Op 21 november 1995 reed uitvaartverzorger Dirk V. uit Maassluis samen met zijn ex-vrouw Thea van der Mast naar de Govert van Wijnkade in Maassluis. Hij stapte uit, zij bleef in de auto, die kort daarop in de Buitenhaven belandde en binnen enkele seconden onder water verdween.

STEUN RO

De deuren van de auto bleken automatisch te zijn vergrendeld. De vrouw slaagde er niet in de auto te verlaten en verdronk. Dirk had al vijftien jaar lang ruzie met zijn ex over geldzaken, maar hij ontkent dat hij haar om het leven heeft willen brengen. Hij heeft steeds verklaard dat hij niet heeft gezien dat de auto de kade af reed, maar een getuige die onder hypnose door de politie was gehoord, verklaarde dat Dirk roerloos had staan kijken hoe de Fort Escort in het water verdween.

Dirk werd in 1997 tot twaalf jaar gevangenisstraf veroordeeld voor de moord op zijn ex-vrouw. Advocaat Gerard Spong wist herziening van de zaak te bewerkstelligen door de verklaring die onder hypnose was afgelegd aan te vechten. Met succes: na een nieuw proces kwam Dirk V. vrij. Spong schreef er een boek over. Officieel is het een roman, de verdachte heeft in het boek een andere naam, net als de advocaat zelf: Charles Spinning. “Maar dat ben ik gewoon,” zegt Spong. “Er zit wel wat fictie in het boek, daarom heb ik de namen van de hoofdpersonen ook maar aangepast. Maar het is grotendeels zoals de zaak echt gegaan is.”

Op een koude donderdagavond in november 1995 staat op de Govert van Wijnkade in Maassluis ter hoogte van nummer 11 een Ford Escort geparkeerd op de kadestrook bij het water. Het is even na halftien en het miezert. De winkels zijn gesloten. Rond de oude haven, waar het overdag behoorlijk druk kan zijn, is het nu rustig en donker. Er zijn nauwelijks nog mensen op de been.

Dan gebeurt er plotseling iets huiveringwekkends, wat door slechts één ooggetuige wordt gezien. Die ooggetuige wordt een paar weken later onder hypnose gehoord door een klinisch psycholoog. De getuige vertelt dat hij zijn auto parkeert bij café De Moriaan. Hij ziet aan de overkant een auto met de lichten aan. “Die rolt heel langzaam naar voren en hij valt d’r in.” Links naast de auto ziet hij iemand staan, aan de bestuurderskant. Dan ziet hij dat de auto valt. De persoon blijft op dezelfde plek. “Ik hoor een plons. Ik vraag of ie gek is.”

Ondervrager: “Ja. Je roept tegen hem.”

Getuige: “Ja. Ben je gek of zo? Dat doe je toch niet?”

O: “Mmm.”

G: “En toen maakte hij een gebaar.”

O: “Mmm.”

G: “Dus… eh, schouders ophalen.”

O: “Ja.”

G: “En toen begon ie… eh hysterisch te gillen.”

O: “Mmm.”

G: “En ik liep naar binnen. Om te zeggen wat er was gebeurd. Toen ik weer buiten kwam, was ie weer weg.”

Wat de getuige aan de overkant van het water niet weet, is dat op de achterbank van de auto een zwaarlijvige vrouw zit: Thea van der Mast. Dirk is niet in staat ook maar iets te doen. Hij denkt er zelfs niet aan of hij als tengere man zijn vrouw überhaupt uit het koude water zou kunnen redden. Hij springt de haven niet in en hij weet in feite zelf ook niet waarom. Hij staat maar te staan, gilt hysterisch iets onverstaanbaars en schokt met zijn schouders.

Aan de overkant hoort hij iemand naar hem schreeuwen. Hij rent naar een woning, 25 meter verderop. De vrouw die daar woont heeft het geschreeuw gehoord en belt de politie. Niet lang daarna arriveren twee politieagenten op de Govert van Wijnkade. Die weten niet wat er allemaal gebeurd is en zien alleen een wild gebarende, verwarde man die rondjes loopt op straat. Ze spreken hem aan. Dirk kan niet veel méér uitbrengen dan: “Thea, daar! Thea daar!”

