Op het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci ontbreken de voeten van Jezus. Het is vreemd dat hiervoor nauwelijks aandacht bestaat. De voeten staan wel op een getrouwe kopie die kort na het meesterwerk is gemaakt. Da Vinci liet Jezus sandalen dragen maar wat betekent het hierop geschilderde motief?

STEUN RO

Ruim anderhalve eeuw nadat Leonardo da Vinci (1452-1519) op de noordwand van de eetzaal van het Dominicaner klooster Santa Maria della Grazie in Milaan het Laatste Avondmaal had geschilderd, hakten monniken dwars door de voeten van Jezus en twee apostelen een deuropening. Deze werd later weer dichtgemetseld maar hiermee ging wel een niet onaanzienlijk deel van één van de bekendste kunstwerken ter wereld verloren, waaraan ook de nodige symboliek is verbonden. Voorafgaand aan het laatste avondmaal waste Jezus immers de voeten van de twaalf apostelen als toonbeeld van nederigheid en compassie. De voetwassing maakt dan ook deel uit van de liturgie van Witte Donderdag waarin het laatste avondmaal wordt herdacht.

Het uit de fresco gehakte deel is verloren gegaan maar nog wel te zien op een zeer getrouwe kopie die in 1506-1507 vermoedelijk onder toezicht van Da Vinci zelf is gemaakt door één van zijn leerlingen: Andrea di Bartolo Solario (1465-1524); mogelijk zou de meester zelf de hoofden van Jezus en Johannus hebben geschilderd. Deze kopie met hetzelfde formaat als de originele fresco (460 x 880 cm) werd in 1545 door de prelaat van Tongerlo gekocht en fungeerde als trekpleister voor bekende schilders als Peter Paul Rubens, David Teniers en Anthony van Dijck. Het doek moest tijdens de Franse Revolutie haastig worden weggehaald en overleefde in 1929 ternauwernood een brand. Maar na een restauratie van acht jaar kon het vanaf 1966 weer worden getoond. Het hangt nu in een speciaal daarvoor gebouwde museale ruimte in de Abdij van Tongerlo (België).

Op veel kunst uit de Renaissance figureert Jezus met blote voeten. Op het Laatste Avondmaal van Da Vinci draagt hij niet alleen sandalen maar ook nog eens van een bijzonder soort met een weefwerk waarop een plantenmotief is afgebeeld. Dit intrigerende detail lijkt tot nu toe te zijn ontgaan aan de tientallen deskundigen die het werk van Da Vinci hebben bestudeerd. Om wat voor plant gaat het en schuilt hierachter een diepere betekenis? Da Vinci had veel belangstelling voor planten en zijn botanische studies getuigen van grote accuratesse. Dat maakt het mogelijk om de door hem getekende en geschilderde planten te determineren. Het plantenmotief op de sandalen is echter gestileerd hetgeen identificatie lastiger maakt.

Da Vinci had veel belangstelling voor planten en zijn botanische studies getuigen van grote accuratesse

De in voluutvorm krullende bladeren zette Constance Scholten, conservator Algemene Iconografie van het Nederlands instituut voor kunstgeschiedenis, op het spoor van de acanthus. Mirella Levi D’Ancona (1919-2014), bij uitstek dé autoriteit op het gebied van symboliek van planten op schilderijen uit de Renaissance, maakt de cirkel rond: de acanthus werd in die tijd vaak gerelateerd aan de kruisdood van Jezus. Vanuit de Oudheid stond de acanthus, die vaak bij graven werd aangetroffen, overigens ook symbool voor leven na de dood.

Het toeval wil dat hemelwijd 115 kilometer van Tongerlo de heilige sandalen van Jezus zouden zijn bewaard in de Sint Salvatorbasiliek in de Duitse Eifelstad Prüm. Ze behoren tot de belangrijkste relikwieën uit de Middeleeuwen maar zijn in populariteit ruimschoots overtroefd door de Heilige Rok in de Dom van het nabij gelegen Trier. De sandalen van Christus zijn vermoedelijk rijkelijk versierde pantoffels uit de Karolingische tijd maar in 2007 troffen experts in weefselsporen wel mineralen die afkomstig zouden zijn uit de omgeving van Jerusalem. De kunsthistoricus Wouter Prins, conservator van het Museum voor Religieuze Kunst in Uden, maakt zich echter weinig illusies; volgens hem liep Jezus blootvoets.

Met dank aan Constance Scholten en Wouter Prins.