De datering van het anonieme briefje. De canard van ‘Het verraad van Anne Frank’. De Tweede Wereldoorlog als industrie (3-IV)

De handel in Tweede Wereldoorlogmateriaal en -informatie is een booming business. Naast de handel in goederen bestaat deze ook uit de handel in sensatieverhalen, een industrie waarin jaarlijks ook honderden miljoenen worden omgezet.

Al eerder berichtten we dat het hele onderzoek van het coldcaseteam op niet hard te maken aannames is gebaseerd (zie deel 1 van deze serie). Er zou een telefoontje zijn gepleegd, de onderduikers zouden zijn verraden, Otto Frank zou in 1945 het anonieme briefje ontvangen hebben, Otto Frank zou geweten hebben wie de verrader was – niets van dat alles berust op concreet bewijsmateriaal. Sterker nog: het enige concrete “bewijs” dat het coldcaseteam en dus ook Rosemary Sullivan opvoeren is niet eens een bewijs – en juist dát is makkelijk te bewijzen.

Alles draait namelijk om een anoniem briefje waarin notaris Van den Bergh beschuldigd wordt van het verraad. Een afschrift (of beter gezegd, een op typemachine vervaardigde kopie) gaf Otto Frank op 16 december 1963 aan rechercheur (en oud-verzetsman) Arend van Helden, die toen het tweede politieonderzoek naar de arrestaties van de onderduikers van het Achterhuis, 4 augustus 1944, leidde.

Eerste melding van het briefje: 31 maart 1958

Het anonieme briefje was voor het eerst op 31 maart 1958 genoemd, door Johannes Kleiman in een schrijven aan Otto Frank, nadat Kleiman dat briefje gelezen had. Kleiman, die in de oorlog een van de helpers van de Achterhuisonderduikers was geweest, stelt daarin Otto Frank de vraag waarom iemand “nu pas” met deze beschuldiging is gekomen.

Op het afschrift van dat anonieme briefje heeft Van Helden eind 1963 of begin 1964 met de hand enkele notities geschreven.


Zijn moeilijk te lezen handschrift (klik voor vergroting) is ontcijferd door specialisten van de Anne Frank Stichting. Zij lazen het als volgt:

Het origineel is in het bezit vn [?]
Notaris vd Hasselt Keizersgracht 702 (230047 234602)
Per post toegezonden te [?] Bazel al of niet via stichting
anoniem toegezonden
was ook getikt
Reeds meerdere jaren
mij overhandigd op 16/12-63

Heer Heldring

—-
1 Is lid v.d. joodse Raad geweest.
2 o.a. 1 afd Ver v verpleging en verzorging
2 afd Lijnbaansgracht (havertrnd (*) & emigratie)

(* waarbij ‘havertrnd’ staat voor “Hulp aan Vertrekkenden”).

Uit deze notities blijkt dus dat Otto Frank in 1963 het anonieme briefje “reeds meerdere jaren” in het bezit had. Wat betekent “meerdere jaren”? Doorgaans wordt dat gebruikt voor een periode van rond de vijf jaar. Denk aan meerjarenplannen. Ergo: ongeveer vijf jaar vóór 1963 brengt ons tot ongeveer 1958, het jaar waarin dat briefje voor het eerst genoemd wordt.

Waar ontving Otto Frank het briefje?

Hoe en wáár ontving Otto Frank dat briefje? Per post, vermoedelijk – vanwege het “(?)” – in Basel, waar Otto Frank vanaf 1952 woonde. Mogelijk via de op 3 mei 1957 opgerichte Anne Frank Stichting.

Hoe wist Van Helden dit? Omdat Otto Frank hem dit in 1963 vertelde – en daarom waarschijnlijk niet meer precies wist of dat anonieme briefje hem “meerdere jaren” daarvoor, rechtstreeks of via de stichting was toegezonden. Maar omdat Frank de mogelijkheid openliet dat het briefje wellicht via de stichting aan hem toegezonden was, betekent dit naar aller waarschijnlijkheid dat het hem ná mei 1957 bereikte (en dus vóór 31 maart 1958, de datum van de brief van Kleiman). De datering van dat anonieme briefje kan dus gesteld worden op ergens tussen begin mei 1957 en eind maart 1958.

