Behalve door verpleeghuizen begint het coronavirus nu ook als een zeis door het economische en culturele leven te gaan, met desastreuze consequenties die nog heel lang gaan nadreunen. En dat is nergens voor nodig.

STEUN RO

De stad staat in brand, de burgers rennen naar de vaart om te helpen blussen, maar daar staat veldwachter Koolmees, die eerst streng wil controleren of elke ingezetene wel de juiste hoeveelheid water in zijn emmertje schept. Dat is hoe de minister van Sociale zaken de aangeslagen economie overeind wil houden. “Geen cent te veel, hoor”, “ons ben zunig”, zegt hij het oubollig-Hollandse margarinemerk Zeeuw Meisje na. Die knieperigheid heeft het inmiddels ter ziele gegane margarinemerk niet mogen baten, net zo min als Koolmees er de belangrijkste sector van de economie mee zal redden: het midden- en kleinbedrijf.

Al sinds mensenheugenis is het midden- en kleinbedrijf niet alleen de banenmotor van onze economie, het is ook de drijvende kracht achter bijna alle innovatie en de gezondste werkgever. Ziekteverzuim neemt dramatisch toe met de omvang van bedrijven, van 2% in het kleinbedrijf via 4% in het middenbedrijf tot bijna 6% bij bedrijven met meer dan honderd werknemers en bij de overheid. Daarbij komt ook nog dat eenpitters en kleinere bedrijven bij uitstek voorzien in alles wat het leven de moeite waard maakt: culturele en amusementsvoorzieningen, horeca, eerstelijns gezondheidszorg, juridische hulp, hoogwaardige speciaalzaken, design, architectuur, onderhoud aan huis en tuin, en zo voort. De media uitgezonderd zijn bedrijven met meer dan 500 werknemers op al die terreinen op de vingers van één hand te tellen en leveren ze meestal de laagwaardigste producten: patat en budgettoerisme.

Armetieriger

Juist door hun oneindig vertakte individuele specialismen en hun eigen karakter, van de biogroentenier en de getalenteerde bloemist tot de design-meubelontwerper, de schoenmaker, de boekwinkel, de dierentuin, de botenwerf en de smid die alles maken kan, zijn kleinere bedrijven veel moeilijker vervangbaar dan grote. Vallen ze om, dan zijn ze definitief weg en is de negatieve impact op ieders leef- en woonomgeving blijvend. De wereld wordt eenvormiger, winkelstraten leger en armoediger, het uitgaansleven saaier en het sociale klimaat eenzamer en armetieriger. Grof gesteld: valt BMW om, dan kopen we een andere, even goede en even onpersoonlijke auto. Valt je slager om, dan betekent dat nooit meer die heerlijke zelfgemaakte worstenbroodjes op tafel – je bent veroordeeld tot de middle of the road die de supermarkt dicteert. Sluit Artis, dan gaat iets unieks voorgoed verloren.

Er is één ding dat kleine bedrijven en heel veel zelfstandigen niet hebben: diepe zakken en gewillige kredietleveranciers. Tegelijkertijd vallen juist in die hoek de zwaarste klappen. Omzetverliezen van de helft tot meer dan driekwart zijn schering en inslag, velen – denk aan de horeca en heel veel zzp’ers – zijn op slag letterlijk al hun inkomsten kwijt. Maar kijk nu eens hoe de regering daarmee omgaat.

Fooi

Het eerste wat er gebeurde was dat Koolmees zich garant stelde voor negentig procent van de uit te betalen werknemerslonen, tot een bedrag van zo’n 9500 euro per maand. Dat is een maatregel die in de eerste plaats het grootbedrijf met zijn vele mogelijkheden ontslaat van de plicht zijn eigen broek op te houden, op kosten van de gemiddelde burger. Het tweede was dat zzp’ers met veel mitsen en maren een lullige fooi van 4000 euro kon worden toegeworpen, plus verruiming van de toegang tot bijzondere bijstand. Alsof het om een zootje klaplopende armoedzaaiers gaat. Daar kwam nog de wereldvreemde, Marie Antoinette-achtige stommiteit van minister Wiebes bij, die meende dat al die plotseling brodeloze kleinere ondernemers zelf voor dat risico gekozen hadden: “Qu’ils mangent de brioche!” .

