In 2018 overleed de 59-jarige Amsterdamse dichter en beeldend kunstenaar F. Starik. Hij was onder meer bekend door “de eenzame uitvaart”,  de door de gemeente bekostigde uitvaarten waarbij geen nabestaanden aanwezig zijn en een dichter een speciaal voor de gelegenheid geschreven gedicht voordraagt.

STEUN RO

In Stariks eerste boek over de eenzame uitvaart, heel verrassend De eenzame uitvaart (2005) getiteld, schreef hij, in het voorwoord: “Het was Bart FM Droog, de Groningse dichter, die zich bij zijn aanstelling als stadsdichter [januari 2002] voornam die uitvaarten te bezoeken waar niemand anders en anders niemand zou komen. Hij besloot om voortaan, namens de stad, de zogenaamde eenzame uitvaart met een gedicht te verlichten. Ik vond dat een ontroerende gedachte en wist onmiddellijk; dat wil ik ook.”

De eerste Groninger eenzame uitvaart vond plaats op 29 mei 2002. De overledene was John Mulder (1961-2002). Het bijbehorende gedicht staat op pagina 11 van dit boekje (pdf, 3,8 MB)

Starik vroeg schrijver dezes, de Groningse dichter Droog, in de loop van 2002 om toestemming om dit concept ook in Amsterdam uit te voeren. Hetzelfde vroegen ook dichters uit Utrecht (Ruben van Gogh), Nijmegen (Merijn Hilte), Den Haag (Henk van Zuiden) en later ook uit Leuven (Peter Mangel Schots), Leeuwarden (Monique Buising) en andere steden.

Toestemming “om niet”, op voorwaarden

Allen kregen toestemming, “om niet”, onder de voorwaarden dat bij vragen over de oorsprong van dit project op Groningen gewezen moet worden (immers, de gemeente Groningen had het experiment gefinancierd). Ook dienen de namen van de doden gepubliceerd te worden, opdat nietsvermoedende nabestaanden door bijvoorbeeld google tóch nog op enig moment de informatie over het overlijden van hun naaste bereikt. En, om voyeurisme tegen te gaan, een absoluut verbod op film- en tv-opnames bij de eenzame uitvaarten.

Alle dichters conformeerden zich aan deze voorwaarden.

Nu vonden er in Groningen, dat destijds zo’n 180.000 inwoners telde, gelukkig relatief weinig eenzame uitvaarten plaats, één à twee per jaar. In grotere steden als Amsterdam, Antwerpen en Gent zijn dat er beduidend meer. Anno 2005 noteerde Starik: “In Amsterdam vinden jaarlijks ongeveer vijftien “eenzame uitvaarten plaats”. Hij verzorgde deze niet allemaal zelf. Hij vroeg, net als de dichters die me benaderd hadden uit Utrecht, Gent, Leuven en Den Haag, aan andere poëten uit hun respectievelijke woonplaatsen, om mee te werken aan het project. De Amsterdamse uitvaartdichtersgroep kreeg de naam “Poule des doods”.

De eerste Amsterdamse eenzame uitvaart vond plaats op 20 november 2002.

Eenzame uitvaartboeken

Een aantal jaren verstreek. Het project groeide. In januari 2005 verscheen het eerste boekje met eenzame  uitvaartgedichten, Voorgoed voltooide tijd, een bibliofiele uitgave in een oplage van 200 exemplaren. Het werd me aangeboden bij mijn afscheid als stadsdichter van Groningen. Het voorwoord was geschreven door F. Starik. Mijn taak als eenzame uitvaartdichter te Groningen-stad werd overgenomen door mijn opvolger, de nieuwe stadsdichter, Ronald Ohlsen. In het najaar van 2005 verscheen Stariks eerste boek over het project, het hier al eerder genoemde De eenzame uitvaart, een handelseditie die in 2006 een herdruk beleefde.  De totaaloplage is me onbekend, maar zal ergens tussen de 1000 en 4000 exemplaren bedragen hebben. Later verschenen er nog meer door Starik samengestelde eenzame uitvaartboeken, waarvan één – geschreven met de Antwerpener eenzame uitvaartencoördinator Maarten Inghels, ook in Duitse en Engelse vertaling verscheen.

