In België begint vandaag het misschien wel laatste assisenproces. Tegen het parlementslid Bernard Westphael, die wordt verdacht van de moord op zijn vrouw. Ik heb nog even overwogen erheen te gaan. Interessante zaak en zo’n assisenproces, met een volksjury, is bijzonder om mee te maken.

STEUN RO

Het laatste assisenproces dat ik heb meegemaakt was in de zaak van de moord op makelaar Gunther Haagen, waar we ’t eerder deze week uitvoerig over hadden. Het verslag van toen staat nu online. Behalve één onderdeel, van een dag dat ik er niet bij was maar dochter Anna de honneurs waarnam. Het was de dag van de samenstelling van de jury. Veel Belgen zullen opgelucht ademhalen: het is een burgerplicht om als jurylid te fungeren en je kunt niet zomaar weigeren. Dat leidt tot hilarische taferelen.

Verslag van Anna Korterink, uit september 2015.

Op 19 oktober 2011 wordt de Belgische makelaar Gunther Haagen vermoord. De Nederlandse Manuel van V. en Tessa van D. zijn hoofdverdachten in de zaak: zij lokten Haagen naar een woning in Weelde, die ze zogenaamd wilden bezichtigen. In werkelijkheid was het hen te doen om de auto van Haagen, een Range Rover. Wat er precies in de woning gebeurde, en wie er welk aandeel in had, dat moet tijdens het proces duidelijk worden, maar Gunther overleefde de ontmoeting met Tessa en Manuel niet. Hij werd met 54 messteken om het leven gebracht. Zijn ouders, bij wie het stel diezelfde dag probeerde in te breken, werden afgeperst: als ze 25.000 euro zouden betalen hun ‘ontvoerde’ zoon worden vrijgelaten. Dat geld hadden de ouders niet in huis, het stel moest hun auto maar meenemen. Een dag later vond de politie het lichaam van Gunther in het huis dat hij met Manuel en Tessa zou bezichtigen.

Manuel, Tessa, en derde verdachte Marc – die niet verdacht wordt van de moord zelf, maar van wat zaken eromheen – staan vanaf vandaag terecht in Antwerpen, in het Hof van Assisen. Een groots en statig gebouw. Vroeger was het in gebruik als paleis van justitie, daarna stond het een tijdlang leeg, en nu wordt het alleen nog gebruikt voor zaken die in beroep dienen, zoals deze. Als je de zittingszaal binnenloopt waan je je meteen een paar honderd jaar terug in de tijd: op de vloer ligt rood tapijt, alle meubels zijn van donker hout, evenals de onderste helft van de hoge muren, met daarboven gigantische beschilderde panelen.

Het is erg druk, bij binnenkomst staat een lange rij mensen te wachten om naar binnen te kunnen. Het blijken allemaal mensen te zijn die zijn opgeroepen om in de jury plaats te nemen. Negentig zijn er in totaal opgeroepen, waarvan er uiteindelijk twaalf worden uitgeloot, plus drie reserve-juryleden. Jurylid zijn is niet iets waar iedereen om staat te springen: je maakt lange dagen, kunt je kinderen niet van school halen en niet naar je werk, en je weet nooit precies hoeveel tijd zoiets in beslag gaat nemen.

Als alle partijen in de zaal zijn, waaronder de zeven advocaten van de verdachten, en de advocate van de nabestaanden, leest de openbaar aanklager de namen voor van mensen die om welke reden dan ook niet in de jury menen te kunnen plaatsnemen.

Er komen veel medische redenen en al geboekte vakanties voorbij. Aan hen wordt door de voorzitter van het hof vrijstelling verleend, waarna de griffier de overige van de 90 namen opnoemt. Wie zijn of haar naam hoort antwoordt dat-ie aanwezig is, waarop de griffier het briefje met die naam opvouwt en in een grote zwarte urn stopt. Wat volgt is een bijna Harry Potter-achtig tafereel, waarbij de voorzitter briefjes uit de urn grabbelt en de naam die erop staat voorleest. Diegene loopt naar voren, waarop de verdediging bepaalt of ze die persoon al dan niet in de jury willen hebben. Zo niet, dan kunnen ze de persoon in kwestie wraken.

De reden voor een wraking mag niet worden gegeven, “maar dat moet u niet persoonlijk opvatten,” aldus voorzitter Dirk Thys. “Het heeft geen zin u daar suf over te piekeren.” In totaal mag de verdediging acht keer wraken (ze doen dat uiteindelijk zeven keer), evenals het openbaar ministerie.

De eerste persoon die naar voren wordt geroepen is een kleine, wat oudere man, die meteen plaats mag nemen in de jurybank. De volgende is een vrouw van rond de veertig. Als ze zich, met zichtbare tegenzin, naar voren heeft verplaatst klinkt vrijwel meteen de stem van advocaat Pol Vandemeulebroucke: “Gewraakt.” De vrouw draait zich om en maakt een klein vreugdedansje. “Yes!” fluistert ze.

De voorzitter grijpt direct in: het is niet de bedoeling dat men door middel van lichaamshouding, of zuchten en steunen, laat merken er geen zin in te hebben. Belgen hebben nu eenmaal de plicht en de taak om in een openbare jury te zitten, en iedereen weet dat je ervoor kunt worden opgeroepen.

