Twee gemaskerde mannen drongen het huis van Sunil en Donna binnen. Ze bedreigden Sunil met een pistool en sloten hun twee kinderen op in de badkamer. “Wat bezielt iemand om dit onschuldige mensen aan te doen?”

STEUN RO

Het is tien over negen in de ochtend als de deurbel twee keer gaat, bij het huis met de lamellen, in de nieuwbouwwijk. Sunil opent zijn ogen. Hij vraagt zich af wie er voor de deur staat. Hij heeft vandaag vrij genomen. Zijn twee kinderen liggen nog te slapen en zijn vrouw Donna is een half uur terug naar haar werk gegaan. Sunil verwacht geen bezoek. Het is de eerste dag van de Kerstvakantie, bedenkt hij zich. De bellers zijn vast vriendjes van zijn zoontje Ryan. Hij besluit zich nog een keer om te draaien.

Keukenmes

Maar dan hoort hij wat, en schiet overeind. Opeens schreeuwt Sunil het uit. Voor zijn neus staan twee mannen met capuchons over hun hoofd, en met een pistool en een keukenmes in hun handen. De mannen sissen hem toe dat hij op zijn buik op bed moet gaan liggen. ‘Stil, anders schiet ik’, zegt de een. Hij zet zijn woorden kracht bij door het wapen op hem te richten en het pistool te spannen. ‘Op je buik liggen en je handen op je rug!’, roept hij.

Hoewel de mannen tie-wraps in hun handen hebben, binden ze Sunil niet vast, maar leggen ze een dekbed over hem heen. ‘Doe mij niks, neem alles mee’, smeekt Sunil de mannen. Die gaan hier niet op in. ‘Hoeveel mensen zijn er thuis?!’, wordt hem gevraagd. Sunil vertelt ze dat ze met zijn drieën thuis zijn. De kinderen slapen in de voorkamer en op zolder. ‘Zijn dit de laatste minuten van mijn leven?’ denkt hij, terwijl het dekbed van zijn hoofd glijdt. En wat gaan deze twee criminelen met zijn kinderen doen?

‘Zijn dit de laatste minuten van mijn leven’, vraagt Sunil zich af

Ronda is intussen van haar zolder naar beneden geslopen, naar de kamer van haar broertje. Ze fluistert dat ze een vreemde stem heeft gehoord in de kamer van haar vader. Haar pas 8-jarige broertje Ryan zegt dat zijn zusje ‘niet zo stom’ moet doen. Maar dan stapt er een man met ‘een kous over zijn hoofd’, zoals ze het later zal omschrijven, de kamer binnen. Ze verstijven.

Eén van de twee overvallers brengt de kinderen naar de badkamer. Onderweg zien ze hoe de andere indringer hun vader onder schot houdt. ‘Doe mijn vader niks, doe mijn vader niks’, gilt de 11-jarige Ronda met tranen in haar ogen, vlak voor ze met haar 8-jarige broertje Ryan in de badkamer wordt opgesloten. Sunil hoort aan de stem van zijn dochter dat ze doodsbang is.

Dan gaat de huistelefoon. De overvallers manen Sunil om de hoorn op te pakken. Het is de buurman die belt, omdat de overbuurvrouw hem net heeft verteld dat er twee vreemde mannen Sunil’s huis zijn binnengegaan. Zij was het die eerder twee keer bij Sunil aanbelde of alles wel pluis was. Op de vraag van de buurman aan Sunil of het bezoek in orde is, dwingen de overvallers hem te antwoorden: ‘Zeg hem dat wij twee neven van je zijn!’

‘Maar ik kreeg dat niet uit mijn mond, ik was helemaal in de war.’ Sunil keert in zijn herinnering terug naar het moment waarop de telefoon in het huis ging, terwijl de twee overvallers hem onder schot hielden: ‘Toen de buurman me op de vaste lijn vroeg of ik thuis was en ik uit pure wanhoop ‘nee’ zei, wist hij dat er iets aan de hand was.’

Op zijn kop

Sunil zit met zijn vrouw Donna aan de eettafel in de woning, waar hun leven zo volledig op zijn kop werd gezet. De kinderen zijn net in hun pyjama’s naar boven gegaan, om samen te gaan spelen. Hun ouders zijn een moment stil, als ze terugdenken aan de ochtend van de overval. Sunil doet zijn verhaal kalm en beheerst, maar met vermoeide stem. ‘Ik vind het knap van je, hoor, dat je het wilt vertellen’, complimenteert Donna hem.