Namen verzwegen uit angst

Dat was allemaal heel prachtig, maar ergens na 2006 merkte ik dat in Stariks publicaties de namen van de doden niet meer vermeld werden. Toen ik daarover bij hem protesteerde, antwoordde hij me dat een subsidieverstrekker de namen niet vermeld wilde zien, uit angst voor overlast door nabestaanden. Mijn broek zakte af. De publicatie van de namen is de enige manier waarop het nieuws van het overlijden van iemand de nabestaanden kan bereiken. Waarom zouden die in godsnaam dan moeilijkheden trappen? Ik stond perplex.

Maar goed – wat kon ik doen?

In Amsterdam had Starik inmiddels een stichting opgericht om subsidie aan te kunnen vragen, oftewel: de Amsterdamse eenzame uitvaart was een verdienmodel geworden. En Starik zag het inmiddels als een kunstproject, en niet langer als een sociaal-maatschappelijke invulling van het (stads)dichterschap, zoals ik het ooit bedacht had.

Dat verdienmodel bracht met zich mee dat in de publiciteit rond de eenzame uitvaart meer en meer het beeld ontstond dat de eenzame uitvaart een Amsterdams iets was. Dit veroorzaakte dat bijvoorbeeld de Antwerpse dichter Maarten Inghels en de Rotterdamse dichter Rien Vroegindeweij aan Starik om toestemming vroegen om het project ook hun respectievelijke woonplaatsen uit te voeren. Starik verwees ze niet door naar mij, maar gaf zelf toestemming, zonder de eerder geschetste voorwaarden uit te leggen.

Rechten op eenzame uitvaart?

Het ging zelfs nog verder: ik vernam van een aantal dichters, dat net als Vroegindeweij en Inghels in de waan was gebracht dat de Amsterdamse  Stichting De Eenzame Uitvaart de rechten had op de eenzame uitvaart (hebben ze niet), aldaar aanklopten voor toestemming. En dat hen die toestemming botweg geweigerd werd, zonder dat hen verteld werd dat het juiste adres niet in in Amsterdam, maar in Groningen te vinden was.

Op de site van Stichting de Eenzame Uitvaart werd intussen ook gedaan alsof de eenzame uitvaart een Amsterdams idee en project was: alle informatie over de Groninger wortels werd simpelweg verzwegen.

Ook werd tegen alle afspraken in eeen tv-documentaire over de eenzame uitvaart gemaakt, de docu Poule des doods van Astrid Bussink, in 2012 uitgezonden door de VPRO. Op protest mijnerzijds werd niet ingegaan.

Men kan zich voorstellen dat ik bepaald not amused was door deze ontwikkelingen. Na herhaaldelijk protest mijnerzijds verscheen uiteindelijke deze passage op de site van de stichting:

“Het idee daarvoor is afkomstig uit Groningen, waar de toenmalige stadsdichter Bart FM Droog dit tot zijn taak als stadsdichter rekende. (…) In de loop der tijd breidde de Stichting haar werkgebied naar Den Haag en Rotterdam uit. Daarnaast werden vergelijkbare initiatieven ontplooid in Antwerpen, Leuven en Utrecht, en rekenen tal van stadsdichters het tot hun taak eenzame doden op hun laatste tocht te vergezellen, onder andere in Nijmegen, Zaanstad, Hengelo, Arnhem, en uiteraard nog altijd in Groningen.”

Dat nam de kou uit de lucht. In februari 2018 hadden Starik en ik weer normaal contact. Bij de uitvaart van Menno Wigman, waarmee we beide al jarenlang bevriend waren,  bespraken we de gerezen en inmiddels opgeloste problemen en zeiden: “zand erover.”

Nog geen zeven weken later overleed Starik. Op de Amsterdamse begraafplaats St. Barbara behoorde ik tot de velen die een handvol zand op z’n kist gooiden.

De nieuwe Amsterdamse eenzame uitvaartencoördinator

Als zijn opvolger als eenzame uitvaartencoördinator had Starik de Amsterdamse publicist Joris van Casteren aangewezen. Een man die al ruim twintig jaar in het literaire wereldje rondloopt. Van Casteren plaatst één keer per maand een eenzame uitvaartenverslag, met een hoog voyeuristisch gehalte in De Volkskrant. De naam van de dode blijft daarbij onvermeld. Ik protesteerde wederom en met de hier al eerder genoemde reden: zonder de naam blijven familieleden in het ongewisse over het lot van een verdwenen naaste. Nu gooide men het erop dat omwille van de “privacy” van de dode de naam onvermeld bleef. Ammehoela: wie dat als argument aanvoert is kennelijk tegen overlijdensadvertenties en in memoriam-berichten.

