Geruchten over een dreigende staatsgreep, exploderende mijnen, schietpartijen en de kans op een regelrechte opleving van de burgeroorlog. Mali blijkt een snelkookpan die gevaarlijk sist. De MINUSMA (United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali) heeft haar handen vol aan het bewerkstelligen van rust en het begeleiden van een fragiel vredesakkoord. Nederland levert 450 manschappen voor het inwinnen en verwerken van hoogwaardige inlichtingen in de grootste militaire missie van dit moment. De vraag is: heeft het effect.

STEUN RO

Ondanks de Nederlandse aanwezigheid sinds april 2014 wordt het gevaarlijker

 

Nederland heeft vier Apache-helikopters (118 man), Special Forces (96 man) en een speciale Information Fusion Unit (12 man) met verder ondersteunend personeel aan het werk. Ondanks hun enthousiaste inzet is de veiligheidssituatie in Noord-Mali het laatste jaar verslechterd. Dit constateren vooraanstaande diplomaten van de Verenigde Naties in de hoofdstad Bamako. Het aantal omgekomen medewerkers is enorm toegenomen en staat nu op 36, wat Mali de gevaarlijkste VN-missie van dit moment maakt. Het laatste slachtoffer, uit Bangladesh, werd vorige week midden in de hoofdstad onder vuur genomen.

De 'know how' van bermbommen is de laatste maanden sterk gegroeid, wat mogelijk wijst op de komst van buitenlandse strijders. In de stad Kidal, waar Toeareg-rebellen van de MNLA (Mouvement National pour la Libération de l'Azawad) hun basis hebben, bivakkeert 19 man VN-burgerpersoneel. Dat heeft een reden: 'Met één helikoptervlucht is iedereen te evacueren'. In het noordelijker gelegen Tessalit is nog uitsluitend militair VN-personeel gelegerd. Van civiel opbouwwerk is daar geen sprake.

Ook de Nederlanders hebben hun eerste klappen opgelopen. Op 17 maart stortte een Apache-gevechtshelikopter neer, waarbij de 30-jarige kapitein René Zeetsen en de 26-jarige eerste luitenant Ernst Mollinger omkwamen. Op 11 mei reed een Bushmaster op een mijn, zonder ernstige schade, maar bij de berging van het gepantserde voertuig op 16 mei raakte door een zelfmoordaanslag een Nederlandse militair gewond. Twee Nederlandse militairen werden de laatste maanden naar huis gestuurd omdat ze ondanks de voorschriften hun wapen niet zorgvuldig hadden ontladen en een schot afging.

Foto: Arnold Karsens

De vaderlandse nieuwsvoorziening geeft een vals beeld

Columnist Theodor Holman vroeg zich enkele maanden geleden af waarom we in Nederland niets afweten van de oorlog in Mali: 'Wij krijgen er nauwelijks iets van mee.' Het nieuwstekort komt deels door de embedreportages van kranten als de Volkskrant, De Telegraaf en het NOS-staatsjournaal. De censuur vijlt alle scherpe punten weg, zoals de groeiende ontevredenheid bij de bevolking. Het zijn vooral halleluja-verhalen die we horen en lezen.

Minister van Defensie Hennis twitterde op 27 oktober 2014 bij haar bezoek over de Nederlandse militairen: 'Vooruitgang die zij boeken, is enorm. Geen meters maar kilometers!' En koning Willem-Alexander had na een bliksembezoek medio februari ook zijn mening klaar: 'Ze doen belangrijk werk voor VN-missie Minusma en dat onder zware omstandigheden bij een temperatuur van boven de 35 graden.'

Intussen is de temperatuur opgelopen tot boven de 45 graden Celsius in de schaduw en blijkt de Afrikaanse realiteit hardvochtig.

Waar gaat het om gaat

Het wil niet vlotten met de uitvoering van het vredesakkoord tussen de opstandige noordelingen en de regering in het zuiden. De overeenkomst moet het noorden, het leefgebied van nomadenstammen, een zekere mate van autonomie en economische toekomst bieden. De belangrijkste groep, de MNLA, hebben het contract alleen geparafraseerd. 'Juridisch is het akkoord dus niets waard. Een bruiloft zonder bruid', zegt een hoge VN-medewerker die spreekt op voorwaarde van anonimiteit.

De Toeareg, die met steun van jihadistische groepen in 2012 een opstand voor afscheiding begonnen, hebben de hoofdlijnen overigens wel geaccepteerd, maar er zijn belangrijke breekpunten.

Zo wordt gesteggeld over de rol die opstandelingen krijgen bij een nieuw te vormen strijdmacht voor het noorden. Het akkoord spreekt over 'significant'. Toeareg, verenigd in de CMA (Coordination of Movements of Azawad), willen 70 tot 80 procent van hun – anders werkloze – strijders laten opnemen. Een concurrende nomadenstam in het noorden, de Peul, overstijgt de Toeareg in bepaalde gebieden en eist daarom ook macht. Leden hebben zich georganiseerd in 'GATIA' (Groupe Autodéfense Touareg Imghad et Alliés) een pro Bamako-militie die het recente vredesakkoord wel heeft getekend. Beide groepen leven op voet van oorlog.

