Na jaren gesteggel is het boerkaverbod in Nederland een feit. Journalist Anouk Kemper besloot een paar jaar geleden, toen de discussie ook al speelde, er een aan te trekken. Hoe reageren Amsterdammers en studenten als er plots een vrouw in boerka opduikt?

Het leek me een heel goed idee. Ook wel een beetje spannend. Een dag als boerkadragende student door het leven gaan. Vandaag is het zover. Ik heb het zwarte gewaad opgehaald bij een verhuurbedrijf in Amsterdam-Noord. Nu moet ik ‘m nog aantrekken. Vreselijk. Ten eerste omdat ik niet goed kan zien door het zwarte gaasje, ten tweede omdat ik bang ben dat mensen onaardig zullen zijn. Om te wennen aan de zware doeken loop ik eerst wat rond op de redactie. Na een kwartier moet ik er toch echt aan geloven. Samen met mijn collega Ron Santing ga ik naar buiten, hoewel ik eigenlijk nog niet durf. Hij zal steeds zo’n vijf meter achter me aanlopen, om de reacties kan peilen. En vooruit, ook voor mijn gemoedsrust. De route langs de UvA- en HvA-locaties hebben we al doorgenomen. Binnengasthuisterrein, Waterlooplein, via de Weesperstraat naar het Roeterseiland, door naar het Singelgrachtgebouw, het AMFI en dan terug naar de Oudemanhuispoort op het Binnengasthuisterrein. Zodra ik de deur van het gebouw uit ben, voel ik me anders. Mensen kijken even naar me, maar doen dan net of ze me niet gezien hebben. Alsof ik er niet ben. Ik hoor er niet meer bij.

‘Schande, schande, schande.
Het Waterlooplein is druk op deze donderdagmiddag. Het is droog, er schijnt een zonnetje en toeristen schuifelen langs de kraampjes. Twee marktkoopmannen zijn in onvervalst Amsterdams met elkaar in gesprek. Zodra één van hen mij in het oog krijgt, valt het stil. Ongemakkelijk wandel ik voorbij, ik voel hun ogen in mijn rug prikken. Op het moment dat ik bijna buiten gehoorafstand ben, zegt een van hen: ‘Nee, da’s geen echte.’ Geen idee hoe ze dat weten. Een paar meter verderop denkt iemand daar heel anders over. Een vrouwenstem zegt ‘schande, schande, schande.’ Ze zegt het niet hard, alleen wel op zo’n volume dat ze weet dat ik het nog kan horen. Ron en ik lopen verder, naar de Weesperstraat. Een man die zijn (enorme) hond uitlaat, komt met wilde gebaren op me af. Even weet ik niet wat ik moet doen. Hij roept een aantal keer iets onverstaanbaars, we vermoeden ‘zak’, maar loopt gelukkig gewoon voorbij.

Op de universiteit
Dat mensen daadwerkelijk iets tegen me zeggen, is uitzonderlijk. In feite zijn de reacties op te delen in drie categorieën. Je hebt mensen die schaamteloos staren, mensen die elkaar aantikken en iets fluisteren en dan zijn er nog de mensen die politiek correct wegkijken. Na ongeveer twintig minuten lopen komen we aan bij Roeterseiland. Nu word ik echt zenuwachtig, want dit is ‘mijn wereld’, de studentenwereld. Opgaan in de menigte kan ineens niet meer. We gaan zitten in café De Krater. Iets te drinken bestellen durf ik niet, dus ik ga alvast zitten aan een tafeltje tegenover de bar, bij de ingang. Niemand let op me. Even de computerzaal proberen. Mensen schrikken een beetje wanneer ze me zien in de lift. Toch kijkt wederom niemand op of om als ik de computerzaal op de derde verdieping inloop. Snel neem ik plaats achter een computer. Ron gaat schuin tegenover me zitten. Dan komt er een vrij luidruchtig groepje binnen. Giechelend en smoezend nemen ze plaats achter mij. Ik kan ze niet goed verstaan, maar het moet haast wel over mij gaan. Ron bevestigt dat even later: “Ze zaten elkaar de hele tijd in de zij te porren. En ze fluisterden dingen naar elkaar, terwijl ze met hun hoofd in jouw richting knikten. Vooral toen je wegliep.”

Thee bestellen
Op naar de volgende locatie, het Singelgrachtgebouw van de HvA aan de Wibautstraat. Onderweg roept een Marokkaanse jongen keihard ‘boe’ in mijn gezicht. De trappen oplopen voor de ingang is een hele klus, ik probeer niet op mijn boerka trappen. Ook waait het vrij hard, waardoor ik bang ben mijn hoofdsluier te verliezen. Voor de rokende studenten moet het geploeter een grappig gezicht zijn. Een meisje tegen haar studiegenoot: ‘Mag dat eigenlijk wel?’ De jongen moet er even over nadenken en besluit: ‘Ja, ik denk het wel.’
In de kleurrijke kantine zijn meteen álle ogen op mij gericht. Even lijkt de tijd stil te staan en het geluid te zijn weggevallen. Dit duurt hoogstens een paar seconden, al voelt het veel langer. Ron en ik staan in de rij voor een kop thee. Mensen zijn verbaasd dat ik überhaupt zelf mijn bestelling doe. We gaan zitten aan een tafeltje naast de bar, omringd door groepjes en laptoppende studenten.

