‘Waanzin – te gek voor woorden’ is het Boekenweekthema voor 2015. Schrijven kan heilzaam zijn, maar volgens wetenschappers en schrijvers ook leiden tot psychische ellende. Hoe het fout kan lopen.

STEUN RO

‘Ik ben de afgelopen weken in een toestand van lummelen en luieren beland, maar voel nu sterk het ongemak van niet schrijven en dat is een goed teken. Ik moet weer aan het werk, gedisciplineerd, gedreven. Het fonds (FBJP, Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten JB) vroeg om de hoofdstukindeling van mijn boek plus synopsis. Ik ga nog aan deze (hopelijk!) laatste vraag voldoen, in de wetenschap dat ik alles eraan heb gedaan. Maar eraan beginnen, gottogot.

Discipline kwijt

Ik heb vanochtend eerst yoga-oefeningen gedaan, toen tweeënhalf uur (!) de krant gelezen, “Mijn favorieten” op mijn computer gerangschikt, mails beantwoord en om vijf uur ‘s middags, na nog niks aan mijn boek gedaan te hebben, dacht ik: nu is het genoeg. Ik ga boodschappen doen en wijn kopen. Dat doen schrijvers ook. Wijn drinken. Ik ben nu een paar uur en glaasjes verder, heb een hele lange mail aan een goede vriendin in Zuid-Afrika geschreven (is ook belangrijk), wilde net eindelijk beginnen aan mijn boek… en dan mail jij. … Ooit was ik heel gedisciplineerd en nog, bij vlagen, maar ik raak dat gevoel kwijt. Hoe voorkom jij dat je vervalt in triviale zaken die niets met je werk van doen hebben?’

Bijles kregen we. Een docent van onze opleiding journalistiek hielp Léonie Holtes en mij bij het zien van het bos door de bomen. Structuur aanbrengen, niet te veel associëren of in de details duiken. En vooral: gewoon beginnen. Het kwam goed met onze schrijfvaardigheden, maar Holtes trof de valkuil opnieuw op haar pad. Dit keer was het gat gapender dan ooit, zo niet onoverbrugbaar.

Verwaterende contacten en een uitdijende binnenwereld

Donkere wolk

Na de opleiding besloot ze, aangemoedigd door gevestigde journalisten, haar ervaringen als klinisch psycholoog in een tbs-kliniek op papier te zetten.  Precaire materie, want in deze instelling was volgens haar veel mis. We hielden contact over het schrijfproces. Ik had zelf net een boek afgerond en ik herkende Holtes’ fascinatie voor haar onderwerp, de verwaterende sociale contacten en een uitdijende binnenwereld. Dagelijks bezig zijn met een omvangrijke puzzel van stukjes informatie, bezorgde mij een donkere wolk boven mijn hoofd die zich niet makkelijk liet verdrijven.

Holtes ontving een subsidie uit het FBJP en het boek werd aangekondigd bij haar uitgever. De druk liep op. Ze besloot de eerste versie, die nu in de winkel ligt, nog persoonlijker te maken en verder te perfectioneren. Holtes trok zich terug uit het sociale leven en richtte al haar energie op de tweede versie. Tijdens enkele maanden op het Franse platteland hoopte ze de vaart erin te zetten, maar haar scherm bleef leeg. Toen ze terugkeerde ging het mis. Ze werd manisch en uiteindelijk volgde een opname vanwege een psychose. Wat bleef was een depressie met psychotische episodes.

‘Ik verzon van alles om mijn schrijfwerk uit te stellen’

Eenzaam

Ook onderzoeksjournalist Mirjam Pool, auteur van boeken over armoede en de Almelose gijzelingszaak, worstelde met haar manuscripten. ‘De berg informatie over mijn onderwerp groeide tijdens het schrijfproces en mijn horizon verdween. Ik was soms dagen bezig zonder op te schieten. Ik wilde veel verbanden leggen, daar had ik in een boek juist de ruimte voor, maar moest toch weer flinke stukken schrappen om het verhaal lopend te houden. Vervolgens stond het werk me zo tegen, dat ik van alles verzon om het uit te stellen. En daar voelde ik me nog slechter over. Vooral de eenzaamheid, het gevoel totaal teruggeworpen te zijn op mezelf vond ik zwaar.’

Pool, bekend om haar zorgvuldige en heldere publicaties, zag slechts één optie: doorwerken. ‘Het enige wat moet, is precies datgene wat je op dat moment het meest haat. Maar als ik niet doorging, waren jaren werk voor niets geweest.’ Ze sloot zich af voor de buitenwereld. ‘Ik had enkel een lijntje met mijn uitgever. Schamel, maar wel een belangrijke, want tenminste één persoon zat op mijn boek te wachten.’

Depressie?

Pool vroeg zich af of ze tegen een depressie aanliep. ‘Die grens is waarschijnlijk dun. Ik had de lat hoog liggen. Eindeloos kauwde ik op vraagstukken, checkte zaken nogmaals, zocht naar het juiste perspectief. Ik kan lang twijfelen, wikken en wegen en dat werkt ontmoedigend wanneer je geen direct resultaat ziet. Als je aan een boek begint, kan alles en dat wil je ook het liefst. Maar met elk woord dat je produceert, zet je een stap die je niet meer in een andere richting kunt zetten. Je begrenst jezelf voortdurend door te kiezen.’

