Meervoudig olympisch kampioen Charles Pahud de Mortanges wist tijdens de Tweede Wereldoorlog als militair uit Duitse krijgsgevangenschap te ontsnappen, om vervolgens mee te doen aan de landing in Normandië en uiteindelijk Nederland te helpen bevrijden.

STEUN RO

‘Daar ligt de kleine generaal’ riep Charles senior in 1896 kort na de geboorte van zijn zoon. Vader Pahud was het liefst zelf militair geworden, maar vanwege gezondheidsproblemen was dat nooit gelukt. Vandaar de ambitieuze verwachtingen bij de geboorte van zijn zoon. Vaders woorden bleken profetisch, want zoonlief zou inderdaad generaal worden.

Voor het zover was zou Pahud nog wel het een en ander meemaken. Na de lagere school doorliep hij de HBS en de Koninklijke Militaire Academie. Hierna werd hij als tweede luitenant geplaatst bij de huzaren. Pahud toonde zich in korte tijd een vaardig ruiter en bleek goed met paarden om te kunnen gaan.

In 1924 kreeg hij de kans om zich ook sportief te bewijzen. Samen met drie andere ruiters behaalde hij dat jaar op de Olympische Spelen in Parijs de gouden medaille op de military. In 1928 vonden de Spelen plaats in Amsterdam. Tijdens het individuele springconcours, dat op 11 augustus plaatsvond, was Pahud weer van de partij.

De 30.000 toeschouwers in het Olympisch Stadion hielden de adem in toen de tengere Pahud met zijn paard foutloos de ene hindernis na de andere nam en de overwinning in de wacht sleepte. De Nederlandse ruiterequipe won ook de landenwedstrijd, dus ging Pahud met twee gouden medailles naar huis.

Hometrainer

Vier jaar later vonden de Spelen plaats in Los Angeles. Ruiters en paarden gingen daar per schip heen. ‘Om de paarden tijdens de lange reis fit te houden had Pahud zelf een tredmolen laten ontwerpen’, aldus de in december vorig jaar overleden olympisch historicus Ton Bijkerk. In deze hometrainer konden de paarden op volle zee hun trainingsuurtjes maken. De trainingsmethode wierp zijn vruchten af. Pahud zou in Los Angeles op zijn individuele springnummer goud winnen en zilver met de Nederlandse ruiterploeg.

De militaire carrière van Pahud bleef ook volop in beweging. Na de capitulatie in mei 1940 werd het Nederlandse leger ontbonden. Pahud bleef niet werkeloos thuiszitten. Hij besloot een revalidatieoord voor gewonde Nederlandsche militairen op te zetten in het landhuis Kareol te Aerdenhout.

Pahud was twee jaar commandant van Kareol. Hier bereikte hem het tragische nieuws dat zijn enige zoon, na een mislukte poging illegaal de Frans-Zwitserse grens over te komen, door de Duitsers in de buurt van Besançon was gefusilleerd.

In mei 1942 werd Pahud samen met de andere Nederlandse beroepsofficieren in Duitse krijgsgevangenschap weggevoerd. Ze kwamen in het kamp Stanislaw in Pools Galicië terecht. Pahud kreeg daar last van een oude wond aan zijn rechterhand. Met dertig andere gewonde officieren ging hij daarom voor medische behandeling naar Nederland. Tijdens de treinreis terug naar Polen, in de zomer van 1943, wist hij te ontsnappen. Later zei hij hierover: ‘Mijn vluchtplan had ik klaar, compleet met onderduikadressen en ik nam me voor om vlak voor de Duitse grens uit de trein te springen’.

Dat laatste deed hij ook, en via het bezette België en Frankrijk reisde hij over de Pyreneeën naar Gibraltar. Een transportvliegtuig bracht hem van daar naar Groot-Brittannië. Met de Prinses Irene Brigade vocht hij zich vervolgens in de zomer van 1944 via Normandië een weg terug naar Nederland.

Market Garden

Op 16 september 1944 werd hij door de hogere geallieerde legerleiding op de hoogte gebracht van de op handen zijnde operatie Market Garden, de grootste militaire operatie op Nederlands grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De operatie liep uit op een mislukking, omdat een laatste brug bij Arnhem niet door de geallieerden kon worden ingenomen. Mede hierdoor werden het noorden en westen van Nederland niet bevrijd en kregen deze gebieden te maken met de hongerwinter.

Pahud zag op voorhand al geen brood in Market Garden en merkte op dat Napoleon ooit eens gezegd had dat een operatie alleen verantwoord kon zijn als er 75% zekerheid was over de afloop; de gok mocht 25% zijn. ‘Maar’, zei Pahud, ‘hier is het precies omgekeerd’. Hij bleek dus over een vooruitziende blik te beschikken.

Voorzitter NOC  en eerste paardenfluisteraar

Na de bevrijding nam Pahud niet meer deel aan hippische evenementen, maar hij bleef zich wel voor sport interesseren. In 1946 werd hij gevraagd als voorzitter van het NOC. Hij heeft die functie in totaal zeven jaar vervuld.

Zijn militaire carrière sloot Pahud uiteindelijk in 1961 af als luitenant-generaal. Door voortschrijdende reumatiek raakte hij tijdens zijn laatste levensjaren gedeeltelijk verlamd. Hij stierf in 1971 in Leiden.

Velen herinneren Pahud als een warm en vriendelijk mens, met een buitengewone liefde voor paarden. Bijkerk kon dit beamen: ‘Zelden heb ik zo’n buitengewoon sympathieke man ontmoet. Hij had totaal geen kapsones. En wat wist hij veel van paarden! Ik noem hem dan ook altijd Neerlands eerste paardenfluisteraar.’

(Sport)historicus en journalist.