Vaak wordt gesproken over ‘de Nederlandse cultuur’. En vooral, de teloorgang daarvan. Er wordt ook wel gesteld dat de Nederlandse cultuur helemaal niet bestaat; nooit bestaan heeft. Wat is nu eigenlijk die ‘Nederlandse’ cultuur? En dreigt die werkelijk te verdwijnen? En zo ja, waarom gebeurt dat dan. Wat zijn de ontwikkelingen en invloeden die daarbij een rol spelen?

STEUN RO

Cultuur is eigenlijk identiteit. Als we over de Nederlandse cultuur spreken hebben we het over de identiteitskenmerken die collectief gedragen worden door Nederlanders. Kenmerken die typisch zijn voor Nederlanders en waarin wij onszelf herkennen, en herkend worden door anderen.

Ethiek

Identiteit heeft ook te maken met ethiek. Elke identiteit gaat terug op een samenhangende ideologie. Het geheel van opvattingen over hoe we met elkaar omgaan en de manier waarop dat in de samenleving vorm krijgt. In Nederland hebben we een democratie en rechtsstaat. Hiermee hangen ook de tradities, gewoonten, en wetgeving samen. Kortom, de mores. Op grond van deze ethiek wordt het verschil tussen goed en kwaad, juist en fout gedefinieerd.

Van klassenmaatschappij naar meritocratie

Van oudsher waren er in Nederland grofweg drie belangrijke sociale klassen. De adel / machthebbers, de geestelijkheid en het volk. Ieder had zijn eigen positie in de maatschappij en daarmee z’n eigen rol te spelen. Tussen de klassen vond weinig mobiliteit plaats. De klassen verhielden zich in het algemeen tot elkaar met respect. Iemands status werd voornamelijk bepaald door de klasse waartoe hij of zij behoorde. Daarnaast was er status binnen de eigen klasse die vooral bepaald werd door sociale en persoonlijke kenmerken.

In de tweede helft van de 19e eeuw vond in Nederland de industriële revolutie plaats. Hiermee werden steeds grotere delen van de bevolking in staat gesteld om goederen aan te schaffen. Naast politieke en religieuze posities werden de economische posities steeds belangrijker. Er ontstond een nieuwe klasse, de burgerij, de industriëlen en handelaren, die puur gericht waren op het maximaliseren van hun bezit. Deze economische klasse won steeds meer aan macht en status.

Daarmee zou iedereen gelijke kansen hebben in het leven

Na de WOII werden de laatste resten van de klassenmaatschappij opgeruimd en werd de meritocratie ingevoerd. Voortaan zouden opleidingen, banen en belangrijke posities niet meer toebedeeld worden aan de heersende klasse, maar op grond van kennis, ervaring en inzet. Daarmee zou iedereen gelijke kansen hebben in het leven. Tegelijkertijd vond de individualisering plaats. De opvatting dat in principe alles bereikbaar zou zijn voor iedereen, mits je daarvoor je best doet, vatte post in het algemene denken. Iedereen krijgt wat hem/haar toekomt.

Herleving sociaal Darwinisme
De nieuwe opvattingen behelsden tevens het idee dat wanneer iemand niet mee- of vooruitkomt in het maatschappelijke leven, dat in de eerste plaats de eigen schuld is. Dit is een terugkeer van het gedachtegoed van het sociaal Darwinisme, op individuele schaal. De onverbiddelijke overtuiging dat iemands maatschappelijke positie evenredig samenhangt met zijn / haar menselijke capaciteiten. De overtuiging dat onder gelijke omstandigheden iedereen een gelijke kans heeft. Bij het uitblijven van succes ligt de oorzaak in het persoonlijke falen, onvermogen of gebrek aan inzet.

In Nederland heerste van oudsher een cultuur van verdraagzaamheid

Omslag in de Nederlandse cultuur

In Nederland heerste van oudsher een sfeer van verdraagzaamheid. Intrinsieke waarden als fysieke gezondheid, autonomie, solidariteit, samenwerking, welbevinden en spirituele waarden kenmerkten de Nederlandse cultuur. Na de transitie naar de meritocratie, de individualisering, en de fixatie op maatschappelijk succes, zijn het de extrinsieke waarden die vooral gewaardeerd worden: populariteit, fysieke attractiviteit, competitie, carrière, geld en materiele luxe.

Deze tendens wordt versterkt door het huidige neoliberale samenlevingsmodel, waarin het sociaal Darwinisme nog verder is doorgevoerd. Het beoogt de survival of the fittest, waarbij de besten voorrang krijgen en anderen worden weg geselecteerd. Het wekt de indruk dat de ‘van nature’ meest geschikte personen boven komen drijven. Echter, deze bepalen zelf wie de ‘fittest’ zijn en hoe dat te meten is. Deze realiteit houden zij structureel in stand. Door de quasi wetenschappelijke presentatie wordt het door de samenleving gezien als bevestiging van de realiteit. Daarmee wint het aan overtuigingskracht en legitimatie.

