Op vooravond Auschwitzherdenking 2021 gaat voormalig verzetskrant andermaal de mist in.

STEUN RO

In 1940-1945 waren er mensen die met gevaar voor eigen leven verzetskranten maakten en verspreidden, waarmee ze een onderdrukte bevolking een hart onder de riem staken en een krachtig vaccin produceerden tegen het verderfelijke nazigif. Een van die kranten was Trouw.

Des te onbegrijpelijker is het dat Trouw de afgelopen vijf jaar tenminste driemaal ruim baan heeft geven aan werken of schrijvers die nazipropaganda als waarheid verkondigden of Nederlandse oorlogsmisdadigers als slachtoffers presenteren.

Dit begon in 2016, toen Trouw groot uitpakte met het nieuws dat Hitler een gevoelig moedergedicht zou hebben geschreven. Het was volstrekte larie – het ging namelijk om een gedicht dat in 1938 door een ondergeschikte van nazipropagandaminister Joseph Goebbels aan Hitler was toegeschreven. Hitler had met dat vers niets te maken: het was rond 1906 geschreven door de Duitse dichter en liedtekstschrijver Georg Runsky. Nog op de dag van publicatie waarschuwde ik de Trouwredactie dat dit “nieuws” een canard was. Het duurde evenwel een jaar voordat Trouw met een – schoorvoetende – rectificatie kwam.

2017. Isabel van Boetzelaer presenteert in het boek Oorlogsouders haar nazigrootouders als verzetshelden en laat zich vooral vergoelijkend uit over haar vader Willem van Boetzelaer, een oud-SS-er die betrokken was bij een groot aantal oorlogsmisdaden. Ze krijgt, mede door gelobby van tv-coryfee Ad van Liempt, ruim baan in de media om haar leugens te verkondigen. Trouw bericht over het boek en ook over de bezwaren ertegen – maar geeft Van Boetzelaer het laatste woord. Ze komt daardoor weg met weer nieuwe onwaarheden en verdraaiingen.

2018. Schrijfster Chaja Polak, wier vader niet terugkeerde uit Auschwitz, nadat hij was gearresteerd door een handlanger van vader Van Boetzelaer, brengt als reactie op Oorlogsouders het boek De man die geen hekel had aan Joden uit.  In Trouw verschijnt een interview met Polak over haar boek – so far so good. Maar ernaast wordt  een interview met Van Boetzelaer geplaatst. Een interview waarin Van Boetzelaer zich vooral zélf als slachtoffer presenteerde. Een week later volgden excuses van Trouw, maar wederom was het kwaad al geschied.

Je zou door deze twee kwesties gaan denken dat Trouw lering zou hebben getrokken uit deze twee beschamende kwesties en iets zorgvuldiger zou omgaan met Tweede Wereldoorlog gerelateerde zaken. Helaas. Op 26 januari 2021, kort voor  de Auschwitzherdenking (31 januari), plaatst de voormalige verzetskrant een artikel van Stijn Reurs, “Tot aan de deuren van de gaskamers werkten in Auschwitz Nederlandse SS’ers.”

De eerste drie alinea’s zetten de toon: een hoogbejaarde zoon van een man die in de oorlog Auschwitzbewaker zou zijn geweest, jammert over het leed dat zijn vader zou zijn overkomen:

“Mijn vader werd eind 1941 uit de SS ontslagen en vanuit Auschwitz naar een gekkenhuis gestuurd. Hij had een psychose en was helemaal de weg kwijt. Die ene maand in Auschwitz heeft de rest van zijn leven bepaald.”

Deze gek geworden SS-er was volgens de zoon “veel te gevoelig, gaf de gevangenen soms wat extra en ging vriendschappelijk met ze om. (…) Een vijftienjarige Poolse jongen, zijn hulpje, kwam afscheid nemen omdat hij zou worden doodgeschoten. Mijn vader heeft geprobeerd om hem te redden, het mocht niet baten. Hij is compleet doorgedraaid.”

