Niet een wapenwedloop met tasers tegen de burger, maar het terugverdienen van gezag en respect kan de politie er weer bovenop brengen, en het sla-en-schopvolk terugdringen. Vier tips voor een veel betere, effectievere politie.

STEUN RO

De oververhitte toeterturk die begin september in Rotterdam pardoes een lastige agent knock-out mepte, maakte in politiekringen heel wat los. De maat was vol, het moest uit zijn met het almaar ernstiger geweld tegen politieagenten, klonk het stoer: Geen taakstraffen meer voor mensen die geweld tegen de politie pleegden, maar linea recta het gevang in. Op de sociale media regende het schampere opmerkingen over dat plotselinge vertoon van spierballen nu het het eigen hachje van de Hermandad betrof. Watjes waren het, die agenten, waar je als eerzame burger geen bal aan had.

Nu ken ik uit mijn eigen bescheiden contacten met de politie best voorbeelden van keurige, kundige en behulpzame agenten, maar ook ik heb te veel gevallen gezien van incompetent en ineffectief of zelfs helemaal niet optreden, en van een pietluttige of juist ongeïnteresseerde en onbehouwen opstelling. En ook ik heb te veel verhalen gehoord en gelezen over de verwoestende interne trammelant die het korps al sinds jaar en dag in zijn greep houdt, zonder dat de politie zelf lijkt te beseffen hoe ernstig de toestand is. Die geeft steevast de schuld aan verhuftering van de burger en gebrek aan mensen en middelen.

Spierballentaal

Nationaal korpschef Erik Akerboom kwam ook deze keer niet verder dan goedkope spierballentaal. Eerst liet hij zijn woordvoerder Radio Rijnmond toebijten dat Akerboom “het ook spuugzat” was en iedereen met bodycams ging volhangen, want “daarvan blijkt een afschrikwekkend effect uit te gaan”. Een dag later al eiste de opperagent voor al zijn dienders een taser. Wat een geestelijke armoe! Mao wist het al: wat uit de loop van een geweer komt is macht. En angst en escalatie. Maar juist niet datgene waar het de politie nu zo fataal aan ontbreekt: gezag en draagvlak.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Nergens zag of hoorde ik iemand van de politie echt  nadenken over waaróm agenten zoveel vaker bespogen, geschopt en geslagen worden dan voorheen.  Toch is dat de moeite waard, want veel van wat er mis is, ligt aan de politie zelf. Dat is weliswaar erg, maar het betekent ook dat de politie zelf veel aan de ontstane janboel kan verbeteren.

Slappe lul

Laten we om te beginnen vaststellen waar het in deze kwestie eigenlijk om draait. Dat is het onaanvaardbaar agressieve gedrag van een betrekkelijk kleine groep mensen tegenover agenten, en in hun kielzog ook brandweerlieden, ambulanciers en andere geüniformeerde hulpverleners. Dat laat al zien dat Akerbooms bewapeningswedloop niets kán oplossen, eerder krijgen de onbewapende hulpverleners het dan nog harder voor hun kiezen.

De veroorzakers van de ellende zijn niet de echte, doorgewinterde criminelen. Zij zijn de traditionele tegenstanders van de politie, van wie ook de politie zelf weinig goeds verwacht. Een agressieve crimineel is, anders gezegd, min of meer normaal. Het zijn ook niet de brave burgers die het overgrote deel van de bevolking uitmaken, maar wel de paar procent die tussen die twee groepen inzit. Mensen met korte lontjes of een niet helemaal koosjere achtergrond, jongens met foute vrienden en maar half geïntegreerde figuren uit culturen waar de politie je gewelddadige vijand is. Die zien in de beschaafdere Nederlandse oom agent  alleen maar een sappe lul waar je naar believen je eigen frustraties en onlustgevoelens op kunt botvieren.

Die morele rafelrand van een paar procent is lastig, en ongetwijfeld de laatste jaren  groter, lastiger en brutaler geworden. Maar dat heeft veel te maken met verlies van gezag en prestige van de politie onder de bevolking als geheel – de meeste lastpakken gaan daarin gewoon mee en voelen zich door het grote publiek in hun opvattingen en wangedrag bevestigd. Daarom vier tips waarmee de politie het tij kan keren en draagvlak en gezag  kan terugwinnen.

1. Geef het goede voorbeeld

Agenten gedragen zich niet volgens de regels die zij jegens burgers handhaven. Met enige regelmaat zie ik in mijn stad agenten de verkeersregels aan hun laars lappen: auto’s en motoragenten die zonder zwaailicht of ander teken van noodzaak tegen het verkeer in, over fietspaden of door voetgangersgebieden rijden. Dat valt niet uit te leggen, en het plaatst de politie niet naast, maar tegenover de burger, als geprivilegieerde bullebak.

Motoragent verjaagt midden in voetgangersgebied kennelijk levensgevaarlijke straatgitarist. Weg respect en draagvlak.

Even schadelijk is door de jaren heen de opstelling van korpschefs geweest. In Amsterdam eisten de heren Nordholt en Welten bijvoorbeeld exorbitante salarissen, rare doorbetaalgaranties en smoezelige adviesconstructies. Ze kregen het allemaal. Gewone agenten krijgen nooit iets, maar de hele organisatie kwam onder deze semi-corrupte spetters te zitten. Welten weigerde zelfs om in zijn ressort te komen wonen, wat hij wettelijk verplicht was – en ook dat stond korpsbeheerder Job Cohen het vermeende wonderkind toe. Als dank hield de kersverse Welten toen Theo van Gogh vermoord werd een persconferentie waarin hij alleen maar oog had voor de sores van een motoragent die toen hij moordenaar Bouyeri met een pistool in zijn hand het Oosterpark uit zag komen lopen, van schrik op de Mauritskade onderuit gegaan was. Alsof de korpschef op de afdeling P&O werkte. Jaren later maakte wijlen Gerard Bouman, de eerste landelijke korpschef, er in het algemeen een beschamend potje van en bleek hij ook nog eens op kosten van de belastingbetaler met Wein, Weib und Gesang zijn COR omgekocht te hebben.

