Reportage over pluimvee-industrie en dierenleed

STEUN RO

Een poging te achterhalen hoe elf afgedankte leghennen belandden in de tuin van een ontwerpster in Zoelen, geeft een inkijkje in de pluimveehouderij. Een klein kippendrama in de schaduw van fipronilcrisis en ophokplicht.

 

Als de kippen net op stok zijn, komt de vangploeg. De groep vooral Oost-Europese mannen trekt door de donkere stal om de hennen op te pakken en met ongeveer twaalf tegelijk in een krat te stoppen. Daarin reizen de kippen straks naar de slachterij. “Het enige leed dat we bij het vangen niet kunnen voorkomen”, vertelt een medewerker van een groot legbedrijf in het Gelderse Ochten, “is dat de kippen ‘unhappy’ zijn doordat ze worden wakker gemaakt. De mannen van de vangploeg weten goed hoe ze kippen moeten oppakken en vasthouden.”

Zo voorbeeldig gaat het vast niet bij iedere vangploeg. Veel boeren staan er niet van te kijken als het rapport dat zij van de slachterij krijgen, melding maakt van een klein percentage gebroken vleugels en poten bij de aangeleverde kippen. Ze zijn echter niet blij met dergelijke vangschade, want de slachterij kort daarvoor op de prijs voor het kippenvlees.

Elf leghennen wisten eind oktober aan een vangploeg te ontsnappen. Op een of andere manier belandden ze daarna in de tuin van ontwerpster Claire van Zeeland in Zoelen, een dorpje ten noorden van Tiel. Althans, dat het zo gegaan is, vermoedt Anoeska van Brenk. Zij beheert de kippenopvang in Ochten die de kippen heeft opgenomen. “Zulke kippen noemen we achterblijvers. Als er 30.000 kippen gevangen moeten worden, zijn er altijd wel een paar die zich verstoppen.” Het vangen gebeurt ’s nachts, zodat de slachterij in de ochtend meteen met de kippen aan de slag kan.

“Misschien heeft een medewerker van een bedrijf deze kippen ’s morgens in de stal gevonden en meegenomen, bijvoorbeeld omdat hij ze zielig vond”, zegt Van Brenk, “en mogelijk heeft hij ze bij Claire gezet omdat hij wist dat er dan voor gezorgd zou worden. Daarmee is het eigenlijk een onhandige reddingsactie. Toch willen we die persoon vinden, om hem te laten weten dat de kippenopvang achterblijvers komt ophalen.”

Beloning

Een paar dagen eerder ging Stichting Comité Dierennoodhulp, waarvan de kippenopvang is, nog ervan uit dat een particuliere kippenhouder de elf bruine leghennen op een ‘schandelijke’ manier had gedumpt. Een van de hennen had een open wond op de plek waar een stuk vleugel was verdwenen en ook een paar van de andere hennen hadden vreemde schaafwonden aan hun flanken. De stichting loofde een beloning uit van 250 euro voor het vinden van de dader. Het verhaal van Claire van Zeeland, die voor de tweede keer in een jaar tijd afgedankte kippen bij haar huis had aangetroffen, belandde zo in bijna alle lokale bladen in het Rivierengebied.

Het dumpen van kippen door particulieren komt vaker voor. “Na ongeveer anderhalf jaar gaat een kip minder eieren leggen”, legt Van Brenk uit. “Veel mensen die kippen houden om de eieren, willen er dan vanaf. Je ziet dat aan alle advertenties met soepkippen op Marktplaats. En er zijn plekken waar steeds opnieuw achtergelaten kippen opduiken, bij Claire nu ook al twee keer.” Bij Van Zeelands huis in het buitengebied ligt een ideale plek om ongemerkt iets achter te laten: een kort pad naar een koeienweiland, omzoomd door schuurtjes en een haag. Door een gat onderin die haag betraden de kippen de tuin.

De elf hennen leggen nog volop eieren. “Daar viel niet tegenop te eten”, vertelt Van Zeeland. De pluimvee-industrie kijkt echter niet naar welke kip individueel nog wel of niet goed legt. Als de kippen in een stal 80 weken oud zijn, maakt een gecertificeerd vangbedrijf de hele stal leeg en gaan alle hennen naar de slacht. Daarna vult de boer de stal opnieuw, met hennen van 16 weken oud afkomstig van een opfokbedrijf.