Hij zegt niets over zijn auto en is zo overstuur dat hij er niet in slaagt de agenten ook maar iets duidelijk te maken. Ze nemen hem mee naar het politiebureau, zodat hij daar kan kalmeren. Ook daar blijft hij ‘Thea’ roepen. Ze denken dat hij thee wil. Dan komt er een melding binnen van een getuige die zegt dat er een auto te water is gegaan aan de Govert van Wijnkade. Het is een beruchte kade. Het is niet de eerste keer dat er een auto te water raakt: de kade loopt schuin af en er staan geen palen of afrastering.

Op het politiebureau vertelt Dirk dat hij ’s avonds met zijn vrouw naar Maassluis was gereden om te gaan winkelen. Dat vindt de brigadier merkwaardig, want de winkels in Maassluis gaan op donderdag al om zes uur dicht. Als later die avond duikers van de brandweer de auto boven water halen, doen ze een lugubere vondst: er ligt een lijk in de Ford Escort. Als ook nog duidelijk wordt dat Dirk en zijn ex al jarenlang in onmin met elkaar leefden en er sprake is geweest van bedreigingen, wordt besloten Dirk aan te houden als verdachte.

Dirk is op dat moment vijftig jaar. Hij werkt al meer dan dertig jaar bij een uitvaartonderneming. Hij is als lijkwagenchauffeur begonnen en opgeklommen tot uitvaartverzorger. Hij leerde Thea kennen toen hij twintig was. Zij werkte bij de uitvaartonderneming op kantoor. Van Dirks kant was het geen liefde op het eerste gezicht: hij had tot dan toe alleen af en toe seks met mannen. Puur voor het genot: hij is nooit verliefd geworden op een man. Dat was hij ook niet op Thea, maar zij was vasthoudend en wist hem te bewegen te gaan samenwonen. Hij had verteld hij weleens homoseksuele contacten had, maar dat vond zij geen bezwaar. Ze was de eerste vrouw met wie hij naar bed ging.

Ze trouwden toen Dirk zevenentwintig was. Er kwamen vier kinderen. Ze woonden in Rotterdam. Na de geboorte van het derde kind kwam er een omslag in de relatie. De beperkte financiële middelen van het gezin maakten Thea radeloos en ze vond Dirk thuis te dominant en in het geloof te fanatiek. Ze had steeds minder zin in seks en was vaak lusteloos en moe. Soms hadden ze een halfjaar geen seks. Thea kreeg weerzin tegen Dirks steeds kinkyer seksuele verlangens.

Dirk vond haar zwaarlijvigheid geen probleem, Thea had er zelf wel last van. Met haar 1 meter 72 en 125 kilo kon ze zich maar moeizaam bewegen. In 1995 besloot Thea dat ze wilde scheiden. Ze vond andere woonruimte. In die periode vroeg ze steeds vaker om geld, hoewel ze wist dat Dirk een schuld had van zo’n 30.000 euro. Uiteindelijk kreeg zij het meestal wel. Dirk belandde in de Ziektewet.

Door gepieker over de echtscheiding, die op 25 november 1995 officieel zou worden, kon hij zich niet concentreren op zijn werk en sliep hij slecht. In de loop van november hadden ze geregeld contact en gingen ze op pad om naar nieuwe spullen voor de kinderen en henzelf uit te kijken en spraken ze onderwijl over de scheiding. Zo waren ze volgens Dirk op deze bewuste donderdagavond in november ook in Maassluis beland. Eerst waren ze die avond in het centrum van Rotterdam geweest voor nieuwe bedden. Thea wilde daarna naar een schoenenwinkel in Schiedam, want ze had een folder gezien met aanbiedingen. Later reden ze naar Maassluis om bij een meubelzaak te gaan kijken, niet ver van het centrum. Dirk parkeerde op de Govert van Wijnkade.

