In de wiethandel na een kinderfeestje

Thuiskweker Johan hoopte per jaar 44.000 euro te verdienen met een wietkwekerij. Een kennis strikte hem op een kinderfeestje. Maar de oogst mislukte, en hem hing een celstraf en een vordering van duizenden euro’s boven het hoofd.

Johan is een grote man, met een brede glimlach die zelden van zijn gezicht wijkt. Ook niet toen hij thuiskwam en de straat vol met politieauto’s stond. ‘Voor mijn huis stonden tien agenten, in de tuin nog eens tien. ‘Ik weet waarvoor jullie komen’, zei ik rustig. ‘Ik laat het jullie zien.’’ Kort daarna zat hij in een kooi achter in een politiebusje.

Johan is niet zijn echte naam. De vijftiger uit Tilburg doet het verhaal over zijn wietkwekerij anoniem, omdat hij er niet op wil worden aangekeken. Hij wil praten ‘om anderen te waarschuwen dat het niet zomaar iets is’.

Onmisbare radertjes

Zijn ervaringen geven een inkijkje in de wereld van de amateur-telers zoals Brabant er zoveel heeft, met wiethokken op zolder, in de kelder of in een berghok. Het zijn kleine, onmisbare radertjes in de illegale cannabishandel. Volgens justitie runnen criminele netwerken vaak meerdere wiethokken, verspreid over de stad of de provincie.

Kinderverjaardag

Voor Johan begon het een paar jaar geleden, op een kinderverjaardag. De volwassenen zaten flink aan het bier. ‘Er was daar een man die ik twintig jaar niet gezien. Het ging hem goed. Hij reed een dikke Audi. Toen ik hem leerde kennen, was hij bouwvakker. Kraandrijver. Hij vertelde waar hij woonde. “Toch niet in dat huis op de hoek?”, vroeg ik. “Dat is gigantisch.”’ Johans belangstelling was gewekt: hoe kwam die vent aan zoveel geld?

De man bleek te bemiddelen tussen criminelen en eigenaren van teellocaties: hij was wietmakelaar. ‘”Heb jij nog ruimte?”, vroeg hij. “Ik heb nog een werkhok achter”, zei ik. “Zetten we helemaal vol”, zei hij. “Nee joh”, zei ik. “Daar heb ik helemaal geen zin in.”’ Maar een paar ontmoetingen later was Johan om. ‘Op een gegeven moment dacht ik: “Wat kan mij gebeuren? Iedereen doet het.” Dat is niet zo, maar zo denk je dan.’

Wat kan mij gebeuren? Iedereen doet het

Zijn studie Nederlands heeft de welbespraakte Johan nooit afgemaakt. Het was hem te saai. Hij heeft zijn geld altijd verdiend met zijn handen: in zijn eigen bedrijf, in loondienst en als docent bij de vakopleiding. Zijn drie kinderen van tussen de vijftien en dertig wonen deels al op zichzelf, en deels bij hem. Van zijn vrouw is hij gescheiden. Hij heeft een koophuis. Meer dan dertig jaar geleden kreeg hij een boete voor de mishandeling van een rivaal in de liefde. Verder heeft hij een blanco strafblad.

Ademruimte

‘Het wereldje van de wiethandel was eigenlijk niets voor mij’, zegt Johan. Maar het geld lonkte. ‘Om de 12 a 14 weken, dus vier keer per jaar, zou ik 11.000 euro krijgen: de helft van de opbrengst. Wat ik normaal verdien is ietskes minder. Ik zou wat meer ademruimte hebben. Ik wilde dolgraag mijn zoon helpen met zijn bedrijf, en mijn andere zoon met zijn studie.’

En dus reed Johan op een dag naar de bouwmarkt om gipsplaten en hout te kopen. Op internet zocht Johan kweekapparatuur. Hij vond een advertentie: ‘gebruikte plantenkas, in verband met beëindiging hobby’. Prijs: 3000 euro. Johan wist genoeg: dat was geen gewone kas. Hij haalde de spullen op bij lui in Rotterdam. ‘Gajes’, zegt hij. ‘Van die getatoeëerde types.’

