Onlangs bleken criminelen het lichaam van de overleden Enzo Ferrari (oprichter van het legendarische automerk en raceteam) te willen stelen om daar losgeld voor te vragen. Het plan mislukte. In 1978 lukte het misdadigers wel om een lijk te stelen. Twee mannen vroegen toen voor het gestolen lichaam van de dode Charlie Chaplin 600.000 dollar. Een reconstructie van een bizarre ontvoering.

STEUN RO

Charlie Chaplin werd in 1889 in Engeland geboren. Op 21-jarige leeftijd vertrok hij naar de Verenigde Staten waar hij uitgroeide tot ’s werelds beroemdste filmster. Zijn typetje als The Tramp (de zwerver) met zijn koddige loopje, zijn hoedje, snorretje en rotan wandelstok werd zijn handelsmerk. Chaplin vertelde later dat hij dat loopje had afgekeken van Joodse buurtgenoten in Londen, waardoor sommigen er ten onrechte van uitgingen dat Chaplin zelf ook Joods was. Niet alleen als acteur, maar ook als regisseur vierde hij grote triomfen met films als The Tramp, Modern Times en The Goldrush.

FBI

Chaplin stond tijdens een groot deel van zijn loopbaan in de belangstelling van de FBI en was ook doelwit van senator Joe McCarthy, die in de jaren vijftig in de VS een heksenjacht ontketende op alles en iedereen die zich schuldig zou maken aan zogenaamde ‘anti-Amerikaanse activiteiten’. De FBI eiste van Chaplin dat hij geen films meer zou maken waarin hij sterk leiderschap belachelijk maakte. Chaplin weigerde. Het leidde uiteindelijk tot zijn verbanning: toen Chaplin in 1952 na de Europese première van zijn film Limelight terug wilde keren naar de Verenigde Staten, werd hem door de immigratiedienst de toegang tot het land ontzegd.

Samen met zijn vierde vrouw Oona, dochter van de beroemde Amerikaanse toneelschrijver Eugene O’Neill, vestigde hij zich in Zwitserland. Het echtpaar, dat 36 jaar in leeftijd verschilde, kreeg drie zonen en vijf dochters. In de jaren zeventig werd Chaplin door de Amerikanen weer in de armen gesloten. Hij ontving van de Oscar Academy een oeuvre award. In Engeland verhief koningin Elizabeth hem in de adelstand.

Na een carrière van meer dan 75 jaar overleed Charlie Chaplin op eerste kerstdag 1977 in zijn slaap aan de gevolgen van een hartstilstand. Hij liet zijn familie ongeveer honderd miljoen dollar na. Op 27 december werd hij, volgens zijn wens, in eigen kring begraven, vlak bij het landgoed van de familie Chaplin in Zwitserland.

Kerkhof

Het is de nacht van 1 maart 1978. Het is aardedonker op het kerkhof van Corsier-sur-Vevey, een Zwitsers plaatsje aan het meer van Genève. Twee mannen in donkere kleding en met een pikhouweel in de handen staan in de striemende regen naast een recent gedolven graf. De 24-jarige Pool Roman Wardas en de 38-jarige Bulgaar Gancho Ganev sjorren even later een opgegraven doodskist naar hun auto. In de lijkkist ligt het koude lichaam van Sir Charles Chaplin.

In de eerste week van maart 1978 gaat het als een lopend vuurtje de wereld over: het graf van Charlie Chaplin is leeg, de kist met zijn lijk is verdwenen. Guliano Canese, butler van de Chaplins, legt namens de familie een verklaring af: ‘Lady Chaplin is geschokt. Net als wij allemaal. Waarom, waarom moet dit de man overkomen die de wereld zo veel gegeven heeft?’

