Ameland is in de nacht van zaterdag op zondag letterlijk bedolven onder de appels. Een van de drie containers die afgelopen donderdag al van een voorbijvarend schip waren geslagen, spoelde zaterdagacht op het strand aan.

STEUN RO

De container bleek tonnen appels te bevatten. Korte tijd later reden de eerste auto’s al af en aan om tientallen dozen appels af te voeren. Ook burgemeester Zonnevylle, als strandvonder verantwoordelijk voor het bewaren van aangespoelde goederen, liet zich de appels goed smaken. “Op deze manier krijgen ze tenminste nog een nuttige bestemming”, aldus de eerste burger’.

Leidsch Dagblad 27 januari 1986

Een klein artikel in het Leidsch Dagblad van 27 januari 1986, met een heel wat onschuldiger verhaal dan de 281 containers die in de nacht van 1 op 2 januari 2019 van de MSC Zoe sloegen. Dat een overboord geslagen en opengebarsten container ook aardige consequenties kan hebben bewijst de appelgeschiedenis.

Jutterskoorts

Het appelverhaal kreeg een staartje, een worteltje, eigenlijk.
Alles met vier wielen werd van stal gehaald en anders werd wel de fiets gepakt, om, bewapend met grote boodschappentassen, naar het strand te trappen. Zo gaat dat op het eiland als er wat aanspoelt. Men heeft lol in het zoeken naar aangespoelde waar, vroeger, dertig jaar gelden en nu nog steeds.

Fruit op strân!

De container lag iets voorbij Buren op het strand. Het was geen ‘hoät op strân!’ (hout op strand), zoals Amelanders zo graag horen, maar ‘fruit op strân!’ Als er balken of planken aanspoelen, dan wordt er in de eilander iets wakker, waardoor soms zelfs de goede auto geofferd wordt aan de jutterij. Dorpen lopen leeg om te kijken wat er van de vloedlijn te halen is. Het is een sport, een drang of, zoals een jutter het eens mooi omschreef, een levenshouding.

Lourdes bij Buren

Dat weekend in 1986 was het een komen en gaan bij paal 15. In die tijd was er ter plaatse een strandsuppletie gaande en de shovelchauffeurs waren zo vriendelijk de container op de strandovergang te droppen. Dan hadden zij er geen last van en kon iedereen erbij. Het leek wel Lourdes bij Buren, weet een ooggetuige uit Nes zich na 33 jaar nog goed te herinneren. ‘Zelfs kreupelen konden weer lopen. Het was roversgoed!’

Appeltaart

De mooie rode appels werden mee naar huis genomen, werden als handfruit gegeten en verdwenen in de appelmoes en appeltaart. Wat niet meteen verwerkt kon worden werd in de kelder of op de vliering bewaard, voor later. De hele winter werd er van genoten. Ze kwamen uit Amerika, althans daar stond het kantoor van het bedrijf dat de export regelde. Op de dozen zou New Zealand hebben gestaan.

Red Delicious

De appels inspireerden verhalen- en grappenmakers. Zo zag Piet Appelman uit het dorp Nes (what’s in a name) die zondag zijn voortuin vol vruchten liggen. Appelman zag er de humor wel van in. Red Delicious waren het en een aantal Amelanders zaaide een appelpit. Uit die zaailingen zijn boompjes gegroeid en als alles goed is gegaan staan die dit voorjaar voor de dertigste keer in bloesem en dragen ze over een paar maanden weer vrucht. Hollum heeft er een en in Nes en Buren staan twee boompjes.

Ameland is al dertig jaar Appelland.

Jeanet de Jong is journalist op Ameland voor Persbureau Ameland en YouTube kanaal Ameland Vandaag, correspondent voor diverse media, uitgever en verteller van de vertelgroep Ameland Vertel! Ze schrijft over een grote diversiteit aan onderwerpen, haar hart ligt op de Wadden.