Bouwploegje

In totaal gaf hij 8000 euro uit aan materiaal. De kennis regelde een ‘bouwploegje’, zo was de afspraak. Johan bemoeide zich er niet mee. Hij had sleutels van zijn tuin en werkhok afgegeven. Toen de kwekerij eenmaal in bedrijf was, hoefde hij alleen dagelijks met een schakelaar de lampen aan en uit te zetten.

Drie tot vier keer per week liepen er zonder aankondiging twee mannen door zijn tuin om de cannabisplantjes te verzorgen. Polen, zegt hij. ‘Eentje sprak een beetje Engels en Duits, de ander deed zijn bek niet open. Geen gezellige mensen. Ik vond het maar niks, die vreemde snuiters op mijn terrein. En ik vond het hoe langer hoe moeilijker ze te vertrouwen.’

Ik vond het maar niks, die vreemde snuiters op mijn terrein

De eerste oogst was mislukt, zo hoorde hij na zeven weken. ‘De vloer liep scheef, waardoor volgens hen de helft van de planten was verdronken, en de andere helft uitgedroogd.  Ik zag inderdaad driekwart van die plantjes moedeloos in de potjes hangen. Maar de rest? Misschien hebben ze die nog wel kunnen verkopen’, zegt Johan. ‘Je gaat iets aan met mensen die je niet kent, en dan volgt wel of geen betaling. Je begint er opportunistisch aan. En naïef.’

Stroom aftappen

De installatie was eerst via Johans meterkast aangesloten op het lichtnet. Later lieten de Polen op zijn verzoek een electriciën komen om stroom af te tappen. Johan kreeg de man niet te zien. ‘Ik moest 60 euro neerleggen op het aanrecht, en zelf in de huiskamer blijven.’ In tien minuten was het geregeld.

Was zijn kwekerij het werk van een criminele organisatie? Johan vraagt het zich af. ‘Een stelletje stumpers waren het.’ Maar wie er precies achter zaten, weet hij niet. Hij wil het ook niet weten.

Een stelletje stumpers waren het

Drie maanden nadat hij met kweken begon stond de politie op de stoep. Iemand uit de buurt moet iets van de activiteiten hebben gezien, denkt Johan. Tijdens de verhoren deed hij alsof hij de kwekerij in zijn eentje had opgezet, om te voorkomen dat de politie hem zou doorzagen over andere betrokkenen. Na twee dagen stond hij weer buiten.

Beslag op huis

Dat was het begin van drie jaar onzekerheid. Johan was niet zo bang voor een celstraf: hij hield rekening met een maand of twee. Hij kneep hem vooral vanwege de ontnemingsvordering van duizenden euro’s. Dat bedrag had hij volgens het OM met zijn kwekerij verdiend. Justitie liet zelfs een tijd beslag leggen op zijn huis.

Johan zelf zegt dat hij er geen cent aan zijn avontuur overhield. Sterker nog: zijn investering was hij kwijt. Een geslaagde oogst is er volgens hem niet meer geweest. Ook de rechter oordeelde uiteindelijk dat er geen bewijs was voor een oogst. De ontnemingsvordering werd afgewezen. Omdat hij zo lang moest wachten voor zijn zaak voorkwam, en omdat hij spijt betuigde, kwam Johan ervan af met een voorwaardelijke werkstraf.

Geen spijt

Hij zou het niet meer doen, zegt Johan. Hij raadt het zijn kinderen van harte af. Maar of hij het meende, van die spijt? Met een brede glimlach: ‘Voor geen meter.’

Er zullen mensen zijn die hém ‘gajes’ vinden, erkent Johan, maar hij vindt dat niet terecht. ‘Ach, ik heb het eens geprobeerd. Gajes, dat zijn de echte grote kwekers, de bendeleden. En wiet? Geef het toch alsjeblieft vrij. Mensen willen zich verdoven. De Inca’s deden dat al.’

Dit is het vijfde en laatste deel in een serie over de mensen achter de achterdeur van de coffeeshop. Zie hier de vorige delen: 

De coffeeshophouder
De inkoopster
De grotere teler/handelaar
Klem tussen crimineel en justitie

Dit artikel verscheen eerder in het Brabants Dagblad.

Mijn gekozen waardering € -

Marten van de Wier is zelfstandig journalist en communicatieprofessional. Hij heeft speciale aandacht voor duurzaamheid, natuur en onderwijs, en is daarnaast specialist Zuid-Nederland.