Bij gebrek aan sporen doen al snel verschillende geruchten de ronde over wat en wie er achter deze macabere verdwijning zou zitten. Een theorie gaat er vanuit dat bewonderaars van Chaplin het lijk hebben ontvreemd om het her te begraven in Engeland, het geboorteland van de filmster; volgens sommigen de ultieme wens van Chaplin. In Hollywood wordt geopperd dat Chaplin joods was (een onjuiste veronderstelling) en op een niet-joods kerkhof ter aarde was besteld en dat hij in het geheim was herbegraven op een joodse begraafplaats. Het blijkt allemaal onzin, als medio maart het eerste van twaalf telefoontjes binnenkomt bij de familie Chaplin in Corsier-sur-Vevey. Een man die zich uitgeeft voor ‘Rochat’ verzoekt de Chaplins op vriendelijke wijze een losgeld te betalen van 600.000 dollar Na ontvangst van het geld zal het lichaam van Chaplin worden teruggegeven. Oona Chaplin weigert echter op de eisen van de ontvoerders in te gaan. ‘Charlie zou het ridicuul hebben gevonden’, laat ze weten. In de daarop volgende weken verlaagt Rochat in verschillende stappen de eis naar 250.000 dollar. Advocaat Jean Felix Paschoud, die namens de familie onderhandelt weigert echter verder te gaan dan 50.000 dollar. De ontvoerders dreigen daarop de twee jongste kinderen van Chaplin dood te schieten als ze zich op straat zouden wagen.

De telefoon van de familie Chaplin staat ondertussen onder de tap. Zo komt de politie erachter dat de ontvoerders vanuit een openbare telefooncel in Lausanne bellen. Op 17 mei, tien weken na de verdwijning van het lijk van Charlie Chaplin, krijgt de familie weer een telefoontje van Rochat. Hij weet niet dat de politie meer dan tweehonderd telefooncellen in Lausanne en omgeving in de gaten houdt. Rochat, in werkelijkheid Roman Wardas, wordt samen met zijn compagnon Gancho Ganev door de Zwitserse politie gearresteerd.

Werkloze automonteurs

De rechtszaak tegen de ontvoerders – twee werkloze automonteurs – begint onder grote belangstelling van de pers in december 1978. Tijdens het proces wordt duidelijk dat Wardas het brein achter de ontvoering was; Ganev was ‘een krachtpatser met een beperkt verantwoordelijkheidsgevoel’, zoals de BBC het met gevoel voor understatement formuleerde. Wardas verklaart dat hij op het idee van de ontvoering was gekomen, toen hij in een tijdschrift las dat in Italië een grote som geld was betaald voor een gestolen lijk. Nadat Wardas had gehoord dat Charlie Chaplin een enorme hoeveelheid geld had nagelaten, was het plan snel gesmeed. De Oost-Europeanen hadden de kist met het lijk van Chaplin na de diefstal dezelfde nacht nog in een korenveld in de buurt van Corsier-sur-Vevey herbegraven. Wardas kende de plaats goed, omdat hij daar in de buurt regelmatig ging vissen. Hoewel ze foto’s van de plek hadden genomen, wisten ze de exacte locatie van het graf in het korenveld niet meer te traceren. Met behulp van mijndetectors kon de politie de kist echter alsnog lokaliseren.

Wardas benadrukt tegenover rechter Roland Chatelain in hakkelend Frans dat hij niemand fysiek geweld had willen aandoen en daarom ook voor de ontvoering van een lijk had gekozen. Het geld had hij willen investeren in een ‘restaurant of garage’. De Pool ontkent dat er nog een derde verdachte betrokken zou zijn geweest bij de ontvoering. Die suggestie wordt gedaan door de advocaat van de familie Chaplin, die vijf van de twaalf telefoontjes van de ontvoerders had aangenomen. Rochat, Wardas dus, had altijd op vriendelijke toon gesproken. Maar er waren ook telefoontjes geweest van een andere man, aldus de advocaat, die zeer onvriendelijk en dreigend waren geweest. Die man sprak bovendien met een lokaal Frans accent. De suggestie van een derde betrokkene wordt ondersteund door butler Guliano Canese, die de man ook aan de telefoon had gehad. Wardas en Ganev laten echter tegenover de rechter weten met zijn tweetjes gehandeld te hebben.

Beide automonteurs worden veroordeeld voor poging tot afpersing en het verstoren van de rust van de doden. Wardas krijgt vierenhalf jaar cel. Ganev verdwijnt voor achttien maanden achter de tralies. Charlie Chaplin was toen de rechter het vonnis uitsprak allang weer herbegraven op het kleine kerkhof van Corsier-sur-Vevey. Het graf is hermetisch afgesloten met beton, voor het geval iemand anders een poging zou wagen. Nadat Wardas zijn straf had uitgezeten bleef hij in Zwitserland wonen. Momenteel woont hij in een klein plaatsje in de buurt van Lausanne. Over het lot van Gancho Ganev is verder niets bekend.