2. Let op je houding tegenover het publiek, je opdrachtgever

Mensen wenden zich tot de politie als ze een situatie zelf niet meer aankunnen. Ze vertrouwen erop, de politie is een laatste redmiddel. Dan gaat het natuurlijk niet aan dat ze, als ze aangifte komen doen, verteld wordt dat er niemand is die een aangifte kan opnemen, dat je er nog maar eens over na moet denken, dat het geen zin heeft omdat er toch niets mee gedaan wordt, dat het feit waarom het gaat niet tot de prioriteiten van de maand behoort, en zo voort. En dat gebeurt. Ook de praktijk dat aangiften eindeloos blijven liggen, tot bij verkrachtingszaken toe, ondermijnt het draagvlak voor en het gezag van de politie.

Handig, zo’n fietsentunneltje (Uithoorn)

Ga ook niet zitten iftarren in een moskee, in de illusie dat je zo islamitische probleemgroepen bereikt en daar greep op krijgt. De echte klojo’s zitten daar niet, maar die concluderen wél dat de Nederlandse politie uit sukkels bestaat die je eenvoudig kunt besodemieteren.

Tegenover die labbekakkige houding jegens goedwillenden en toegeeflijke tegemoetkomendheid jegens probleemtypes staat dat men er als de kippen bij is om te genadeloos vervolgen als een gefrustreerde burger een agent uitmaakt voor “pannenkoek” of “sukkel”, dingen waarvan geen normaal mens opkijkt. Meer dan 100.000 keer per jaar (!) wordt kostbare tijd en geld verspijkerd aan beledigingsakkevietjes, die allemaal meetellen als geweldsincident, want onderscheid maken tussen verbale en fysieke agressie is er niet meer bij. Dat valt niet serieus te nemen, zet veel kwaad bloed en roept agressie op.

3. Trek een fatsoenlijk pak aan

De politietop vond het huidige uniform bij introductie een groot succes. Dat bewijst maar weer hoezeer de blik bij het korps naar binnen gericht is. Het zit vast prettig, oogt in eigen ogen kek en sportief en heeft ook handige zakken op nog handiger plaatsen, maar de uitstraling ervan houdt het midden tussen die van een jogger en die van een hooligan. Petjesvolk van ouwejongenskrentenbrood, maar wel met een kort lontje en een vaag parfum van gewelddadigheid. Volk, kortom, waar je een beetje voor moet oppassen want je weet maar nooit. Dat is een verkeerde boodschap.

Hooligans en Nederlandse politieagenten.

Tot dan toe straalden de uniformen vertrouwenwekkend gezag uit. Ze waren uitdrukkelijk burgerlijk, leken nog het meest op die van koopvaardij-officieren, typisch verantwoordelijke, rustige en vertrouwenwekkende figuren. Daarvoor had meer aandacht moeten zijn.

Precies hetzelfde is overigens gebeurd in Groot Brittannië, waar, volgens Theodore Dalrymple in zijn boek Andermans rotzooi  in de afgelopen decennia de politie “meer en meer de trekken [heeft] aangenomen van een paramilitaire bezettingsmacht die, omhangen met alle parafernalia van fysieke repressie, door intimidatie de orde tracht te handhaven.” Het heeft de positie van de Britse politie zeker niet versterkt en de Britse samenleving allerminst veiliger gemaakt.

4. Stop de reorganisatiekermis en de Nationale Politie

Bij alle reorganisaties van de laatste dertig jaar of nog langer werden steevast alle specialismen opgeheven: de kinderpolitie, de zedenpolitie, de spoorwegpolitie, allerlei vaste teams en onlangs zelfs, als ik de kranten mag geloven, de gespecialiseerde recherche. Dit vanwege gedachten over loopbaanontwikkeling en kwaliteitsverbetering door mensen niet vast te laten roesten. Wel, dames en heren, dat carrouselmodel werkt niet. Nooit. Nergens. Het enige gevolg is een desastreus verlies van kennis en ervaring, met alle bijbehorende gevoelens van frustratie, miskenning en onmacht. Hou daarmee op, toon eens wat respect voor de deskundigheid van je eigen mensen!

Hou ook op met de terugtrekking uit de maatschappij. Meer blauw op straat achter een dichte autoruit of integraalhelm helpt niet zo veel als de mensen nergens meer een politiebureau kunnen vinden. Breng de menselijke schaal terug, politiewerk is immers bij uitstek mensenwerk. En dan niet in de vorm van een onzichtbare “wijkregisseur”. Maak extern en intern de lijnen kort, gun mensen intern een duidelijke positie en dito taak, en gun ze hun expertise.

Alweer lang geleden hanteerde de politie de leuze “De politie is je beste vriend.” Laten werd daar, ik meen door hoofdcommissaris Van Riessen, ineens over geschamperd. Dat was ouderwets, de politie was allang je beste vriend niet meer, zei hij. O nee? Dan is het grondig mis. Want als de 95% brave burgers in dit land hun politie moeten gaan vrezen, zijn de rapen pas echt gaar. Kom op, Akerboom, kijk eens naar buiten. Doe eindelijk eens iets nuttigs, en ruim de door je voorgangers en hun adviseurs aangerichte augiasstal op. Dan wordt er vast al een stuk minder geslagen.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Taalkundige, schrijver, vertaler en wetenschapsjournalist @rik_smits_ @RikSmitsAuthor