Veel mensen denken bij toekomstige waterproblemen aan dijken en overstromingen. Kortom: water wéghouden. Maar veel groter is een andere uitdaging: water béhouden.

STEUN RO

‘Bring in the Dutch’, wordt er wel eens geroepen als elders in de wereld waterproblemen zijn. Onze opgebouwde waterexpertise lijkt met een stijgende zeespiegel steeds belangrijker te worden. Maar de uitdaging is niet alleen om zeewater tegen te houden. Het werd de bewoners van Kaapstad de afgelopen maanden schrikbarend duidelijk: we moeten als de wiedeweer leren zuinig om te gaan met zoet water.

Begin dit jaar was Kaapstad op waterrantsoen. Bewoners mochten niet meer douchen en mochten hun water alleen nog weggooien via het toilet. Er dreigde geen druppel water meer uit de kranen te komen. Die dag des onheils is vooruit geschoven, maar ligt nog steeds op de loer. En dat is geen louter Afrikaans probleem. Miami, Peking, Moskou en zelfs Londen staat een zelfde scenario tew wachten, stelt BBC in een top 11 van steden met Kaapstadse vooruitzichten.

Een tekort aan water? Zo’n 70 procent van al het aardoppervlak bestaat uit water, en dat blijft rondcirkelen in onze dampkring. Water genoeg dus. Alleen is slechts 1 procent daarvan zoet. De steeds dorstiger mens tapt daarom steeds vaker water uit ondergrondse zoetwaterbronnen. Maar die zijn even eindig als olie en gas.

Er zijn al veel alternatieve manieren om aan zoet water te komen. Wetenschappers en ondernemers oogsten water uit mist of damp, bouwen bergen om regenwolken kunstmatig omhoog te stuwen (in de Verenigde Arabische Emiraten) of zetten machines neer die zout water ontzilten met behulp van zonne-energie.

Een out-of-the-box oplossing voor watertekorten komt gek genoeg van Texel. Gek genoeg, want Nederland is nou net een van de landen waar zoet water nog in overvloed stroomt. Toch bevecht Marc van Rijsselberghe (63) de grootste bron van zoet waterverbruik door de mens: dat in de landbouw. Op Texel besproeit van Rijsselberghe zijn gewassen daarom met zilt water.

“Boeren zien zout water als een enorme bedreiging en aantasting van hun systemen”, zegt Van Rijsselberghe. “En dat is ook zo. Met teveel zout water gaat alles kapot, dood, einde.” Omdat volgens de Texelse boer nooit was vastgesteld wanneer het precies misgaat, besloot hij te gaan experimenteren. “Ik zag de zee aan de andere kant van de dijk niet als bedreiging, maar als kans. Ik wilde de grenzen opzoeken.”

Zoutwaterbubbel

Vanuit een zoutwaterbubbel onder de dijk, mengt hij nu zeewater met zoet water en sproeit dat in verschillende zoutgradaties over zijn testveldjes. Zo testte zijn Zilt Proefbedrijf al bijna duizend gewassen, waaronder aardappelen, komkommer, parelgierst, andijvie en bloemkool. Van Rijsselberghe heeft inmiddels vastgesteld dat met irrigatiewater dat half zo zout is als zeewater grofweg 70 procent van alle geteste gewassen dood gaat, 30 procent blijft leven en slechts 2 procent het goed doet. Tot die 2 procent hoort bijvoorbeeld een zilte aardappel die mensen lekkerder –zouter én zoeter – vinden smaken dan zijn klassiek bewaterde broertje. Inmiddels leert Van Rijsselberghe mensen in landen als Ghana, Bangladesh, Egypte en Pakistan zilt te irrigeren en krijgt hij wekelijks hulpvragen van over de hele wereld. “Van rijke stinkerds, tot arme sloebers. Van regeringen tot criminele organisaties.” Of zij van zilte landbouw gebruik kunnen maken, hangt af van de grond waarop ze werken. “Het water moet wel kunnen wegspoelen, anders krijg je een zoutmeer en dan is het afgelopen.” Volgens zijn eigen berekeningen kan 300 miljoen hectare land verspreid over de wereld met de kweekpraktijken van Zilt Proefbedrijf beginnen.

