Honderdtwintig jaar geleden zorgde de Dreyfus-affaire in Frankrijk voor een golf van antisemitisme in Europa. De veroordeling van kapitein Alfred Dreyfus tot levenslange verbanning wegens spionage voor de Duitsers berustte op een juridische dwaling. De strijd om eerherstel duurde twaalf jaar. De wonden bleven open.

STEUN RO

‘Soldaten,  ze degraderen een onschuldige… Soldaten, ze bezoedelen  de naam  van een onschuldige… Lang leve Frankrijk! Lange leve het leger!’

Parijs, 5 januari 1895. Een menigte van 20.000 mensen luistert op de binnenplaats van de militaire academie van Parijs toe hoe kapitein der infanterie Alfred Dreyfus met zijn vlakke, monotone stem een laatste poging doet zich vrij te pleiten van de beschuldiging van spionage voor de Duitse erfvijand. Een paar maanden daarvoor, in 1894, is Dreyfus veroordeeld door de krijgsraad. Dat is gebeurd op grond van een geheim gehouden dossier waarvan één document aan de openbaarheid is vrijgegeven: een brief aan de Duitse militair–attaché in Parijs Schwartzkoppen waarin een Franse officier zijn diensten als spion aanbiedt.

Het Franse militaire inlichtingenbureau heeft een spionne in dienst die als schoonmaakster bij de Duitse vertegenwoordiging in Parijs versnipperde documenten uit de prullenbak vist. Volgens de aanklacht is het handschrift van Dreyfus. Deze ontkent, maar drie van de vijf door het tribunaal geraadpleegde grafologen stellen dat het handschrift met grote stelligheid aan Dreyfus toebehoort.  Levenslange verbanning is de straf. Plus oneervol ontslag uit het leger waar  Dreyfus als eerste joodse officier ooit het tot een (aspirant)positie bij de generale staf heeft weten te brengen. Tijdens de publieke vernederingsceremonie rist een officier  de epauletten van Dreyfus’ uniform af en breekt hij diens sabel, als teken dat Dreyfus onwaardig is zijn land als militair te dienen. Dreyfus woorden tot de menigte helpen hem niet:  zijn zware Elzasser accent klinkt de Parijzenaars Duits in de oren en dat maakt hem nog meer verdacht. Als wordt Dreyfus wordt afgevoerd verkeert de menigte in een lynchstemming en scandeert leuzen als  ‘vermoord die jood!’.

Giftige propaganda

René Zwaap, in 2000 gekozen tot Redacteur-columnist van het Jaar, is een van de laatste bonte honden van de Nederlandse journalistiek. Bij leven drong prins Bernhard iedere week weer bij zijn hoofdredacteur bij de Groene Amsterdammer Martin van Amerongen aan op zijn ontslag. Nu is hij hoofdredacteur van kwartaaltijdschrift De Republikein. Foto Katarina Hollander