Was de moord op advocaat Derk Wiersum een aanval op de rechtsstaat? Welnee, maar de schade aan de rechtsorde is wél zorgwekkend. Hoe komt dat en wat doen we eraan? En let op het verband met IS-terugkeerders.

STEUN RO

Vandaag citeerde Floris Ploos van Amstel in Het Parool  hoogleraar strafrecht Frits Rüter, die rond 1985 doceerde: “Het Nederlandse strafrecht is gemaakt voor beschaafde mensen”. Beschaafde mensen, dat waren traditionele criminelen destijds ook, in die zin dat ze een veroordeling beschouwden als een normaal bedrijfsrisico. Kwam Rüter op straat mensen tegen die hij als rechter zelf de cel in gestuurd had, dan was het niet zelden “Dag Meester”, en maakten ze een praatje over hoe het nu met ze ging.

Rüter waarschuwde ervoor dat dat mede door de globalisering van de misdaad niet zo zou blijven en dat ook rechters, officieren en advocaten meer met zaken als bedreiging te maken zouden krijgen. Met de moord op Derk Wiersum lijkt die traditie inderdaad compleet verlaten. Ridouan Taghi, de vermoedelijke opdrachtgever, lijkt een totale oorlog begonnen te zijn tegen alles en iedereen die betrokken is bij pogingen om hem veroordeeld te krijgen voor een reeks moorden.

Dreiging

Dat is slecht nieuws, maar wel met een zilveren randje. Dat randje is dat zelfs een gewetenloos sujet als Taghi de Nederlandse staat uiterst serieus blijkt te nemen. Om je reet ergens mee af te vegen heb je immers geen kogels nodig. Taghi is een mot die om de dodelijke lamp heen blijft dansen tot zijn vleugels verbranden – dat moeten overheid en politie ter harte nemen en in hun voordeel gebruiken. Het slechte nieuws is dat de laatste jaren het criminele geweld hand over hand toeneemt en inmiddels niet meer alleen lastige getuigen treft. Ook hun familieleden, toevallige voorbijgangers en nu zelfs de advocaat  van een onwelgevallige kroongetuige worden doodleuk vermoord.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Hier botsen emoties en de ratio. Het randje is rationeel en ietwat abstract, terwijl de concreet aangerichte ellende en de niet mis te verstane dreiging die uitgaat van de terreurdaad waarvan Wiersum het slachtoffer werd, diep ingrijpt op emotioneel niveau. Zo diep, dat alom geroepen werd over een aanval op de rechtsstaat.

Nefaste zaakjes

Maar was het dat ook? Welnee, of in elk geval niet opzettelijk. Een vent als Taghi heeft om te beginnen al geen idee wat een rechtsstaat is, die wil alleen mensen zo bang maken dat ze hem en zijn nefaste zaakjes met rust laten. En wij, weldenkende mensen, zien bij het begrip rechtsstaat meteen Nederland voor ons: een democratie met alles erop en eraan, met net bestuur en voor als het even tegenzit een goed geëquipeerde, onafhankelijke rechterlijke macht. Maar een rechtsstaat is iets veel eenvoudigers. Dat is simpelweg een staat waarin de overheid zijn regels aan de bevolking kenbaar maakt en zich er zelf aan houdt. Dat is al heel wat, het betekent dat je als burger de wet kunt kennen en erop kunt vertrouwen. Het betekent dat er geen willekeur heerst en geen sprake is van grove corruptie.

Noodtoestand

Een rechtsstaat betekent dus dat de overheid voorspelbaar is, en dat is al heel wat als je in de wereld om je heen kijkt. Maar meer is het niet. Met de aard en kwaliteit van wetten en regels of met hoe ze tot stand komen heeft het begrip niets te maken. Ook een keiharde dictatuur, een slavenmaatschappij of een absolute monarchie kan in principe als rechtsstaat functioneren, zoals het antieke China ten tijde van het legalisme of misschien tot op zekere hoogte het Sumer van Hammurabi en het Romeinse Rijk onder Hadrianus en Marcus Aurelius. Er zijn eigenlijk maar twee manieren om de rechtsstaat in gevaar te brengen. De eerste is om met grof geld corruptie aan te wakkeren, zodat de overheid de controle over zijn eigen ambtelijk apparaat verliest. De tweede manier om de rechtsstaat kapot te maken is de overheid zo ver te krijgen dat zij zelf overgaat tot willekeur. Dat begint er bij voorbeeld mee dat een overheid zich zo laat intimideren (of zo kwaadwillend is – zie de regering Johnson in Engeland) dat ze de noodtoestand uitroept en wetten en rechten opschort. Hoe dan ook, advocaten omleggen hoort er niet bij.