De gebeurtenissen komen in een stroomversnelling als de overvallers zelf een telefoontje op hun mobiel krijgen. Tot enorme opluchting van Sunil vluchtten ze daarop het huis uit: ‘Blijkbaar had een derde persoon buiten op de uitkijk gestaan, om te waarschuwen als er gevaar dreigde.’

Dat gevaar bleek de politie te zijn, die op dat moment het wijkje kwam binnenrijden. De buren hadden inmiddels de achtervolging op de overvallers ingezet. Niet zonder risico. ‘Wat doe je nou?’, riep een overvaller tegen de achtervolgende buurman. ‘Ik schiet je dood hoor!’ Met de hulp van de buren slaagde de politie erin één van de twee daders in de kraag te grijpen. De tweede kon niet meer worden achterhaald. Hoewel de buurman nog wel een vage foto van hem wist te maken – voordat hij om de hoek van een flatgebouw uit het zicht verdween.

Sunil rende intussen naar de badkamer, trok deze zich achter zich dicht, en deed hem op slot. Daar zaten zijn twee kinderen, in het donker, in tranen. Pas een paar minuten later durfde hij het huis uit te gaan, nadat hij vanuit het raam had gecheckt of alles weer veilig was. Buiten huilden de kinderen nog een kwartier lang onafgebroken.

De kinderen durfden na de overval niet eens meer in hun eentje naar de w.c.

Hoewel gelukkig niemand bij de overval gewond raakte, kreeg het gezin vooral in de eerste week wel een enorme mentale klap te verwerken: ‘Het waren slopende dagen. We moesten het ergste een plekje zien te geven, maar we konden nauwelijks slapen. We waren zo alert, dat we opsprongen van het minste geluid. De kinderen weken geen centimeter van onze zijde. Ze durfden de eerste dagen niet eens in hun eentje naar de w.c.’

Ook Sunil ging de overval niet in de koude kleren zitten: ‘Er schoten de eerste weken voortdurend scenario’s door mijn hoofd, van hoe de overval veel erger af had kunnen lopen. Stel dat ik toen de bel ging meteen naar beneden was gegaan, dan hadden ze me misschien in de huiskamer te pakken genomen. Of stel dat de buren niet hadden gezien wat er gebeurde. Dan hadden ze met ons kunnen doen wat ze wilden.’

Donna kampt met een schuldgevoel. Ze verloor een aantal weken voor de overval een sleutel van het huis. Daarmee bleken de overvallers de bewuste ochtend het huis te zijn binnengedrongen. Op de sleutel hadden de overvallers een stickertje met het huisnummer geplakt. ‘Door mij is het zover gekomen, dacht ik steeds. Hoewel ik er ook op had gewezen dat we de sloten moesten vervangen.’ De relatie tussen Sunil en Donna kwam zelfs even onder druk te staan. ‘We werden boos op elkaar, door alle spanningen. Gelukkig maken we elkaar nu geen verwijten meer.’

De overvallers lieten zich niet afschrikken door het alarm dat Sunil en Donna in hun huis hadden geïnstalleerd. Het was het type installatie dat ze alleen inschakelden als ze het huis verlieten. Sunil herinnert zich dat er twee weken voor de inbraak een man had aangebeld, met een vage folder en de vraag of hij lid wilde worden van een goed doel. Sunil vermoedt dat dit bezoekje bedoeld was om alvast even naar binnen te kunnen gluren.

Net op vrije voeten

De gepakte overvaller bleek een 25-jarige jongen te zijn die al drie keer eerder was veroordeeld voor vergelijkbare misdaden. Tijdens de rechtszaak keken Sunil en Donna hem in de ogen: ‘Hij was net op vrije voeten, nadat hij vijf jaar had gezeten voor het ‘afleveren van pakketjes’, zoals de rechter het noemde. Daarvoor was hij ook al twee jaar opgesloten geweest voor een akkefietje.’

