In de ‘prik’-ploegen van Streetcornerwork is het altijd ‘lachen, gieren, brullen’. Maar zonder koffie kan het chagrijn behoorlijk toeslaan. Vooral als het maar blijft regenen.

Het weer is om te huilen. Op het Weesperplein spoeden de voorbijgangers zich onder paraplu’s, capuchons en vreemde plastic tassen over straat. Met chagrijnige gezichten zo snel mogelijk naar kantoor. Een man in een vale spijkerbroek, zijn zwarte sportjack open, steekt handig manoeuvrerend tussen de ochtendspits de Weesperstraat over. Hij lacht. De waterdruppels lopen over zijn wangen.

Kortgeknipte zwarte krullen, openhartige ogen in een Marokkaans gezicht. Abdel Ahli steekt zijn hand uit. Hij begeleidt de schoonmaakploeg die vandaag de Weesperbuurt een beurt geeft. ‘Kom mee’, zegt hij in een charmant Nieuw-West- accent. ‘De bus met spullen staat verderop, op de brug. De deelnemers moeten ook een formulier tekenen.’ Zes kennelijke doorzetters zijn vroeg hun bed uitgekomen om met dit hondenweer hun schoonmaakplicht te vervullen. Ze staan in gele en oranje werkkleding nogal opgewekt te kleumen rond de bus.

Teamleider Joost Lopulalan drukt de mannen stuk voor stuk met warmte de hand. ‘Succes vandaag’, roept hij. Zelf gaat hij met een andere ploeg ‘schoffelen in het bos’, zegt-ie. De schoonmakers waaieren uit, de stromende regen van de drukke Weesperstraat in. Drie steken er stoer schuin over, de anderen pakken de stoep aan de linkerkant. Vroeger heette dit werk papierprikken, maar aan het einde van de ‘prikstok’ zit tegenwoordig een metalen pakhandje. Een van de schoonmakers ‘prikt’ meteen raak: een linnen damessandaal verdwijnt met een elegante boog de gele plastic zak in die hij in een metalen houder meedraagt.