Hoe het ook zij: onlangs bracht Van Casteren een boek uit over eenzaamheid, heel verrassend Eenzaamheid getiteld. Het boek  krijgt aardig wat publiciteit. Van Casteren wordt onder meer een uur lang geïnterviewd door Volkskrantjournalist Floortje Smit, in het NPO Radio 1 programma Brainwash van omroep Human. Leuk voor Van Casteren, leuk voor zijn uitgever, leuk ook voor De Volkskrant.

Minder leuk is dat in dat gesprek, dat voor een groot gedeelte over de eenzame uitvaarten gaat, Van Casteren zegt: “Maar, om even de eenzame uitvaart toe te lichten, dat is dus door Frank Starik ooit opgericht. In het jaar 2000, omdat hij toen had vernomen dat er in Amsterdam net als in de meeste plekken in Nederland mensen die eenzaam overlijden, dus zonder dat er familieleden of vrienden zijn die naar de uitvaart komen of die het regelen, überhaupt al, ja, die werden gewoon zonder ceremonie, ja, in de grond gestopt, zeg maar. En hij zei: kunnen we daar niet iets voor doen. Laten we een, ja, dichters een gedicht voor deze mensen schrijven.”

Dit staaltje geschiedvervalsing wordt niet gecorrigeerd door de interviewer.

Een paar dagen na de uitzending word ik op Facebook door meerdere mensen geattendeerd op dit interview. Men is verontwaardigd. Ik beluister het online. En ben wederom not amused. Ik e-mail de Brainwashredactie, met een verzoek om rectificatie, met een bondige uitleg over de ontstaansgeschiedenis van de eenzame uitvaart.

Per kerende post volgt het antwoord van Brainwash: wij rectificeren niet.

Zucht. Dus deponeer ik een klacht bij de Raad voor de Journalistiek (de zaak wordt daar op vrijdag 17 september behandeld) en publiceer een stuk over de gang van zaken.

Dat staat amper online, of ik ontdek dat op de site van Stichting De Eenzame Uitvaart de tekst over het werkelijke ontstaan van het hele gebeuren verdwenen is. Nu is het:

“Sinds 2002 wordt in Amsterdam en daarbuiten aan die overledenen, waar anders niemand en niemand anders hun uitvaart zou bezoeken, een bijzonder saluut gebracht. (…) Sinds 2006 is het Amsterdamse initiatief ondergebracht in een stichting. (…) In de loop der tijd breidde de Stichting haar werkgebied naar Den Haag en Rotterdam uit. Daarnaast werden vergelijkbare initiatieven ontplooid in Antwerpen, Leuven en Utrecht, en rekenen tal van stadsdichters het tot hun taak eenzame doden op hun laatste tocht te vergezellen, onder andere in Nijmegen, Zaanstad, Hengelo, Groningen en Arnhem.”

Het weggummen van de Groninger geschiedenis is bewijsbaar tussen 3 maart 2021 en 15 september 2021 gebeurd, zo blijkt uit de bewaard gebleven pagina’s in het Internetarechief.

Om preciezer te zijn geschiedde het tussen tussen begin augustus 2021, toen een van mijn medewerkers de oorspronkelijke tekst, met het ware verhaal van de Eenzame Uitvaart-site kopieerde, en 15 september 2021 – oftewel, nadat bekend werd dat de Raad voor Journalistiek mijn klacht in behandeling nam. Oftwel: alles wijst erop dat iemand bewijsmateriaal probeerde te verdoezelen.

Omdat dit alles flagrante tegenspraak is tot de afspraken die Starik en ik in 2002 maakten, schrijf ik de secretaris van Stichting De Eenzame Uitvaart, Gina van den Berg, en de woordvoerders van burgemeester Femke Halsema aan. De laatste is namelijk “Beschermvrouwe” van deze stichting.

Ik wijs hen op de afspraken met Starik en vraag hen wie verantwoordelijk is voor het wijzigen van de tekst en waarom dat überhaupt gebeurd is.
Respons blijft uit.

Ook Joris van Casteren, door mijn medewerker gevraagd naar waarom hij in dat radio-interview de boel belazerde, reageerde niet.

De rol van “Beschermvrouwe” Femke Halsema

Nu is de enige reden waarom een stichting prominente personen als “beschermvrouwe”, “beschermheer” of als lid van een “Comité van aanbeveling” heeft, het wekken van vertrouwen. Vertrouwen dat nodig is om subsidies en donaties binnen te slepen. En in dit geval om bedrog af te dekken. En dat, lieve mensen, is een grof schandaal.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
droog@epibreren.com'
    Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.