Haveloos

Dierenarts Robert Jassies van de dierenkliniek in Rhenen heeft de zwaargewonde hen onderzocht. Hij is ervan overtuigd dat zij een industriekip is. “Ze zag er zo haveloos en onverzorgd uit, dat zie je niet bij kippen van particulieren”, zegt hij. Ook de verwondingen lijken machinaal veroorzaakt, eveneens een aanwijzing voor industriële herkomst. ‘’De kippen hadden zich misschien verstopt onder een mest- of eierband en zijn daar beklemd geraakt”, vermoedt Van Brenk.

Als het inderdaad klopt dat de dieren afkomstig zijn uit de professionele pluimveehouderij, zou het niet moeilijk moeten zijn het bedrijf te vinden waar ze werden gehouden; althans zo lijkt het. Om te voorkomen dat kippen elkaar toetakelen, kort de eierindustrie veelal hun snavels in. Knippen, kappen of behandelen wordt dat genoemd. De elf Zoelense hennen hebben nog volledige snavels, een kenmerk van biologische kippen. En het aantal biologische pluimveehouderijen in de omgeving van Zoelen is beperkt.

Een benaderde biologisch pluimveehouder in Boven-Leeuwen boort deze verwachting van een snelle oplossing de grond in. Ook als eieren naar Duitsland gaan, mogen de snavels van de legkippen niet geknipt zijn, vertelt hij. Dat is sinds vorig jaar het geval en de Duitse controledienst CAT komt zelfs in Nederland bedrijven hierop inspecteren. Duitsland importeert jaarlijks voor ruim 350 miljoen euro eieren uit Nederland en is daarmee verreweg de grootste exportmarkt voor Nederlandse eieren. Ongekapte snavels komen daardoor nu ook voor bij niet-biologische kippen.

“Als deze dieren van een biologische boer waren, moeten ze die ook onmiddellijk zijn certificaat afpakken”, voegt de pluimveehouder eraan toe. “Een eierband is hermetisch afgesloten, daarbij kunnen kippen helemaal niet in de buurt komen. Biologische kippen worden trouwens niet gauw gedumpt. Dat is hartstikke duur vlees.”

‘De pan in’

De meeste kippenboeren kunnen zich eigenlijk niet voorstellen dat de gedumpte dieren van een bedrijf afkomstig zijn, blijkt tijdens een rondgang langs de pluimveehouders rondom Zoelen. “Een boer gaat echt niet een eind rijden om van elf kippen af te komen”, zegt er een. De meesten hebben, naar eigen zeggen, nooit achterblijvers. Hun stallen worden voordat de vangploeg vertrekt, minutieus met lampen doorzocht. Anderen weten er wel raad mee: “Die gaan de pan in.”

Maar bovenal, alle gesproken pluimveehouders verklaren dat zij eind oktober geen stal hebben laten leeghalen. Wel zijn in augustus nogal wat stallen geruimd, als gevolg van de fipronilcrisis. Ook vangbedrijven laten weten dat zij in de laatste twee weken van oktober niet bij kippenhouders in de omgeving van Zoelen zijn geweest.

Daarmee blijft de herkomst van de elf hennen een raadsel. Comité Dierennoodhulp blijft hopen op een oplossing ervan. Voor de verlossende tip ligt nog steeds een beloning klaar.

Op de zwaargewonde kip na, heeft de kippenopvang alle hennen kunnen onderbrengen bij dierenvrienden die er nu voor zorgen. Een van de elf is overleden: ze viel opeens dood van haar stok, oorzaak onbekend.

– Dit artikel is de journalistieke uitwerking van een rapport van onderzoeksbureau Halkes InfoPro in opdracht van Stichting Comité Dierennoodhulp.

Chris Halkes is redacteur en privédetective, gevestigd in Goes in Zeeland. Op Reporters Online publiceert hij artikelen over juridische en regionale onderwerpen. Chris Halkes heeft tot 2019 bijna dertig jaar in de Bommelerwaard gewoond. Zijn regionale artikelen kunnen dus zowel over Zeeland als over het Gelderse Rivierengebied gaan. Persberichten en tips voor onderwerpen voor artikelen kunt u mailen naar info@chrishalkes.nl.