Air Tanzania huurde een Airbus. Het toestel vloog voor zes maanden. Kosten? Zo’n $42 miljoen! Een verhaal over een vliegtuig, een Libanese Tijger en corruptie in Afrika.

STEUN RO

In Tanzania is corruptie, helaas, heel gewoon. Maar toen daar de mysterieuze zaak van het duurste vliegtuig ter wereld dat (bijna) nooit vloog op dook, keek men toch wel even vreemd op.

Wat is het geval. Air Tanzania (ATCL) is al jaren een rampverhaal. Toeristen zat die leeuwen en olifanten willen bekijken. Maar ATCL kampt al jaren met een tekort aan vliegtuigen. Als tijdelijke oplossing leek een vliegtuig huren dus niet zo’n gek idee.

Dat deed ATCL directeur David Mattala in oktober 2007. Hij tekende een contract met Wallis Trading, een in Liberia geregistreerd bedrijf van de Libanese zakenman Nemr Diab: 6 jaar lang een Airbus A320 voor $370,000 per maand.

Het vliegtuig ging op 30 mei 2008 de lucht in. Maar niet voor lang. Iets meer dan 6 maanden later, op 10 december 2008, kreeg de Airbus met technische mankementen te maken. Reparaties vonden plaats in eerst Mauritius en daarna Frankrijk. Kosten: zo’n $1.2 miljoen.

Maar dat kon ATCL niet betalen en dus ging het vliegtuig aan de Franse ketting. Dat bleef het tot Oktober 2011 toen Wallis besloot de kosten op zich te nemen en het vliegtuig naar Liberia te vliegen.

$42 miljoen

Wallis stuurde vervolgens ATCL en de Tanzaniaanse overheid een rekening van zo’n $42 miljoen: de reparatiekosten, 3 jaar achterstallige huur en een schadevergoeding wegens het niet nakomen van het 6-jarig contract.

Ter vergelijking: een gloednieuwe Airbus kost zo’n $88 miljoen. En waarom stuurde Wallis ook een rekening aan de Tanzaniaanse staat? Die had zich garant gesteld!

De factuur schudde iedereen in Tanzania, waaronder ‘s lands financiële en justiële instanties, eens goed wakker. Een onderzoek werd ingesteld en wat bleek?

Onderzoek

ATCL directeur David Mattaka had alle mogelijke technische adviezen in de wind geslagen en tekende een charter overeenkomst voor een vliegtuig dat hij nog nooit had gezien en dat op moment van tekenen reparaties onderging.

Een Tanzaniaanse journalist toonde het contract aan een luchtvaart expert en die kon zijn ogen nauwelijks geloven. Waarom een huur van $370.000 per maand, terwijl het standaard tarief voor een Airbus  A320 zo’n $250,000 per maand bedraagt?

Waarom begon de betalingsperiode 2 maanden voordat het vliegtuig geleverd werd? En waarom was er geen gereduceerd tarief (van zo’n $30.000) afgesproken, voor het geval dat het vliegtuig, om wat voor reden dan ook, niet vloog?

Gezien het bovenstaande zal het u wellicht niet verbazen dat Mattaka inmiddels achter de tralies zit en wordt vervolgd op grond van corruptie. Vermoed wordt dat hij door Wallis Trading werd omgekocht om een dergelijk absurd contract te tekenen.

Ich have es nicht gewusst

Blijft de vraag hoe de Minister van Financiën zich in godsnaam garant kon stellen? Zou hij ook geprofiteerd hebben van wat er zich onder de tafel af speelde?

Volgens de Tanzaniaanse Officier van Jusititie is dat niet het geval. Volgens hem tekende de minister het contract zonder dat te lezen.

Echter, de twee medewerkers die hem adviseerden dat te doen [zonder te lezen] worden wel vervolgd. De laatste zitting in de lopende rechtszaak tegen hen en Mattaka vond plaats in December 2016.

Er zijn nogal wat mensen die hun vraagtekens plaatsen bij de theorie van de Officier van Justitie dat de minister “es nicht hatte gewusst” en dat slechts het drietal zou hebben geprofiteerd van de Airbus zwendel.