Donna hoorde de dader haar zijn excuus aanbieden, nadat hij had toegegeven voor ‘spullen en juwelen’ het huis te zijn binnengedrongen: ‘Ik heb heel erg spijt van wat ik u en uw gezin heb aangedaan’, zei hij. Donna wilde nog wel geloven dat de dader verpest was door zijn opvoeding, toen duidelijk werd dat hij al jong voor de kinderrechter had gestaan. En dat hij achteraf spijt van zijn daad had gekregen, omdat hij zelf een dochtertje had. ‘Maar dat betekent niet dat ik begrip heb voor wat hij ons heeft aangedaan.’

Sunil was niet onder de indruk van het mea culpa van de bedreigers van zijn kinderen: ‘Als je dan hoort dat hij al voor de derde keer zwaar in de fout is gegaan, geloof je zo’n excuus niet. Ik denk dat hij het alleen maar tegen ons zei om minder straf te krijgen.’

In de uitspraak bleek de rechtbank inderdaad rekening te hebben gehouden met de excuses van de dader. Maar de smoes van de gepakte verdachte dat hij ervandoor was gegaan, omdat hij de kinderen in huis had gezien, pikten de rechters niet. Het feit dat de aangehouden dader zich al vaker schuldig had gemaakt aan geweldsmisdrijven, leidde tot een gevangenisstraf van vier jaar. Justitie had eerder vier jaar en zes maanden geëist. De tweede dader is door de politie nooit meer gepakt. Ook het verhoor van de eerste verdachte leidde niet tot zijn aanhouding.

Schrik om het hart

Sunil en zijn twee kinderen hebben therapie gehad bij een stichting die ook trauma’s van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog behandelt. Slachtofferhulp stelde namelijk vast dat Sunil en de kinderen door de brutale overval een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) opliepen. Nog steeds raken de kinderen soms de kluts kwijt, als er iets gebeurd dat de herinnering aan die nare ochtend weer oprakelt. Sunil: ‘Bijvoorbeeld als er op straat een man met een capuchon over zijn hoofd langsloopt. Dan slaat de schrik ze om het hart.’

Tijdens de therapie werden de beelden van de overval opgeroepen. ‘Het is dan alsof je terugkijkt naar de vreselijke film, waarin je zelf de hoofdrol hebt gespeeld’, legt Sunil uit. ‘Door over de meest nare beelden met de therapeut te praten, proberen ze de angsten bij je weg te nemen.’

Ryan en Ronda zitten inmiddels beter in hun vel. ‘Maar ze zullen de gebeurtenis met zich mee blijven dragen’, stelt Sunil met zachte stem vast. Donna verzucht: ‘De impact die deze gebeurtenis op ons heeft gehad, is onbeschrijfelijk. Het breekt je hart, om te zien wat voor invloed het op de kinderen heeft.’ Sunil: ‘We hadden alles zo mooi op de rails. Dat is nu kapotgemaakt. Wat bezielt iemand toch om onschuldige, hardwerkende mensen zo het leven te verzieken?’

‘Wat bezielt iemand om onschuldige mensen zo het leven te verzieken’

Even dachten Sunil en Donna erover om hun comfortabele woning te verlaten, om zo de nachtmerrie die zich in hun eigen huis afspeelde beter van zich af te kunnen zetten. Maar na veel wikken en wegen, besloten ze hun zegeningen te tellen. Donna: ‘Je kunt proberen alles af te sluiten, door te vertrekken. Maar wat krijg je daar dan voor terug? Misschien is een andere buurt veel onveiliger. Ook de bezorgdheid en betrokkenheid van de buren tijdens de overval, houdt ons hier. De saamhorigheid die we hier nu met hen voelen, willen we niet meer kwijt.’

Om hun privacy te beschermen hebben de hoofdpersonen in dit artikel een andere voornaam gekregen. Dit artikel verscheen eerder in het weekblad Panorama.

Image by USA-Reiseblogger from Pixabay

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Joost van der Wegen (1970) is (onderzoeks)-journalist op het gebied van criminaliteit, politie en justitie, inlichtingendiensten, slachtofferschap, en drugsbeleid. Hij publiceerde hierover onder meer in Metro, Panorama, Crimelink en Vrij Nederland. Voor Crimesite schreef hij het boek 'Onder spanning’, over politiewerk en PTSS. In 2018 werden zijn verzamelde misdaadreportages gebundeld in ‘Moordboek’ (Just Publishers).