Dat de kredietcrisis er flink in ging hakken, was tien jaar geleden al wel duidelijk. Maar juist de gevolgen op lange termijn bleken niet te voorspellen. Van een huizentekort tot een Amerikaanse president die de vrijhandel afschaft – de gevolgen van de crisis zijn ook nu nog dagelijks te merken. En zelfs de beste planeconomen van Nederland hebben ze niet zien aankomen.

Er zijn nauwelijks nog huizen te koop

In 2009 schreef de topman van het Centraal Planbureau, Coen Teulings, samen met hoogleraar Casper van Ewijk het boek ‘De Grote Recessie’, over de crisis die in Europa toen net een jaar eerder was overgewaaid uit de VS. In Spanje en Ierland waren de huizenprijzen inmiddels gekelderd. In Nederland was een klein dipje zichtbaar in de gemiddelde huizenprijs, maar veel meer zou het ook niet worden, zo stelden de twee topeconomen ons gerust. Nederland had immers strenge regels op het gebied van ruimtelijke ordening, waardoor er voorafgaand aan de crisis relatief weinig was gebouwd. Bovendien: “Rommelhypotheken bestaan hier nauwelijks”, zo wist het tweetal. Een ineenstorting van de huizenmarkt achtten ze dan ook “onwaarschijnlijk”.

Wat ze niet wisten was dat de huizencrisis al was begonnen. In de jaren erna kelderde de gemiddelde huizenprijs in Nederland met bijna een kwart. Ook kwam de woningmarkt krakend tot stilstand: in 2013 werden minder dan half zoveel huizen verkocht dan in 2006. De gevolgen waren enorm. De hele bouwsector ging in het rood, met massaontslagen als gevolg. Consumenten kregen een extra tik door de dalende huizenprijzen: in 2015 stond maar liefst 32 procent van de huiseigenaren ‘onder water’. Dat was goed te merken aan de consumptieve bestedingen. We waren met z’n allen een flink stuk armer geworden.

Inmiddels zijn de huizenprijzen weer aangetrokken, maar de gevolgen van die onverwachte huizencrisis blijven voelbaar. Het stilvallen van bouwprojecten in de jaren 2009-2013 zorgt nu voor extreme schaarste in regio’s als Amsterdam, terwijl het afstoten van een complete generatie aan bouwvakkers heeft geleid tot een chronisch gebrek aan professionals in de bouw.

Populisten bedreigen de EU – en ze komen uit het zuiden

In hun boek, dat in de zomer van 2009 verscheen, bespraken Teulings en Van Ewijk ook de Europese probleemlanden van dat moment: Ierland, Spanje, IJsland. Geen woord nog over Griekenland dat slechts luttele maanden later bekende dat het jarenlang foute begrotingsgegevens had verstrekt en feitelijk bankroet was. Dat gegeven was jarenlang op wonderlijke wijze onder de radar van de internationale economische wetenschap gebleven.

Op slag was er bovenop de kredietcrisis sprake van een nieuwe crisis, met zowel economische als politieke gevolgen. Toen eenmaal was gekozen voor een reddingsactie was het de vraag hoe de EU en het IMF dat astronomische bedrag, uiteindelijk oplopend tot 275 miljard euro, moesten betalen. Binnen de EU versterkte dit vraagstuk de kloof tussen de noordelijke en de zuidelijke landen. Het noorden verweet het zuiden gebrek aan begrotingsdiscipline, en omgekeerd vonden de zuidelijke landen dat het noorden met grote handelsoverschotten economisch profiteerde van de malaise in het zuiden. De politieke crisis was zo ingrijpend dat veel economen, vooral in de VS, het einde van de EU voorspelden. Maar ook die bleken weer in de verkeerde glazen bol gekeken te hebben. De Europese Unie overleefde, zij het wellicht vooral door gebrek aan een alternatief.