Protesten tegen de Verenigde Naties en Frankrijk in Bamako

Maar er is meer

Daarnaast vechten jihadistische groepen, zoals de aan Al-Qaida-gelieerde MUJAO (Mouvement pour l'Unicité et le Jihad en Afrique de l'Ouest) en Ansar Dine, die de onlangs bevrijdde Nederlander Sjaak Rijke 3,5 jaar gegijzeld hield, gewoon door. Een VN-medewerker: 'Zonder akkoord lopen we achter de extremisten aan en hebben we een hele andere situatie'. Hij vindt een goede uitvoering van het vredesakkoord op korte termijn essentieel, en daarbij denkt hij aan weken en geen maanden.

De moslim-extremisten zijn inmiddels bezig met een charme-offensief. Amputaties van handen en voeten waarmee ze de goodwill van de bevolking tijdens hun korte regeerperiode in 2012 en begin 2013 in het noorden hadden verspeeld, behoren grotendeels tot het verleden. Lokale bewoners die reizen tussen de noordelijke steden Gao en Kidal worden door verschillende milities aangehouden en om geld gevraagd. Inwoner Ibrahim uit Gao: 'Maar als het een post is van de jihadisten, haal je opgelucht adem. Die doen je niks.'

Het botert niet tussen de Verenigde Naties en de Malinese regering

De Verenigde Naties hebben zo'n 9.250 militairen en 1.062 politieagenten van bijna 50 verschillende nationaliteiten in Mali gestationeerd. Dat kost organisatie jaarlijks een miljard US-dollar, maar van dankbaarheid is nauwelijks sprake. Bij de VN bestaat de vrees dat de regering een aanval op het MNLA-bolwerk Kidal begint, wat een heropleving van de zoveelste interne opstand (1963, 1990, 2006, 2012) zal betekenen.

Bij het ondertekenen van het principe-vredesakkoord op 15 mei jongstleden in Bamako tussen de regering en de noordelingen gaf president Ibrahim Boubacar Keïta de Verenigde Naties en de Fransen, die met hun 'Opération Barkhane' in vijf Sahellanden actief zijn, van onderuit de zak. Het kwam erop neer dat als de buitenlandse troepen de zijde van de Toeareg blijven kiezen ze beter kunnen vertrekken. Direct daarop circuleerden geruchten van een pro-westerse staatsgreep want Mali ligt strategisch gelegen tussen twee andere belangrijke Afrikaanse brandhaarden; Nigeria met de terreurgroep Boko Haram en de chaos in Libië. Dat het westen de geo-politieke agenda bepaalt, moest zo duidelijk worden.

Wat in de twistgesprekken meespeelt is dat internationale organisaties als het Internationaal Monitair Fonds de Malinese regering al jaren aanspreekt op wijdverspreide corruptie. Ook de aankoop van een peperduur presidentieel Boeing 737-vliegtuig van 35 miljoen euro viel in slechte aarde. Het straatarme Mali is voor Nederland een concentratieland. In de periode 2014-2017 wordt ruim 137 miljoen euro besteed aan ontwikkelingsprojecten, waarvan – opmerkelijk – bijna de helft aan AIDS-projecten.

MINUSMA-militairen in Timboektoe

Anti-westers sentiment groeit in Mali

Bij gewone Malinezen neemt de aversie tegen alles wat buitenlands is ook sterk toe. Regelmatig zijn er demonstraties voor ambassades. Krijsende mensen zwaaien vervaarlijk met borden waarom de Verenigde Naties en Frankrijk worden gelijkgesteld met de oorzaak van alle ellende: de Toeareg. Op een kleed onder een boom in de stad Gao beklaagt Maïga Sagayer, secretaris-generaal van een chauffeurssyndicaat zich over Minusma. Zijn 436 man sterke vakbond hield een maand eerder een 72-uurs staking waardoor al het transport in het uitgestrekte Noord-Mali stil lag. Reden was het doodschieten van twee chauffeurs door onbekenden. Criminele groepen die vee stelen en vrachtwagens beroven maken het noorden moeilijk begaanbaar. 'Minusma kan de veiligheid niet waarborgen,' meent hij. Terwijl de bescherming van de burgerbevolking wel uitdrukkelijk tot het VN-mandaat hoort.

Maar nog kwalijker vindt hij de de zuiderlingen de banen krijgen bij Minusma en niet de noordelingen die toch al economisch zijn achtergesteld. Oorzaak is de vriendjespolitiek binnen de lokale staf van de VN-organisatie: 'De banen worden verdeeld in Bamako. Wie een baan krijgt moet zes maanden salaris afdragen.' Hij dreigt: Wanneer dit doorgaat kondigen we opnieuw een staking af.'

