Ex-Hells Angel Louis Hagemann werd in 2003 tot levenslang veroordeeld voor de moord op Corina Bolhaar en twee van haar kinderen. Een dreigende verjaring en een uitzending van Peter R. De Vries weekten 18 jaar na de misdaad bij diverse getuigen belastende verklaringen los.

STEUN RO

De foto uit het dossier laat zien waarom deze zaak destijds zoveel emotie opriep in Amsterdam-Zuid. Daarop is het levenloze lichaam van het zesjarige jongetje Sharon te zien, met ernaast in beeld het springtouw en de kledingriem waarmee het kind is gewurgd. Het lijfje is ook met een mes bewerkt.

Als politieagenten op maandag 5 maart 1984 om tien voor zes in de avond de verdieping in de Argonautenstraat binnenlopen, liggen daar ook de lijken van Sharons moeder, Corina Bolhaar, en zijn negenjarige zusje Donna. Hun anderhalf jaar oude broertje Brian, in de slaapkamer, heeft de moordenaar met rust gelaten.

Uit het forensisch onderzoek komt naar voren dat de vrouw en haar twee kinderen ergens tussen 09.00 uur zaterdagavond en zondagavond 23.00 uur om het leven moeten zijn gebracht. Justitie gaat er vanuit uit dat het drama zich op de vroege zondagochtend heeft voltrokken. Onder meer omdat de slachtoffers allemaal in nachtkleding zijn aangetroffen, en met lege magen. Ook zijn de gordijnen dicht, staat er een volle pot koffie op tafel en een asbak met daarin twee sigaretten.

Er zijn geen sporen van braak. De dader moet een bekende van Corina zijn geweest, of iemand die de sleutel had. Meest waarschijnlijke scenario is volgens justitie dat de moordenaar van Corina door de kinderen werd herkend, waarna hij geen andere keuze dacht te hebben dan hen ook om het leven te brengen. Het jongste kindje mocht daarom blijven leven.

Start

De vondst van de drie lichamen is het lugubere startsignaal voor een strafrechtelijk traject dat pas in de volgende eeuw tot een einde wordt gebracht. De politie pakt twee dagen na de moord een eerste hoofdverdachte op. Het is de bij de Hells Angels aangesloten Louis Hagemann, een vriend van Corina. Hij is ten tijde van de moord in de buurt van de woning gezien door een taxichauffeur. Die verklaart aan de politie dat hij Hagemann op de ochtend van zondag 4 maart van het clubhuis van de Hells Angels, aan de H.J.E. Wenckebachweg nummer 13, naar het Stadionplein heeft gebracht. Op nog geen steenworp van het huis van Bolhaar en haar drie kinderen.

Later zal blijken dat Hagemann heeft aangekondigd om bij Corina op bezoek te komen die nacht. Hij heeft zelfs bij Corina aangebeld die ochtend, zo rond zeven uur. Hagemann beweert dat er vervolgens niet werd opengedaan, en dat hij daarna met de tram – via de Ferdinand Bolstraat – en een taxi naar zijn huis in Amsterdam-Noord is teruggereisd. 36 uur na het aanbellen van Hagemann worden de lichamen gevonden.

De leider van het politieonderzoek is er onder meer op basis van de verklaring van de taxichauffeur van overtuigd dat ‘Louis H.’ de dader is, maar hij moet hem van de officier van Justitie wegens gebrek aan bewijs weer laten gaan. Er zijn geen sporen gevonden die erop wijzen dat Hagemann schuldig is. Aan DNA-onderzoek doet justitie in de jaren tachtig nog niet. Er is niets dat de verdachte voor een rechtbank overtuigend aan de driedubbele moord kan linken.

Wel zijn er nog twee andere mannen met een slechte reputatie waar Bolhaar relaties mee onderhield, en die in staat kunnen zijn geweest de moorden te plegen. In de eerste plaats is dat de in Andorra geboren Haïm, Corina’s rancuneuze ex-vriend, en vader van de twee om het leven gebrachte kinderen. Een veel waarschijnlijk dader is Jo B., waar Bolhaar een tijdje mee samenwoont. Hij is een aan drugs verslaafde Israëliër die haar regelmatig mishandelt. B. raakt zijn verblijfsstatus kwijt en wordt uitgezet, als zij hem aangeeft bij de Vreemdelingenpolitie. De man is daar woedend over, en dreigt naar Nederland terug te keren om haar wat aan te doen. Eerder zou hij Corina al eens hebben bedreigd met een mes, in het bijzijn van de kinderen. Uit angst voor B. deed zij in de maanden voor de moord de deur van haar woning pas open, nadat ze vanuit het raam had gecontroleerd wie er op de stoep stond.