Nu is het heel begrijpelijk dat kinderen het gedrag van hun ouders vergoelijken of zelfs ombuigen tot verzetsdaden. Iedereen wil zijn of haar ouders liever als held dan als misdadiger zien – dat maakt dit vergoelijken echter niet minder verwerpelijk.

Maar in dit Trouw-artikel moet iets anders aan de hand zijn. De schrijver ervan, Stijn Reurs, koestert al zeker elf jaar een merkwaardig soort fascinatie voor “foute Nederlanders” – zo bleek tijdens een onderzoek naar Isabel van Boetzelaers boek Oorlogsouders. Reurs werd door de schrijfster bedankt voor hulp bij de verwezenlijking van haar boek. Die coöperatie kwam niet uit de lucht vallen. Reurs had namelijk al in 2010 dit geschreven:

“De eenzijdigheid van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog die de naoorlogse generaties onderwezen hebben gekregen, heeft mij nooit bevallen. Anne Frank is uitgegroeid tot een gesubsidieerd historisch handelsmerk. Naast het dagboek is het toenmalige Achterhuis uitgegroeid tot een hysterische toeristische trekpleister die de stad Amsterdam jaarlijks miljoenen op moet leveren.”

(Stijn Reurs, 18 september 2010; op een inmiddels verwijderde pagina van http://tweedewereldoorlogeducatie.blogspot.com; nota bene: de Anne Frank Stichting ontvangt geen structurele overheidssubsidie)

In 2012 beweerde Reurs dat er meer aandacht moet komen voor de “gruwelijke verhalen” van foute Nederlanders gedurende hun gevangenschap na de oorlog. Zijn interviews met oud-SS-ers zouden een “bescheiden tegenhanger van het Shoah-project van regisseur Steven Spielberg” moeten worden.

In dit licht moet Reurs recente artikel gezien worden. Het is een nogal verwrongen verhaal over de Nederlanders onder de bewakers van Auschwitz in 1940-1945. Weliswaar licht Reurs enige door hen begane gruweldaden uit, maar de rode lijn is het schijnbeeld van Reurs, waarin daders als slachtoffers gepresenteerd worden en waarin hun naoorlogse uitvluchten zonder kritische noot als waarheid gepresenteerd worden:

“Wat ze eveneens gemeen hadden, was dat nagenoeg iedereen om overplaatsing vroeg om uit het vernietigingskamp weg te komen. Sommigen waren voor straf naar Auschwitz overgeplaatst, anderen geheel toevallig. Verschillende Nederlandse SS-Aufseherinnen, bewaaksters, werden zelfs bewust zwanger om uit actieve dienst ontslagen te worden.”

Wat hiervan klopt? Waarschijnlijk niets – voor SS-ers was stationering in een vernietigingskamp bepaald geen straf: het was voor hen een vrijwel risicoloos vakantiebestaan, met volop eten en vertier, inclusief de mogelijkheid om naar hartelust gevangenen te mishandelen of erger. Als er al strafmaatregelen tegen SS-ers genomen werden (omdat er bijvoorbeeld gevangenen ontsnapt waren), bestond dit uit overplaatsing uit het kamp naar het front of partizanengebied – en niet omgekeerd. Of, als SS-ers het – volgens de eigen SS-regels – te bont hadden gemaakt, volgde uitsluiting uit de SS – en zeker geen overplaatsing naar een doorgangs-, concentratie- of vernietigingskamp.

Wat betreft die zwangere SS Aufseherinnen– elk medelijden met hen is misplaatst. Ze zaten vrijwillig in Auschwitz en ze hebben het overleefd – en buiten de Trouwredactie, het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (financier van het Trouw-artikel) en Stijn Reurs hoeft niemand eraan herinnerd te worden dat dit bepaald anders lag voor de gevangenen.

 

Foto: SS-officieren en SS-Helferinnen op de veranda van de Solahütte, juli 1944. De Solahütte bevond zich op zo’n dertig kilometer van Auschwitz, en was in opdracht van de kampleiding gebouwd door gevangen. De Hütte diende als ontspanningsoord voor kamppersoneel. © United States Holocaust Memorial Museum, met dank aan Museumkijker.nl

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.