Alles wordt beter, Nederland wordt sterker! Dat zei de koning in de Troonrede. Schuif alle kritiek even opzij, want vandaag wilden Mark Rutte en zijn kabinet shinen.

STEUN RO

Het blijft toch iets zieligs hebben, de Troonrede. Tijdens het aanmoedigen van Team Oranje bij allerlei sportevenementen zien we koning Willem-Alexander als een vis in het water. Maar op Prinsjesdag straalt hij jaarlijks een net zo grote hoeveelheid ongemak uit. Ons staatshoofd wil daar helemaal niet zitten met dat stapeltje A4-tjes, en het hele land weet het. Dat kunnen we Willem-Alexander ook niet kwalijk nemen. Je zou maar een welopgevoede Oranje zijn, en gedwongen worden om live op televisie een door Mark Rutte en z’n collega’s geschreven lap tekst voor te lezen. Het is de laatste martelmethode die Nederland nog heeft af te schaffen.

Dividendbelasting

Over afschaffen gesproken: de grote vraag was of onze regering zo schaamteloos zou zijn om de koning het D-woord in de mond te leggen. Dividendbelasting. De vraag stellen is hem beantwoorden: natuurlijk moest Willem-Alexander op deze Prinsjesdag de afschaffing van de dividendbelasting luidop bevestigen. Als een listig afgedwongen koninklijk zegel op een van de meest dubieus tot stand gekomen grote regeringsbesluiten van deze eeuw. Wat die afschaffing dan wel mocht kosten, dat liet de schrijver van de Troonrede achterwege. In dezelfde alinea komt hetzelfde bedrag, 2 miljard euro, wel voor, maar dan als aankondiging van een extra investering in onze autowegen. Vrrrroem!

Uit een filmpje dat de VVD op Prinsjesdag twitterde

Sprinten

Natuurlijk was de geest van Rutte verder ook alomtegenwoordig in de Troonrede van 2018. Zoek in de tekst op ‘sterk’ en je krijgt zestien resultaten, zoek ‘beter’ en je krijgt er veertien. Zoek ‘meer’ en je krijgt er achttien. Zoek ‘mooi’, ‘fijn’ of ‘lief’ en je vindt niets, maar dat zal wel een flauwe vergelijking zijn. De richting is ‘omhoog en vooruit’, zei de koning in zijn inleiding. Al sinds de Tweede Wereldoorlog. De teneur is duidelijk: alles gaat bergopwaarts met ons prachtige land.

Ons nationaal inkomen stijgt, we hebben een begrotingsoverschot, onze gemiddelde koopkracht gaat vooruit, de werkloosheid is laag. De regering pakt uit: nieuwe huizen bouwen, extra geld voor erfgoed en cultuur, defensie, ouderenzorg, technische vmbo, cybersecurity, blauw op straat, primair onderwijs, ontwikkelingssamenwerking en de Nederlandse Antillen. Onze economie is vooruit aan het sprinten, en dat mogen we gaan merken. Het houdt niet op met de goednieuwsberichten: met bijna 21 minuten is dit Willem-Alexanders langste Troonrede ooit.

Rekenmachine

De Troonrede is dan ook relatief compleet in haar themakeuzen. Veel van de grote maatschappelijke problemen en vraagstukken worden benoemd, zij het lang niet altijd met een concrete belofte of maatregel erbij. Het klimaat komt langs, de gaswinning in Groningen, de hysterische huizenmarkt in steden, het lerarentekort, eenzaamheid en zorg van ouderen, pensioenvernieuwing, internationale betrekkingen, de orkanen op de eilanden in 2017, huiselijk geweld, problematiek van zzp’ers… Dat is knap gedaan van de schrijvers, maar zorgt er wel voor dat de verzwegen onderwerpen wat extra opvallen. De situatie van studenten, bijvoorbeeld, of vluchtelingenopvang in Nederland, of de vraag hoe 1000 kilometer aan nieuwe rijstroken zich verhoudt tot ambitieuze milieuplannen…

“En er is de vraag die niet in een rekenmachine past”, om de koning te citeren: “Leven we in Nederland wel voldoende met elkaar en niet te veel naast elkaar?” Een curieuze tussenzin waarvan je je afvraagt hoe hij in deze Troonrede terechtkwam. Wilde de koning dit zelf, als tegenwicht tegen de economische focus van de VVD-tekst? Was het de inbreng van een van de C-partijen in de regering? Een antwoord op de vraag geeft Troonrede niet, maar dat hij gesteld wordt is al een welkome ontsnapping uit de zielloze cijferterreur.

Weinig zetels, grootse daden

Misschien zegt het slot van de Troonrede nog wel het meest over het karakter van onze regeringsleiders. Ineens komt daar weer een geschiedenislesje uit de lucht vallen. “Het confessionele kabinet-Ruijs de Beerenbrouck dat in september 1918 aantrad, in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog, steunde op precies de helft van het aantal zetels in de Tweede Kamer. Desalniettemin wist het met de invoering van de achturige werkdag en het algemeen vrouwenkiesrecht wezenlijke verbeteringen door te voeren.”

Kijk, hier spiegelt onze regering zich openlijk aan. Een confessioneel kabinet (hallo, CU en CDA) dat honderd jaar geleden een krap zetelaantal had (hallo, Rutte-3) en tóch grootse dingen gedaan kreeg. Dit is hoe Mark Rutte zijn club graag presenteert. Het is een euforische grijns in het gezicht van de hardnekkige geruchten dat de coalitiepartijen onderlinge spanningen kennen. Het is een obscene grijns in het gezicht van iedere burger die verontwaardigd is over de afschaffing van de dividendbelasting, slecht functionerende VVD-Kamerleden en bezuinigingen uit eerdere jaren. Het is een agressieve middelvinger naar de 10 jaar oude kredietcrisis en de jaren van bezuinigen, bezuinigen. Eindelijk kan Rutte zijn eeuwige optimisme staven met harde cijfers, en de hele wereld moet het horen.

Propaganda

Het probleem met zulk overschreeuw-gedrag is dat de meerderheid van de burgers er allang te cynisch voor is. Hoeveel van de nieuwe investeringen zijn goedmakertjes voor wegbezuinigingen van Ruttes eerdere kabinetten? “Waar zitten de addertjes?”, vraagt iedere Henk en Ingrid in de NOS-voxpopjes. De zinnen die de koning moest uitspreken waren stuk voor stuk beweringen die om een losse journalistieke factcheck vragen. Zonder zo’n achtergrond is het niets dan motivational propaganda van de partij die eerder die dag met een potsierlijk filmpje liet zien volkomen van de realiteit te zijn losgezongen.

Na zijn voorleesbeurt kreeg Willem-Alexander overigens wel een salarisverhoging. Alles bij elkaar gaat het Koninklijk Huis ons volgend jaar ruim een miljoen meer kosten. Zo zielig is de koning dus ook weer niet.

De koning verdient komend jaar 24.000 euro extra.
    Alain Verheij is gefascineerd door alle plaatsen en momenten waar tijd en eeuwigheid elkaar ontmoeten. Denk daarbij aan kunst, cultuur, religie en schoonheid in de breedste zin van die woorden. Verder heeft hij een groot zwak voor taal en promoveert hij op het Ugaritisch.