De Britse geheime dienst in Hollandsche Rading

De activiteiten van de dubbelspion Sweerts voor de Britse geheime dienst in Hollandsche Rading.

In november 1946 werd ene Pierre Sweerts in Haarlem gearresteerd in verband met handel in deviezen en valse paspoorten. Ten tijde van zijn arrestatie stond voor de krijgsraad in Tongeren (België) de zaak terecht van de Gestapo bende Van Maaseik. Een bende die diensten verleende aan de bezetter en verantwoordelijk werd geacht voor het zaaien van terreur, moord en deviezensmokkel. Onder de beklaagden moest zich ook de bij verstek ter dood veroordeelde Sweerts, bevinden, maar de Belgische autorieten zouden officieel niet weten waar Sweerts zich ophield. Er was echter een deal gesloten met de Britse geheime dienst om Sweerts met rust te laten. Hij zou niet alleen in en na de oorlog van nut zijn geweest, maar ook voor toekomstige opdrachten konden de Britse geheime dienst hem wel gebruiken. Deze deal zou hem zijn leven redden.

Overgelopen

De Belgische SS’er en Duitse contraspionage expert Pierre Ernst Marie Sweerts bleek in november 1944 in Antwerpen te zijn overgelopen naar de geallieerden. Hij was bereid de gehele Duitse ondergrondse, de zogenoemde Wehrwolf organisatie, die vanachter de vijandelijke linies spionage en sabotage acties zou uitvoeren op te rollen. Zijn medewerking was van dien aard dat hij na een uitvoerige security check in dienst werd genomen door de Britse contraspionage, de Secret Counter Intelligence. De Belgische autoriteiten werden op de hoogte gebracht, maar stelde als voorwaarde dat de landverrader Sweerts nooit meer het Belgisch grondgebied mocht betreden. Sindsdien werd Sweerts ingezet als verhoorder van oorlogsmisdadigers en Duitse Abwehr officieren in de speciale verhoorcentra bij Tilburg en in Fort Blauwkapel. Vooral in de laatste werd la crème de a crème van de Duitse contraspionage dienst vastgehouden en verhoord. Na de bevrijding bleef de Britse contraspionage gebruik van hem maken. Zijn directe superieuren waren W.W. “Bill” Pidcock en de Nederlandse liaison officier Hendrik Siedenburg. Twee specialisten die in september 1944 op het Brusselse hoofdkwartier van Prins Bernhard Christiaan Lindemans als Duits spion ontmaskerden. Tegen het einde van de oorlog was het hun taak landverraders en spionnen omtedraaien en in te zetten tegen de Duitse ondergrondse en om het communistische verzet in Nederland en Duitsland in kaart te brengen. Zo werd niet alleen Sweerts ingezet, maar ook de beruchte meesterverrader Anton van der Waals.

Nederland

Na de bevrijding dook Sweerts op in Maartensdijk waar hij zijn intrek nam in een grote villa. Hier bracht hij verslag uit bij zijn nieuwe Britse chef kolonel D.O. “Charles” Seymour, op diens hoofdkwartier aan de Utrechtsestraatweg 257 in Hollandsche Rading of bij de British America Tobacco (BAT) aan de Asterweg 13-15 in Amsterdam-Noord. De BAT was vooral tussen de twee wereldoorlogen één van de belangrijkste covers voor internationale operaties van Secret Intelligence Service (SIS). Seymour was als chef SOE Dutch tijdens de oorlog betrokken bij de activiteiten van de uit Engeland naar bezet Nederland gezonden Nederlandse en Britse geheime agenten, waaronder Erik Hazelhoff-Roelfzema. In mei 1945 keerde Seymour terug naar zijn oude post (BAT) als hoofd MI6 in Den Haag. Op 29 augustus 1946 verhuisden de familie Seymour naar de Villa “De Oude Tol” in Hollandse Rading en “hervatte” hij zijn vooroorlogse beroep als vertegenwoordiger van de BAT. Zijn huis bleek echter een dekmantel te zijn van waaruit allerlei operaties werden opgezet. Niet alleen geheim agenten kwamen over de vloer, maar ook leden van particuliere inlichtingendiensten, de katholieke geestelijkheid en het Utrechts episcopaat. Sweerts werd gedurende die tijd betrokken in het terug vorderen van auto’s en oorlogsbuit in Duitsland: “Hij kwam met respectabele aantallen wagens bij de Engelsen terug, maar men twijfelde eraan, of hij alles, wat hij vorderde, ook wel afleverde. Later werd hij boodschappenjongen voor de Engelsen in Den Haag. Eigenlijk had hij niets meer te doen. Hij werd ondisciplinair, maakte misbruik van zijn Engelse papieren, vorderde auto’s, huurde huizen, deed allerlei ongekookte dingen en werd de Engelsen feitelijk een kolossaal blok aan het been. Toen de veiligheidsgroep van Captain Pidcock in mei 1946 geliquideerd werd, bleef Sweerts werkloos in Nederland achter als de tamelijk welgestelde heer “Van der Molen” die drie auto’s bezat, waarmee hij, onder allerhande fantastische buitenlandse nummerborden over de wegen stoof. Het geld raakte op en Sweerts kreeg een baan bij de Nederlandse douane recherchedienst en deed zijn werk aanvankelijk goed.”

