Op dinsdag 20 december 2011 verzamelen zich vanaf vijf uur ’s middags zeven mannen bij de vestiging van Kentucky Fried Chicken (KFC) aan de Jan van Galenstraatstraat in Amsterdam-West. Ze komen aan met drie auto’s. De eersten zijn net voor vijf uur gearriveerd, de laatste komt iets voor acht uur. In totaal hangen de mannen uit Purmerend en Amsterdam hier zo’n drie uur rond.

STEUN RO

Om wat te bespreken, wat te eten. Drie van hen zullen het eind van de dag niet halen: ze worden binnen een half uur na het wegrijden bij deze KFC afgeknald als honden.

Er zijn in Nederland niet zo heel veel vestigingen van KFC. Natuurlijk is het toeval, maar toch wel apart: het scenario van ‘de Purmerlandmoorden’ beweegt zich van de ene vestiging, in Amsterdam, naar een locatie dichtbij een andere: bij Purmerend. Een afstand van zo’n twintig kilometer. Bij de Jan van Galen draai je meteen de Ringweg op, door de Coentunnel, en dan zijn er een paar verschillende mogelijkheden. Eén route voert langs het Noordhollandsch kanaal, via Landsmeer naar Purmerend. Twee van de drie auto’s nemen die route.

Wie zijn deze mannen, wat doen ze hier en wat is het plan? Er zijn een chauffeur en twee gewapende huurmoordenaars en er is een ‘tussenpersoon’ die weet dat er geweld gebruikt gaat worden. De andere drie weten niet wat hen boven het hoofd hangt. Zij denken dat ze naar een volgende bespreking gaan, aan het afgelegen Burgtpad, een eindje voorbij die andere vestiging van KFC in Purmerend.

Eén belangrijk persoon is er niet bij: de opdrachtgever. Martijn W. (42) uit Purmerend. De vorige dag was hij er wél. Toen heeft hij het driekoppig moordcommando met een smoes in Purmerend in contact gebracht met het doelwit Arjan Kools. Zodat zij wisten wie ze de volgende avond moesten hebben.

Even over acht uur vertrekken de drie auto’s bij de KFC in Amsterdam.

De voorste auto is een Mercedes A-klasse, bestuurd door Arnold van L. (47) uit Purmerend, met Mohamed Benbouker (34) uit Amsterdam als passagier.

De tweede auto is een Peugeot, bestuurd door Maurice (‘Maup’) Bouhuijs (40) uit Purmerend, met als passagier Arjan Kools (42) uit Purmerend.

De derde auto is een rode Renault Mégane, eigendom van de moeder van Thomas L. (35) uit Amsterdam. In die auto zit het moordcommando: Rahim D. (34) uit Amsterdam en James P. (38) uit Suriname. Thomas is de chauffeur.

Groene vingers

De twee mannen die deze avond uit de weg moeten worden geruimd zijn Mohamed Benbouker en zijn compagnon Arjan Kools. Benbouker heeft een conflict met Martijn W.; de ruzie gaat vooral over Arnold van L., de man met de groene vingers, die alles weet van hennepkweken en knippen. Maup Bouhuijs is een vriend van Arjan en heeft de pech dat hij deze dag samen met hem optrekt, anders had hij het wel overleefd.

De Peugeot met Arjan Kools en Maup Bouhuijs verdwijnt even uit beeld. Vermoedelijk zijn zij via een iets andere route naar Purmerend gereden, naar de woning van Arjan, die daar in zijn Vito-bus stapt en dan tegelijk met Maup naar de parkeerplaats aan het Burgtpad rijdt, waar ze met de anderen hebben afgesproken.

De Mercedes met Arnold van L. en Mohamed Benbouker neemt de route over de Kanaaldijk bij Landsmeer. Ter hoogte van huisnummer 92 staat een camera. Daarop is te zien dat om 20.14 uur twee voertuigen passeren die heel dicht achter elkaar rijden. De Mercedes wordt ingehaald door de Renault Mégane. Benbouker ziet het gevaar en roept tegen Arnold dat hij door moet rijden. Benbouker trekt nog aan het stuur, maar het lukt niet.

