Chris Bajema is – naar eigen zeggen – de enige Nederlandse podcastmaker met een sponsor. Hoe kreeg hij dat voor elkaar? Dat vertelt hij in dit interview.

STEUN RO

Volgens Bajema hoef je niet ver van huis om goede verhalen te vinden. Het materiaal voor zijn podcast Man met de microfoon komt uit zijn eigen stadswijk. Hij rijdt met een oranje bus door Amsterdam-Oost, op zoek naar mensen die hij kan interviewen. En, omdat hij affiniteit heeft met hoorspelen, verwerkt Bajema ook fictieve scenes in zijn podcast. Zo ontstaat een bundel van ‘echte en bijna echte verhalen’, zoals de podcastmaker het zelf verwoordt.

Omdat Bajema niet betaald wordt door een omroep, of iets dergelijks, moest hij zelf op zoek naar financiering. Hij wilde het liefst gesponsord worden door zijn favoriete koffietent, waar hij regelmatig zit te werken. Dat lukte. Het tweede seizoen van Man met de microfoon wordt mede mogelijk gemaakt door Coffeecompany.

Ik las dat je jouw podcast eigenlijk voor de omroep wilde maken, klopt dat?
“Ik wilde graag een programma maken, in plaats van losse documentaires en hoorspelen. Dat wilde de omroep niet, omdat het een combinatie van twee genres was. Toen heb ik gevraagd: ‘kan ik vier afleveringen maken voor de radio en zes afleveringen die als podcast worden aangeboden?’ Ze zeiden: ‘dat kan helemaal niet, dat mag helemaal niet, dat willen we helemaal niet’. Dat is twee jaar geleden.” [Bajema freelancet onder andere voor de VPRO en de NTR red.]

Reageerden ze zo omdat het over podcasts ging?
“Ja, ik denk omdat een omroep moet uitzenden op een etherfrequentie of op het internet. Bestanden op het internet zetten is in principe niet hun functie. Nu zijn ze daar heel erg mee aan het schuiven. In de tijd dat ik met dit programma begon en dit programma heb ontwikkeld, is er van alles bij de NPO veranderd. Nu heet alles ineens een podcast.”

Jij ging desondanks aan de slag
“Ik dacht: ‘ik begin gewoon voor mezelf’. Ik maakte een seizoen en riep de hele tijd dat ik gesponsord wilde worden. Het liefst door Coffeecompany, omdat ik daar vaak zit te werken.”

Hoe ging dat? Jij riep ‘ik wil gesponsord worden’, en toen?
“Ik stuurde ze een mailtje: ‘als jullie mij tien minuten geven bij mijn vaste Coffeecompany, dan geef ik een presentatie.’ Die tien minuten kreeg ik. Ik vertelde dat wij heel erg bij elkaar passen. De dag erna belden ze al op en zeiden ze dat ze mijn podcast wilde sponsoren.”

Wat waren de eisen?
“Geen enkele eis. Ik zei hoe we het gingen doen: ‘ik maak voor iedere aflevering een klein verhaaltje over een koffieonderwerp. En dan kan ik de luisteraars aan het eind van zo’n verhaaltje naar jullie website verwijzen.’”

Vanaf seizoen twee horen luisteraars een soort mini-reportages over CoffeeCompany, met jouw stem. Waarom heb je voor die vorm gekozen?
“Ik zocht een vorm die bij mij en bij Coffeecompany past. Ik keek naar andere landen waar de podcast populair is. In Amerika zijn de reclames heel persoonlijk [Daar maken podcastmakers zelf reclame voor producten, midden in hun show red.]. In Zweden gaat dat anders. Daar zijn vooral zuivere journalistieke programma’s populair. Dan moet je zorgen dat je niet aan onderzoeksjournalistiek doet en ondertussen een matras slijt. Daar werken ze met losse commercials, of hebben ze een andere stem die reclame maakt. Ik zocht een tussenvorm. Ik wilde in anderhalf a twee minuten een verhaaltje vertellen over koffie.”