Sweerts kwam in Noord-Brabant terecht als rechercheur van het zogenoemde Liquidatie Intelligence Bureau (fiscale recherche). Een onderdeel van de Centrale Veiligheidsdienst (CVD). Sweerts kwam op eigen benen te staan en verrichtte klussen voor onder meer zijn beschermheer majoor Siedenburg, tot deze zijn ontslag nam en hij zijn protectie verloor.

 Smokkel

Sweerts buitte net als in de oorlog zijn positie als douaneofficier voor eigen doeleinden en die van zijn meerderen volledig uit. Beter gezegd zijn smokkelhandel werd oogluikend toegestaan. Hij kreeg zelfs een wachtmeester van de rijkspolitie, Hans Oorsprong uit Bilthoven als assistent toegewezen die aan de Soestdijksestraatweg 228 woonde. Vlak voordat Sweerts naar het buiten zou uitwijken werd hij in een BNV safehouse in Haarlem, waar hij door Siedenburg was gehuisvest, gearresteerd. Met zijn arrestatie kwamen allerlei affaires aan het licht waarin hij betrokken was. Zo was hij gelieerd aan de reactionaire weergroep de Landsknechten van kolonel L.A.M. Koppert (Obrechtlaan Bilthoven) die in 1947 een staatsgreep overwoog. Hij was betrokken bij de oprichting van een particuliere inlichtingendienst die door de miljonair Wim en Joannes Münninghoff was opgericht met het doel de communistische invloed in Nederland te bestrijden. Deze familie verstrekte valse paspoorten aan Oost-Europeanen en Letten die naar Zuid-Amerika wilden uitwijken en was betrokken in de internationale smokkel van deviezen, oorlogsbuit en wapens. Sweerts knapte voor de familie Münninghoff het vuile werk op. Deze illegale praktijken werden verstoord door de arrestatie van Sweerts eind 1947.

Paspoorten

In zijn woning trof de politie bij huiszoeking 68 valse paspoorten aan. Deze waren in Den Haag gedrukt. De vervalsing was gefinancierd door Wim Münninghoff. Daarnaast werden in de woning een aantal dossiers van het BNV in Den Haag aangetroffen die door de groep rondom Wim waren verzameld. Wim was volgens onbevestigde bronnen in de oorlog een lid van het Voorburgse verzet en Brits agent, terwijl zijn broers Joannes en Anton zwaar collaboreerden met de Duitsers. Na de bevrijding werd via een Lets ondergronds netwerk geprobeerd om Joannes zoon Frans en andere voortvluchtige nazi’s naar Zuid-Amerika te laten uitwijken met de eerder genoemde valse paspoorten. Sweerts zou met Frans mee reizen. “Toen Sweerts gearresteerd werd werden vier auto’s met ingebouwde radiozenders aangetroffen, Britse uniformen en dito papieren. Nederland zou dienen als operatie basis voor een internationale inlichtingendienst die geheel zou werken voor zijn particuliere belangen van de Nederlandse miljonair Münninghoff.”

