Het debat over drones is geƫxplodeerd aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan. Zelfs generaals gaan in het verzet.

STEUN RO

Honderden metalen vogels zoemen door de lucht, duizenden mijlen verderop, en houden tegelijk president Obama uit zijn slaap. Nu de war on terror bijna een computerspelletje is geworden en in de Amerikaanse media doorsijpelt hoe de beruchte drones in de praktijk functioneren, neemt de kritiek op zijn voorliefde voor op afstand bestuurde onbemande vliegtuigjes toe.

In een buitengewoon fascinerend stuk laat de New York Times zien hoe de Verenigde Staten in 2004 op terroristen mochten gaan jagen boven Pakistaans grondgebied – de uitvalsbasis voor taliban en Al Qaida-leden – in ruil voor het doden van de opstandige stammenleider Nek Muhammad, die met succes het leger uitdaagde in de semi-autonome regio Waziristan. Vlak voor hij getroffen werd door een raket merkte Nek (aan de telefoon met een journalist) op dat een “vreemde metalen vogel” boven hem cirkelde.

Hij was op slag dood, net als twee kinderen van zes en tien jaar oud.

Martelingetje

Dat was het startsein, nog onder George Bush, voor een steeds verder aanzwellende golf van drone-attacks, met de stilzwijgende goedkeuring van Pakistan, waarmee de Predators uitgroeiden tot hét wapen in de strijd tegen het terrorisme. Het kwam de Amerikanen goed uit, omdat de methode van het oppakken en ondervragen van terroristenleiders, vaak met hulp van twijfelachtige regimes die niet op een martelingetje meer of minder keken, onder vuur was komen te liggen. Ze vreesden voor processen tegen hun eigen mensen.

Onder Barack Obama, die zich daarnaast zorgen maakte over de vele Amerikaanse gesneuvelden, nam de inzet van drones scherp toe. Onder de bevolking van Pakistan zorgde de collateral damage voor extra weerzin tegen de Grote Satan, maar in de VS bleven de metalen vogels lange tijd onzichtbaar in het publieke debat.

Tot een memo uitlekte dat ook het doden van terroristen met de Amerikaanse nationaliteit verdedigde en de discussie op scherp zette.

Leger

In een reactie op de kritiek heeft Obama beloofd dat de drones, die nu nog door zowel de CIA als het Pentagon worden ingezet, in de toekomst meer onder de verantwoordelijkheid van het leger zullen vallen. Hoewel dat volgens sommigen meer transparantie zal opleveren, verandert er uiteraard weinig aan het wettelijke dilemma: wat is de juridische basis voor het inzetten van dit soort dodelijke wapens?

Die vraag is ook voor Nederland van belang, niet alleen omdat we bondgenoot zijn van de VS en samen optrokken in Irak en Afghanistan, maar ook omdat Nederland zelf evengoed over drones beschikt.

Extra complicatie in de strijd tegen het terrorisme is dat de tegenstander geen vijand is in de klassieke zin. Als zodanig kan hij misschien nog wel beschouwd worden in een directe militaire confrontatie, maar wanneer die niet bewust opgezocht of uitgelokt wordt door de terrorist, lijkt het uitschakelen meer op een liquidatie.

Dodenlijst

Ook dit is geen academische kwestie. Dat de Amerikanen kill lists hebben opgesteld, moge alleen al afdoende blijken uit de aanvallen met de drones. Het zou naïef zijn om te denken dat de rest stilzit. In 2007 schreef ik voor Dagblad de Pers over een“dodenlijst” waarover Nederlandse militairen in Uruzgan beschikten, met daarop de namen van hooggeplaatste Talibanleiders. Dit saillante gegeven was opgepikt door filmmaker Vik Franke, die met de commando's op pad ging (en zelfs met ze meevocht, maar dat terzijde).