Ook de anonieme tekst zelf bevat een aanwijzing voor de datering. De anonieme opsteller had geschreven: “Uw schuilplaats te Amsterdam werd indertijd [cursivering RO] meegedeeld aan de Jüdische Auswanderung (…)”

Nu wordt “indertijd” niet gebruikt om recente gebeurtenissen aan te duiden; doorgaans heeft het betrekking op gebeurtenissen of omstandigheden van jaren geleden (zie bijvoorbeeld wat Onze Taal over dat woord bericht, in dit artikel). Oftewel: de anonieme schrijver beweert dat het verraad al geruime tijd in het verleden was geschied– wat onaannemelijk maakt dat hij of zij dit in 1945 had geschreven over iets dat in 1944 had plaats gevonden.

 

Een probleem bij deze datering

Dit alles lijkt in tegenspraak met wat rechercheur Van Helden in zijn proces-verbaal, opgemaakt in december 1963 – maart 1964 over dit briefje berichtte: “dat tijdens dit onderzoek de heer Frank mij mededeling deed van het feit, dat hij kort na de bevrijding van ons land, eens een anoniem schrijven had ontvangen, dat betrekking had op het destijds aan hem gepleegde verraad.”

“Kort na de bevrijding” kan alleen betrekking hebben op de directe naoorloge jaren, dus pakweg 1945-1950. Maar… Van Helden schreef dit enige tijd nadat hij Otto Frank gesproken had. Het valt dus niet uit te sluiten dat Van Helden zich verkeerd herinnerde wat Otto Frank hem op 2 en 3 december 1963 had verteld, of dat Otto Frank het zich verkeerd herinnerde.

Nu zijn we geneigd meer te geloven in getuigenissen van betrouwbare bronnen die het dichtst bij de feitelijke gebeurtenis staan, dan in andere getuigenissen van betrouwbare bronnen van later datum. Maar geloof is geen wetenschap, natuurlijk.

Hoe het ook zij: alleen forensisch onderzoek van het originele briefje, dat misschien nog ergens in de archieven van een van de twee Anne Frank stichtingen ligt, zou mogelijk uitsluitsel kunnen geven over de datering. Maar dan nog: een datering zegt ons niets over de identiteit of het motief van de persoon die het anonieme briefje inzond. 

De interpretatie van de notities door het coldcaseteam

Het coldcaseteam en Rosemary Sullivan ontcijferden uit het handschrift iets heel anders dan de specialisten van de Anne Frank Stichting (klik voor vergroting):


Deze coldcaseteamversie roept direct een aantal vragen op: waarom vinden ze het waarschijnlijker dat het briefje in “depot 23” (wat is dat?) is opgeborgen, dan dat het in het bezit is gekomen van een bestaande notaris, met banden met zowel Otto Frank als de Anne Frank Stichting?

En hoe bestaat het dat ze het duidelijke ontcijferbare en logische “Anoniem toegezonden / Was ook getikt” interpreteren als het volstrekt onlogische “Personal details / Likely”?

Vertaalellende

En om dit alles nóg ergerlijker te maken: Marijke Gheeraert en Hans E. van Riemsdijk, de vertalers van de Nederlandse versie van The Betrayal, hebben niet de moeite genomen het originele Nederlandstalige handschrift te bekijken. Ze hebben klakkeloos de Engelse misinterpretatie vertaald, waarmee ze dus nóg verder van de originele tekst verzeild geraakten – en dat is ook weer een terugkerend euvel in het boek: originele Nederlandse en Duitse teksten zijn naar het Engels vertaald voor de niet Nederlands- en Duitstalige schrijfster Rosemary Sillything (en coldcaseteamleider Vince Pankoke), die hun fantasieën op de hun aangeleverde teksten hebben losgelaten, en die verzinsels zijn dan weer terugvertaald naar het Nederlands. Hét recept voor broddelwerk.

Waarom dat hameren op 1945?

