In het DeLaMar kregen Bianca Krijgsman en Plien van Bennekom de Johan Kaartprijs voor hun rollen in Slippers en In de ban van Broadway. Die jury van deze prijs zoekt jaarlijks ‘iemand die zich gedurende een reeks van jaren verdienstelijk heeft gemaakt voor het bevorderen van de blijspelkunst of het theateramusement’. Plien en Bianca vonden ze ‘een genre op zich’. Maar wat vinden Plien en Bianca eigenlijk van elkaar? 

STEUN RO

Bianca Krijgsman (48), cabaretier en actrice

‘Plien en ik houden enorm van toneel kijken, het was onze droom een keer een toneelstuk van Alan Ayckbourn te spelen. Maar het is natuurlijk heel spannend om na twintig jaar cabaret ineens met bestaande tekst te werken. Als we zelf een voorstelling maken, gooien we alles er uit wat we niet zo leuk vinden; dat kan hier niet. In ‘Slippers’ speel ik een meisje van eind twintig terwijl ik zelf bijna vijftig ben. Ik had moeite om de vorm te vinden, maar een kostuum en 14 centimeter hoge hakken hielpen daarbij. Al blijf ik het moeilijk vinden om een lekker wijf te spelen; lelijk en make-uploos ligt me beter. Plien en ik spelen samen altijd vele typetjes, nu zie ik haar elke avond in één rol. Ik vind het gaaf om te zien hoe goed haar timing is en tekstbehandeling, maar ook hoe ze leuke dingen bij deze vrouw weet te verzinnen, waardoor die een hoog ongemakgehalte krijgt. Minder geslaagde personen zijn veel leuker om naar te kijken; succesvolle mensen waarbij alles lukt, vind ik saai.’ 

Plien van Bennekom (46), cabaretier en actrice

‘Het is heel leuk maar ook best gek om op toneel nu eens in andere ogen te kijken dan alleen die van Bianca; in ‘Slippers’ spelen we samen met Peter van de Witte en Bas Hoeflaak. Na twintig jaar met zijn tweeën op het podium is het heerlijk om met zijn vieren grappige anekdotes en verhalen uit te wisselen. We hebben we ook meer tijd om bij te kletsen omdat er al een tekst ligt. Het is alleen nog maar een kwestie van repeteren en uit je hoofd leren, wat overigens een helse klus is. Het is ook fijn om me achter een goed stuk te kunnen verschuilen want als er iets lelijks over onze eigen voorstelling gezegd wordt, kan ik daar helemaal niet zo sportief op reageren. Nu vind ik het natuurlijk wel spannend wat het publiek zal vinden; ik hoop dat mensen het aandurven om naar een toneelvoorstelling te gaan en dan vaker willen gaan, want een toneelstuk is vaak minstens zo amusant als een cabaretvoorstelling. En ik vind het gaaf om Bianca nu iets te zien doen wat ik nog nooit gezien heb: een kittig jong ding spelen. Wij hebben natuurlijk wel eens van die giechelmeiden gespeeld maar die zijn heel gechargeerd en over de top. Daar maakt ze nu een geloofwaardige versie van en dat vind ik heel knap.’

    Veerle Corstens is thuis in de theaterwereld en observeert graag de straten en mensen van Amsterdam. Ze kon dat lang uiten in het Parool, maar richt zich nu meer en meer op grote interviews en verbreedde ook haar aandacht naar andere kranten en bladen. Won ooit de Studentenluis voor het beste interview en hoopt de volwassen versie nog eens in de wacht te slepen.