Maar de beide mannen hebben een sluitend alibi. Haïm is volgens getuigen in Andorra. Jo B. is van zaterdagnacht op zondag 4 maart in Brussel stiekem gevolgd door een jaloerse vriendin, die zijn alibi daarom kan bevestigen. B. reageert ongelovig en hevig geëmotioneerd, als hij later in de week hoort van de dood van Corina en de twee kinderen.

Moord maakt indruk

De twee mannen worden niet vervolgd. De zaak Bolhaar verandert in de jaren erna langzaam in een cold case. Maar de affaire raakt nooit helemaal in de vergetelheid. In de jaren negentig spreekt politiewoordvoerder Klaas Wilting nog over een Hells Angel die verdacht wordt van een geruchtmakende moord. Ook is er een misdaadjournalist die tijdens de moord op Corina Bolhaar bij haar in de buurt woont en de gebeurtenis voor De Telegraaf verslaat. De moord maakt grote indruk op hem. In 2002 zal Peter R. De Vries een cruciale rol spelen in de hernieuwde aanhouding van de eerdere hoofdverdachte in de zaak: Louis Hagemann.

Dat gebeurt als hij na de millenniumwisseling in Panorama over de zaak Bolhaar begint te schrijven. De Vries doet dit onder meer met het oog op de verjaring van de moord na 18 jaar, in een uiterste poging deze op te lossen. Hij komt in contact komt met een ex-vriendin van Hagemann. Zij geeft hem de informatie die voor een doorbraak in de zaak zorgt. De vrouw vertelt dat Hagemann haar meerdere keren heeft toegebeten dat hij al eens ‘een wijf met twee koters’ heeft vermoord. Ze heeft hem toen gevraagd of het echt ook om kinderen ging. Daarop zou Hagemann de voornaam van de vrouw hebben genoemd. Als De Vries met haar praat, zit Hagemann juist een celstraf van 6 jaar uit voor de verkrachting van de vrouw. Ze durft daarom met deze informatie nu wel naar buiten te komen. Eerder was ze daarvoor te bang.

De Vries maakt een aantal tv-programma’s naar aanleiding van de nieuwe feiten, waarna meer mensen reageren met belastende informatie over Hagemanns betrokkenheid bij de moord op Bolhaar.

Een medegedetineerde laat weten dat Hagemann onder invloed wel eens iets soortgelijks tegen hem heeft gezegd. Een oude vriendin van hem verklaart dat Hagemann op de dag na de moord bij haar kwam onderduiken, en toen gespannen de krant doornam die ze voor hem had moeten halen. Ook had hij gevraagd een vlek aan de bovenkant van de mouw van zijn jas uit te wassen. Toen ze even wegging bleek die jas verdwenen, en smeulde er volgens haar iets in haar tuin. Bij terugkomst in haar woning richtte Hagemann een pistool op haar. Kennelijk verwachtte hij ander bezoek. De vriendin geeft ook aan dat hij de dinsdag erop niet naar de Hells Angels clubavond ging, terwijl Hagemann deze normaal nooit oversloeg.

Hoewel justitie in eerste instantie terughoudend is, besluit zij om onder aanhoudende druk van De Vries de zaak in 2002 toch opnieuw tegen het licht te houden. Enkele weken voor de verjaringstermijn voor de moord is verstreken, wordt het zogenaamde gerechtelijk vooronderzoek aan de verdachte Louis H. ‘betekent’. Justitie denkt dan zoveel extra aanwijzingen voor de vervolging van de moord te hebben verzameld, dat een nieuw onderzoek naar de schuldvraag gerechtvaardigd lijkt.

Lekkage

Tijdens de rechtszaak wordt duidelijk waarom de politie terughoudend zou kunnen zijn geweest bij het opnieuw oppakken van de zaak Bolhaar. Al het beschikbare technische sporenmateriaal in de zaak uit 1984 is namelijk verdwenen, na een lekkage in de kelder van het hoofdbureau van politie in Amsterdam. Het inmiddels wel actueel geworden DNA-onderzoek kan niet meer worden uitgevoerd. Vingerafdrukken leveren net als in de jaren tachtig niets op. Alleen via de verklaringen ‘de auditu’ – van horen zeggen – van alle getuigen kan justitie de zaak nog proberen rond te maken.