Waarom wordt in Het verraad van Anne Frank dan zo stellig verkondigd dat het anonieme briefje uit 1945 stamt? Simpelweg omdat de Engelse schrijfster Carol Ann Lee in haar boek The hidden life of Otto Frank (2002) had geschreven: “Gringhuis [een van de Nederlandse agenten die betrokken was bij de arrestatie van de onderduikers in het Achterhuis] zei dat hij had gesproken met Otto Frank, die een anoniem briefje had ontvangen waarin een lid van de Joodse Raad genoemd werd als hun verrader.”

Hoe ze dit weet laat Lee onvermeld. NIOD-onderzoekers David Barnouw en Gerrold van der Stroom, die in 2002-2003 het boek van Lee grondig onderzochten, concludeerden dat veel van wat ze beweerde gebaseerd was op “horen zeggen” van mensen die geen ooggetuigen waren. Ook merkten Barnouw en Van der Stroom op: “Carol Ann Lee had ons inziens ook kritischer met haar bronnen moeten omgaan.” En ze signaleerden dat Lee een aantal conclusies “op drijfzand” gebaseerd had.

Er is, op het boek van Lee uit 2002 na, nergens iets te vinden dat bewijst dat Otto Frank in de gevangenis met Gringhuis gesproken heeft. Lee wist bij het schrijven van haar boek door archiefonderzoek van het bestaan van het anonieme briefje. Vervolgens heeft ze daar de ontmoeting en het gesprek Otto Frank – Gezinus Gringhuis óf bij verzonnen óf zich gebaseerd op niet te achterhalen roddels – overigens niet om de notaris, maar om weer iemand anders, Tonny Ahlers, van het verraad te beschuldigen.

Verzinsel als bewijs

Twintig jaar later hebben het coldcaseteam en Rosemary Sullivan die verzinsels als “bewijs” gebruikt in hun stelling dat het anonieme briefje in 1945 geschreven zou zijn. Maar dat is niet het enige dat ze verzonnen: in noot 7 bij hoofdstuk 38 van The betrayal of Anne Frank staat:

“The source of this confrontation between Otto and Gringhuis is Carol Ann Lee, The Hidden Life of Otto Frank (New York, Harper Perennial, 2003), 219. Lee mentioned the conversation, as did David Barnouw and Gerrold van der Stroom in their investigation, “Who betrayed Anne Frank?” Though they were confident in the assertion and suggested that the conversation would be in the Silberbauer Doc. 1 file, a thorough search could not locate the source of the information. However, all three attest to its authenticity. We assume that the file was lost, removed or misfiled.”

Noch in Lee’s boek noch in het onderzoek van Barnouw en Van der Stroom staat ook maar iets dat dit ondersteunt. Lee geeft geen specifieke bron aan. Barnouw en Van der Stroom verwijzen alleen naar Lee, en zeggen of suggeren absoluut niets over dat Silberbauer-document.

Maar er is nog meer: Sullivan schrijft in hoofdstuk 27 van The Betrayal of Anne Frank: “Otto made a second visit to the prison to interview Gezinus Gringhuis. He made a notation to that effect in his agenda on December 6, 1945, along with the name Ab.”

In De Groene Amsterdammer is al overtuigend betoogd dat in Otto Franks agenda op die dag ‘POD!’ (voor Politieke Opsporingsdienst) staat en dat er geen “Ab” staat, maar “ab Distributie”. Met een bezoek aan een gevangenis heeft dat niets van doen.

Dat wordt ook duidelijk uit een brief die Otto Frank op 11 december 1945 aan zijn moeder stuurt. Daarin schrijft hij een dag eerder op het politiebureau was om foto’s van de mogelijke daders van de arrestatie te bekijken. Hij had daarbij twee mannen herkend. Beiden zaten gevangen en, zo schreef Otto Frank, hij was van plan ze te confronteren.

Oftwel: eerst op 10 december 1945 identificeert hij de Nederlandse politiemannen Gezinus Gringhuis en Willem Grootendorst. Het is overduidelijk dat het verhaal over de ontmoeting Otto Frank- Gringhuis op 6 december 1945 een verzinsel is. Een nieuw verzinsel, gebaseerd op een twintig jaar geleden door Carol Ann Lee openbaar gemaakt gerucht.

