Kunstenaar JuegaSiempre uit Bogotá maakt indrukwekkende muurschilderingen, waarin hij zich kritisch uitlaat over twee dingen: de burgeroorlog in Colombia en het kapitalisme. Een interview met een man die vanuit de schaduw van een wereldstad op kunstzinnige wijze mensen aan het denken zet.

STEUN RO

Wanneer we bij het appartementencomplex op JuegaSiempe (EeuwigSpelen) wachten, weten we nog niet veel over hem: dat hij hoogleraar kunst en architectuur is, en dat hij 's nachts illegale muurschilderingen maakt waarin hij zich kritisch uitlaat over de Colombiaanse burgeroorlog. Dat is genoeg om graag eens met hem te willen praten. Afgelopen week hebben we zijn werk op genoeg muren gezien. Het bestaat onder andere uit een reeks symbolen die overal in Bogotá terugkeren: Jezus gekruisigd aan een kalasjnikov, een kurkentrekker die een Hitlergroet brengt of een glas Martini met een geweer als roerstaafje.

Als JuegaSiempre een uur te laat aankomt en ons meeneemt naar zijn appartement, worden we direct de wereld van de enthousiaste kunstenaar ingetrokken. De muren zijn een verzameling van schilderijen, foto's, muurschilderingen waarin we de hand van hemzelf en andere kunstenaars uit Bogotá herkennen. In zijn boekenkast: Dalí, Botero, Pizano en uiteraard verschillende stromingen in de architectuur.

Maar vooral belangrijk in dat appartement is de stem van JuegaSiempre zelf, de kunstenaar van achter in de dertig met een oorbelletje en een mohawk, die vertelt over zijn liefde voor de straatkunst en waarom hij een leven van wereldwijd exposeren heeft opgegeven om zijn werk voor nop op de muren van de Colombiaanse hoofdstad tentoon te stellen.

'Straatkunst is de werkelijke geschiedenis,' zegt hij, terwijl hij zich met koffie in de luie stoel installeert voor ons interview. 'Het is het verhaal van de straatverkoper en dat van de jongen die je schoenen poetst. De geschiedenis zoals die wordt beschreven in de boeken gaat niet over ons, die behoort alleen de bevoorrechte klasse toe.'

Fotografie: Eline van Nes

Fotografie: Eline van Nes

Een handjevol bezoekers, of duizenden voorbijgangers per dag

Er was een tijd waarin JuegaSiempre de conventionele weg bewandelde. Hij maakte een kunstwerk, praatte met galeriehouders, organiseerde een tentoonstelling en praatte beleefd met de twintig, dertig bezoekers die zijn werk kwamen bewonderen. JuegaSiempre was geen kansloze kunstenaar: hij had tentoonstellingen in de VS, Parijs, noem het maar op. Maar meer en meer kreeg hij het gevoel dat zijn werk op niemand werkelijk indruk maakte en hoogstens door de bezoekers gekeurd werd.

Spoel door naar 2015. Wanneer de hoogleraar in zijn vrije tijd een muurschildering heeft gemaakt, weet hij zich ervan verzekerd dat zijn werk iedere dag door duizenden voorbijgangers van alle rangen en standen wordt bekeken. Mensen spreken hem aan over zijn werk, wanneer hij bezig is of later, en vertellen hem dat hij hen aan het denken gezet heeft.

'Kunst moet leven,' zegt JuegaSiempre. 'Om een idee over te brengen, is de openbare ruimte juist de ideale plaats. Daar kan interactie plaatsvinden met het werkelijke leven. In een expositieruimte komt alleen een select elitair publiek. Bovendien is straatkunst de enige manier om terug te vechten tegen die ongevraagde reclame waarmee we dagelijks op straat worden geconfronteerd. De technieken die in de reclamewereld worden gebruikt, zijn even goed te gebruiken om voorbijgangers te laten nadenken. Door architectuur te bestuderen ben ik me veel sterker bewust geworden van de kracht van de openbare ruimte en het spanningsveld tussen privaat en publiek bezit.'

Fotografie: Eline van Nes

Vrijheid en dollars

Nadat in 2011 de 16-jarige straatkunstenaar Diego Felipe Becerra door politieagenten in zijn rug werd geschoten, heeft de overheid haar beleid voor straatkunst volledig omgegooid. De boete is gereduceerd tot een parkeerbon en overal in de stad zijn locaties aangewezen waar ongestraft geschilderd mag worden. Het enige probleem zijn corrupte politieagenten, die graag wat smeergeld van de straatartiesten aftroggelen.

