Om een beetje carrière te maken, moet je gedurende langere tijd bedachtzaam, verstandig en consciëntieus te werk gaan. Je droombaan verlíezen kan veel sneller: door te blunderen. Professioneel buttkicker Jan Dijkgraaf legt aan de hand van tien praktische voorbeelden uit hoe jij die ellende voorkomt.

STEUN RO

1 Nog éven wachten op de volgende kans

Ja hoor, jij denkt dat je nog nét niet klaar bent voor je droomjob. Nog éven een cursusje. Of eerst een tussenstop. Maar niet je vinger opsteken. En wat gebeurt er? Die nono, die sukkel, dat watje dat op jouw afdeling toch vooral bekend staat als het muurbloempje – met z’n MBA – wordt opeens op een maandagochtend voorgesteld als je nieuwe baas. Nee, gek, je was inderdaad nog niet helemaal klaar voor die klus (dat slijmerige MBA’ertje ook niet, nog veel minder, maar die toonde wel sollicitatieballen). Daarom moest je er ook nog aan beginnen. En had je nog fouten mogen maken enzo. Beginnersfouten, weet je wel. Wacht nooit, nooit, nooit op een volgende kans! Want misschien komt ie wel niet. En het ergste: degene die ‘m wel pakt, mag doorgaans jouw schoenveters nog niet vastmaken. Vind jij dan…

2 Denken dat de poen je bek in vliegt

Als je niet vooruit wilt, qua geld, moet je zo lang mogelijk bij één werkgever hetzelfde baantje blijven doen. Lekker vertrouwd enzo. En dom. Om eens in de zoveel jaar stappen te kunnen maken, moet je van werkgever veranderen. En om elk jaar bij je huidige maandelijkse belediger vooruit te gaan, moet je… PRATEN! Geen werkgever geeft automatisch meer salarisverhoging, bonus, enzovoort dan hij zich verplicht voelt te doen. Dus je moet er ten eerste naar vrágen. En ten tweede moet je hem overtuigen dat het tijd is om die schandalige naaistreek die je loonstrook de afgelopen tijd was nú dient te worden rechtgezet. Wacht je af, dan ben je lievv. Tevens: een sneuneus.

3 Losgaan op het jaarlijkse bedrijfsuitje

‘Leo de Orenlikker’ heette hij. De eindredacteur van dienst die een keer per jaar met de trein kwam en zich dan op het jaarlijkse kerstfeest vol gooide met sterke drank. En ons eindelijk één keer de waarheid durfde te zeggen. Zijn power gedurende de overige 364 dagen van het jaar daalde omgekeerd evenredig met zijn alcoholpromillage. Domdomdom! En dat allemaal om zijn zielige hartje te luchten… Ook niet doen: in de kroonluchter hangen met Truus van de receptie (tenzij zij inmiddels je eigen vrouw is), coke snuiven op het bedrijfstoilet, of met je dronken harses kotsen over de nieuwe Liboutins van de vrouw van de directeur. Sowieso niet meer drinken dan drie stuks. Bewaar je uitspattingen maar voor thuis.

4 Te snel op ‘send’ drukken

Klassieker uit mijn eigen repertoire: in een stuitend eerlijke mail óver de op één na slechtste chef die ik ooit had (laten we hem Hans noemen) per ongeluk dankzij auto-aanvullen ook Hans zelf als geadresseerde opnemen. Gelukkig was Hans zo dom dat ik ‘m per telefoon kon wijsmaken dat de mail een virus bevatte en ongeopend diende te worden verwijderd (zo’n chef dus). Het is uit de categorie van de domme tweet die de politiechef haar baan kost, het per ongeluk in je LinkedIn-profiel zetten van bedrijfsgeheimen (wat dan tegen je wordt gebruikt als ze van je af willen) of het verblijven op sites voor heren met afwijkende hobby’s (iets met sex en lijken) en dat betrapt worden door Hoffman Bedrijfsrecherche (in het laatste geval gun ik je dat van harte, maar dat tussen haakjes).

5 Een pen van de zaak in je zak steken

Mijn allereerste baan ooit (sportverslaggever bij de editie IJssel en Lek van het Rotterdams Nieuwsblad) kreeg ik omdat mijn voorganger wél in een Opel Ascona van de zaak reed, maar bij een politiecontrole niet over een rijbewijs bleek te beschikken. Een staande-voetje (we hebben het inderdaad over 1982, vlak na de komst van de kleurentelevisie, zeg maar). Het is oerstomme fraude – waar ik die sukkel overigens nog altijd dankbaar voor ben, want anders was ik vast P&O’er geworden, of boekhouder. Frauderen, jatten, gewoon nooit doen. Nog geen pen van de zaak (een echte vent schrijft met een vulpen, trouwens), nog geen pak kopieerpapier, nog geen halfuur tijd. En nooit liegen. Een leugen op je cv die tien jaar na inlevering uitkomt: je bent de Sjaak. Nergens voor nodig!

