Op 26 juni 2017 veroordeelt het gerechtshof in Den Bosch Alberto T. tot een gevangenisstraf van 24 jaar. Hetzelfde als wat de rechtbank Maastricht in 2014 deed. Een in veel opzichten opmerkelijke uitspraak. Zelfs al bewezen zou zijn dat Alberto de moord heeft gepleegd, dan nog is 24 jaar voor een enkelvoudige moord in het criminele milieu extreem.

STEUN RO

Slachtoffer Guido Kosterman was nog jong: 25 jaar. Maar toch al jarenlang informant van de politie. Voor een habbekrats gaf hij informatie uit het drugsmilieu door aan de Criminele Inlichtingen Eenheid (tegenwoordig TCI). Toen zijn telefoon, met stiekem opgenomen gesprekken met zijn ‘runners’, werd gestolen, verkeerde hij meteen in levensgevaar. Hij dook onder, samen met zijn goede vriend Alberto, maar er was geen redden aan. Hij stierf een gruwelijke marteldood. De ‘goede vriend’ is als verdachte aangehouden, maar behalve justitie gelooft niemand dat hij de moordenaar is. Degenen die het wél weten – de ‘runners’ van de CIE aan wie Guido zijn informatie gaf – doen of hun neus bloedt: er worden geen mededelingen gedaan over informanten. Ook niet als ze dood zijn.

“Pa aub red me stuurt geld kan ik dit op lossen.” Dit sms’je is het laatste levensteken dat van Guido Kosterman wordt vernomen, op donderdag 6 december 2012 om zeven over tien ’s morgens. Het volgende bericht op de telefoon is: ‘Verzenden mislukt’.

Dat Guido zwaar in de problemen zat, was zijn directe omgeving niet ontgaan. Hij kwam uit Wijk bij Duurstede, maar zat al enkele maanden ondergedoken in een loods in Maastricht. De loods was vooral een initiatief geweest van zijn goede vriend Alberto T., van oorsprong een Panamees. Alberto was in die loods een bandenhandel begonnen, samen met Guido. En omdat Guido bedreigd werd mocht hij daar slapen. De loods staat in de achtertuin van een groot herenhuis, dat wordt verhuurd aan studenten. Niet bedoeld om te wonen, maar Guido voelde zich hier betrekkelijk veilig. Er waren maar heel weinig mensen die wisten dat hij hier verbleef. Hij had alle reden om onder te duiken. Hij was al drieënhalf jaar informant van de CIE, de Criminele Inlichtingen Eenheid, in Utrecht. In ruil voor enkele honderden euro’s gaf hij tips door over zijn contacten in de drugshandel. Waarom hij zich hiertoe had laten overhalen is niet bekend. Geldnood, dat zeker, maar om daarvoor je beste vrienden te verraden en je leven op het spel te zetten?

De laatste maanden was het gevaar wel heel dichtbij gekomen en Guido wist dat. Het was grotendeels zijn eigen schuld. Hij had de gewoonte gesprekken die hij voerde met zijn CIE-runners op te nemen. Misschien als bewijs, voor wat ze hadden afgesproken. Vermoedelijk ergens in oktober is die telefoon gestolen en is de informatie in het criminele circuit terechtgekomen. Of die diefstal puur toeval en pech was of dat iemand gericht naar juist die telefoon en die gegevens op zoek was is niet bekend. Feit is dat hij vanaf dat moment vogelvrij was. En hij wist het. Uit die periode, kort na de diefstal van zijn telefoon, dateert een incident dat verschillende mensen uit zijn omgeving zich herinneren. Dat Guido een paar flinke klappen tegen zijn hoofd heeft gehad.

Fout bezig

Over het hoe en waarom lopen de meningen uiteen. Een vriendin van Guido denkt dat Alberto dat heeft gedaan. Guido zelf vertelt een vriendin dat zijn vader hem heeft geslagen, omdat die vond dat hij fout bezig was. Alberto verklaart daarover dat het in mei of juni is geweest en dat het zich afspeelde in het ouderlijk huis van Guido. Er was een ‘licht getinte persoon’ in huis en toen Alberto aankwam liep Guido met een ice-pack tegen zijn hoofd. De ‘andere persoon’ liep te tieren tegen Guido, Alberto brengt hem tot bedaren. Guido wilde niet vertellen wat er aan de hand was. Alberto verklaart: “In de periode daarna heb ik vaker vreemde letsels bij Kosterman opgemerkt. Toen hij mij een keer kwam ophalen zat hij onder het bloed. Wij zijn toen samen naar de dokter gegaan.” Ook toen vertelde hij niet wat er was gebeurd. Tegen de dokter zei hij dat hij van de trap gevallen was. Hij heeft toen enkele dagen in het UMC gelegen.

