De informatieplicht bedrijven en instellingen heeft tot doel energiebesparing en de daarmee gepaard gaande CO2-reductie te versnellen. Goed beschouwd is de informatieplicht en het aangifteloket van RVO een handige tool voor het opsporen van maatregelen voor energiebesparing met een terugverdientijd korter dan vijf jaar. Maar zonder effectieve handhaving is de administratieve verplichting een papieren tijger en verdwijnt de positieve stimulans van energiebesparing.

STEUN RO

 

Energiebesparing was de belangrijkste pijler onder het energieakkoord van 2013 en voor 2020 werd een besparingsdoel van 100 PJ genoteerd. Eerder dit jaar liet PBL weten dat de besparing uitkomt op mogelijk 81 PJ, met een bandbreedte van 52 tot 108 PJ. Het belangrijkste instrument van de overheid naar ‘drijvers van een inrichting’ is het Activiteitenbesluit, onderdeel van de Wet Milieubeheer. De verplichting om maatregelen voor energiebesparing uit te voeren zodra deze binnen vijf jaar terug te verdienen zijn, lijkt een eenvoudige en doelmatige aanpak. De ontwikkelde sectorlijsten met de zogenoemde ‘erkende maatregelen’, gecombineerd met de energie investeringsaftrek (EIA), zou het voor zowel bedrijven als de handhavers overzichtelijker moeten maken.

De EIA als graadmeter

Maatregelen voor energiebesparing die in aanmerking komen voor fiscaal voordeel via de EIA, komen grotendeels overeen met de erkende maatregelenlijsten (EML). In 2017 werd voor 135 miljoen euro aan aftrek geaccepteerd. Volgens rapportage van RVO komt dit neer op ruim 1,5 miljard euro aan investeringen, gedaan door iets meer dan 10.000 bedrijven en instellingen. De gerealiseerde energiebesparing komt overeen met het verbruik van 350.000 huishoudens en een CO2-reductie van bijna 1 megaton. Bedenk hierbij dat het aantal bedrijven en instellingen waarvoor het activiteitenbesluit geldt, en per 1 juli aanstaande de informatieplicht, fors hoger ligt dan het aantal dat van de EIA gebruik gemaakt heeft. Het gaat om ruim 125.000 bedrijven die onder de Informatieplicht vallen.

Nemen we de EIA en de daaraan verwante MIA/Vamil als graadmeter dan gebeurt er dus nog lang niet voldoende. Hoewel het Activiteitenbesluit al zo’n 10 jaar in werking is, zijn veel bedrijven nog onvoldoende op de hoogte. Belangrijkste oorzaak is het ontbreken van handhaving, waar de omgevingsdiensten of regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s) in principe verantwoordelijk voor zijn. “Dat is eigenlijk zonde”, zegt Ahmed Mahmoud, adviseur van Enodes. “Het is een gemiste kans om maatregelen die binnen vijf jaar terug te verdienen zijn niet uit te voeren.”

Informatieplicht als toolkit

Enodes is een onafhankelijk dienstverlener voor energiemanagement en duurzame energieoplossingen. Het bedrijf voert energieonderzoek uit, maakt energie-audits en voert het projectmanagement uit voor het verduurzamen van gebouwen en processen. Mahmoud: “Om de markt beter te kunnen stimuleren en het activiteitenbesluit te kunnen handhaven, is gezegd we maken in plaats van een haalplicht, een brengplicht voor bedrijven. Dat is de informatieplicht.” Veel bedrijven zien het als een extra administratieve last. Zeker als de kosten voor energie fractioneel zijn, heeft men andere prioriteiten. “Er zijn ook bedrijven die het juist prettig vinden. Je krijgt inzicht in je energiehuishouding en wat je kunt doen om die te verbeteren. Bovendien zijn het mooie kansen, want het gaat om maatregelen die binnen vijf jaar terug te verdienen zijn.” Daarnaast geldt voor bepaalde maatregelen de energie investeringsaftrek, met een netto effect van ruim 10%. “Dankzij de informatieplicht krijg je inzicht in je besparingspotentieel, zo breng ik het liever,” zegt Mahmoud.