“Het zou geweldig zijn als die zilte teelt kan worden gebruikt in de grote graanschuren van de wereld”, zegt Cees Buisman, directeur van Wetsus, een onderzoeksinstituut dat zich bezighoudt met watertechnologie.  Het zijn vooral bulkgewassen die veel zoet water opslurpen. Volgens Buisman is er eigenlijk – als je het grote geheel bekijkt – geen structureel tekort aan drinkwater of zelfs aan water om de luxere gewassen mee te besproeien. “Groenten en vruchten zijn veel waard in vergelijking tot het water dat ze verbruiken.” Zeewater zoet maken kost 0,1 cent per liter – grofweg de kosten voor transport en ontzilting, rekent Buisman voor.  Dat is bij groente en fruit geen probleem. Maar het ligt anders bij basisvoedsel, zoals tarwe, mais en aardappels. “Irrigatiewater daarvoor mag maar vijf cent per kuub kosten, twintig keer minder dus. Nu putten we daarvoor ook uit grondwaterreserves die snel opraken. Zo maken we in 100 jaar bronnen op die in miljoenen jaren zijn ontstaan.”

Buisman noemt het een wicked problem, waar niemand nog de oplossing voor weet. De richting is wel duidelijk: minder water gebruiken. “Mensen die zeggen dat dit technisch is op te lossen, vergeten altijd het graan. We moeten echt minder water gaan gebruiken. Als we zo doorgaan, komt er tussen nu en dertig jaar een volksverhuizing op gang. Er zijn al allerlei waterconflicten gaande in bijvoorbeeld Syrië, Iran en Afrika.”

Bossen

Om het gebruik van zoet water te verminderen, kan zilte landbouw uitkomst bieden. Of, oppert Buisman: meerjarig graan met lange wortels. “Dan hoef je minder te irrigeren. De wortels van het prairiegras van vroeger bijvoorbeeld gingen tot vier meter diep.” Buisman pleit ook voor de aanplant van bossen.

Bossen vangen water op en houden het vast. Zonder bossen stroomt regenwater sneller weg verdwijnt uiteindelijk in zee. Weg zoet water. Bovendien brengen bossen de kringloop van water op gang, door het te verdampen. En dan halen bomen ook nog eens CO2 uit de lucht en koelen de omgeving.  “Met bossen sla je dus vier vliegen in één klap”, concludeert Buisman. “Wij bekijken nu hoe je bossen in woestijnen kunt planten. Zijn daar slimme technieken voor te bedenken? Dat is wel een beetje een kip-ei-probleem: zonder water geen bos, zonder bos geen water.”

Minder water gebruiken, lukt ook door er efficiënter mee om te gaan. Het water dat we gebruiken zou opnieuw moeten worden gebruikt. Buisman: “Gebruiken is iets anders dan verbruiken. Als je water verbruikt, verdampt het. Maar als je het gebruikt, maak je het alleen vies.” Als voorbeeld van efficiënt watergebruik noemt Buisman de Colorado die langs Las Vegas stroomt. Wat de stad van dat rivierwater gebruikt, zuivert zij en stort het weer terug. Bij steden verderop langs de rivier gebeurt dat opnieuw.”

Terug naar Kaapstad. Hoe kan een stad zo in de problemen raken? Hadden ontziltingsmachines in de kuststad dit kunnen voorkomen? Hydroloog Dimmie Hendriks (39), van wateronderzoeksinstituut Deltares, denkt van niet. “Stedelijke gebieden zijn kwetsbaar voor waterproblemen. Er komen veel gebruikersgroepen samen en er wordt niet altijd goed overlegd.”

Per locatie moet je het integraal bekijken, zegt Hendriks. “Wie zijn de gebruikers en wat zijn de waterbronnen? Is dat oppervlaktewater of grondwater? Dat is overal anders. Goede oplossingen kun je niet zomaar kopiëren. Of je in Kaapstad met drie ontziltingsfabrieken bent gered, durf ik niet te zeggen. Het kost veel energie om dat water aan land te krijgen en te ontzilten. Het afgescheiden zout kun je ook niet zomaar lozen.”

Meer bewustzijn

Waar vooral veel te winnen valt, is het bewustzijn van mensen, denkt Hendriks. “Veel inwoners van Kaapstad gebruiken grote hoeveelheden water. De boeren doen aan waterintensieve landbouw, iets wat meer past bij een relatief waterrijk land als Nederland.”

Ook Arjen de Vries (50) van Acacia Water ziet meer bewustzijn als voornaamste oplossing. “Het is namelijk geen hopeloze zaak”, zegt hij over de waterproblemen. “Er is genoeg zoet water, maar het moet beter worden verdeeld.”  Zijn bureau adviseert organisaties over waterprojecten. Vaak op zijn aandringen, want organisaties vergeten nogal eens goed naar de feiten te kijken. “Hulporganisaties boren geregeld putten op plaatsen waar geen grondwater is, omdat de community daarom vraagt”, vertelt De Vries. “Overheden of banken financieren grote landbouwprojecten op plaatsen zonder water. Of ze bouwen grote dammen die al snel zijn verzilt. Veel kleine dammetjes maken, werkt beter, maar dat is politiek lastiger te verkopen.” Ook in Kaapstad dringt hydrologische kennis volgens De Vries niet goed door tot de politiek.