Als één ding niet waar is, is het dat. Een pandemie als deze is volkomen onvoorzienbaar, zodat het zinledig is om van een gewoon ondernemersrisico te spreken. Je kunt immers niet kiezen om zo’n risico niet te nemen. Verzekeraars begrijpen dat, die bieden geen polissen tegen dit soort “acts of God”. Bovendien worden de economische gevolgen ervan in dit geval volledig gedicteerd door het ingrijpen van de overheid, die volksgezondheid welbewust laat prevaleren boven de rechten en belangen van ondernemers. Dat schept ook een verantwoordelijkheid jegens die ondernemers. Die wordt evenwel door Koolmees (en de Wiebessen) slechts met lange tanden genomen.

Bangelijke ambtenaar

Want zelfs die schamele tegemoetkomingen voor de kleintjes komen maar niet op gang, in tegenstelling tot wat er gebeurt in de landen om ons heen. Duitsland en België tuigden niet alleen sneller betere regelingen op, maar betalen ook vlot uit. Hier zitten de meeste ondernemers in het nauw nog met angst en beven te wachten wie er eerder voor de deur staat: Koolmees of de deurwaarder.

Dat komt doordat in Wouter Koolmees geen ministershart klopt, maar dat van een bangelijke ambtenaar. Zijn ministerie is een terecht voorzichtige, maar ook ronduit gierige uitvoeringsmachine, die het daar hoog in die Haagse torens ontbreekt aan elk contact met of begrip van de alledaagse werkelijkheid van ondernemer en burger – net als al die andere ministeries, getuige bijvoorbeeld het halsstarrig antisociaal disfunctioneren van de belastingdienst. De reden om aan het hoofd van elk ministerie een minister te plaatsen, is om te zorgen dat zo’n ministerie politieke wensen uitvoert die in groter verband noodzakelijk zijn maar tegen het ambtelijke, naar binnen gerichte boekhoudersbelang ingaan. Daarin schiet Koolmees hopeloos tekort. Telkens weer laat hij willoos zijn oren hangen naar zijn ambtenaren en naar adviseurs als carrièreambtenaar Hans Borstlap, in plaats van te bedenken wat goed is voor het land en zijn ministerie krachtdadig in die richting aan te sturen. De coronacrisis is in dat opzicht de lakmoesproef voor Koolmees’ relevantie. Die blijkt er tot nu toe niet te zijn, als er geen minister was geweest, waren waarschijnlijk precies dezelfde maatregelen genomen.

Zandzakken voor de deur

Toch is de economische en sociaal-culturele ramp die zich door Koolmees gebrek aan fantasie, creativiteit en lef dreigt te gaan voltrekken nog best te voorkomen. Kom op, Koolmees, verman u! Laat zien dat u een vent bent en keer het tij. Hier zijn alvast wat maatregelen die echt zoden aan de dijk zetten en de zwaarste lasten daar leggen waar ze thuishoren. Maatregelen waar niet alleen de anonieme belastingbetaler voor opdraait, ten koste van koopkracht en overheidsfinanciën en dus van iedereen, maar waarbij ook de traditioneel geprivilegieerden – de kapitaalsector en de door hun vaste contract beschermde werknemers – hun steentje bijdragen. Laat het grootbedrijf voorlopig eerst maar eens aantoonbaar in eigen buidel tasten, dus beperk de loonbetalingsgarantie tot de eerste 100 werknemers. Collega Hoekstra zal u op gepaste afstand een knuffel geven bij het beëindigen van deze mediterrane geldsmijterij. Negeer het ambtelijke gemits en gemaar, lach om het gehuil van degenen die dachten buiten schot te blijven en laat desnoods de rechter maar komen. Maar handel! Bijvoorbeeld zo:

Geen tijdrovend maatwerk, maar zandzakken voor de deur. Keer om de eerste nood te lenigen onmiddellijk 15.000 euro uit aan zzp’ers en ondernemers met minder dan 50 man personeel, à fonds perdu en zonder voorwaarden vooraf. Opgave van een btw-nummer of KvK-inschrijving volstaat. Het is nu even pompen of verzuipen om faillissementen te voorkomen. Bovendien, komt een ondernemer een jaar in de bijstand terecht, dan is de overheid dat bedrag ook kwijt en lijdt de economie onnodig schade. Vijftien mille in ruil voor iemand die (weer) zijn eigen broek ophoudt en aan de economie bijdraagt, is verre te prefereren boven vijftien mille in ruil voor een improductieve uitkeringstrekker. Toets achteraf marginaal, en pak overduidelijke fraudeurs dan alsnog flink aan.

