Tot voor een paar weken verwachtte niemand zich eraan. Algerije was immers de stabiele uitzondering in een onrustig Noord-Afrika. Het land was te getraumatiseerd door ‘La Sale Guerre’, de burgeroorlog die volgde op de Algerijnse ‘lente’ van oktober 1988. Er vielen toen tienduizenden doden, sommigen gewagen van meer dan honderdduizend. Het land wordt dan ook niet door elkaar geschud wanneer de wervelwind van de Arabische revoltes/revoluties van 2011 stevig waait. Het lijkt alsof het is ingeënt tegen elke vorm van collectieve en massale verontwaardiging.

STEUN RO

De opstand van vandaag is een opmerkelijke en onverwachte uitbarsting van leven. Een lange periode van moedeloosheid en immobilisme van de Algerijnse samenleving lijkt voorbij. De verovering van de openbare ruimte, tot nog toe enkel voorbehouden aan het regime, moet op een of andere manier de bestuurlijke bevriezing van het land doorbreken. De miljoenen demonstranten willen niet langer de zwijgzame medeplichtigen zijn van de clans die hun verantwoordelijkheden negeren en zich conformeren om aan te schuiven aan de rijkgevulde tafels van de macht.

Het land ontwaakt

Hoeveel tijd moet er nog voorbijgaan voor er een tipje van de sluier opgelicht wordt over de organisatie van de macht? Wie regeert er eigenlijk in Algerije? Wie beslist er? Wie hakt er knopen door? Welke afspraken zijn er gemaakt tussen de formele en informele politieke, civiele, militaire en economische krachten (werkgevers, de UGTA (de enige door de autoriteiten erkende vakbond), het leger, het parlement, de senaat, de politieke partijen – meerderheid en ‘oppositie’ – de voormalige moedjahedien, enz.) om de hand te kunnen leggen op de rijkdommen van het land?
Hoe kan een regime, dat opgebouwd is door een generatie dekolonisatoren en revolutionairen de waarden waarvoor ze een onafhankelijkheidsstrijd hebben gevoerd zo negeren en evolueren tot een kaste die hardnekkig aan haar privileges vasthoudt? In de straten van elke stad en dorp in Algerije weerklinkt de eis om de waarheid, de behoefte om te weten, steeds luider en duidelijker. Voor ze een nieuwe gemeenschappelijke toekomst kunnen opbouwen willen de Algerijnen, vrouwen en mannen, jong en oud, weten hoe het zover is kunnen komen. Daarom hebben ze besloten niet meer te zwijgen
Het land ontwaakt. Miljoenen demonstranten lijken hun angst te overwinnen om zich met één stem te verzetten tegen een vijfde termijn voor president Abdelaziz Bouteflika.

De president, in 2013 verlamd door een beroerte, is sindsdien afwezig uit het politieke en openbare leven. Hij lijkt niet meer in staat om de functies te vervullen die hij in zijn positie zou moeten vervullen. Maar de machine van het Algerijnse systeem blijft in zijn plaats en in naam van de vele belangengroepen die ermee verbonden zijn draaien. Bouteflika behaalt bij de vorige presidentsverkiezingen in 2014 voor de vierde keer op rij de overwinning met 80% van de stemmen. Het is een bijzondere verkiezingscampagne waarbij hij zelf niet op campagne trekt maar vertegenwoordigd wordt door toenmalig eerste minister Abdelmalek Sellal en andere gevolmachtigden. De verkiezingen zijn gekenmerkt door talrijke incidenten en fraude. In de jaren erop is hij enkel waar te nemen tijdens een paar vluchtige openbare optredens. Vanuit zijn woonzorgomgeving zou hij blijkbaar aanwijzingen geven aan een geselecteerde club getrouwen over het bestuur van het land zonder dat de 42 miljoen Algerijnen nog ooit iets van hem horen. Dat mag letterlijk begrepen worden.

De aankondiging dat de onzichtbare en onhoorbare president opnieuw kandidaat is om zichzelf bij de verkiezingen van 18 april op te volgen is de brug te ver. De bevolking die tot nog toe een op zich al absurd situatie onderging en stilzwijgend tolereerde, reageert verontwaardigd over wat ze ervaart als spotten met de waarden van het ‘glorieuze’ Algerije.

Francis Jorissen woont in het midden van nergens ergens in Frankrijk, nieuwsgierig, schrijver en free-lance journalist, activist, would-be wereldreiziger en geïnteresseerd in Rusland, de landen die ooit behoorden tot wat men toen 'Het Oostblok' noemde en het Midden-Oosten