In de auto kregen ze ruzie, waardoor Thea niet langer naast Dirk wilde zitten. Ze stapte uit, liep om de auto heen en stapte via het linkerportier weer in om plaats te nemen achter de bestuurdersstoel. Een fatale beslissing: kort daarna begon de auto richting het water te rollen. Dirk was uitgestapt om te gaan plassen. Toen Thea merkte dat de auto over de kaderand schuurde en in het water dreigde te vallen, gilde ze het uit. Tevergeefs. De Ford Escort viel de haven in. Met borrelend geluid zonk de auto binnen luttele seconden. Nog even waren de achterlichten zichtbaar, maar toen verdwenen ook die in het troebele water.

In het boek beschrijft Spong hoe hij eerst de kroongetuige (die onder hypnose was gehoord) genadeloos onderuithaalt. Hij komt daarna met een pleidooi dat zijn cliënt rechtstreeks naar de vrijheid loodst. Zelf zegt hij daarover: “Het was een juweel van een verweer, als ik zo onbescheiden mag zijn.”

In het pleidooi, dat in het boek is opgenomen, gaat hij in op ‘vraagtekens’. Het Hof had laten blijken het onbegrijpelijk te vinden dat twee mensen ’s avonds na sluitingstijd van de winkels een halfuur rijden om in etalages naar schoenen en meubels te kijken. “Op zich is het bekijken van etalages na sluitingstijd voor de gemiddelde Nederlander geen unicum. De vraag of diezelfde gemiddelde Nederlander bereid is daarvoor een ommetje van vijftien minuten of een halfuur te maken, valt moeilijk te beantwoorden. Het zal, naar het de verdediging voorkomt, afhangen van de mate waarin de gewilde objecten worden begeerd. Cliënt heeft verklaard dat hij op dit vlak vooral aan de verzoeken van zijn vrouw tegemoet heeft willen komen.”

Ook dat Dirk V. tot in detail de uitvaartplechtigheden had geregeld, met een op schrift gestelde toespraak voor de kinderen “mogen even bizar als onbegrijpelijk voorkomen, voor een uitvaartverzorger die wellicht een beetje beroepsgedeformeerd is, is het pijnlijk precies regelen van iets waarvoor veel mensen de ogen sluiten veel minder vreemd.”

Ook zijn morbide actie om met een overlijdensbericht aan de gespreksgroep zijn vrouw aan het schrikken te brengen, is “wellicht moeilijk te begrijpen. Er zijn echter zoveel dingen in het leven die u en ik niet begrijpen, zoals, naar ik aanneem, uw hof evenmin als de verdediging aanstonds zal begrijpen wat mensen ertoe brengt om in een televisieprogramma hun seksuele prestaties te etaleren. Zo zijn er natuurlijk nog vele andere onbegrijpelijke mensenwensen te noemen.”

Het feit dat het slachtoffer tegen haar gewoonte in achterin zat geeft aan dat er van voorbedachte raad geen sprake kan zijn. “En als zijn vrouw voorin was blijven zitten, zou voorbedachte raad nog minder voor de hand liggen, omdat zij dan direct toegang had tot het niet-afgesloten rechterportier.”

De Ford Escort waarin Thea van der Mast verdronk, was een automaat. Hoe kan het dat de auto uit zichzelf ging rijden en in het water verdween?

Dat kan alleen als versnellingsbak in de N-stand (Neutraal) stond. Normaal gesproken staat een automaat waarvan de motor is uitgezet in de P-stand (Parkeer) en zijn er twee wielen geblokkeerd. De auto stond wel op een lichte helling, maar niet zodanig dat hij in de P-stand kon gaan rijden. Een week na het drama is een reconstructie gehouden. Dirk was er, met de handen geboeid, ook bij.

Hij laat zien hij voorafgaand aan het voorval deed. Hij gaat in de auto zitten en sluit het linkerportier. Hij stapt uit, laat het linkerportier openstaan en voert een denkbeeldig gesprek met Thea. Dan schuift hij de knop aan de linkerzijde van de bestuurdersstoel omhoog. Daarna loopt hij langs de auto naar de linkerachterzijde. Daar hoort hij denkbeeldig een gil van Thea. Hij kijkt achterom en ziet dat de auto naar voren rolt en verdwijnt.

De auto stond ongeveer vier meter met de voorwielen van de kaderand vandaan. Op de achterbank waren zandzakken gezet met een contragewicht van 125,6 kilo. Dat komt overeen met Thea’s lichaamsgewicht.