Ontziltingsmachines, mist oogsten of zilte landbouw? De Vries noemt het ‘symptoombestrijding’. “Zo pakt je de oorzaak niet aan. Waarom zou je ontzilten als je tegelijkertijd zoet water verspilt?” Want verspilling ziet hij overal. “Dadels die praktisch onder water worden gezet, midden in de woestijn!” Dat komt volgens hem vooral doordat water vaak te goedkoop is, of zelfs gratis. Dan zien mensen niet hoe schaars water is, evenmin als de grondwaterbronnen die onzichtbaar slinken. “’Out of sight, out of mind’, noemen we dat. Dijkenbouwers krijgen veel aandacht, maar wij moeten veel meer registers opentrekken om ons verhaal te vertellen.”

Waterexperts zijn het erover eens: de oplossing zit in integraal denken en samenwerking. Daar komen ‘the Dutch’ toch weer goed van pas. De Vries: “Onze waterschappen waren het eerste democratische orgaan ter wereld. Alle belanghebbenden bepaalden samen wat er moest gebeuren om de voeten droog te houden. Met watertekorten is een zelfde manier van overleg nodig: polderen.”

De Vries probeert te term en het concept in het buitenland te introduceren. “Eigenlijk is zo’n crisis als in Zuid-Afrika nodig, omdat mensen dan met hun neus op de feiten worden gedrukt. Zorg in elk geval dat het water dat je hebt verstandig wordt gebruikt en dat je afvalwater goed reinigt. Er zijn genoeg oplossingen voor handen.”

Nederland: vreemde eend in de bijt

Een watertekort zal in Nederland niet snel voorkomen. Wij gebruiken slechts 10 procent van al het water dat ons land  binnenstroomt. Ter plaatse dan. De 127 liter water die bij de gemiddelde Nederlander per dag uit de kraan komt, is niks vergeleken met de 4.000 liter die nodig is voor ál onze consumptie. In 1 kilo vlees zit tien keer zoveel water als in 1 kilo graan.

Drinkwaterbedrijven zoals Vitens maken zich niet druk over de kwantiteit, maar wel over de kwaliteit van drinkwater. “Wij zien steeds meer sporen van medicijnen en van bestrijdingsmiddelen uit de landbouw in ons water”, zegt woordvoerder Judith Zuijderhoudt. “Onze meetapparatuur is wel veel nauwkeuriger geworden. Maar de mens maakt elke dag nieuwe stoffen. Daar moet je op monitoren en die eruit zuiveren als dat nodig is.”

Ons oppervlaktewater is gemiddeld erg vies, omdat we aan de delta van de Rijn, ‘het afvoerputje van Europa’, zitten en wij bovendien met velen op een klein oppervlak leven. Misschien juist daardoor zijn Nederlanders zo goed in het zuiveren van water, zelfs zonder er chloor aan toe te voegen. “Ons drinkwater is beter dan dat van New York, hoewel zij tappen uit de Hudson, de schoonste rivier ter wereld”, zegt Cees Buisman, directeur van insituut Wetsus.

Water vasthouden

Hoe zat het ook alweer met de kringloop van water? Uiteindelijk komt al het zoete water uit verdamping van vooral oceaanwater dat als regen neerkomt. Veel van dat water is de afgelopen miljoenen jaren door de bodem gezuiverd en doorgedrongen tot grondwaterbronnen.

Die raken maar langzaam aangevuld. Een stuk langzamer dan dat we dat grondwater nu verbruiken. De aanvulling gaat zelfs nog langzamer als de bodem is verhard, door een gebrek aan begroeiing. Een bodem zonder begroeiing  – wortels maken de bodem poreuzer – of met bestrating wordt zo hard dat water eroverheen wegloopt of blijft liggen en verdampt.

Omdat regenwater steeds vaker in piekbuien naar beneden komt en wordt afgewisseld met langere periodes van droogte, is het volgens hydroloog Dimmie Hendriks belangrijk om water in oppervlaktereservoirs of ondergronds vast te houden. Ondergrondse opslag heeft geen last van verdamping en kan verzilting in het grondwater van kustgebieden tegengaan.

Interviewt mensen die elke dag actief proberen om de samenleving van de toekomst nog wat groener en slimmer in te richten.