Het nieuws dat in een programma een jongen van twaalf werd gevraagd om tegen betaling van 17.000 euro zijn geslachtsdeel te tonen in het programma van Bilal Wahib maakte terecht heel wat los. Mensen leefden mee met het slachtoffer en waren verontwaardigd, justitie reageerde direct, de presentator werd verhoord en zat vast. Deskundigen hebben het over de schade die het toebrengt. Hoe begrijpelijk en logisch, we accepteren dit niet.

STEUN RO

Maar voor mij toonde dit gelijk de grootste hypocrisie vanuit de samenleving en justitie, omdat als het om het diep verborgen geweld tegen kinderen gaat, dat geen seksueel misbruik is, men in het algemeen de schouders ophaalt en totaal niet reageert.

Ervaringen

Goed, ik meen recht van spreken te hebben, als ik hierover spreek. Want als jongen van een jaar of 17 was ik dakloos, terwijl ik onder jeugdzorg stond. Belandde op straat, uiteindelijk zwierf ik doelloos en soms hongerig door het winkelcentrum Hoog Catharijne in Utrecht. En daar, ergens bij de roltrap, kwamen wel eens mannen.

Met hen kon ik regelmatig mee, voor wat eten.  En dan, binnen bij die vreemden, kon ik even douchen, even binnen zitten op een zachte bank. Muren met schilderijen zag ik, zo’n contrast met buiten. Voor een moment was het warm, weg van het koude shopping- centrum.  Even was ik uit de hel van het buitenleven.

Maar het ging wel ergens om. Het moest. Ik schaamde me er lang voor. Nee, 17.000 euro boden ze me er niet voor. Het was seks, voor een patatje met. Voor een tientje met een brede glimlach. Overleven in de hel van jeugdzorg.

En nee, hoe ik daar kwam was ook niet mijn schuld, want kinderen in de jeugdzorg wordt snel verweten dat het lekker puh eigen schuld is omdat ze vast zelf wel zo stout waren.  En dat het dus niks erg is wat er allemaal tegen ze gebeurt.

Na bijna veertien jaar systematisch geweld kon ik nergens meer terecht, interesseerde jeugdzorg het zich niets meer wat verder nog met mij gebeurde. De maatschappelijk werkster van toen – ze leeft nog en weet het nog best – bood mij expres geen psychische en fysieke hulp. Ook niet toen ik aangaf nog zoveel pijn te hebben van de mishandelingen. Het mocht niet uitkomen wat er allemaal in jeugdzorg was gebeurd.

Geen aangifte

En aangifte tegen diegenen die kinderen mishandelen, deden ze niet. Niemand wist dus iets. Ik besefte toen nog niet dat doordat ze geen aangifte deden, ik kansloos zou worden in de rest van mijn leven. Mijn verhaal nooit meer ergens echt zou tellen. Niemand zich echt meer zou interesseren wat tegen mij als kind gebeurde. Het afgedaan kon worden als onzin.

Buiten mijn broers en jeugdzorg zelf en sommige familieleden, wist niemand wat zich al die jaren in het pleeggezin afspeelde. Waardoor je als zeventienjarige zelfmoord wilde plegen.  Je, als je niet in een of andere louche opvang zat, steeds op straat kwam of in het bos leefde.

Zwijgen

Ik verliet jeugdzorg.  Erover praten wat allemaal gebeurd was, dat deed je niet. Mijn verhaal wist ik eerst zelf niet eens. Pas vele jaren later kwam het stukje bij beetje boven. Toen mijn lichaam ermee op hield. Ik was uitgeput, op.

En toch deed ik toen nog iets dat ik nooit had verwacht van mijzelf.  Ik overwon mijn gevoel van diepe schaamte voor wat gebeurde. Ik dacht even, dat ik misschien toch geen waardeloos pleegkind was dat niet hoorde te leven, dat ik misschien toch ook nog een mens was met rechten. En deed op mijn 33e aangifte tegen mijn pleegouders – het was toen nog niet verjaard.

Mijn broer steunde me vierkant, schreef een uitgebreide getuigenverklaring van wat hij allemaal in al die jaren had gezien.  Niemand toonde echter meer minachting tegen mij dan de officier van justitie die mijn aangifte in ontvangst nam.

Voor justitie telde bijna veertien jaar systematisch geweld met fysiek letsel tot gevolg niet. De problemen waar ik mee kwam te zitten telden voor justitie en instellingen niet.  Recht hoefde niet te geschieden. Expres niet.