Heeft een bedrijf meer geld nodig om door de crisis te komen, dan kan de overheid zich garant stellen voor een passend krediet op haalbare voorwaarden. Hou ook hier de uitvoering ruimhartig en snoteenvoudig.

Een onmiddellijke aftopping van de afgegeven garantie van loondoorbetaling tot het modaal inkomen. Wie in een welvarend land als het onze bovenmodaal verdient, mag verondersteld worden financieel tegen een stootje te kunnen. Wie dat niet kan, heeft zich vrijwillig in de nesten gestoken, en dat nu, dat snapt zelfs een Wiebes, is wél een kwestie van eigen verantwoordelijkheid, ook als het om bijvoorbeeld een onverantwoorde hypotheek gaat. Vermeende zieligheid is geen argument. Het is waanzin om lonen tot dik negenduizend euro per maand te garanderen van het belastinggeld van mensen die in overgrote meerderheid nog niet de helft daarvan verdienen.

Een onmiddellijk ingaand moratorium van drie maanden op alle zakelijke huurbetalingen. Dat betekent geen uitstel, maar gewoon afstel, kwijtschelding. Op die manier gaat onmiddellijk voor een enorm aantal ondernemingen heel veel druk van de ketel en worden duizenden faillissementen voorkomen, inclusief alle gevolgschade daarvan voor toeleveranciers, personeel, banken en de overheid als uitkeringenleverancier.

Dit is niet alleen praktisch, maar ook rechtvaardig. De vastgoedsector heeft jaar in jaar uit de zakelijke huren genadeloos zo ver als ze maar kon opgedreven, zonder aanwijsbare reden anders dan hebzucht en zonder daar iets tegenover te stellen. Daarmee heeft ze op gewilde locaties juist kleinere bedrijven het leven onmogelijk gemaakt – alleen ketens overleven in de Kalverstraat en op steeds meer andere plekken – en grote maatschappelijke schade aangericht.

Een onmiddellijk ingaand moratorium van drie maanden op rentebetalingen en aflossing van alle zakelijke hypotheken. Rente én aflossing worden vergeven. Dat vergroot de kans dat de rest van die kredieten wel wordt afgelost. De banken, bij de vorige crisis het probleem en met veel gemeenschapsgeld gered, zouden dit keer deel van de oplossing zijn, werd ons verzekerd. Maar tot nu toe hebben ze feestelijk voor die eer bedankt. Met vriendelijke verzoeken valt van uit die hoek geen enkele daadwerkelijke inspanning te verwachten.

Een algeheel verbod op huurverhogingen tot 1 januari 2022, in elk geval in de vrije en zakelijke sector. Dat brengt rust en geeft zekerheid op iets langere termijn, en ook daardoor meer zekerheid dat zo min mogelijk leegstand optreedt. Dat is extra nodig vanwege:

Een onmiddellijk einde aan de aftrek van leegstandskosten van vastgoed van het bedrijfsresultaat. Dat helpt tegen het kunstmatig opdrijven van huur-, en in hun verlengde ook koopprijzen, en dat is hard nodig bij de economische herstart. Maar er zijn meer goede argumenten voor, zoals een einde aan moedwillige verkrotting en het manipuleren van lokale overheden en het inzetten van exorbitante huurverhogingen om goedlopende bedrijven uit hun pand te jagen in de hoop op vettere vis.

Een tijdelijke verdubbeling van de dividendbelasting totdat het bnp weer het niveau van 1 januari 2020 bereikt heeft. Spreekt voor zich.

Een coronaschade- en stimuleringsfonds, te vullen door een algemene inhouding van 10% op alle netto aan een arbeidscontract gebonden salarissen, inclusief bonussen, tot het bnp weer het niveau van 1 januari 2020 bereikt heeft. Daaruit kunnen waar nodig tekorten worden opgevangen die anders door de afbraak van broodnoodzakelijke openbare voorzieningen als openbaar vervoer, wegenonderhoud en de gezondheidszorg moeten worden opgebracht.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Taalkundige, schrijver, vertaler en wetenschapsjournalist @rik_smits_ @RikSmitsAuthor