Alberto begon met een bandenhandel in Maastricht, “mede gezien de situatie in Utrecht.” Alberto had een goede connectie in Duitsland. De loods diende als opslagplaats voor deze handel, maar hij was ook erg geschikt om onder te duiken.

De verhouding van Guido met zijn vader was wat problematisch. Kennelijk was zijn vader de problemen die Guido voortdurend over zich afriep helemaal zat en Guido was ook niet meer welkom thuis: de sloten waren zelfs veranderd, om te voorkomen dat hij onverwacht toch binnen zou komen. Guido had zich ook bij vrienden en kennissen niet erg geliefd gemaakt door van jan en alleman geld te lenen en niet terug te geven. Er waren langdurige conflicten om bedragen van vijf euro.

Ook in Maastricht was Guido niet veilig. Eind november 2012 wendde hij zich kennelijk ten einde raad tot zijn vader. Hij had dringend 5000 euro nodig, dan kon hij het gevaar afwenden. Vader gaf weinig sjoege; Guido nam contact op met zijn oom Peter. In een sms’je op 5 december, om tien over twee ’s middags, schreef Guido: ‘Ze geven garantstelling dat ze mij met rust laten als ik wel betaal’; om vier uur volgde een tweede sms aan oom Peter: ‘Ik heb het er met mijn vader over gehad dat we dit eerst oplossen en dan maar bij jullie in de schuld staan want ik ben het zat om weg te lopen’ en om twee minuten voor vijf de laatste: ‘Dit is mijn enige redding.’ De volgende morgen om zeven over tien volgde die wanhoopskreet aan zijn vader: ‘Pa aub red me stuurt geld kan ik dit op lossen’.

Waar Guido die 5000 gulden precies voor nodig had is niet bekend. Het is onwaarschijnlijk dat het voldoende zou zijn om de mensen die hij had verraden aan de CIE hiermee af te kopen. Was het bedoeld om een wapen te kopen, om zich te kunnen verdedigen als het erop aankwam? Of om verder te vluchten? Hij voelde de hete adem van zijn belagers in zijn nek. Hij wist ook wie het waren. Dat blijkt uit whatsapp-gesprekken met een goede vriendin van hem uit Wijk bij Duurstede. Met deze Cynthia besprak hij eerst in gesprekken begin november zijn weinig rooskleurige situatie.

Cynthia vertelde hem in een whatsapp-gesprek op 6 november dat hij op de website 112 Heuvelrug staat: hij was ‘vorige week’ aangehouden. Dat had hij wel aan haar verteld, maar niet zoals zij nu op de site las: dat er gestolen kentekenplaten in de auto lagen. Het bericht staat overigens nog steeds online. “De politie arresteerde maandagavond 29 oktober op de Waag een 25-jarige man uit Wijk bij Duurstede, omdat er gestolen kentekenplaten in zijn auto lagen. Die avond rond 18.15 uur zagen agenten een auto over de Waag rijden zonder verlichting. (…) De agenten hielden de bestuurder aan en namen hem mee naar het politiebureau. Daar sloten ze hem op voor verhoor en nader onderzoek. De agenten namen de gestolen kentekenplaten in beslag en maken proces-verbaal op.”

Op 7 november begon Guido over shampoo die hij voordelig kon krijgen en wat hem wel iets lijkt voor Cynthia. Ze dacht eerst dat het een cadeautje was, ook al paste de kleur haar niet, maar toen kwam de aap uit de mouw: hij probeerde het aan haar te verkopen. Voor een tientje. Cynthia: “Dus je heb geld nodig daarom wil je die shampoo aan mij verkopen.” Op 11 november whatsappten ze weer en hij begon weer over de shampoo. Cynthia: “Ik wil je best geld lenen, maar dat moet je het terugbetalen. Je gaat niet met mij om zoals je met je vrienden omging, Maak je daar misbruik van, dan ga ik naar je vader.” Even later: “Ik wil best een tientje aan je geven, hoor.”

