeer in 1989 (links) en 2014 (rechts) Bron: NASA

Het album ‘Aralkum’ van Galya Bisengalieva begint met het titelnummer. Vanuit een eindeloos lijkende lege lucht komen meerlagige, op viool aangestreken toondrones opzetten, een zacht klopgeluid kondigt een stevige windruis aan, maar deze zet niet door en sterft weer weg, waarna stilte is wat rest, betoverend en onheilspellend tegelijkertijd. Even, en dan is de ruis er weer, in ‘Moynac’, naar de voormalige vissersplaats, en de drone zo mogelijk nog donkerder en verontrustender. En het houdt niet op, evenmin als de opdroging ophoudt, evenmin als de verwoestijning stopt. Kantubek was een stadje op het eiland Vozrozhdeniya. De plaats is nu verlaten en ligt in puin, maar telde vroeger ongeveer 1.500 inwoners. Onder hen waren wetenschappers en medewerkers van de Aralsk-7 onderzoeks- en testlocatie voor biologische wapens van de Sovjet-Unie. Brian Hayes, een biochemisch ingenieur van de United States Threat Reduction Agency, leidde in de eerste helft van 2002 een project om er ‘de grootste dumpplaats van anthrax in de wereld’ – er lag tussen de 100 en 200 ton opgeslagen – onschadelijk te maken. De video van ‘Kantubek’ neemt de kijker mee op een tocht vanuit vogelperspectief, zwevend over het doodse landschap en de betonnen resten van de locatie, waar in werkelijkheid geen vogel is te zien. Het is een in zijn verlatenheid fascinerende, bijna grafisch vormgegeven landsculptuur, waarin echter bijna alle leven is verschrompeld, verdwenen, weggevaagd.

Door de mens veroorzaakte vernietiging speelt ook in het met schurende droneklanken aangedreven sinistere ‘Barsa-Kelmes’ waar, onder dekking van de duisternis van de nacht, een wanhopige man (en vader) vaten water leegt in een bijna opgedroogde poel aan de rand van de woestijn, die vol stervende vissen ligt, een actie die vergeefs is, te laat komt. ‘Zhalanash’, in het zuiden van centraal Kazachstan, was eerder net als Moyna, een vissersdorp aan de Aralmeer, maar ligt nu kilometers verwijderd van de kust. De laatste jaren trekt het plaatsje ramptoeristen, die komen om met eigen ogen de onttakelde scheepsrompen te zien die in de woestijn zijn blijven liggen bij het terugtrekken van het water. Ook het eiland ‘Kokaral’ (Groen Eiland), de laatste plek die Galya Bisengalieva op ‘Aralkum’ laat klinken en resoneren, was een plek waar vissersfamilies leefden, in de dorpen Kokaral, Avan en Akbasty aan de noordelijke oever. Je hoort hier de aarde barsten, scheuren, kreunen, het metaal van de verlaten boten over de met zout bedekte aardkorst schrapen. Tot het einde, en dan is er niets meer. Niets!

Galya Bisengalieva – Aralkum
One Little Independent / Konkurrent

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Ex-muziekjournalist. Ruilde in de jaren 90 redactiestoel muziekblad OOR in voor een hangmat in de Amazone.