Op 27 januari wist de organisatie 'Mouvement des Jeunes Patrouileurs de Gao' binnen enkele uren duizenden mensen op de been te krijgen voor een demonstratie voor het Minusma-kantoor in Gao. VN-militairen schoten toen drie demonstranten dood. De VN boden excuses aan maar het kwaad was geschied. 'De demonstratie werd gesteund door honderd procent van de bevolking', zegt een lid in een grimmige sfeer. 'De mensen van Minusma zitten in Mali voor zichzelf, niet voor ons.'

Ook een eventueel militair ingrijpen aan de kust van Libië, om de stroom bootvluchtelingen te stoppen, zal een weerslag hebben op het gedogen van buitenlandse troepen. Nog altijd wordt de beschuldigende vinger gewezen naar het westen die met het verjagen van de Libische leider Moammar Khadaffi in 2011 de oorlog in Mali liet escaleren door teruggekeerde Toeareg-milities, de snelle groei van moslim-extremisten en grote hoeveelheden buitgemaakte wapens.

Complicerende situaties

Op Kamp Castor in Gao, een verzameling containers en tenten langs de vliegstrip, spreekt het hoofd van de Nederlandse VN-detachement, kolonel van de marine Niels Woudstra, van 'complicerende situaties'. Volgens de docent aan de Nederlandse Defensie Academie in Breda is het soms moeilijk te bepalen wie tegen wie vecht. 'Regelmatig wordt van kamp gewisseld'. Ook de terrorismebestrijding is moeilijk. 'Er zijn veel 'lone wolves', enkelingen die ook met de meest geavanceerde apparatuur moeilijk traceerbaar zijn.'

Stafofficier Hans van Dalen en hoofd van de All Sources Information Fusion Unit, die de ingewonnen data in Bamako analyseert, voegt toe: 'We kunnen wel de dynamiek van een conflict voorspellen, wanneer en waar wordt gevochten.' Zo wist de Nederlanders van de aanval op de oostelijke stad Ménaka, eind april, waarbij de GATIA ondanks een staakt-het-vuren de MNLA-rebellen verdreven. Als reactie daarop vielen leden van de CMA de steden in de centraal-noordelijke regio's Mopti en Timboektoe aan, met opnieuw tientallen doden en gewonden. Minusma met al haar manschappen konden de aanvallen echter niet voorkomen. Van Dalen diplomatiek: 'De Nederlanders beslissen niet over acties, die verantwoordelijkheid ligt bij net VN-hoofdkwartier.'

Er wordt nauwelijks samengewerkt

Het grote manco in Mali is de verdeeldheid. Er zijn drie militaire operaties gaande: Een door Minusma. Een door de Fransen. En een door de Malinezen zelf. Uitwisseling van informatie is er nauwelijks. De chef van de Malinese gendarmerie in Gao, met veel kennis van terrorisme, is de wacht aangezegd omdat hij essentiële levensreddende inlichtingen achterhield. Een Nederlandse topmilitair tactisch: 'De samenwerking met de Malinezen is functioneel en af en toe stroef.' Evenmin is er uitwisseling van gegevens tussen de Nederlanders en de Fransen. Volgens commandant Woudstra omdat Minusma een vredesoperatie is en de Fransen actief jacht maken op terroristen.

Verlenging Mali Missie

Naar algemeen wordt aangenomen, besluit kabinet Rutte begin juli voor verlening van de Mali-missie. Bij terugtrekking blijft namelijk niets over van de ruim 204 miljoen euro die de uitzending tot eind 2015 kost. Dat is overigens ruim tweemaal de originele begroting van circa 90 miljoen euro. De VN zullen Nederland 51 miljoen euro terugbetalen maar daar tegenover staat het verlies van een Apache-helikopter die afhankelijk van de accesoires nieuw tussen de 30 en 40 miljoen euro kost.

Het inlichtingenwerk is strikt geheim. De foefjes worden niet aan de Malinezen geleerd uit angst dat de kennis in handen komt van moslim-extremisten. Kolonel Woudstra benadrukt niet op de zetel van het kabinet te gaan zitten, maar zegt hij: 'Dit soort operaties zijn van de lange adem.'

De eerste barsten van de missie zijn al zichtbaar. In plaats van de geplande 30 zijn er maar 20 Nederlandse agenten uitgezonden. Hun taak is het trainen van Malinese collega's, maar na gewelddadige demonstraties mogen ze de stad Gao niet voor een patrouille verlaten en wordt ook nauwelijks les gegeven. De spreekwoordelijke stroperigheid van de VN-organisatie verzwakt veel goed bedoelde initiatieven om in contact te komen met de lokale bevolking. Een bezoek aan het stadje Djebock driekwartier rijden van de stad Gao kost tien dagen organiseren, zelfs een ambulance moet meerijden uit veiligheid. De tegenstanders hebben hele korte commandolijnen, rijden in kleine vierwielaangedreven pick ups en verplaatsen zich bliksemsnel. En daartegen is het lastig vechten.

Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.