De vrijheid heeft de straatkunstscène in Bogotá een sterke impuls gegeven: van over de hele wereld komen kunstenaars, en in de werken wordt een ruime verscheidenheid aan technieken gebruikt. Een combinatie van verfroller, spuitbus, stencil en kwast in één muurschildering is niet ongewoon. Dat straatkunst een poging is de publieke ruimte terug te veroveren van de reclamewereld, zoals JuegaSiempre zegt, is in Bogotá geen loos statement. Vooral in de wijken Candelaria en Calle 18 is veel straatkunst, maar overal in de stad kom je de kunstwerken tegen die het gemiddelde niveau ruimschoots overstijgen.

Fotografie: Eline van Nes

In tegenstelling tot vele andere straatkunstenaars in de stad, die zichzelf soms tot een ware sterstatus hebben laten verheffen, besloot JuegaSiempre zijn gezicht niet met zijn werk te verbinden. JuegaSiempre: 'Wanneer de kunstenaar belangrijk wordt, wordt zijn werk minder belangrijk. Ik vond het niets om in de spotlights te staan.'

De roem heeft sommige straatkunstenaars in Bogotá tot goede handelaars gemaakt: zij verkopen hun werk of maken werk op commissiebasis, waar zij prima van kunnen leven. Zelfs vanuit de gemeente zelf worden er opdrachten gegeven, waar vaak geen lullige bedragen voor neergeteld worden. Af en toe laat JuegaSiempre zich voor zijn werk betalen, maar hij is hier erg voorzichtig in. 'Dat zullen alleen puur esthetische werken zijn, zonder enige vorm van protest erin. Straatkunst moet altijd de vrije expressie blijven van mensen die buiten het establishment leven.'

Ze kijken liever weg

Een belangrijk voorbeeld van JuegaSiempre's politieke boodschap zijn de daklozen die hij fotografeert en metersgroot op de muren van de stad verbeeld. Het is niet alleen een manier om de anonieme mensenlevens een gezicht te geven, maar een protest tegen de moorden op daklozen en boeren die bekend zijn als de false positives. De Verenigde Staten had in haar strijd tegen de drugs geld vrijgemaakt voor iedere gedode guerilla, aangezien deze zich meer en meer met drugshandel bezig hielden. Onschuldigen werden in guerillakleding gestoken en vermoord, om zo goede resultaten te vervalsen.

Maar niet alleen de overheid ziet dergelijke kritiek liever niet in het openbaar in muurschilderingen verwerkt. Ook de willekeurige voorbijganger is niet altijd even positief over het kritische element in JuegaSiempre's werk. 'Mensen hier zijn het geweld meer dan zat na vijftig jaar burgeroorlog. Ze kijken liever gewoon weg en proberen hun leven te leiden, wat begrijpelijk is,' vertelt de hoogleraar. 'Iemand zei eens dat hij het gevoel had dat ik hem in zijn gezicht had gespuugd, door hem zo plotseling aan het conflict te herinneren.'

Maar wie zijn werk uiteindelijk het meest aanstootgevend vinden, zijn gelovigen, vertelt JuegaSiempre. De Jezus gekruisigd op een kalasjnikov heeft veel reacties uitgelokt. Maar JuegaSiempre gaat het er niet om te choqueren. 'Ik vind het vooral interessant wat de rol van symbolen in onze samenleving is. Symbolen uit de reclamewereld, symbolen uit de godsdienst; je kan veel bereiken door die in een andere context te plaatsen. De media vertelt ons niet alles, straatkunst wel.'

De huidige vredesonderhandelingen tussen de regering en de rebellengroepen, waaronder de FARC, stemmen JuegaSiempre hoopvol. Vooral dat de rebellen begonnen zijn om hun excuses aan te bieden aan mensen die ten onrechte familieleden en vrienden zijn verloren in de strijd.

'Voor vrede moet je leren te vergeven.'

Fotografie: Eline van Nes

    Jurriaan van Eerten (1983) is freelance journalist. Zijn werk is o.a. gepubliceerd in Het Parool, Trouw, Vice en Al Jazeera English. Samen met fotografe Eline van Nes maakt hij human-interest verhalen over Latijns-Amerika. Zij willen niet de politicus op wie gestemd wordt belichten, maar juist de persoon die het stemvakje inkleurt.