Tijdens de rechtszaak trekt advocaat Geertjan Van Oosten alles uit de kast om een vrijspraak voor Hagemann te bewerkstelligen. Hij probeert vooral twijfel te zaaien over de betrouwbaarheid van de belangrijkste getuige, de ex van Hagemann. Zij zou alleen uit zijn op wraak, en de beloning van 20.000 euro van justitie voor de gouden tip in de zaak. Ook wijst de advocaat op het ontbreken van het motief voor Hagemann. Hij zou juist een kindervriend zijn, die het woord ‘koters’ nooit gebruikte, omdat hij het een asociale bijklank vindt hebben. Dat zijn cliënt zich de eerste dagen na de moord schuil hield voor de politie, vindt Van Oosten niet raar: ‘Hij besefte zich immers dat hij er als Hells Angel en veelpleger niet best voor stond… Voorts had hij een probleem: hij kende het slachtoffer goed en was op zondagochtend aan de deur geweest.’

Ook voor het feit dat een tramchauffeur die ochtend geen Hells Angel-achtig type naar huis had zien reizen – wat als ontlastend zou gelden voor Hagemann – geeft de advocaat een verklaring. Hagemann trok wel eens een jas over zijn ‘colours’ aan, om geen negatieve aandacht te trekken. Van Oosten vindt de getuigenis van de vriendin waar Hagemann op de maandag na de moord heeft ondergedoken onbetrouwbaar. Volgens de raadsman legt ze te veel wisselende verklaringen af, waar ze pas in 2002 mee voor de dag komt. De advocaat vindt haar motivering ook discutabel: ‘Ik wil wel dat Louis Hagemann voor eeuwig vast komt te zitten.’ De vriendin geeft bij de politie aan dat ze bang was om deze informatie eerder met justitie te delen.

Van Oosten schuift Jo B. naar voren als verdachte van de moorden. Twee kinderen zouden een man met zijn signalement op zondagochtend aan het slot hebben zien morrelen. Waarom wordt aan die verklaring geen waarde gehecht, vraagt de verdediging zich af. De advocaat brengt ook onder de aandacht dat B. in eigen land al eens in contact met justitie is geweest voor huiselijk geweld. Helaas kan Jo B. zelf niet meer voor de rechtbank worden opgeroepen. Hij is in 2001 namelijk overleden. Dit heeft ook tot gevolg dat theorieën over criminele zaken waar Haïm en Baron samen mee bezig zouden zijn geweest en die de opmaat voor de moord konden hebben gevormd, niet meer door de verdediging kunnen worden uitgeplozen.

Straf

De rechtbank kan of wil niet veel met het pleidooi van de raadsman. Ze besluit om Hagemann tot een levenslange gevangenisstraf te veroordelen voor de moord op de twee kinderen. De doodslag op Corina is al verjaard. De rechtbank weegt Hagemanns andere veroordelingen voor geweld, mishandeling, poging tot doodslag en de verkrachting mee in de bepaling van de straf.

Hagemann gaat in hoger beroep bij het gerechtshof. Daar brengt advocaat Willem Anker in 2005 onder meer naar voren dat een kennis van Corina stellig beweert haar op zondagavond nog aan de telefoon te hebben gehad. Als dat zo is, dan zou de moord pas op zondagavond plaats hebben gevonden. Dat feit zou zijn cliënt vrijpleiten, want die heeft voor de zondagavond een waterdicht alibi. Anker wijst weer op de onbetrouwbaarheid van de getuigenverklaringen. Een tweede veroordeelde gevangene waartegen Hagemann ook gezegd zou hebben dat hij een vrouw met kinderen heeft vermoord, zou niet eens in hetzelfde gevangeniscomplex hebben gezeten.

Het hof bevestigt desondanks de juistheid van de alibi’s van de andere verdachten personen en wijst op de gedetailleerdheid van de meeste getuigenverklaringen. Ze stelt vast dat Louis Hagemann op maandag 5 maart 1984 bij zijn vriendin leek te willen schuilen omdat de politie hem ‘op de hielen zat’. Terwijl de moord pas die avond zou worden ontdekt. Kennelijk wist Hagemann al meer, als dader.