Nooit sprak ik er erover, al die veertig jaar lang nadat ik uit het pleeggezin wegvluchtte niet. De Commissie de Winter kwam. Eindelijk. Ik vertelde en voor het eerst luisterde iemand echt. Niet op televisie, niet in het openbaar, maar ergens in het geniep, zodat niemand het echt zou weten.

Er kwamen excuses. Van jeugdzorg. Nou ja, dat justitie niets wilde vervolgen, daarover sprak je niet. Dat was gewoon normaal, logisch, toch?

En dan? Helemaal niks. Je kunt gewoon verder barsten.

Het kan zelfs gebeuren dat niemand je meer geloofd. Omdat justitie het expres niet wilde onderzoeken.

Van de duizend meldingen bij de Commissie De Winter waren maar zes zaken voor de rechter te krijgen. En dat terwijl het gemiddeld om zeven en half jaar geweld ging. We vinden een live-streamed uitzending waarin eenmalig een belachelijk, gevaarlijk gestoord voorstel wordt gedaan om geslachtsdelen van een kind te tonen zoveel erger dan zeven en half jaar verborgen geweld tegen vaak al zwaar getraumatiseerde kinderen die in jeugdzorg verbleven. Die voor de rest van hun leven getekend zijn, problemen hebben.

Geen schaamte 

En ja, u mag het best weten. Vorige week durfde ik het eindelijk. Een lichamelijk onderzoek in het ziekenhuis voor de pijn die ik nog altijd voel op die plaatsen waar ze mij als kind zo lang en intens sloegen. En waarvan ik nog zo vaak pijn heb.

Nee, ik hoefde als schooljongen mijn geslachtsdeel niet te tonen voor een webcam, het was allemaal helemaal live, daar zat geen enkele beschermende webcam meer tussen. En zij boden mij geen 17.000 euro. Het was allemaal voor niets. Ik hoefde trouwens ook helemaal niets te doen van ze.  Zij deden het zelf wel allemaal. Zij overvielen mij gewoon jaar in jaar uit steeds opnieuw, onverwachts als ik mij veilig waande in bed.

Nee, ik hoefde ook mijn onderbroek niet naar beneden te trekken, dat vroegen ze niet aan me.  Zij rukten die wel woest omlaag. Van mij werd niets gevraagd.  Zij hielden mijn handen strak bijeen en sloegen mijn geslachtsdelen tot ik krijste en kermde van pijn. En nee, het was ook niet eenmalig.  Het was vijf jaar lang en hield pas op toen ik twaalf werd.

En justitie, die lachte mij diep minachtend uit. Verscheurde mijn aangifte, zodat niemand vervolgd zou worden.  Voor justitie telde zoiets helemaal niet. Dat was toch ook helemaal geen sensatie voor het volk.

Een kind dat zijn of haar jeugd lang wordt vernederd, gemarteld, opgesloten en continu bedreigd wordt, is namelijk helemaal niet iets waarover de samenleving verontwaardigd is, liet de officier van justitie mij weten. Het had geen enkele schade toegebracht, wist hij. Hoe kwam ik erbij om aangifte te durven doen, met een getuigenverklaring van mijn broer erbij? Had ik dan gedacht dat zoiets tegen kinderen erg was?

En bovendien, dat gebeurde toch allemaal onder jeugdzorg, dus wie maakt zich nog druk?  Jeugdzorg, die zo goed de taken uitvoert voor de kinderbescherming. En de kinderbescherming, tja, die valt direct onder justitie.  En als het een beetje verdacht blijkt, sjoemelt justitie gewoon wat met de weegschaal.  Zodat alles waarvan ze niet willen dat anderen het zien, voor altijd verborgen blijft.

Dit verhaal vertel ik niet voor mijzelf, maar voor al die duizenden kinderen die door instellingen, jeugdzorg en overheid niet serieus worden genomen en net als ik nooit in de media zichtbaar zullen worden 

Illustratie: ‘pleegouders’ aquapastel op papier

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Ik ben auteur van "Gepleegd", een uitgave van Tobi Vroegh te Amsterdam uit 2020, een jeugdervaringsverhaal waarin ik het systematisch geweld in de jeugdzorg beschreef dat ik meemaakte. Ik blog en schrijf (eveneens vanuit eigen ervaringen) over jeugdzorg, pleegzorg, kinderbescherming, (dissociatieve) identiteit, kunst en trauma, gender, GGZ  en traumaverwerking.