Om mee te kunnen in de wedloop die daar op volgt, dient men te voldoen aan de vastgestelde meetnormen. Het leidt tot voortdurende onderlinge competitie, sabotage, en fraude op de werkvloer. De meest succesvolle personen in de meritocratie zijn zij die niet perse streven naar waarheid, gerechtigheid of kwaliteit. Men wordt afgerekend op het vermogen om in de pas te kunnen lopen. Kernkwaliteiten daarbij zijn glad kunnen praten, overtuigend kunnen liegen, geen schuldgevoel hebben, geen verantwoordelijkheid nemen, goed kunnen manipuleren, bereid zijn instrumenteel geweld toe te passen, emoties kunnen ‘faken’, flexibel en impulsief zijn, uit zijn op nieuwe prikkels en uitdagingen, risicovol gedrag tonen, omdat zijzelf de prijs niet zullen betalen.

Meer dan ooit is de Nederlander gericht op consumentisme, het vergaren van geld en economische status

Hoe staan we er nu voor?

We zien allereerst een verschuiving van intrinsieke waarden als welbevinden, solidariteit en samenwerking naar extrinsieke waarden als competitie, uiterlijk vertoon en macht. Meer dan ooit is de Nederlander gericht op consumentisme, het vergaren van geld en economische status. Sociale, religieuze en politieke status zijn vrijwel verdwenen. Dat wil zeggen dat er weinig ontzag en respect meer is voor mensen met een positie in het sociale, religieuze of politieke domein. Ontzag en respect worden voornamelijk door financiële rijkdom afgedwongen.

Eigenschappen die vroeger wellicht als zijnde ‘zakelijk’ minder werden gewaardeerd, scoren nu goed en worden hooglijk gewaardeerd. Misschien niet openlijk, maar uiteindelijk bewondert men het succes van degenen die het financieel hebben gemaakt. Men sluit gemakshalve de ogen voor de wijze waarop het succes behaald is, en de [financiële] offers, die anderen daar voor hebben moeten brengen.

De keerzijde is dat mensen tevens in voortdurende statusangst leven. Door de illusie van vrijheid en gelijkheid is het risico om een economische status niet te bereiken of te verliezen zeer reëel. De sociaal Darwinistische overtuiging maakt dit een persoonlijke mislukking. Het overgrote deel van de mensen in Nederland leven in voortdurende angst hun baan te verliezen. Degene die hun baan al verloren hebben dienen volgens de Participatiewet een bijdrage te leveren voor hun uitkering. Veelal in de vorm van stigmatiserende en vernederende werkzaamheden.

Meestal wordt de angst om de Nederlandse cultuur te verliezen in verband gebracht met de toename in Nederland van het aantal mensen met een andere achtergrond. We hebben echter gezien dat de Nederlandse cultuur sinds de WOII een echte omslag heeft gemaakt, met een stroomversnelling sinds de opkomst van het neoliberalisme in de jaren negentig. Het ‘verdwijnen’ van de Nederlandse cultuur is daarom geen recente ontwikkeling.

Men is bang de islamitische waarden opgedrongen te krijgen, zoals het islamitische geloof of inperking van de rechten van vrouwen

Ook is er angst dat de Nederlandse cultuur zal worden beïnvloed door islamitische waarden, of waarden die prevaleren in islamitische landen. Men is bang de islamitische waarden opgedrongen te krijgen, zoals het islamitische geloof of inperking van de rechten van vrouwen. Zoals we zagen volgen maatschappelijke ontwikkelingen echter de cultuur. Door de opkomst van de burgerij werd de weg vrij gemaakt voor een nieuwe maatschappelijke indeling. Doordat mensen beschikking kregen over meer geld en goederen, ontstond de fixatie op economische status en groei. Wet en regelgeving volgden om sociale mobiliteit mogelijk te maken. De kans dat de Nederlandse cultuur zal veranderen onder invloed van de toestroom van mensen met een islamitische achtergrond is niet denkbeeldig. Echter, voordat het leidt tot echte maatschappelijke veranderingen zal er voldoende draagvlak en inburgering van het nieuwe gedachtegoed moeten zijn. De kans dat de huidige economische fixatie zal plaatsmaken voor een religieuze fixatie moet klein worden geacht.

Daarnaast kan men zich bedenken dat cultuur en identiteit geen vaststaande gegevens zijn. De Nederlandse cultuur is doorlopend in beweging, en verschilt ook binnen de diverse subgroepen. Zo zijn er in verschillen in cultuur tussen leeftijdsgroepen, beroepen, maar ook geografische verschillen. Hoewel de verschillen tussen subculturen groot kunnen zijn delen zij uiteindelijk de waarden waarop de samenleving is ingericht. Het is daarom meer voor de hand liggend dat de groepen nieuwkomers een nieuwe, aan de Nederlandse cultuur aangepaste, vorm zullen vinden voor hun waarden, en een subcultuur zullen worden binnen de Nederlandse cultuur.

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van de inzichten uit het boek Identiteit van Paul Verhaeghe en het boek Statusangst van Alain de Botton.