Raúl Castro opereerde jarenlang in de schaduw van grote broer Fidel. Vier jaar lang heeft hij nu de touwtjes in handen, en laat ze veel verder vieren dan El Jefe ooit heeft gedaan. Nu is er een historisch akkoord met Obama en de VS. Of Castro’s Cuba de kapitalistische buur zal omarmen of verandert in een legeroligarchie à la Poetins Rusland, moeten we afwachten. Tijd om Raúl beter te leren kennen.

STEUN RO

In 2008 heeft Commandante Raúl (83) de macht overgenomen van zijn oudere broer. Fidel, revolutionair tijger van dienst, laat af en toe nog een brul in de partijkrant Granma horen, maar zijn broer de vlo bepaalt de koers. Vrijer reizen voor Cubanen, meer mogelijkheden om zelf een onderneming te starten, makkelijker een paspoort aanvragen. Maar ook alle grote ondernemingen strak in handen van Raúl en zijn legermaatjes en een onverminderd harde aanpak van de dissidenten. Nu ligt er een historisch akkoord met president Obama en de Verenigde Staten.

De Cubaanse bevolking is voorzichtig optimistisch, dit betekent in ieder geval makkelijker contact met de vele familieleden in Florida en elders in de USA. Toch heeft Raúl vrijdag direct in het parlement geroepen, dat de deal met Obama niet betekent dat Cuba zijn politieke systeem gaat veranderen. De Revolutie gaat door, riep hij. Of is dat window-dressing van een pragmaticus? Tijd om Raúl beter te leren kennen. 

De vlo

Op 3 juli 1931 wordt Raúl Modesto geboren, bastaardzoon van landeigenaar don Ángel Castro en Lina Ruz. Hij heeft vier zussen en twee broers, Fidel en Ramón. Vader Castro is als analfabete Spaanse soldaat naar Cuba gekomen en heeft zichzelf opgewerkt tot herenboer, mama Ruz is zijn hardwerkende huishoudster. Met zijn ‘Chinese’ ogen en tengere gestalte lijkt Raúl totaal niet op zijn robuuste broers Fidel en Ramón. Kwade tongen beweren dat hij een liefdesbaby van de plaatselijke politiecommandant is. 

Grote broer 

Vanaf de dag dat hij kan lopen, wandelt de kleine Raúl achter zijn broer aan. Wanneer Fidel in een van de vele schuren bokst met een buurjongen en die Fidel neerslaat, komt opeens Raúl te voorschijn met een pistool, ‘klootzak, ik ga je neerschieten’. Fidel kan nog net voorkomen dat de driftige kleuter een ongeluk aanricht. 
Een eerste teken van de latere gezinsman, die altijd zijn familieleden in bescherming neemt, lieve kaartjes stuurt en ze baantjes bezorgt. Fidel is de briljante monnik die alleen aan zijn plaats in de geschiedenis denkt, Raúl is ongegeneerd sentimenteel als het om zijn moeder of kinderen gaat. Zijn kleinkind de ‘Kreeft’ kan alles van hem gedaan krijgen. Zelfs afvallige familieleden die in ballingschap leven krijgen van Raúl af en toe iets toegestopt.

Fidel wil niet dat zijn kinderen met die van Raúl omgaan, terwijl die het liefst de pater familias uithangt. Of zijn revolutionaire vrienden met wijn en spijs overlaadt in zijn villa. Fidel laat bijna niemand toe in zijn privépaleis. Al beweren ex-lijfwachten in een boek dit jaar dat ook Fidel een luxeleven met eigen privé-eiland leidt, heeft niemand daarover concreet bewijs kunnen leveren.