Op corruptie index van Transparency International kleurt Tanzania fel rood. Het land staat op de 116e plaats. Om maar een voorbeeld te noemen: in 2014, moesten verschillende ministers af treden toen bekend werd dat maar liefst $180 miljoen overheidsgeld naar privé rekeningen was gesluisd.

Inmiddels heeft de Tanzaniaanse $26 miljoen betaald aan Wallis Trading en probeert het tot een schikking te komen over het nog uitstaande bedrag.

De Libanese Tijger

Dat zal nog een hele klus worden, want de man achter Wallis Trading is niet de makkelijkste. Nemr Diab is een Libanese zakenman die zijn vaderland in 1978 verliet.

Nemr betekent “tijger” in het Arabisch. Nemrs vader was een oud ijzer handelaar in Beiroet. Hij zette de handel op grotere schaal voort vanuit Parijs. Zo charterde hij schepen om oud ijzer in de Verenigde Staten op te halen en in Egypte te laten verwerken.

Maar hij had al snel door dat hij beter eigenaar van het schip kon zijn dan dat te moeten huren. En dus bouwde hij langzaam maar zeker bouwde zijn eigen vloot die is geregistreerd in Panama, Liberia, Libanon en Canada.

Hij sloeg zijn grote slag na de val van de Sovjet Unie in Rusland en Kroatië toen daar tal van scheepswerven en rederijen in financiële problemen kwamen. Diab wilde hen wel geld lenen.

Wurgcontracten

“Ik heb niet bepaald positieve herinneringen aan de man,” zei een Kroatische scheepvaart beambte die verzocht anoniem te blijven. “Na de ineenstorting van Joegoslavië en tijdens de oorlog bood hij leningen aan scheepvaartmaatschappijen. Het merendeel ging daarna failliet.”

“Aan de leningsvoorwaarden kon men slechts tegemoet komen indien de marktcondities perfect waren,” zei hij. “Ging de maatschappij over de kop dan betekende dat een extra voordeel voor Diab.”

 Kroatische firma’s als Dalmatinska Plovidba, Slobodna Plovidba en Croatia Line kregen leningen en gingen kort daarna failliet. Negen schepen van Slodobna Plovidba varen nu onder de vlag van Diabs Fairmont Shipping Canada.

Arne Larson

In zijn boek ‘Ships and Friendships’ beschrijft de Zweedse reder Arne Larson een ontmoeting met Diab in Parijs. Na de val van de Sovjet Unie raakte de Russische rederij Sakhalin in zwaar water. Het bedrijf had in Turkije 10 schepen laten bouwen maar was niet in staat 60% van de nog uitstaande rekening te betalen.

Diab bood een oplossing. Hij zou het resterende bedrag betalen in ruil voor 8 schepen, die hij vervolgens voor 7 jaar aan Sakhalin zou verhuren. De Russische rederij zou hem het bedrag terug betalen, plus 18% rente.

Larson protesteerde. Volgens hem was het onmogelijk voor Sakhalin om genoeg geld te verdienen om lening en rente terug te betalen.

Vervolgens nam Diab Larson apart en bood hem een fikse som geld om van mening te veranderen. Larson zegt dat te hebben geweigerd.

Van vaartuigen naar vliegtuigen: Diabs werkwijzen in het verleden verklaren wellicht enigszins hoe Tanzania kwam aan het duurste vliegtuig ter wereld dat nooit vloog. Een Libanese tijger laat niet met zich sollen!

En de Airbus A320? Die is inmiddels verkocht aan Zimbawe. Voor $15 miljoen …

    Peter Speetjens (1967) woont sinds 1996 in Beiroet. Hij was correspondent voor Trouw en De Standaard, en publiceerde verhalen in onder andere De Groene Amsterdammer, NRC en Vrij Nederland. In 2004Πco-regiseerde hij de film 2000 Terrorists. Peter schrijft vooral over Libanon, de regio en de manier waarop zij gestalte krijgt in de media.