De moord op Wiersum was, al dan niet bedoeld, wél een geslaagde aanval op de rechtsorde, het vermogen van de hele bestuurs- en handhavingsketen om naar behoren zijn werk te doen. Die keten viel namelijk ten prooi aan complete consternatie. De politie stond met haar mond vol tanden en dat staat ze nog steeds. De rechterlijke macht, het openbaar ministerie en de advocatuur staan op hun grondvesten te trillen. Er waren bijeenkomsten met elkaar huilend in de armen vallende rechters en advocaten, er werden zittingen geschrapt of uitgesteld, er werd door minister Grapperhaus gesproken over “verminderde concentratie” in de rechtszaal in de komende dagen.

Naïef

Het is allemaal heel begrijpelijk maar doet ook wat naïef aan. En een  krachtige,  zelfverzekerde indruk maakt het allemaal niet. Het kan niet zo zijn dat al die geëmotioneerde mensen persoonlijk emotioneel getroffen waren door Wiersums dood. Zo’n allemansvriend kan hij niet geweest zijn. Dat wijst erop dat de getoonde emoties vooral een uiting waren van angst.

Strafpleiter Richard Korver hield na afloop van zo’n bijeenkomst in het Amsterdamse gerechtsgebouw buiten demonstratief een A3tje met naam en portret van Derk Wiersum op. Maar tegen wat of wie was dat beschuldigende gebaar gericht? Tegen het soort cliënten waaraan hij en zijn confrères hun boterham verdienen? Volk dat hoogstwaarschijnlijk verantwoordelijk is voor Wiersums dood en dat hij als goed vakman elke dag zo veel mogelijk uit de gevangenis probeert te houden, soms zelfs tegen beter weten in? Juist hij moet toch weten dat je met zulke lui geen afspraken kunt maken? Waarom was hij dan toch zo geschokt?

Waarheidsvinding

Hier gaat een ware doos van Pandora open. Menselijkerwijs is Korvers protest best begrijpelijk en te billijken. Maar hoe verhoudt zijn reactie zich tot de eisen die zijn beroep stelt? Strafpleiters zijn gehouden om iedereen, hoe schofterig ook, de best mogelijke verdediging te verschaffen, met voorbijzien aan de belangen van ieder ander, de overheid incluis. Dat is een goede zaak. Als je dat principe opgeeft, kun je immers de hele rechtsgang wel min of meer vergeten. De weg van beschuldiging naar veroordeling wordt dan akelig kort en van enige vorm van waarheidsvinding blijft maar weinig over.

Maar die eenzijdige toewijding aan het directe belang van de cliënt heeft vaak onsmakelijke consequenties voor andere betrokkenen, inclusief slachtoffers en hun eventuele nabestaanden. Dat de belangen en gevoelens van die mensen in het belang van hun cliënt en passant vertrapt worden, daar lijken advocaten doorgaans weinig moeite mee te hebben. Maar van die soevereine houding blijft nu, nu het voor het eerst ook om hun eigen belangen en gevoelens  blijkt te kunnen gaan, ineens wel heel weinig over.

Reorganisaties

Bange rechters, officieren en advocaten schaden de rechtsorde. Als Nabil B. na Wiersum geen nieuwe raadsman kan vinden, lacht Taghi zich een kriek. Maar wat moeten ze dan? Simpel, zou je zeggen: in zo ongeveer het best georganiseerde land ter wereld moet je kunnen vertrouwen op een competente en effectieve politie, zowel voor je eigen veiligheid als voor het effectieve opsporen en uitschakelen van gevaarlijk bedreigende figuren.

Maar zo’n politie hebben we niet. Tientallen jaren lang, terwijl de georganiseerde misdaad groeide, internationaliseerde en verhardde, was de politie vooral bezig met interne reorganisaties, automatiseringsdrama’s, arbeidsvoorwaarden en managementonzin die erop neerkwam dat consequent bestaande expertise en complete specialismen vernietigd werden. Na de IRT-affaire (een uit de hand gelopen infiltratie-actie) draaide Den Haag een kwart eeuw geleden de duimschroeven nog eens flink aan, maar daardoor verloor de politie ook flink wat kennis van en contact met vooral het drugsmilieu. Door politiek en korpsbeheerders afgedwongen discriminatieangst en politieke correctheid vormden vervolgens de kers op de taart der onwetendheid.