Dirk had verklaard dat hij de auto in de P-stand had gezet. In die stand komt hij niet in beweging, in de N-stand wel. Kan Thea vanaf de achterbank de hendel hebben vastgepakt? Zij had naar voren geleund om wc-papier te pakken uit het dashboardkastje. Hoeveel kracht was er eigenlijk nodig voor het veranderen van de stand van de versnellingsbak? Volstond een lichte aanraking? In mei 1996 zou door middel van een tweede reconstructie, dit keer met een figurante, een poging worden gedaan een aantal van deze vragen te beantwoorden.

Maar de politie legt op 30 november 1995 een formulier aan Dirk voor om ter vernietiging afstand te doen van zijn auto. Dirk tekent, waarna de auto op 11 januari 1996 wordt vernietigd. Spong noemt het “de krankzinnige vernietiging van het veronderstelde moordwapen: hoe bestaat het dat justitie in een moordzaak nog voor de afronding van het voorbereidend onderzoek het veronderstelde moordwapen heeft vernietigd?”

Het gerechtshof dat Dirk vrijspreekt, legt niet uit op welke gronden, alleen dat het wettig en overtuigend bewijs niet is geleverd. Spong vindt dat “opmerkelijk, omdat de wetgever heeft bepaald dat niet alleen een bewezenverklaring, maar ook een vrijspraak gemotiveerd moet worden. De gedachte is dat de rechter aan alle procesdeelnemers uitlegt waarom bepaalde door hen ingenomen standpunten niet worden gevolgd. Zeker in een moordzaak waarin het Openbaar Ministerie en de verdediging elkaar op het scherpst van de snede hebben bestreden, ligt een uitvoerige motivering van een vrijspraak voor de hand.”

DE DOOD VAN VIVICA SPONG

Zullen de nabestaanden van Thea van der Mast (familie, vrienden, kinderen) zich net zo beroerd hebben gevoeld na de vrijspraak als advocaat Gerard Spong, toen de verdachte van de moord op zijn nichtje Vivica (31) werd vrijgesproken?

Op 2 juli 2012 vonden agenten het levenloze lichaam van Vivica onderaan de trap in het huis in Utrecht waar ze woonde met haar vriend, de 44-jarige Mark van D. Ook haar nog ongeboren kind was overleden. In een interview in het Algemeen Dagblad vertelt Spong over hoe hij als nabestaande dat proces heeft ervaren. Toen een patholoog-anatoom sprak over de vraag of Vivica was gestorven door verwurging noemde hij één van de aanwijzingen daarvoor ‘zwak’. “Meteen zag ik een van de drie rechters naar voren schuiven, en een ander begon te schrijven. Toen dacht ik: jij schrijft nu ‘zwak’ op. Daar gaan we.”

Dat bleek te kloppen. Mark van D. werd vrijgesproken. Ondanks dat hij op internet had gezocht hoe je een moord kunt plegen zonder sporen achter te laten, bloedvlekken had weggepoetst en alles bij elkaar had gelogen over zijn alibi. Spong, in een interview met het Algemeen Dagblad: “Het is me een raadsel waarom zijn leugens uiteindelijk niet meer gewicht in de schaal hebben gelegd. Er was een vracht aan bewijs.”

Volgens Spong waren er in de zaak van zijn nichtje een uitstekende officier van justitie en advocaat-generaal volledig overtuigd van hun zaak. Maar de rechters besloten anders. “Wat gebeurt daar in die hoofden? Dat blijft voor mij een mysterie, ook na veertig jaar strafrecht. En dat raadsel is door de zaak van mijn nichtje alleen maar groter geworden.”

De familie beraadt zich op een civielrechtelijke zaak waarin ze Mark van D. niet aanpakken voor moord, maar voor zijn leugens in de rechtbank. Spong: “Je hebt als verdachte het recht om te zwijgen, maar niet om te liegen. Dat is een onrechtmatige daad tegen de nabestaanden en we overwegen hem daarvoor aan te pakken. Het is bij mijn weten nog nooit gebeurd in Nederland, maar we denken dat het kan.”