Het werken met de informatieplicht is vergelijkbaar met de Filter Erkende Maatregelen energiebesparing (FEM) van Kenniscentrum InfoMil van Rijkswaterstaat. Hiermee kan een uitgebreide checklist samengesteld worden van de van toepassing zijnde maatregelen. Per maatregel kan vervolgens aangegeven worden of deze is uitgevoerd of uitgevoerd gaat worden. Hoewel rapportage volgens de informatieplicht slechts éénmaal in de vier jaar nodig is, kan het als toolkit gebruikt worden om blijvend stappen te zetten voor energiebesparing. Maatregelen die uitgevoerd kunnen worden op een natuurlijk vervangingsmoment vormen dan input voor het (duurzame) meerjaren onderhoudsplan.

Doelmatig beheer en onderhoud

De maatregelenlijsten omvatten meer dan alleen installatietechnische of bouwkundige maatregelen. Zo is bijvoorbeeld ook een energieregistratie- en beheerssysteem (EBS) verplicht, de opstap naar energiemonitoring. “Wat mij positief verrast is dat ook doelmatig beheer en onderhoud gekoppeld is aan verplichte maatregelen. Je bent bijvoorbeeld verplicht tot nachtverlaging, maar je moet ook zorgen dat dit gecontroleerd wordt. Denk aan de kloktijden op scholen en de jaarlijkse planning van vakantiedagen. Daar moet je iemand voor verantwoordelijk maken die dat onderhoudt. “Mijn advies is ook wel aan klanten: bij aanbesteding van onderhoud, neem deze verplichtingen mee en leg ze door, zodat je technisch dienstverlener daar invulling aan geeft.” Een partij die onderhoud uitvoert en zich aan allerlei voorschriften moet houden kan uitgevoerde werkzaamheden expliciet rapporteren. “Met de informatieplicht, opgestelde maatregelen en beschrijving van doelmating beheer en onderhoud, helpt de overheid de ondernemer, maak daar gebruik van.”

Technisch complex

Sommige erkende maatregelen moeten direct uitgevoerd worden, anderen kunnen op een natuurlijk moment, zoals vervanging bij het einde van de levensduur. “Zo kan voor een HR-100 ketel pas als deze aan vervanging toe is, een HR-107 ketel geplaatst worden. Staat er nog een VR ketel, dan zal deze direct vervangen moeten worden”, zegt Mahmoud. Maar zo eenvoudig ligt het niet voor alle maatregelen. “Het type ketel is wel te herkennen, maar voor onderdelen van luchtbehandeling of koelmachines wordt het allemaal een stuk ingewikkelder. Met een eigen technische dienst of een technisch dienstverlener die dagelijks over de vloer komt, kun je de erkende maatregelen wel afvinken. Maar er zijn ook veel bedrijven die geen technische dienst hebben. Of dat er op het onderhoud een manager zit zonder technische kennis.” In dat geval kan een adviseur ingeschakeld worden, die de ondernemer bij de informatieplicht kan ontzorgen.

Besparingspotentieel

De vierjaarlijkse cyclus van inventarisatie en rapportage helpt bij het optimaliseren van de energiehuishouding, maar vormt daarvoor op zich geen enkele garantie. “Bedrijven die maatregelen uitvoeren moeten daarvoor een prikkel hebben. Dat kan ambitie zijn of doelstellingen die in het jaarverslag zijn vastgelegd. Maar dat kan ook zijn omdat je kansen ziet in de financiële voordelen van energiebesparing. Of omdat je de omgevingsdienst op bezoek hebt.” Bedrijven die rapporteren dat ze verplichte maatregelen niet uitvoeren, door alles op ‘nee’ te zetten, voldoen óók aan de informatieplicht. “Dit gaat dus alleen op gang komen als er goed op gehandhaafd wordt”, zegt Mahmoud. “Dat zou goed zijn, want veel meer partijen mogen gewezen worden op het besparingspotentieel, het kostenvoordeel en voor Nederland in bredere zin, het behalen van nationale CO2 reductiedoelen.”

Meer over de Informatieplicht: kijk op RVO.nl

"Als meningen meer aandacht krijgen dan de feiten die ze ontkrachten, is het aan de journalistiek om op de bres te springen. Vooral in het klimaatdebat en de energietransitie is dat hard nodig." Specialisme: energie, duurzaamheid, de energietransitie en het klimaatbeleid.