Een extremist
Ron doet net of hij een artikel over mij schrijft en gaat bij de aanwezige studenten om een reactie vragen. Hoe vinden ze dat nou, een medestudent in een boerka? Sarah (19), die Interactieve Media studeert, is heel eerlijk. ‘Ja, ik schrok er wel van. Dat zo’n jong iemand er zo bijloopt. Althans, je ziet niet dat ze jong is, maar daar ging ik wel direct vanuit. Je bent het gewoon niet gewend.’ Haar studiegenoot Amber (17) vult aan: ‘Je denkt toch snel aan een extremist. Zo iets staat bovendien voor vrouwenonderdrukking. En natuurlijk, dat zijn vooroordelen. Het valt nogal op, maar ik heb er persoonlijk helemaal niets op tegen.’ Daar is Rianne (21), student MIC, het helemaal niet mee eens. ‘Ik vind dat het afgeschaft moet worden, ik schrik er van. Dat je iemand helemaal niet ziet, vind ik angstaanjagend. Net als iemand met een bivakmuts. Kijk, doe wat je wil qua geloof, maar je moet je wel een beetje aanpassen aan wat hier normaal is.’

Erg onbeleefd
De tocht wordt vervolgd naar het AMFI, om de hoek. Bij uitstek een interessante locatie, aangezien het mode-instituut een studie huisvest waarbij het uiterlijk centraal staat. Ook hier kijken de studenten inderdaad vreemd op. Er is zelfs een meisje dat ongegeneerd een foto van me neemt. ‘Ik vind het wel vet’, zegt ze tegen haar vriendin. Misschien begrijpt ze dat ik geen echte moslima ben, anders is haar actie wel erg onbeleefd. Na al ruim twee uur wil ik een pauze, ik ga naar de wc om me om te kleden. Student Anne (23) schrikt van me als ik de toiletruimte binnenkom. Aan Ron vertelt ze: ‘Je kan haar niet in de ogen aankijken en dat heeft wat onvoorspelbaars. Dat heb ik ook al met mensen met zo’n grote donkere zonnebril. Je kan die persoon niet plaatsen. Qua mode vind ik het wel iets tofs hebben, het is in ieder geval totaal anders dan wat je normaal ziet. Wel lastig communiceren, lijkt me.’

Grapjes
Dolblij dat mijn haar weer in de wind kan waaien en niemand raar opkijkt, pakken we de metro naar het Waterlooplein. Even een korte rustpauze, voordat we naar de Oudemanhuispoort gaan. Ondanks dat ik een beetje gewend was aan mijn zwarte gewaad, vind ik het toch erg om ‘m voor de tweede keer aan te trekken. Het is iets voor drieën als we de binnentuin van de Poort inlopen. En loeidruk. Een jongen deinst achteruit van de schrik. En terwijl ik op een bankje zit, maakt een groepje studenten de hele tijd grapjes in de trant van: ‘ken ik jou niet ergens van?’ Normaal gesproken zou ik moeten lachen, nu voel ik me heel kut. Iedereen kijkt naar me, praat over me, rolt met zijn ogen, gniffelt. Maar niemand praat mèt me. Ik ben echt alleen. En waarom praat Ron zo lang met die twee studentes? Ik wil weg.

Ellendig
De meisjes waar Ron mee sprak, bleken echter niet afkerend. Nina (23), studente Media & Cultuur: ‘Het maakt me helemaal niets uit dat iemand zo rondloopt. Ik was wel verbaasd toen ik het zag, dat zeker wel. Dat komt ook door deze locatie. Op de één of andere manier klopt dat niet. Omdat ik denk dat de meeste studenten er een andere opvatting op na houden.’ Medestudent Julia (23) is het hier mee eens. ‘Ik zag het in eerste instantie niet eens. Het is dat Nina me er op wees. En daarna was het eigenlijk alleen een constatering, zo van: goh, inderdaad. Een boerka. Persoonlijk maakt het mij helemaal niets uit dat iemand er zo bij loopt, ik voel me er totaal niet bedreigd door of zo.’ Hoe open minded Nina en Julia ook zijn, ik voel me ongewenst in het binnentuintje. Als een speer loop ik terug naar de redactie. We zouden nog naar het Crea Café gaan, maar ik heb het helemaal gehad. Wonderlijk dat sommige vrouwen zo’n gewaad elke dag aantrekken. Al na drie uur voel ik me vrij ellendig.

Achtergrond
‘Ik heb groot bezwaar tegen het gebruik van de term ‘boerka’ “, vertelt Annelies Moors, hoogleraar Antropologie en Sociologie aan de UvA. Januari 2009 verscheen haar rapport Gezichtssluiers in opdracht van het Ministerie van Werk, Wonen en Integratie. ‘In Nederland is er eigenlijk niemand die een boerka draagt. Alleen journalisten doen het om te kijken hoe de reacties zijn.’ Als islamitische vrouwen al hun gezicht bedekken doen zij dat met een niqaab, een aparte sluier (meestal zwart) die aan de achterkant van het hoofd wordt vastgemaakt. ‘Die wordt voornamelijk gedragen door vrouwen in de Golf en niet in Afghanistan. Maar door het woord ‘boerka’ te gebruiken leg je wel makkelijk de link met het regime van de Taliban. Het is dus een heel politieke term geworden.’ De vrouwen die Moors voor haar onderzoek interviewde geven aan dat zij het dragen van een gezichtsluier zien als een daad van aanbidding. Zo zegt er één: ‘En het versterkt je gevoel van identiteit, van moslim zijn, je gevoel van eigenwaarde.’

Door Ron Santig en Anouk Kemper. Een eerdere versie van dit verhaal is verschenen in het UvA-universiteitsblad Folia, het Binnengasthuisterrein is inmiddels (grotendeels) niet meer door de UvA in gebruik.

Help onafhankelijke journalistiek mogelijk maken en steun de auteurs van Reporters Online!