‘Je bent ook je eigen criticus, een wankel evenwicht’

Hersenspierverrekking

Volgens Caroline Hanken, journalist en auteur van historische non-fictie, vergroot de dubbelrol die auteurs hebben de kans op psychische problemen. ‘Gedurende drie, vier jaar haal je alles uit jezelf om een kwalitatief goed boek af te leveren. Maar in die tijd ben je ook je eigen criticus, een wankel evenwicht. Ik kan tevreden zijn over een stuk tekst, maar dat de volgende dag troep vinden. Je switcht voortdurend tussen een creatief proces en afstand nemen. Die perspectiefwisseling vind ik deprimerend. Daarnaast biedt de intellectuele belasting weinig plaats in je hoofd voor andere zaken. Je zit maand na maand opgesloten in je manuscript.’

‘Een intens kil, onprettig gevoel dat soms nog wel eens terugkomt’

Hanken vertelt hoe intellectuele inspanning op hoog niveau haar een ‘spierverrekking’ in haar hoofd bezorgde. ‘Toen ik als cultureel antropoloog mijn proefschrift schreef, haalde ik zulke cognitieve capriolen uit om grip te krijgen op de materie, dat ik een bewustzijnsverandering onderging.’ Ze kreeg het gevoel buiten de werkelijkheid te staan. ‘Een intens kil, onprettig gevoel dat soms nog wel eens terugkomt.’ Hanken hoorde het van meer schrijvers en intellectuelen. Deze ervaring kan volgens wetenschappers voortkomen uit het creatieve denkproces dat nauw verwant is met psychoses.

Hanken heeft een gezin dat haar tijdens het werken aan een manuscript met beide benen op de grond houdt. Pool dacht vaak terug aan de succesvolle presentatie van haar eerste boek. ‘Ik wist: ooit komt het af. En natuurlijk is dat schuiven, puzzelen en beeldhouwen met woorden ook gewoon hartstikke leuk.’

In 2011, op dertigjarige leeftijd en drie jaar nadat ze aan haar manuscript begon, maakte Léonie Holtes een eind aan haar leven. Het boek Ervaring niet vereist verscheen uiteindelijk postuum en kreeg lovende recensies in de media.

Ervaring niet vereist,  Léonie Holtes, Uitgeverij Podium,  ISBN 9789057592393

Van flow naar depressie

Creativiteit en psychische stoornissen lijken twee kanten van dezelfde medaille, bleek in 2012 uit een onderzoek onder 1,2 miljoen Zweden. Creatieve professionals en wetenschappers werden vaker behandeld voor specifieke psychische aandoeningen dan de gemiddelde burger. Vooral auteurs sprongen eruit, aldus onderzoeker Simon Kyaga van het Karolinska Instituut in Stockholm. ‘Ze lijden vaker aan bipolaire stoornissen en schizofrenie. Daarnaast is voor hun de kans om aan zelfdoding te overlijden tweemaal zo groot dan voor de gemiddelde burger.’ Kyaga denkt dat zowel de sociale omstandigheden van auteurs als het associatieproces psychische problemen kan opleveren. Bij wie, wanneer en in welke vorm ze optreden, is vooralsnog niet te voorspellen.

Creativiteit en psychose

Belangrijk in dit onderzoeksveld was de ontdekking dat een variant van het neureguline 1-gen zowel meer kans geeft op creativiteit als psychosegevoeligheid. Voor psychiater Erik Thys het meest tastbare bewijs voor het verband tussen creativiteit en psychische kwetsbaarheid. Thys, werkzaam aan het Universitair Psychiatrisch Centrum in Leuven, heeft psychoses als specialisme en maakt een vergelijking: ‘Wanneer je associatief denkt, vallen grenzen weg en kun je van de hak op de tak springen. Je ziet verbanden die anderen niet zien. Dat gebeurt ook bij een psychose. Er ontstaat een mentale ruimte, waarin je tot een zinvol resultaat kunt komen. Dat geeft vaak een eurekagevoel, vergelijkbaar met een manische toestand. In het volgende stadium komen twijfels op; was dit nou wel zo’n goed idee. Je neemt afscheid van de flow, de manie, en zo beland je in de depressieve fase.’

Meer lezen over de manier waarop we betekenis geven? Meld je hier aan.

 

Eerder gepubliceerd in Schrijven Magazine. Beeld: Merlijn Doomernik

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -

 

 

Hoe geven we zin aan ons leven? Als journalist schrijf en spreek ik hierover met een cultuurwetenschappelijke bril. Twaalf jaar inmiddels onderzoek ik hoe we die typisch menselijke eigenschap om betekenis te geven in de verf zetten. Ik sprak daarvoor met wetenschappers, denkers en andere ervaringsdeskundigen uit verschillende hoeken. Eerst als redacteur op de redactie religie en filosofie van dagblad Trouw. Daarna zelfstandig ook voor andere media als Filosofie Magazine en Vrij Nederland. Ik wijdde er een afstudeeronderzoek aan en schrijf er nu een boek over.   Wil jij weten hoe het zit en mijn onderzoek naar zingeving volgen? Kijk dan even hier en meld je aan voor de nieuwsbrief.