De trias politica, hoe vaak wordt zij er niet met de haren bijgesleept.

STEUN RO

Terwijl ze als een eerbiedwaardige grand old lady op de achtergrond vertoeft, slaan anderen te pas en te onpas alarm over haar zwakke gestel. Zoals wanneer Fred Teeven het woord inbrekersrisico nationale bekendheid schenkt. Ze zou slechts een beleefde glimlach op haar lippen toveren.

Want de trias politica van Montesquieu, die met zijn magnum opus De l'esprit des lois (1748) de grote pleitbezorger werd van een scheiding dan wel evenwicht der machten – de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, excuses als ik met deze aanvulling uw intelligentie beledig – heeft robuustere botten dan haar leeftijd suggereert.

Terug naar de casus-Teeven. Wat hem betreft werden de slachtoffers door de dood van de inbreker in hun huis niet getransformeerd tot daders. Misschien wist Fred al dat er geen uitwendige sporen van geweld aangetroffen waren in Diessen, misschien ook niet. In ieder geval sprak hij zich niet uit over de rechterlijke macht, want het onderzoek naar de zaak lag nog bij politie en openbaar ministerie.

Nee, hij legt simpelweg de nieuwe beleidslijn uit, zoals die onder zijn bewind tot stand is gekomen. Vervat in een aanwijzing aan het openbaar ministerie. Je kan met recht tegenwerpen dat hij met zijn uitspraken de verantwoordelijke officier van justitie onder druk zet. Maar die hoeft daar niet voor te bezwijken. Aanwijzing, het woord zegt genoeg – een zekere mate van vrijheid blijft bestaan. Het is niet aan de minister of staatssecretaris om rechtstreekse bevelen te geven in individuele strafzaken.

En stel dat Teeven dat wel zou doen, dan kan het parlement hem naar huis sturen, zoals het dat altijd kan doen als een bewindsman over de schreef gaat. Omgekeerd moeten volksvertegenwoordigers om de vier jaar – of vaker, als ze daar genoegen in scheppen – middels verkiezingen om een nieuw mandaat strijden. Alleen rechters kunnen gegarandeerd op zitvlees rekenen, want zij worden voor het leven (in feite tot hun zevenstige) benoemd, zonder politieke inmenging.

Despoten

Dat laatste is wezenlijk: juist zij nemen beslissingen die diep ingrijpen in het menselijke bestaan – vrijheidsberoving (ik zal hier voor het gemak niet al te licht oordelen over ons gevangeniswezen). Het is dan ook die reële macht die buiten het bereik van despoten moet blijven, aldus Montesquieu, om willekeur en politieke processen te voorkomen. Die feitelijke scheiding is er. Maar dat betekent niet dat politici voor eeuwig moeten zwijgen.

Dus zelfs als Teeven zich wel negatief uitgelaten zou hebben over het oordeel van een rechter, zoals sommige politici destijds daadwerkelijk deden over de relatief lage straf voor Volkert van der G., dan is dat nog lang niet het einde van de trias politica. De betreffende rechter hoeft zich geen zorgen te maken over zijn of haar carrière.

Zolang ministers, staatssecretaris en Kamerleden in principe terughoudend zijn (dus niet dagelijks) en het gezag van de rechterlijke macht als geheel niet aantasten (dus niet spreken over “D66-rechters”), dient het debat over fundamentele rechtsvragen in alle openheid gevoerd. Want voor we het vergeten: rechters spreken recht namens de samenleving, en het zou merkwaardig zijn om ze van elke vorm van kritiek te vrijwaren.

Die vrijheid van meningsuiting geldt net zo goed andersom. Rechter Fred Salomon dreigde zelfs publiekelijk met opstappen als het kabinet-Rutte het in zijn ogen schofferende wetsvoorstel voor minimumstraffen in zou voeren. Zijn goed recht. En de trias politica? De oude dame wacht glimlachend het volgende stormpje af.

Verschenen op: Trouw.nl, 2 oktober 2012

Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.

Geef een reactie