Na een flink aantal zittingen voor het Hof blijft de levenslange veroordeling overeind staan. Op 21 november 2006 ziet de Hoge Raad geen aanleiding de zaak terug naar het hof te verwijzen, nadat Hagemann in cassatie is gegaan. Zijn advocaat gaat hierbij vooral in op het verloren gegane sporenmateriaal. Hierdoor zou justitie met haar aanklacht alsnog buitenspel gezet moeten worden. Ook het Europese Hof ziet geen aanleiding de zaak terug te verwijzen. 22 jaar na zijn eerste aanhouding voor de moord op Corina Bolhaar en haar twee kinderen in jaren tachtig, wordt Louis Hagemann nu onherroepelijk tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld.

Roddel en achterklap

‘Het is een regelrechte schande als roddel en achterklap de ruggengraat vormen van een strafproces.’ Dit was de reactie van advocaat Geertjan Van Oosten in 2003, op de beschuldigingen van moord aan het adres van Louis Hagemann op basis van verklaringen ‘de auditu’. De raadsman omschreef het als volgt in zijn pleidooi voor de Amsterdamse rechtbank: ‘Het is een kwalijke zaak dat iemand veroordeeld kan worden op basis van vage verklaringen van rancuneuze en/of sensatiebeluste ex-vriendinnen en medegedetineerden.’ De advocaat wees erop dat het onderzoek van justitie maar uit een aantal ‘blote de auditu-bekentenissen’ bestond die volgens de jurist geen steun vonden in overig bewijs. ‘Aannemelijk is ook geworden dat alle verklaringen uit verdachte bron komen.’

Deugdelijk

Letterlijk gaat het bij een de-auditu-verklaring om een verklaring ‘van horen zeggen’. Het is een verklaring van een persoon die vertelt wat hij een ander heeft horen verklaren. Het beginsel geldt in Nederland sinds 1926. De Hoge Raad besloot toen dat het toelaten van het ‘testimonium de auditu’ beantwoordt aan de eis van het nieuwe wetboek om de rechter tot een deugdelijke motivering van zijn vonnis te laten komen, en om geen enkele bron gesloten te houden voor de rechter. In de eeuw ervoor zijn getuigenissen van horen zeggen nog streng verboden.

Inmiddels worden veel meer rechtszaken in ons land afgedaan met schriftelijke verklaringen van getuigen in de rechtszaal, waar verder alleen de verdachte aanwezig is. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens staat er trouwens kritisch tegenover. Maar zolang het ondervragingsrecht van de verdediging wordt gerespecteerd, keurt ze het principe niet af.

De de-auditu-verklaringen van de belangrijkste getuigen staan in de zaak van Louis Hagemann overigens niet op zichzelf. In het vonnis worden ze ondersteund door bevestigende verklaringen van anderen.

De verklaring van de belangrijkste getuige, de vrouw die Peter R. De Vries vertelt over Hagemanns dreigende woorden, wordt onderbouwd door een vriendin, aan wie zij hierover vertelde. Ook het verhaal van de vriendin waar Hagemann op maandag 5 maart 1984 bij schuilde, wordt ondersteund door de getuigenis van een vriendin. Ze herinnert zich dat de vlek op de jas door haar als bloedvlek was omschreven: ‘Het verhaal van het bebloede spijkerjack kan ik mij nog heel goed herinneren.’ Eén van de twee gedetineerden die tegen Hagemann getuigde, vertelt de politie dat hij had gezegd dat hij ‘een vriendin met twee koters het licht had uitgeblazen.’ Hij sprak er zelfs vaker over.

Het hof houdt er wel rekening mee dat de getuigen de uitzending van Peter R. De Vries hebben gezien, waarbij bijvoorbeeld de feitelijke onjuistheid dat Hagemann op het Olympiaplein was afgezet, in een enkel geval is overgenomen. Het hof verwijst op een eerdere verklaring uit 1984, waarin de man al hetzelfde had aangegeven. Ook vindt ze de verklaringen consistent genoeg. Het argument dat de getuigen vanwege een beloning hebben verklaard, wijst ze af. De ene getuige informeerde pas na het delen van de informatie naar een mogelijke beloning. Een andere heeft er nooit om gevraagd.

Opmerkelijk

In ‘Nederlandse Jurisprudentie’ was professor Ybo Buruma trouwens kritisch over de uitspraak van het hof. Wat medegedetineerde A heeft verklaard, kan volgens hem ‘onmogelijk als erg overtuigend worden aangemerkt.’ Ook vindt hij het opmerkelijk dat de Hoge Raad goedkeurt dat het hof de betrouwbaarheid van drie verklaringen betrouwbaar acht, omdat ze overeenkomen met drie andere getuigenissen. Er zou per verklaring een onderzoek naar de juistheid ervan moeten worden gedaan, als de Raad bij dit oordeel tenminste uitgaat van haar eigen, eerdere jurisprudentie.

