Het boek De Deventer Moordzaak, het complot ontrafeld van Bas Haan, journalist van Nieuwsuur, wordt verfilmd, onder de titel De Veroordeling.  Het gaat over het verdraaien van de feiten, trial by media en hoe fake news ineens als waarheid kan worden beschouwd. De rol van Bas van Haan wordt gespeeld door Fedja van Huêt. Ernest Louwes, haar belastingadviseur, is daarvoor tot 12 jaar cel veroordeeld en heeft zijn straf inmiddels uitgezeten. Met advocaat Geert-Jan Knoops is hij zich altijd blijven inzetten om zijn onschuld aan te tonen. In 2005 zette opiniepeiler Maurice de Hond een publiciteitscampagne op om aan te tonen dat niet Louwes, maar Michaël de Jong, de klusjesman van Wittenberg, de dader is. Het leidde ertoe dat De Jong en zijn vriendin door fanatieke medestanders van De Hond moesten vluchten en onderduiken. In 2009 had misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink een exclusief interview met Michael de Jong en zijn vriendin.

In januari 2006 verklaart opiniepeiler Maurice de Hond de oorlog aan Michaël de Jong en diens vriendin Meike Wittermans. De Hond heeft de overtuiging dat ‘de klusjesman’ in september 1999 de moord op weduwe Jacqueline Wittenberg heeft gepleegd en niet de hiervoor veroordeelde boekhouder Ernest Louwes.

Hij ontketent een heksenjacht op twee onschuldige burgers die jarenlang als opgejaagd wild voor hun leven moeten vrezen. In een exclusief interview met Panorama blikken ze terug op de strijd met De Hond “en zijn huurlingen. We zijn bijna al onze vrienden kwijtgeraakt, we zijn zwaar beschadigd, maar we hebben elkaar nog.”

In het holst van een koude winternacht in de buurt van Deventer moet er iemand even bij bezinning zijn gekomen. Het is januari 2007. Twee groepen ‘huurlingen’ – zoals Michaël de privédetectives van Maurice de Hond noemt – stonden op het punt Meike in de val te lokken. De ene groep moest Michaël in de gaten houden, de andere zou Meike meenemen naar een hotel in het buitenland, weg van Michaël. Het idee was dat als de twee uit elkaar getrokken waren, Meike wel zou doorslaan.

Michaël: “Toen is er iemand zo verstandig geweest om te zeggen: ‘Jongens, dit gaan we niet doen, dit gaat me te ver.’ Maar ze moeten hier opdracht voor hebben gehad, denk je dat ze dit uit zichzelf zijn gaan doen?”