SOAN

Sweerts bleef een jaar in hechtenis totdat hij geruisloos naar Groot-Brittannië mocht uitwijken. Een jaar later keerde hij terug. In november 1948 kregen twee zeelieden de opdracht van de slager Siebes uit Maartensdijk (Tuindorp, prof. Van Bemmelenlaan 33) om Sweerts vanuit Gravesend, Groot-Brittannië, naar Nederland te smokkelen. Sweerts meldde zich bij aankomst direct bij de oprichters van de Stichting Opleiding Arbeidskrachten Nederland (SOAN). Een particuliere inlichtingendienst van de oud politicus A.H.W. Hacke en de oud illegaal Tjerk Elsinga. Deze dienst zou onofficieel samen werken met de nationale, de Britse en Amerikaanse veiligheidsdienst, in de bestrijding van het communisme in Nederland. Om hun operaties te financieren legde de organisatie zich toe op internationale smokkel in wapens, drugs, porno en mensen. De organisatoren maakten het zo bont dat justitie wel moest ingrijpen. De organisatie zou zich te buiten gaan aan chantage, handel in inlichtingendossiers en moord. Vooral de moord op de Duitse dubbelspion Friedrich Schallenberg in Den Haag in 1949 betekende het einde van SOAN. Schallenberg stond vlak voor zijn dood op het punt alle duistere transacties van het SOAN op te biechten aan de politie. De dag erop werd Schallenberg, na een bezoek van Sweerts en andere SOAN agenten, drijvend aangetroffen in een ondiepe vijver. Ondanks dat Sweerts betrokkenheid in de geheimdiensten en moord op Schallenberg in de pers werd uitgemeten, ontsnapte hij opnieuw de dans.

RMS

Dit keer werd hij gerekruteerd door het Bureau Zuid-Molukken. In zijn nieuwe rol als bevelhebber van de Zuid-Molukse strijdkrachten zou hij leiding geven aan de beruchte Raymond Westerling en Hazelhof Roelfzema in de onafhankelijkheidsstrijd tegen de nieuwe Indonesische president Achmed Soekarno. Sweerts genoot hierbij dekking van zijn eerdere meesters, de Britse geheime dienst, de reactionairen die zich in diverse anticommunistische weergroepen hadden verenigd om het tij te keren. Namelijk tegen het verlies van de koloniën en het aan de macht brengen van een autoritaire regering met Prins Bernhard als staatshoofd. In mei 1951 werd Sweerts in Antwerpen aangehouden. Dit keer leek het erop dat hij zich tegenover het Krijgstribunaal van Tongeren moest verantwoorden voor zijn collaboratieverleden in België. Dat tribunaal had hem in 1947 hem in absentia ter dood veroordeeld. Sweerts werd veroordeeld. De doodstraf werd het niet. (1) Sterker nog 6 jaar later werd Sweerts in alle stilte vrijgelaten. Een auto van de Britse ambassade haalde hem op. Zijn activiteiten als geheim agent werden voortgezet. Tot aan zijn dood voerde hij vanuit zijn hoofdkwartier in Brussel militaire missies uit in Afrika en Indonesië. Tegen de jaren negentig werd hij in verband gebracht met de geheime NAVO organisatie Gladio. Een ondergronds anticommunistische netwerk dat in werking zou treden bij een Russische inval. Volgens een laatste politiebericht onderhield Sweerts contacten met de terreur-Bende van Nijvel die beginjaren tachtig bloederige aanslagen pleegden op Belgische supermarkten.

(1) De vrouw van Sweerts, Simone Hoeven woonde met haar zoon in bij de familie Siebes, van de slagerij Siebes, in Maartensdijk (Tuindorp) aan de prof. Van Bemmelenlaan 33. In de jaren ’50 en ’60 baatte ze bij Utrecht Centraal een bekend café uit. Het café was een belangrijk trefpunt voor geheim agenten.

Mijn gekozen waardering € -

Ik ben non-fictie auteur betreffende de volgende onderwerpen Tweede Wereldoorloggeschiedenis, inlichtingendiensten, Koude Oorlog, huurlingen in Afrika en Indonesie, onafhankelijkheidsstrijd RMS, clandestiene operaties MI6 en CIA.