Je hebt een heel seizoen gemaakt, voordat je een sponsor had. Hoe deed je dat, financieel gezien?
“Ik heb een crowdfundingproject opgezet, ik kreeg van het Vrije Mediafonds wat geld en het stadsdeel droeg wat bij. Het was heel low budget. Ik heb een paar andere geldstromen die meer opleveren dan mijn podcast. Ik maak bijvoorbeeld audiotours voor musea.”

Was het crowdfunden succesvol?
“Ja, was heel succesvol. Zo heb ik bijna 7.000 euro binnengesleept. Maar dat kun je maar één keer doen. Mensen funden je geen tweede keer. Je kunt nu wel vriend worden van mijn programma. Dan betaal je 25 euro en dan krijg je een pasje. Een soort creditcard. Maar niemand weet nog wat je met dat pasje kan.”

Weet jij dat al wel?
“Nee, haha.”

Kun je, met jouw inkomsten, alle tijd in de podcast steken die je wilt?
“Ja. Aan het einde van de maand moet ik het beste programma leveren wat mogelijk is. Soms denk ik ‘shit, dit interview kan wat sneller’ en dan ga ik weer terug. Ik ben mijn eigen programma. Dit moet gewoon het beste van het beste worden. Dus als ik niet tevreden ben over een interview, tja, negen van de tien dingen verdwijnen sowieso.”

Is het vooral dankzij jouw sponsor dat je de tijd hebt om zo kritisch te zijn?
“Ja, nu heb ik soort klein maandinkomen.”

Dankzij dat inkomen kun je doen wat je zelf wilt. Is dat fijn?
“Opdrachtgevers willen vaak van tevoren al weten wat het verhaal is. Daar loop ik al jaren tegen te vechten bij de omroep. Maar daar heb ik nu geen last meer van. Als ik iets met Amerikanen wil doen, doe ik dat. [Dat is het thema van aflevering 8 van Man met de microfoon red.] Ik zag een sportschool in mijn wijk die American Fitness heet. Daar liep ik naar binnen en degene achter de toonbank zei dat de eigenaar in Vietnam gevochten heeft. Dat denk ik ‘dit zou een verhaal kunnen worden’.”

Die methode lijkt zijn vruchten af te werpen. Hoeveel luisteraars heb je nu?
“Zo’n 15.000. Over de hele wereld. Ik word in 128 landen beluisterd.”

Hoe heb je jouw publiek opgebouwd?
“Bij de eerste reeks moest ik snel zorgen dat mensen mij konden vinden. Ik zocht alle journalisten, die ooit iets over podcasts hadden geschreven, op en mailde ze. Ik kreeg best veel aandacht. Ik heb in De Volkskrant gestaan, ik zat bij Spijkers met koppen en toen ging het heel snel. Maar daar moet je zelf achteraan. Zelf een site bouwen, alles uploaden, af en toe iets op Facebook zetten. Ik heb ook posters, die mocht ik van het stadsdeel overal ophangen.”

Je hebt nu een flinke groep luisteraars en een sponsor. Is dat genoeg of heb je nog meer creatieve ideeën om geld binnen te halen?
“Ik wil het liefst commercials in mijn programma, maar bij reclamebureaus zijn podcasts helemaal niet onder de aandacht. Volgens mij is dat een gouden business. De voordelen zijn groot. Luisteraars kunnen bijvoorbeeld niet wegzappen. Maar goed, uiteindelijk betaal ik het een met het ander. Als ik een audiotour maak voor een museum, krijg ik veel geld. Dan kan ik tijd vrijkopen. Zo werkt dat voor freelancers.”

Dus echte droomprojecten blijf je altijd financieren met andere projecten?
“Ja.”

Moet jij werk doen dat je echt niet leuk vindt, om jouw projecten te financieren?
“Nee, dat hoeft niet meer.”

(Dit artikel is onderdeel van De Pegel, een zoektocht naar nieuwe verdienmodellen voor freelancejournalisten. Kijk voor meer informatie op www.depegel.media.)

contact@sjoerdarends.com'
    Schrijft over nieuwe technologie en media