Scholier 

Hoewel zijn broers Ramón en Fidel minimaal vier jaar ouder zijn, schuift Raúl de mini-castro bij hen aan in de schoolbanken in het verafgelegen Santiago de Cuba. Met weinig succes, want het oogappeltje van mama is onhandelbaar in de klas. Fidel heeft een onlesbare dorst naar kennis, maar de kleine gaat liever naar hanengevechten kijken. ‘Ik vond het een gevangenis. En dan al die eindeloze preken, de angst voor God, het dragen van een stropdas. Vreselijk. Fidel blonk juist uit in zowel sport als de studie.’ Raúl ondertekent zijn briefjes naar huis met De Vlo, zijn bijnaam omdat de kleine zo achter zijn broers aanloopt. 

Later vervolgen Raúl en Fidel hun opleiding in Havana. Weer bakt de benjamin er niets van, waardoor hij dan maar naar een militaire jongensacademie wordt gestuurd. Daar bloeit de zevenjarige helemaal op, hij houdt van uniformen en discipline. Hij zal zijn hele leven een legerman blijven. 

De revolutionair 

Na zijn middelbare school heeft Raúl geen goesting in verder studeren of als boer op het land werken bij papa. Door Fidel laat hij zich overhalen toch iets vaags te doen aan de universiteit in Havana. Drie jaar niets uitvreten volgen (afgezien van huiswerk van Fidel: het woordenboek bestuderen). Hier ontwikkelt Raúl zijn alcoholistische trekjes. In latere jaren zal hij met name op handelsreizen naar Moskou dagenlange slemppartijen aanrichten. Of als hij een standje heeft gekregen van de grote broer, en zich mokkend terugtrekt op een van zijn vele buitenhuizen, om er te jagen, hanengevechten te organiseren of peperdure wijnen naar binnen te klokken. 

Als student in de jaren 49-52 voelt Raúl zich direct door het communisme aangesproken, terwijl Fidel vooral revolutie om de revolutie wil (dictator Batista eruit schoppen). Raúl koestert zich in de aandacht van de communistische jongeren en vindt eindelijk iets waar hij zich in wil verdiepen. Als hij in 1947 op een socialistisch jeugdcongres in Wenen belandt en vervolgens door Roemenië, Hongarije en Tsjecho-Slowakije reist, is hij verkocht voor de socialistische heilstaat. Een tussenstop in Parijs bezegelt een levenslange liefde voor Franse wijnen. Voor de buitenwereld ziet hij eruit als een baardeloze knaap, van binnen brandt een revolutionair vuur. 

Bloedbad 

Alhoewel de communisten officieel tegen geweld zijn, doet Raúl op 26 juli 1953 mee aan een aanval op de militaire barakken van Moncada in Santiago de Cuba. Een flop die 90 van de 131 deelnemende studenten het leven kost. Raúl valt parallel met een groepje het Paleis van Justitie aan, waarbij geen slachtoffers vallen. Eenmaal gevangen denkt Raúl dat zijn broer dood is en roept hij zichzelf uit tot leider van de revolutionairen. Fidel is niet blij met Raúls drang naar leiderschap. Harde woorden volgen in de gedeelde cel. 

Rebelleninvasie

De drie jaar detentie vormen Raúl om tot gestaald kader in de communistische leer, die alleen sentimenteel wordt als hij zijn moeder en zussen briefjes stuurt. Eenmaal vrijgelaten vluchten de broers het land uit, waar ze de roemruchte rebelleninvasie met de Granma-boot zullen voorbereiden en Che Guevara ontmoeten.

Raúl ontwikkelt een passie voor stierenvechten en droomt ervan later toreador te worden. Een kompaan beschrijft Raúl in die tijd als ‘vrolijk, open, goed in ideeën en militaire analyse’. Eenmaal weer geland op Cuba, zal Raúl zijn andere gezicht laten zien. Zijn harde kant van strenge militaire leider. Hij krijgt namelijk het tweede front onder zijn hoede. Eindelijk los van Fidel. Raúl organiseert orde, tucht en regelmaat onder de amateursoldaten, inclusief een standaard uniform en marxistische lessen. Onverbiddelijk veroordeelt hij lastposten of onwillige boeren tot de doodstraf. Van een executie meer of minder ligt Raúl niet wakker. Als militaire vrienden opeens andere ideeën krijgen, resulteert dat onherroepelijk in strenge straffen. Ook in latere jaren zal Raúl medestanders eerst hoge posities in het staatsapparaat geven, om ze vervolgens te verketteren en in de kerker te gooien. De gezellig babbelende familieman is dan een genadeloze leider. 