Heel andere lading

Op 3 december kregen deze tamelijk onschuldige gesprekjes een heel andere lading. Guido, om 19.05 uur: “Voor dat er iets met me gebeurt wil ik zeggen dat ik een cid informant ben dat ik mensen heb verraden voor geld onder ander Dirk en Alberto en nog meer, daarom heb ik problemen. Ik wil nu alles eerlijk toegeven en overnieuw beginnen.”

Cynthia: “Dus in principe verraad jij hun.”

Guido: “Ja, voor geld. Ik moest mensen verlinken voor geld. Dat is mensen erbij naaien die met drugs te maken hebben. Ik ben nu verstoppen voor grotere mensen. Het probleem is dat die informatie is op straat gekomen en die zijn bij hun terecht gekomen.”

Cynthia: “Weten Alberto en Dirk dat jij hun verraden hebt?” Guido: “Dat ik dit al 3,5 jaar doe. Dirk weet ik niet, Alberto wel en de rest ook en dat is het ergste. Najib uit Driebergen, mensen uit Utrecht, mensen uit Bijlmer. Ik had 400 euro gekregen om Alberto te verraden en voor mensen uit Utrecht kreeg ik 500 euro en heb meerdere malen gedaan.”

Cynthia: “Je zet je leven op het spel!”

Haar volgende berichtje was van 13 december. “Gui? Ben je er? Maak me zorgen.”

Terecht. Guido was intussen een verschrikkelijke dood gestorven. Het laatste levensteken was het sms’je aan zijn vader, donderdagmorgen 6 december iets over tien. Dat niet aankwam. In de nacht van donderdag op vrijdag sliepen Alberto en Guido samen in de loods. Ze aten ’s morgens een tosti, tegen half één ging Alberto met de trein terug naar Wijk bij Duurstede omdat hij iets moest regelen met rijlessen, hij had geen rijbewijs. Vermoedelijk is Guido kort daarna ontvoerd, bij de loods, en meegenomen naar een andere locatie en enkele dagen vastgehouden en gemarteld. Er is weinig twijfel over dat dit te maken had met ‘de grotere mensen’ uit zijn sms’je aan Cynthia. Die zullen hem hebben ondervraagd wat hij precies heeft verklaard, over wie en wat. Er is gezien de sporen die later zijn aangetroffen weinig fantasie voor nodig om vast te stellen dat die ondervraging tot een gruwelijke dood heeft geleid. Hij is op zijn hoofd geslagen met een metalen fitness-apparaat. Zijn neusbot was gebroken en zijn schedel had een fractuur. Zijn linkernier was gescheurd en er waren onderhuidse bloedingen. Er is een heet voorwerp – mogelijk een strijkijzer – tegen zijn rug gedrukt. Vingers en tenen zijn gebroken met een betonschaar.

Op zondag 8 december gaat Alberto, met de trein, naar Maastricht. In de loods brandt licht. Er hangt een soort mist. Hij roept: ‘Guido! Guido!’ Geen antwoord. In de loods is het een rommeltje, anders dan toen hij hier vrijdagmiddag wegging. Op de doucherand en in de douchebak zitten druppels bloed. Alberto gaat via de trap naar de benedenverdieping. Het licht doet het niet, er komt alleen wat daglicht door een klein raam. Dan ziet hij ‘een donkere verschijning’ liggen. Hij ziet dat het Guido is. Hij probeert hem te reanimeren. Knijpt diens neus dicht. “Er kwam een bepaalde reuk uit Kosterman, waarvan ik geen beschrijving kan geven.”

Hij realiseert zich dat Guido dood is en is ‘totaal in shock’. Hij probeert Guido naar boven te slepen, de trap op, maar Guido is te zwaar, bovenaan de trap lukt het niet verder. Daar is een raam, waar hij het lichaam nog net door weet te wurmen. Het ligt dan buiten in de tuin. Alberto laat het daar liggen en gooit er wat spullen overheen en vertrekt in paniek richting Utrecht. Hij belt zijn moeder, om te vertellen wat er is gebeurd. Die adviseert hem de politie te bellen, maar dan wel vanuit de loods. Maandag, aan het eind van de middag, gaat hij terug, maar eenmaal aangekomen durft hij niet naar binnen. Hij loopt naar het studentenhuis waar de loods bij hoort. Hij praat met een van de bewoners. Hij vraagt of ze iets bijzonders hebben gezien bij de loods en of ze een sleutel hebben: hij is die van hem kwijt. Ze hebben geen sleutel, en de huisbaas is er ook niet: die is met vakantie.

