De serie DICHTER BIJ biedt eigenzinnige dichters uit Nederland en Vlaanderen een platform voor nieuw en uniek werk. Deze keer een publicatie uit de recent verschenen achtste bundel Lotgenoten van de Vlaamse dichter Gwy Mandelinck, de geestelijk vader van de Poëziezomers in Watou, waaraan hij van 1980 tot 2008 geestdriftig leiding gaf.

STEUN RO

Zevenenzeventig is hij dit jaar geworden, de Vlaamse dichter Gwy Mandelinck – of Guido Haerynck, zoals hij in wekelijkheid heet. Bijna vijfendertig jaar geleden streek hij samen met zijn vrouw Agnes neer in het idyllische dorp Watou in West-Vlaanderen om er een oude pastorie op te knappen. ‘Nergens anders kon je zo tastbaar het licht zien groeien zo gauw het februari wordt. Het lijkt wel of het opstijgt uit de grond als voorbode voor een uitbundig feest.’

Uit een sterk gevoel van verbondenheid met de streek schreef hij in 1979 het beeldende verhaal ‘De Westhoek’. De boekpresentatie destijds in het gemeentehuis van Watou vormde de directe aanleiding voor Haeryncks latere bemoeienissen met het festival Poëziezomers in Watou, dat  weerklank zou vinden tot ver over de Nederlandse grens. Onder leiding van de meermaals bekroond dichter groeide het festival uit tot indrukwekkende proporties; in Watou aanwezig zijn werd beschouwd als een eer. De editie ‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen’ van 1991 betekende de echte doorbraak. Deze ‘jaargang’ synthetiseerde wat was geweest en liet een projectie zien van de symbiose tussen woord en beeld, tussen poëzie en beeldende kunst, waar alle volgende Poëziezomers in essentie voor zouden staan.

Maar aan alles komt een einde, en na bijna dertig jaar werd in 2008 de subsidiekraan dichtgedraaid die ondersteuning gaf aan zijn levenswerk. Zo gauw duidelijk werd dat er geen volgende zomer meer zou komen, besloot Haerynck ‘de Brugse boot’ te nemen, die hij jarenlang succesvol had afgehouden. De stad Brugge wilde zijn expertise graag inzetten en had hem gevraagd leiding te geven aan de herstructurering van het lokale culturele klimaat. Het project was echter geen lang leven beschoren en het schip verging; de multiculturele ambities gingen er ten onder aan ambtelijke verdeeldheid en gebrek aan visie. ‘Brugge bleef opgesloten in zichzelf en in zijn verstofte romantiek, maar kon gelukkig wel beschikken over het nieuwe concertgebouw waar regelmatig concerten van wereldniveau worden gepresenteerd’.

Gelukkig bleef de poëzie in Gwy Mandelinck onverminderd, genadeloos woekeren. Poëzie die, zoals Stefan Hertmans het treffend omschreef, ‘groei en verdichting suggereert en van een grote fysieke intensiteit is, terwijl ze moeiteloos overgaat in een haast beschouwend bewustzijn dat dingen, mensen, liefdes en donkere ervaringen in één geheel bijeen kan brengen in enkele welgemikte regels.’

OP DE VLUCHT

Op harde grond vrouwen
genomen; ze lopen

een melkweg die verzuurt.
De schoot, een

schommelende reiswieg;
ze ontvlezen, raken uitgeput.

Wat rest:
luchtbagage.

UIT DE MIST

Uit de mist te horen
paarden die ruiters zetelen;

de valk geheven plukt de handschoen mee.
Opstand: rebellen omsingeld,

tot ze bengelen aan takken.
Hoe zwaar dat drukken kan?

Geen lijk dat doorzakt
een weegschaal raakt.

ZWIJGPLICHT

Zit het beest, een dwingeland,
hen in het bloed? Pijnlijk

lopen, vliezen op de voet.
Tegenwind. De mond gepropt

met stekels uit de zuiderkant
van de bitterplant. Gebit snoerdicht

op slot gekrast: geen kaken te breken;
geen woordgeheimen prijs te geven.

ACHTERVOLGING

In hoofden gegons
van namen: bijen

in een klomp gekorfd.
Meisjes zondoorbakken:

hun schaduw smaller dan
hun lijven. Door monsters,

ogen naar de achterkop
verschoven, tegendraads begluurd.

PARADISE REGAINED

Geluksvogels uitgeruid; van niet
te blinddoeken pauwen altijd

gluurogen; reizigers meten
uitgelengde halzen

in de plassen: spiegels
breken. En het Beest

met zware staart
vlegelt delfstof in een wolk

CI–GîT

Hij trok zijn knieën
ladderhoog. Kinderen vielen

klimmend van hem af.
Hij is belabberd, zwart

gemaakt, tanden kolengruis.
Onverstoorbaar klaart

een waterslang hem uit;
zo ligt hij opgebaard: de zondebok.

Fotograaf Marc Brester en journalist Vivian de Gier kunnen met elkaar lezen en schrijven – letterlijk. Als partners in crime reizen ze voor diverse media de wereld over, voor recensies van de mooiste literatuur en persoonlijke interviews met de schrijvers die ertoe doen.