De vrouw die als vierde plaatsneemt in de jury lijkt niet heel goed te hebben opgelet. Alles aan haar straalt uit dat ze hier echt niet wil zijn. Terwijl om haar heen mensen gewraakt worden, en anderen in de jury plaatsnemen, zit ze hoofdschuddend voor zich uit te kijken. Het lijkt alsof ze elk moment in tranen kan uitbarsten.

Als de hele jury gevuld is, iedereen de eed heeft afgelegd, en de niet ingelote juryleden de zaal uit zijn, wil de moeilijk kijkende vrouw nog even wat zeggen. De voorzitter voelt de bui al hangen, en geeft aan dat het nu niet meer echt het moment is om te zeggen dat ze er liever niet wil zitten. Maar ze staat erop. Het zit namelijk zo: haar partner heeft een verrassingsweekend cadeau gedaan, omdat ze volgende week twee jaar samen zijn. Ze kan dus eigenlijk niet. “Ik heb zelfs bewijs meegenomen,” zegt ze. “De tickets.”

“U legt eerst de eed af, en dan komt u hiermee,” zegt de voorzitter, die aangeeft dat als ze dat eerder had gedaan, hij echt wel coulant was geweest. De vrouw brengt er tegenin dat haar partner de reis pas een maand geleden had geboekt. Voorzitter: “Maar u weet toch al veel langer dat u bent opgeroepen? Als uw partner die reis pas boekt op het moment dat hij weet dat u hier moet verschijnen, en u dat pas op de dag zelf aangeeft, dan kan ik me daar niet in inleven.” Ze moet dan ook gewoon blijven zitten waar ze zit, de vakantie gaat niet door. Het doet haar humeur voor de rest van de middag weinig goed.

Van de voorzitter moet overigens gezegd worden dat hij erg aardig en toeschietelijk is. Voorafgaand aan de zitting ontvangt hij de leden van de pers in een kamer achter de zittingszaal, waar hij uitleg geeft over wie en wat er gefotografeerd en gefilmd mag worden.

Als er vragen zijn beantwoordt hij die geduldig; hij was zelfs degene die voorafgaande aan de zitting een e-mail met vragen beantwoordde over hoe deze dag er precies uit zou zien. Een groot verschil met Nederlandse rechtbanken: als journalist kom je voorafgaand, of na afloop van een zitting vrijwel nooit direct in contact met de rechter, en e-mails aan de rechtbank worden door persvoorlichters beantwoord, zeker niet door de voorzitter zelf. Maar deze voorzitter heeft net daarvoor met de advocaten overlegd: de verdachten mogen wel in beeld, maar moeten onherkenbaar gemaakt worden. Geluidsopnames zijn niet toegestaan, en verder moeten de beelden met respect voor ieders privacy worden gemaakt.

Voor degenen die Nederlandse rechtbanken en gerechtshoven gewend zijn is ook het eerste moment in de rechtszaal wel even anders: de advocaten worden minutenlang uitgebreid gefotografeerd terwijl ze al in de zaal zitten, en als de drie verdachten binnenkomen gaat het klikken en flitsen onverminderd door. Uit elke hoek worden ze op de foto gezet.

Voor ons helemaal links zit Manuel, een slanke jongeman, die er redelijk verzorgd uitziet. Tessa zit in het midden. Ze oogt wat bleek, en ziet er gespannen uit. Marc zit rechts, en hoewel hij niet meer vastzit zit hij er het meest onverzorgd uit van alle drie. Hij heeft een bleek, ingevallen gezicht, met donkere kringen rond zijn ogen. Het gedeelte van zijn armen dat te zien is zit vol tatoeages. Zij komen vandaag verder niet aan bod, dat gebeurt pas aankomende vrijdag, als ze door het hof worden gehoord.

Voordat de dag erop zit wijst de voorzitter de zojuist aangestelde juryleden erop dat ze, door het afleggen van de eed, vanaf nu rechter zijn. Dat betekent dat ze een grote verantwoordelijkheid hebben, voor de samenleving, maar ook voor de verdachten. Hij drukt zijn nieuwe collega’s dan ook op het hart om onbevooroordeeld te zijn en zich vooral niet te laten leiden door wat ze in kranten of op Twitter lezen, of wat hen door vrienden of familieleden wordt verteld. “Vergeet wat u misschien al heeft gelezen, kom naar hier met een open geest,” zegt hij. “Als u een vraag stelt aan een van de beschuldigden, laat dan nooit merken of u diegene als schuldig of onschuldig ziet. Ook uw lichaamstaal mag geen schijn van partijdigheid vertonen. Ik wil geen gezucht, of armen in de lucht, of hoofden op banken.”

De vraag is of de vrouw die haar verrassingsweekendje in rook heeft zien opgaan de laatste opmerking van de voorzitter gehoord heeft. Alles lijkt langs haar heen te gaan; ze zit steeds met haar gezicht in haar handen, hoofdschuddend voor zich uit te staren. Als ze hoort dat er op het zonder goede reden afwezig zijn tijdens zittingsdagen een boete van 5000 euro staat verraadt haar gezicht teleurstelling: alle mogelijke uitwegen die ze het afgelopen uur had bedacht zijn meteen vervlogen. Het is te hopen dat haar partner een goeie annuleringsverzekering voor de reis heeft afgesloten.

Aldus het verslag.

Het verslag van de zaak zelf staat hier