Later blijkt dat op deze maandag de politie ook al in de loods is geweest. Vanwege de vermissing. Kennelijk had iemand dit adres doorgegeven. Ze zien niks bijzonders. De bloedspatten zien ze aan voor tomatenketchup. In de kelder is het nog steeds donker. Achteraf blijkt dat er brand is gesticht en dat het lichaam van Guido gedeeltelijk was verbrand, maar ook dat valt niet op. Dat er een lijk de trap op is gesjouwd en door een smal raam is gewurmd, zien ze niet. Als ze al de moeite hebben genomen buiten te kijken, dan hebben ze het lijk niet gezien. Ook niks verdachts geroken. Pas op vrijdag, als er een speciale eenheid gericht gaat zoeken, wordt het lichaam van Guido ontdekt.

Alberto heeft zich in alle opzichten onhandig en verdacht gedragen, dat staat buiten kijf. Waarom belde hij die zondag niet meteen de politie? Zijn argument: “Ik vertrouwde de politie niet.” Als hij wordt aangehouden, vertelt hij eerst een heleboel leugens. Omdat het verhoor op video wordt opgenomen, zegt hij, en omdat hij de politie niet vertrouwt. In zijn geboorteland Panama werkt de politie wat anders dan in het beschaafde Westen. Maar betekent dat ook dat hij Guido heeft vermoord, zoals de aanklacht luidt? Zijn advocaat Arthur van der Biezen: “Uit het technisch onderzoek blijkt dat er op de plaats delict vrijwel geen bloed van het slachtoffer is aangetroffen. Dat is eigenlijk alleen te verklaren als het mishandelen en martelen niet op die plek in de kelder heeft plaatsgevonden, maar ergens anders. Dat komt overeen met de verklaring van een getuige die op zondagmiddag 8 december twee mannen in de buurt van de loods “iets zwaars heeft zien tillen.”’

Zwaar toegetakeld

Het lichaam van Guido? Bewusteloos, zwaar toegetakeld, of al overleden? In dit scenario zouden de mannen – van wie vrij duidelijke beschrijvingen zijn – het lichaam in de kelder hebben gelegd en in brand hebben gestoken. Dat verklaart de ‘mist’ die Alberto ruikt als hij vermoedelijk niet al te lang daarna binnenkomt. Het ligt ook voor de hand dat Guido nog niet lang is overleden als Alberto hem aantreft: als hij koud was, zou hij geen poging hebben gedaan hem te reanimeren.

Alberto is de enige verdachte in deze zaak. De ‘grotere mensen’ zijn buiten schot gebleven. Dat blijft ook zo, als het aan de CIE ligt. Advocaat Van der Biezen: “Het meest bizarre aan de zaak is natuurlijk dat de CIE weet waar ze de echte daders moeten zoeken. Maar die doen of hun neus bloedt.” Uiteraard is de betreffende CIE-officier hierover benaderd, maar die schrijft dat “niet zal worden bevestigd of ontkend dat het slachtoffer informant van de CIE is geweest.” Het uitgangspunt is “dat in alle gevallen de identiteit van een informant wordt afgeschermd; dit uitgangspunt vervalt niet na het overlijden van een informant.” Er kan alleen van worden afgeweken als er zich “zwaarwegende belangen voordoen die betrekking hebben op het leven, de vrijheid en/of veiligheid van derden dan wel op de integriteit van de opsporing.”

De officier ziet geen aanleiding in deze zaak van het uitgangspunt af te wijken. Van der Biezen: “De CIE wist dat hun informant gevaar liep, maar ze hebben niets gedaan om hem te helpen.” En het opsporen van de werkelijke daders hoort kennelijk ook niet bij het takenpakket van de CIE: het is voor (bijna) iedereen het handigst als Alberto T. gewoon wordt veroordeeld, ook al is dat voor een moord die hij niet heeft gepleegd.