Eenmaal aan de macht in 1959 omringt Raúl zich bij voorkeur met zijn militaire vrienden uit de revolutionaire tijd. En hij bouwt aan de communistische instituties, die hij vervolgens met legerkompanen bemant. Fidel zal als een Gaddafi die instellingen weer ondergraven en alle groeperingen tegen elkaar uitspelen, hij is alleen in macht geïnteresseerd. De ideologische tegenstelling tussen de twee broers zal het gezicht van de Cubaanse maatschappij bepalen. 

De grote kans 

Een halve eeuw later. Op 26 juli 2006 staat Fidel in Holguín al twee uur en veertig minuten lang te oreren over de revolutie. Opeens breekt hij zijn toespraak af en verdwijnt zonder afscheid te nemen in zijn geblindeerde Mercedes. Broer Raúl raakt in paniek, als blijkt dat Fidel meteen doorgevlogen wordt naar een eliteziekenhuis voor een zware operatie. Waar hij overigens direct ruzie maakt met de chirurgen en eist dat ze de gevaarlijkste (maar kortste) operatie uitvoeren. Raúl is al vijftig jaar eerste erfgenaam van de Cubaanse revolutie, benoemd door Fidel zelf. Na een halve eeuw ruikt hij zijn kans op glorie. 

De toekomst

Door zijn akkoord met Obama heeft Raúl definitief een plek in de schijnwerpers van de geschiedenis veroverd,  zijn minislagschaduw overschaduwt broer Fidel steeds meer. In de afgelopen jaren heeft hij enkele veranderingen doorgevoerd, al heeft hij niet de bijl in het socialistische systeem gezet. Ja, boeren kunnen eigen land exploiteren (mondjesmaat), burgers kunnen makkelijker naar het buitenland reizen (als ze geld hebben voor een paspoort) en mensen mogen hun huis verkopen. Maar de landbouw functioneert nog steeds niet en de economie wordt met Venezolaanse oliedollars overeind gehouden.

Met zijn militaire vrinden beheerst Raúl dat gedeelte van de Cubaanse economie dat nog min of meer functioneert (toerisme, sigaren). In de afgelopen jaren heeft hij zijn getrouwen op steeds meer strategische plekken kunnen neerzetten. Zijn legervrienden hebben economisch de macht in handen, en zullen die niet aan Amerikaanse bedrijven overgeven. Überhaupt is er nog steeds een economische blokkade, daar kunnen Raúl en Obama niets aan veranderen (de beslissing ligt bij het Amerikaanse Congres). Mocht Cuba veranderen, dan zal het op Rusland gaan lijken, op Poetin met zijn legerkompanen die de grondstoffenhandel controleren. En alle dissidenten verketteren en opsluiten. Cuba blijft een keiharde dictatuur.

Echt populair is ‘El Chino’ daarom nooit geworden. Het ontbreekt hem al 83 jaar aan charisma, dus om niet alleen zijn eigen kring maar de burgers van het land te overtuigen dat er met dank aan Obama echt iets gaat veranderen, wordt nog een hele klus. De vlo laat zich niet wegblazen, maar geliefd was, is en zal hij nooit zijn.

    SmaakMaker Dirk Koppes proeft en fileert het culturele klimaat. Deze AlbertHeijnHater was hoofdredacteur van Carp, chef cultuur bij De Pers, en schreef een reisboek over Cubaanse jongeren. Hij selecteert verplicht lees- , proef- en kijkvoer.