Toenmalig minister van Defensie Eimert van Middelkoop ontkende staalhard, hoewel op beeld staat dat leden van het Openbaar Ministerie in Arnhem (dat over het leger handelt) vraagtekens zetten bij de praktijk en de term buitenwettelijke liquidaties in de mond namen. Collega-journalist Arnold Karskens onthulde bovendien het bestaan van “Windhond”, een Nederlandse zakenman die van alles leverde voor clandestiene operaties van commando's.

Kortom, deze vraag, waar de Amerikanen nu mee worstelen, is ook voor ons relevant.

Bin Laden

Omdat papier geduldig is, zal er vast een juridisch kader gevonden kunnen worden om offensief op te treden tegen vijanden die een directe bedreiging voor ons vormen, of hoe het begrip terrorist ook gedefinieerd zal worden. En daar kan ik in sommige gevallen mee leven. Voor Osama bin Laden maakte ik graag een uitzondering.

Kaboem
Onder president Bush zijn de drones in totaal zo'n 50 keer ingezet, terwijl onder Obama al meer dan 400 keer gebruik is gemaakt van de dodelijke Predator en soortgenootjes. Verreweg de meeste keren gebeurde dat onder regie van de CIA, dat verantwoordelijk is voor de inzet van de onbemande vliegtuigjes in Pakistan, Somalië en Jemen. Het Pentagon gaat over Afghanistan en heeft een afzonderlijk drone-programma in Jemen. Het is nog onduidelijk wat Obama exact gaat veranderen.

Maar wat als het mis gaat, en als er – zoals bij Nek Muhammad – onschuldige kinderen getroffen worden. Opgeblazen, uiteengereten: bepaald geen propaganda voor het westen. En dat is ook precies het bezwaar van generaal James E. Cartwright, oud-adviseur van president Obama, tegen de onbemande vliegtuigjes. “If you’re trying to kill your way to a solution, no matter how precise you are, you’re going to upset people even if they’re not targeted.”

Ofwel, met elke uitgeschakelde terrorist zaai je de zaadjes voor tien opvolgers, en alle inspanningen om ook de voedingsbodem voor de haat weg te nemen, worden teniet gedaan.

Split second

Tot slot is er het morele dilemma: valt de inzet van drones te rijmen met onze basale principes van rechtvaardigheid, die zelfs in een oorlogssituatie zouden moeten gelden. En gek genoeg is er wel degelijk ook iets ter verdediging van drones aan te voeren, zoals Jonathan van het Reve eens schreef, namelijk dat een operator van een drone juist preciezer kan zijn dan een F16-piloot die in een split second zijn bommen afwerpt en verder vliegt.

Drone-operators blijken dan ook net zo goed posttraumatische stress syndromen op te lopen. Dat wordt pijnlijk bevestigd door de ervaringen van een oud-operator, die psychische nood kreeg door de slachtingen die hij live op zijn beeldscherm zag gebeuren. Toen hij zag hoe een kind de plek des onheils binnenliep, op het moment dat ze de koers van de afgevuurde raket niet meer konden veranderen, brak hij.

Zelfs met de fijnste precisiewapens is collateral damage niet te voorkomen. Uiteraard zijn de taliban en Al Qaida, die tamelijk willekeurig mensen opblazen of meisjesscholen aanvallen, nog wel een paar gradaties erger. Maar vanuit ons perspectief vormen die toevallige slachtoffers een fundamentele ondergraving voor de claim dat “ons” politiek systeem moreel superieur zou zijn, juist ook vanwege ons gereguleerd gebruik van geweld.

Oergevoel

Eerlijk gezegd vermoed ik dat er nóg een reden is waarom veel mensen zich intuïtief verzetten tegen het gebruik van drones. Een soort oergevoel van rechtvaardigheid vereist dat in een strijd beide partijen op zijn minst enig risico lopen, dat verder gaat dan de kans op stress. Je bent pas moedig als je zelf in de gevarenzone van het slagveld zit, in plaats van in een veilig kantoor, op een kwartiertje rijden van je huis. Een drone kan je moeilijk dapper noemen.

Alleen de allerlaagste vijanden verdienen zo'n geschenk.

Meer lezen? Neem een abonnement!

    Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.

    Geef een antwoord