Jeugdig voetvolk

Natuurlijk was ook in de Tweede Kamer de advocatenmoord het gesprek van de dag. Ook daar overheerste “geschoktheid”. Verder kwam het niet, behalve de gedachte dat er meer geld naar de politie moet. Dat is misschien zinvol, maar alleen als daar, zoals ik eerder schreef, een fundamenteel andere koers wordt ingeslagen: minder naar binnen gericht, en met meer respect voor vakmanschap, pakkans en resultaten. Ook wil men ineens een soort DEA, maar hoe realistisch is dat? Weet iemand  hoe dat moet, of is dit gewoon weer grote-stappen-gauw-thuis CSI-politiek?

Het ergste van de politieke reacties is dat iedereen zo overvallen en geschokt is. Niemand is voorbereid, heeft ergens al over nagedacht, heeft eens een dagje “wat als” gespeeld, terwijl het toch bepaald niet om de eerste liquidatie gaat. Dit speelt al jaren, over de zogeheten mocro-maffia zijn hele boeken geschreven. Je kon het van mijlenver zien aankomen en burgemeesters en politiemensen wisten dat maar deden of durfden niks.

Dat figuren als Taghi niet deugen, weten we. Maar waar we ons als maatschappij nog veel meer zorgen over moeten maken is hun voetvolk, de steeds jongere sukkels die zich door het vooruitzicht op een zwarte Porsche of, nou ja, een nieuwe scooter of, eh, tien sloffen sigaretten ertoe laten verleiden om in lullig Buitenveldert de ninja uit te hangen met een pistoolmitrailleur. Wat doe je daarmee als je ze, zestien jaar oud en huurmoordenaar, pakt? Volstaat dan het jeugdrecht? Ook daarover heb ik nog geen verstandig woord horen zeggen.

Integreren en assimileren

Eén ding weten we zeker: voor zover ze afkomstig zijn uit de allochtone gemeenschap, bewijzen ze het failliet van de gedachte dat immigranten vooral hun eigen cultuur moeten behouden. Dat idee heeft deze, volgens de specialisten zwakbegaafde, sukkels precies in de geïsoleerde, kwetsbare positie gebracht die ze nu een gevaar voor de maatschappij maakt. Integreren en assimileren is de weg naar kansen in het leven en op de arbeidsmarkt. De weg wég van schimmige foute boys die je hun spannende maar kansloze subcultuur inzuigen, omdat de rest van de wereld haram is en blank en je toch niet moet.

Erg genoeg, tot slot, past het algemeen signalement van het soort jongens dat deze nietsontziend botte vorm van misdaad aantrekt, naadloos op dat van het IS-geboefte dat linksom of rechtsom in de nabije toekomst naar Nederland zal terugkeren. Dat dreigt nu al meer dan een jaar te gebeuren, maar opnieuw wentelt politiek Nederland zich in gelukzalige ontkenning. Van enig serieuze strafrechtelijk, politiek of diplomatiek initiatief ter voorbereiding hierop is niets te merken. Ik schreef al eerder dat ons Nederlandse strafrecht op dit soort buitencategorie misdaad niet berekend is, en dat er, net als na de Tweede Wereldoorlog, behoefte is aan een vorm van bijzondere rechtspleging. Die was destijds misschien niet fraai, maar het was beter dan niks en het heeft gewerkt.  Als het Binnenhof in Den Haag, ook de hoofdstad van het internationale recht, nu niet snel  werk maakt van een nieuwe vorm van bijzondere rechtspleging op Europese schaal, staan honderden IS-moordenaars en hun medeplichtige vrouwen met een paar jaar weer vrij op straat, klaar om het moordwerk dat nu door doorgeslagen pubers wordt opgeknapt eens echt goed ter hand te nemen.

“We moeten verder”, was de reactie van minister Ferd Grapperhaus gisteren. En dat was dat.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Taalkundige, schrijver, vertaler en wetenschapsjournalist @rik_smits_ @RikSmitsAuthor