Het is een cliché: in een oorlog sneuvelt de waarheid als eerste. Dat is zeker zo sinds Desert Storm. Op zondag 17 januari is het precies 25 jaar geleden dat de eerste bommen op Bagdad neerdaalden. Vier weken later was die oorlog, die later de Eerste Golfoorlog zou worden genoemd, afgelopen. Maar wat er nu echt is gebeurd tijdens deze oorlog die er vooral uitzag als een video-game is eigenlijk nooit goed tot de huiskamers in Europa en de VS doorgedrongen.

STEUN RO

Operatie Desert Storm is tot op de dag van vandaag vooral een videospelletje gebleven gecombineerd met, voor het eerst in de geschiedenis, rechtstreeks tv-beelden. Daarin waren vooral briefings te zien van stoere Amerikaanse militairen die spraken over sorties en targets. CNN vierde grote triomfen en het Pentagon hield de pers ver weg van het slagveld. Alleen onder begeleiding van militairen mochten er groepjes – vooral Amerikaanse – journalisten met de soldaten mee. Pr-officier Ron Wildermuth zei het luid en duidelijk: ‘Vertegenwoordigers van de nieuwsmedia gaan altijd alleen onder begeleiding mee. Ik herhaal: altijd.’

Behalve constant gezelschap van Amerikaanse militaire pr-medewerkers moesten de journalisten niet alleen vooraf toestemming vragen als ze iets wilden filmen, fotograferen of opschrijven, maar ook was er censuur achteraf. Dat alles met het welbekende argument dat dit nu eenmaal vanuit veiligheidsoogpunt noodzakelijk was.

De Amerikanen, zoveel was duidelijk, hadden hun lesje geleerd na de vorige oorlog in Vietnam. In die oorlog konden journalisten ongehinderd hun gang gaan en dat leverde verhalen en beelden op over hoe een oorlog er echt uitziet. En dat is fraai noch heldhaftig, maar vooral afschrikwekkend. Dan gaat het over kinderen die door napalm verbranden, soldaten die hun halve gezicht in één klap kwijt zijn. Dan gaat het over opgevreten worden door de muskieten of ratten, over tergend langzaam doodbloeden, om benen die weggevaagd worden door granaten. Het gaat over amputaties, schreeuwende pijn, mensen die leven worden begraven en tegenstanders die koelbloedig worden doodgeschoten. Dat is oorlog namelijk: wreed, onmenselijk, angstaanjagend.

Dat was het beeld van Vietnam. Zo zag een oorlog er in het echt uit en dat viel niet goed in de VS. Steeds luider werd de roep om zich terug te trekken uit die smerige spiraal van geweld. En uiteindelijk gebeurde dat onder druk van de publieke opinie ook.

Propaganda

Die fout wilden de Amerikanen niet opnieuw maken. De inval in Granada in oktober 1983, waar zich tegen de wil van grote broer Amerika een bewind had gevestigd dat toenadering zocht tot aartsvijand Cuba, en de oorlog in Panama in december 1989 en januari 1990 om de VS-belangen ten aanzien van het Panamakanaal veilig te stellen, waren daarvoor eerste vingeroefeningen geweest: ook hier werd de pers ver weg gehouden van het oorlogstoneel.

En zo ging het ook tijdens Desert Storm, een oorlog vol precisiebombardementen en mooie plaatjes van exploderende gebouwen zonder dat er ook maar één mens te zien was. Een schone oorlog. Kortom, een video-game.

‘Pure propaganda’ werd het genoemd door Ramsey Clark, ooit minister van Justitie in de VS, die er een boek over schreef: The Fire this Time: U.S. War Crimes in the Gulf , waarin hij ferm uithaalde naar de Amerikaanse media. Want, aldus Clark, de Amerikaanse pers liep niet alleen aan de leiband van het Pentagon maar ze liet het ook gewoon zelf gebeuren.

Clark: ‘Hoe het Pentagon de journalisten onder controle hield, is redelijk goed bekend. John Mac Arthur schreef er een boek over getiteld The second Front. Maar daar gaat het mij niet om. Wat ik beweer is dat de media er zelf niet in geïnteresseerd waren beide kanten te laten zien. Het was nooit de bedoeling de Amerikaanse bevolking te tonen wat er gebeurde met de mensen in Irak. Er heeft nooit een foto op de voorpagina van een Amerikaanse krant gestaan van het gebombardeerde Basra. Er heeft nooit in de Amerikaanse kranten gestaan dat er duizenden kinderen zijn omgekomen bij de Amerikaanse bombardementen.’

Verkoold

Eigenlijk was Desert Storm en de media het verhaal van fotograaf Kenneth Jarecke. Op 28 februari – vier dagen nadat de grondoorlog was afgelopen, dus de veiligheid van de Amerikaanse troepen was niet meer in het geding – maakte hij een foto van het verkoolde gezicht van een Irakese soldaat die probeerde uit een brandende vrachtwagen te kruipen op wat later de Highway of Death werd genoemd. Wie de foto wil bekijken:

http://www.theatlantic.com/international/archive/2014/08/the-war-photo-no-one-would-publish/375762/

Geen enkel Amerikaanse medium wilde deze foto publiceren en daarvoor was helemaal geen militaire censuur nodig. Het paste domweg niet in het beeld van de schone oorlog die werd gevoerd. De foto verscheen wel in the Observer in Groot-Brittannië en Libération in Frankrijk. Maar dat was het wel.

Wie denkt dat de Nederlandse media in die dagen fundamenteel anders reageerden, komt bedrogen uit. Ook zij smulden van de shows die de Amerikaanse militaire briefings waren en ook hier was het vooral een schone oorlog. Slechts een enkeling als Arnold Karskens ging er zelfstandig op uit, maar de ruimte die hij kreeg, was beperkt. De rest bleef in Dahran, het hoofdkwartier van de Amerikanen in Saoedi-Arabië. Eigen verslaggeving was er niet: het leverde een vertekend beeld op van de oorlog waarbij ook de censuur van Saddam Hoessein die alleen platgebombardeerde ziekenhuizen wilde laten zien, niet echt hielp natuurlijk.

Maar Desert Storm was wel een oorlog waar honderdduizend ton aan bommen werd uitgestrooid boven Irak en waarbij wel minimaal twintigduizend Irakese doden vielen en 75 duizend gewonden. Alleen: we wisten het niet omdat de media ons dat verhaal niet vertelden. Want ja, dode kinderen zijn nu eenmaal minder fotogeniek dan slimme bommen die zich door betonnen bunkers boren.
Desert Storm zette de toon voor alle navolgende oorlogen: de oorlog als schoon en rechtvaardig. Als je echt wilt weten hoe een oorlog eruit ziet, kun je beter naar de IS-filmpjes kijken. Treurig maar waar.

    Ik schrijf over alles wat mijn nieuwsgierigheid wekt. Dat is veel. Vaak kom ik uit bij verborgen hoeken van de geschiedenis, maar soms ook bij het persoonlijke verhaal. Het alledaagse leven èn het drama. Actueel, maar soms ook wat minder. Wel altijd goed geschreven en een plezier om te lezen.