Tot slot – over het anonieme briefje en de arrogantie van het coldcaseteam

Meerdere ervaren Nederlandse onderzoekers en direct betrokkenen hebben al in 1958-1964 het anonieme briefje naar de prullenbak verwezen. Er was, na onderzoek, helemaal niets boven water gekomen dat de beschuldiging tegen de notaris onderbouwde. Waren de onderzoekers destijds soms te goedgelovig?

David Barnouw benadrukt anno 2022 dat de RIOD-medewerkers en politierechercheurs die onderzoek deden in 1963/1964 naar oorlogsmisdaden de verklaringen van de afzonderlijke misdadigers kenden, wisten wanneer die leugens hadden verkondigd, wisten welke afzonderlijke verklaringen relevant waren voor meerdere dossiers. Ook beseften ze dat er tal van onverifieerbare aantijgingen waren tegen leden van de voormalige Joodse Raad. Ze konden drommels goed konden inschatten wat geloofwaardig was en wat niet. Op grond van hun vakkennis en ervaring werd het anonieme briefje daarom als “geen bewijs” terzijde gelegd.

Ook in latere serieuze onderzoeken (2003 en 2016) werd geen belang aan dat briefje gehecht. En met recht.

Maar al deze eerdere bevindingen zijn door het coldcaseteam en Rosemary Sullivan genegeerd? Omdat erkennen dat er geen bewijs voor hun theorie bestaat gelijk staat aan het toegeven dat ze iedereen belazerd hebben. Omdat ze al zo ver gekomen zijn (met alleen al 650.000 euro aan voorschotten en een scheepslading geld aan royalty’s in het verschiet), en de Engelstalige media grotendeels blijven meegaan in het bedrog, kunnen Sullivan en het coldcaseteam de kritiek met misleidende verklaringen, dreigementen en verdachtmakingen afdoen.

Bedreigingen en beledigingen?

Jawis, Vincent Pankoke schreef op de site van het coldcaseteam, op 9 februari 2022:

In 2017, when our investigation was first announced to the public, several of [the present critics] actually provided comments which appeared in press articles regarding their role in the investigation, indicating that the investigation was such an impressive and important endeavor. My message to these individuals is that they should consider retracting their claims since we have preserved every email and documented every meeting, including any records that they provided to the team.”

En op 23 februari 2022 betichtte Rosemary Sullivan de critici van jaloezie en het gebruik van Hitlermethoden.  Tsja.

Beter leesvoer

De gedegen onderzoeken zijn:

David Barnouw en Gerrold van der Stroom. Who betrayed Anne Frank? NIOD, Amsterdam, 2003 (Engelse versie / Nederlandse versie).
Gertjan Broek. An Investigative Report on the Betrayal of Anne Frank / Onderzoeksverslag inzake verraad en arrestatie van de onderduikers in het Achterhuis. Anne Frank House /Anne Frank Stichting, Amsterdam, 2016 (Engelse versie / Nederlandse versie).   

 

Bericht aangevuld op 25 maart 2022 met de alinea’s over het probleem bij de datering 1957-1958

In het volgende deel van deze serie berichten we over een mysterieuze advertentie en de verdere ontwikkelingen in Duitsland en Nederland.

Eerder verschenen op Reporters Online:
Deel I: De canard van ‘Het verraad van Anne Frank’.
Deel II: De canard van ‘Het verraad van Anne Frank’: the show must go on.
Deel III: Interview met Rosemary Sullivan. De canard van ‘Het verraad van Anne Frank’.

Deze artikelen zijn ook in het Engels verschenen, zie “The Betrayal of Anne Frank. A 21st century canard“.

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten.
De Canard-serie is onderdeel van een reeks artikelen over De Tweede Wereldoorlog als industrie.
1: 75 Jaar Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn.
2: Ciney 2021.
Achtergrond:  Tweede Wereldoorlog herinneringscentra, oorlogsbegraafplaatsen en – musea in Nederland, 2021 / bezoekersaantallen 2019.

Mijn gekozen waardering € -

Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie.
Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.