Niet iedereen is overtuigd van de schuld van Louis Hagemann. De combinatie van verloren gegaan sporenmateriaal, een dreigende verjaring van de zaak en de de-auditu verklaringen na de uitzendingen van Peter R. De Vries doen sommigen twijfelen aan de juistheid van zijn veroordeling. Anders zetten nog een stapje verder, en vragen zich af of Hagemann gezien zijn geschiedenis het slachtoffer is geworden van zijn verleden als Hells Angel, en daarom geen eerlijk proces heeft gekregen.

Hoogleraar Strafrecht Ybo Buruma verwijst hiervoor naar de Schiedammer Parkmoord: ‘Sindsdien weten we hoe wantrouwig we moeten zijn als sporen van een geweldsdelict geen aanwijzing geven in de richting van de dader. Het was ook in dit geval essentieel of de sporen die gevonden waren in de richting van de verdacht wezen, of niet.’ In zijn behandeling van het Hagemann-arrest in Nederlandse Jurisprudentie (NJ 2007, 543, zie ook andere kader) citeert hij een eerdere uitspraak van de Hoge Raad: ‘bij het in ongerede raken van bewijsmateriaal moet worden meegewogen welke schade deze inbreuk … redelijkerwijs aan de belangen van de verdediging heeft kunnen toebrengen.’

Professor Peter van Koppen heeft de zaak Hagemann in behandeling gehad met zijn project Gerede Twijfel, waarin hij met Maastrichtse rechtenstudenten discutabele veroordelingen onder de loep neemt. Laatste nieuws is dat Van Koppen de zaak niet doorzet, omdat er geen ‘novum’ kan worden gevonden om de zaak opnieuw aanhangig mee te kunnen maken.

De vrouw van Louis Hagemann houdt zich in de zaak nog vast aan een laatste strohalm: één van de meer dan 10 getuigen in de zaak zou de mondelinge verklaring die een rechercheur in de jaren negentig van hem heeft aangehoord en meer dan tien jaar later in een proces-verbaal heeft vastgelegd, weer willen terugtrekken. Jacqueline Hagemann claimt dat er al een verklaring ligt hierover van de man bij een notaris. Het gaat om een veroordeelde crimineel die zijn verklaring onder druk van de politie zou hebben afgelegd. Maar ook dit lijkt niet genoeg op te leveren aan zogenaamde ‘nieuwe feiten’ in de zaak.

Ook anderen vragen zich af of Hagemann wel schuldig is. Voormalig Nieuwe Revu-verslaggever Stan de Jong sprak Hagemann in zijn cel. Hij stelt vraagtekens bij zijn veroordeling. Zo zou een aantekening in het dagboekje van Corina pas op zondagavond gemaakt kunnen zijn, terwijl Hagemann ’s morgens de moord moet hebben gepleegd volgens justitie. De in onmin geraakte voormalige rechter en hoogleraar Strafrecht Wicher Wedzinga breekt ook een lans voor Hagemann: ‘DNA werd niet gevonden, een motief was er niet en Hagemann zelf had altijd ontkend iets met de moorden te maken te hebben’, stelt Wedzinga in een column op zijn website. ‘Hagemann kreeg levenslang omdat de verklaringen van enkele getuigen die beweerden van hem vernomen te hebben dat hij voor de slachtpartij verantwoordelijk was door de rechters betrouwbaar werden geoordeeld.’ De ex-rechter vindt het onverteerbaar dat in een gruwelijke zaak als deze geen dader wordt gepakt. ‘Maar het is nog onverteerbaarder wanneer er een gerede kans is dat een onschuldige hiervoor een levenslange gevangenisstraf moet uitzitten.’

Dit verhaal verscheen eerder in het misdaadmagazine Crimelink. Een verzoek tot herziening van de zaak van Louis Hagemann door zijn advocaat is inmiddels door de Hoge Raad afgewezen.

    Joost van der Wegen (1970) is (onderzoeks)-journalist op het gebied van criminaliteit, politie en justitie, inlichtingendiensten, slachtofferschap, en drugsbeleid. Hij publiceerde hierover onder meer in Metro, Panorama, Crimelink en Vrij Nederland. Voor Crimesite schreef hij het boek 'Onder spanning’, over politiewerk en PTSS. In 2018 werden zijn verzamelde misdaadreportages gebundeld in ‘Moordboek’ (Just Publishers).