6 Niet zien dat die bloedhond je kon horen

Stom om te roddelen (zie 7). Maar als je het dan toch zo nodig moet doen omdat dat nou eenmaal in je genen zit, doe het dan wel slim. In mijn laatste baan als hoofdredacteur bij een tijdschrift léék ene Frans mij goed gezind. Tót ik ‘m bij de koffieautomaat hoorde vertellen tegen een andere Brabantse collega hoe hij echt over me dacht. De slijmsessies aan mijn bureau liet ik gewoon doorgaan, want ik hoorde ‘m compleet uit en hij nam goeie koffie mee. Maar toen ik een nieuwe chef zocht, heb ik ‘m vierkant uitgelachen en gezegd dat ik daarvoor iemand zocht die ik blind kon vertrouwen. Die ik wél blind kon vertrouwen, bedoel ik.

7 Vertrouwen hebben in de menschheid

Niet roddelen dus. En in de categorie van de mensen die je vooral niet moet vertrouwen is de ergste soort de soort die zegt: “Míj kun je wel in vertrouwen nemen, hoor!” Wat ik in de 34 jaar sinds ik werk heb teruggekregen aan dingen die ik in vertrouwen heb verteld, je wilt het niet weten. Je wilt het wel weten? Nou, bijna alles. Zo veel, dat ik bijna durf te zeggen dat je op de werkvloer slechts een enkele enkeling wél kunt vertrouwen. Doe dat dan vooral. En bij de rest: hoor (alles) wat ze zeggen, want ze weten veel, maar geef zo min mogelijk. En laat wát je geeft vooral compleet onschuldig zijn.

8 Je buikgevoel te serieus nemen

Ik ben erg van: volg je hart, je intuïtie, je buikgevoel. Zeker doen. Maar denk óók na. Zelf deed ik dat één keer niet (of in elk geval niet goed genoeg) – en toen was ik opeens hoofdredacteur van PowNed. Voor zeven weken. Ik had moeten doorgronden dat de functieomschrijving te vaag was (“We zien wel”, bleek niet echt een goede basis), dat ik niet geschikt ben voor een baan in de geestelijke gezondheidszorg en dat ik misschien zelfs wel een te softe mentaliteit heb om te genieten van het voor schut zetten van een Belgische halve zool. Maar het lag dus aan mij. Ik had beter moeten nadenken.

9 Je bazin tegen het plafond gooien

Je kunt als – in elk geval in je hoofd – jonge God maar het idee hebben dat je je bazin een groot plezier doet als je haar niet alleen met je werk, maar ook op haar bureau en in hotelkamers verwent. Op zich niks mis mee. Sterker: er zijn wel meer goede gewoontes die mannen van het v/h zwakke geslacht hebben overgenomen. Máár… wat als mevrouw geen trek meer in je heeft? Of nog erger: jij van haar bij nader inzien de bloedsomloop down under niet meer goed op gang krijgt? Ik zou de fout niet begaan, zeker niet nu ik je nieuws ga vertellen: er is geen handvol, maar een land vol, DUS BLIJF VAN JE BAZIN AF, IJDELTUIT!!!*

10 Vergeten de exit bij je entree te regelen

Goed, als je bazin dus wraak wil nemen, omdat je na haar op haar veel mooiere en jongere secretaresse bent gedoken, dan ga je er uit. En dat kan natuurlijk ook om duizend andere redenen. De grootste fout die je carrièretechnisch kunt maken: dat het een onsmakelijk gevecht gaat worden om een paar halve maandjes extra afkoopsom. Het is mentaal slecht voor je (te spannend), het kost tijd en nog belangrijker: de bedrijven waarbij je in die periode solliciteert rúiken dat je niet lekker in je vel zit. Dus? Dus staat in je arbeidsovereenkomst keurig omschreven hoe je kakelverse werkgever te zijner tijd zonder gezeik met advocaten, rechters of het UWV van je af kan. Niet goedkoop, wel smooth. In jullie beider belang.

*Ja, dames, dat gebeurt wel. Steeds meer.