Misten de voorspellers eerst de problemen in Griekenland, daarna hadden velen ook de gevolgen ervan niet goed ingeschat. Hoewel? Het einde van de EU kan alsnog in zicht komen, langs een wederom onvoorziene omweg via Italië.

In veel Zuid-Europese landen zijn na de Griekse kwestie populistische bewegingen ontstaan die zich sterk afzetten tegen de EU. In Italië hebben ze zelfs onlangs een regering gevormd. Uit de eerste begroting, die vorige week werd ingediend, blijkt dat de Italianen van plan zijn het strakke begrotingsregime van de EU aan hun laars te lappen. In Brussel worden de messen inmiddels geslepen.

Crypto: een nieuwe zeepbel

Dat de crisis het vertrouwen van de burger in de financiële instituties zou ondergraven, werd in de beginjaren van crisis alom voorspeld. Maar niemand vermoedde dat burgers zelfs in het basisingrediënt van de economie, geld, het vertrouwen zouden verliezen.

In 2009 zag de bitcoin het levenslicht, een zogenaamde cryptocurrency die de euro en de dollar moest vervangen. Traditioneel geld had afgedaan meenden sommigen, net als de volgens hen amorele en corrupte instituties die wereldwijd het geld beheerden: banken, centrale banken en organisaties als het IMF. Bitcoins worden door niemand beheerd en zouden dus een eerlijker alternatief bieden.

Voordat het tot serieuze experimenten kon komen, ging de munt echter al ten onder aan haar eigen succes. Door de enorme vraag schoot de waarde omhoog, wat de zwakte van de bitcoin als betaalmiddel meteen duidelijk maakte. Wanneer het geld op je rekening volgende maand het dubbele waard is, zal niemand immers nog wat uitgeven. Bitcoins bleken vooral bruikbaar om mee te beleggen, of beter gezegd: te speculeren. Dat zorgde de afgelopen jaren dan ook voor een zeepbel die de wereld nog niet eerder had meegemaakt.

Donald Trump schaft de vrijhandel af

Een belangrijke reden dat de Grote Depressie uit de jaren dertig van de vorige eeuw zo lang duurde, was dat landen hun eigen markten gingen afschermen met protectionistische maatregelen. Andere landen deden daarop hetzelfde, met als gevolg dat wereldwijd de handel stagneerde en de crisis zich nog eens verdiepte.

Gelukkig is díe tijd inmiddels voorbij, wisten de economen in 2009. “De les van de Grote Depressie is duidelijk genoeg”,  stelden Teulings en Van Ewijk optimistisch. “In dat opzicht is er (…) sprake van wezenlijke vooruitgang.”

Zoals we inmiddels weten juichte het tweetal daarmee te vroeg. In de VS brachten de arbeiders die het zwaarst getroffen waren door de crisis een nieuw type president aan de macht: Donald Trump. Die presenteerde onlangs het grootste pakket aan protectionistische maatregelen ooit en begon daarmee een handelsoorlog met zo ongeveer de hele wereld. Niet eens om de, inmiddels gepasseerde, crisis te bestrijden, maar om de voor zijn electoraat ongunstige gevolgen ervan terug te draaien.

Naast alle belangrijke lessen die de kredietcrisis ons al heeft opgeleverd, is er dus ook nog deze: de gevolgen van zo’n crisis zijn niet te voorspellen, zeker niet op lange termijn. Zelfs niet door economen met een schat aan statistische gegevens. Er is altijd de menselijke factor, een nieuwe technologie of een ‘dark horse’ dat de loop van de gebeurtenissen net even een andere richting geeft dan voorspeld. Andrew Lo, een uit Hong Kong afkomstige topeconoom van het MIT in Boston verzuchtte al: “Many of us like to think of financial economics as a science, but complex events like the financial crisis suggest that this conceit may be more wishful thinking than reality.”

Help onafhankelijke journalistiek mogelijk maken en steun de auteurs van Reporters Online!