Meteen komen er twee mannen uit de Renault. Benbouker stapt uit, misschien in een poging te vluchten, maar hij kan op de smalle kanaaldijk geen kant uit. Rahim D. komt met een pistool op hem af en roept: ‘Blijf staan motherfucker’. James P. komt achter Rahim aan, met een Scorpion – een machinegeweer. Er wordt maar één schot afgevuurd. Benbouker zakt tegen het rechtervoorportier in elkaar met zijn rug tegen de deur en wordt in het water gegooid.

Dit is de versie zoals Arnold van L. aan de politie vertelt. Hij beschrijft degen die met het machinegeweer schoot als ‘de man met het litteken op de wang’. Dat kan alleen maar James P.; die heeft zelf een andere versie: hij zegt dat hij niet uit de auto is geweest en niet heeft geschoten: dat heeft Rahim gedaan.

Rahim zal het niet ontkennen: toen de politie hem in mei 2012 wilde aanhouden met een arrestatieteam, pleegde hij zelfmoord. Maar aan zijn moeder en aan een vriend had hij wel het een en ander opgebiecht over wat er was gebeurd. Hij vertelde dat ze van plan waren Benbouker te ontvoeren, dat hij aan Benbouker was gaan trekken en dat James P. hem toen doodschoot. De vriend verklaarde dat Rahim ‘de jongen die in het water lag’ (Benbouker) een pistool op de borst had gezet en zei: “Meekomen. En toen wou hij hem vastpakken, dat pistool of zo en toen had die neger geschoten.”

Dat is één.

Om 20.14 uur was de camera bij Kanaaldijk 92 gepasseerd, om 20.18 uur gaat de telefoon van Arnold van L. weer aan. Had hij kennelijk even uit gezet. Toen was Benbouker al dood en reed Arnold verder richting Purmerend, met de Mercedes achter zich aan. Om 20.19 uur passeren beide auto de camera bij het pand aan de Kanaaldijk nummer 56. De afstand tussen nummer 92 en nummer 56 is één kilometer.

De volgende bestemming is die parkeerplaats aan het Burgtpad. Benbouker alleen is niet genoeg, ook Arjan Kools moet eraan geloven. Arjan is samen met Maup eerst naar zijn huis in Purmerend gereden en heeft daar zijn witte Vito-bus opgehaald. Maup rijdt met de Peugeot, Arjan met de Vito-bus, met zijn honden achterin, naar het Burgtpad.

Drie minuten dood

Om 20.21 uur passeert hij met zijn bus een camera op de route van zijn huis naar het Burgtpad. Benbouker is dan net drie minuten dood. Waarom Bouhuijs met Arjan meegaat naar deze afspraak en zelf met de auto reed is niet duidelijk. Misschien vertrouwt Arjan het toch niet helemaal.

De mannen hebben een paar minuten staan wachten. Rond half negen moet het moordcommando bij het Burgtpad zijn aangekomen. Arnold van L. blijft in de auto op enige afstand, Rahim en James klaren de klus. Maup wordt het eerst doodgeschoten. Waarschijnlijk zat hij nog achter het stuur en stapte hij net uit toen de eerste kogel hem raakte.

Hij moet totaal verrast zijn geweest. Hij heeft zijn rechterhand nog in zijn jaszak, waarschijnlijk met de autosleutels. Bouhuijs wordt getroffen door een kogel in zijn linkerbeen en twee in zijn hoofd. Hij valt dood neer aan de bestuurderskant van de Peugeot.

Hoe lang heeft de doodsangst van Arjan Kools geduurd? Hij moet hebben gezien en gehoord wat er met Bouhuijs gebeurde. Hij probeert te vluchten. Van achter het stuur wil hij naar de passagierskant en daar de auto uit. Maar de schutter is er al. Terwijl Kools uit de auto probeert te komen wordt hij van achteren, door de auto heen, beschoten. Hij valt buiten de auto neer, aan de passagierskant. Hij heeft kogels in zijn linkerarm, beide benen en in het hoofd.

Rahim D. vertelde over deze gang van zaken aan een vriend, die dit bij de politie als volgt weergaf: “Die neger stapt uit en begon gelijk te schieten. Er wou er eentje wegrennen en toen hebben Ben (bijnaam van Rahim) en de neger lopen schieten. Toen zei hij nog van ‘waarom’ en toen heeft een van hen wat in zijn hoofd gedaan.”

Om 20.37 uur belt Rahim D. met opdrachtgever Martijn W.; de inhoud van het gesprek is niet bekend, maar dat kan niet veel anders zijn geweest dan: missie volbracht. De auto’s vertrekken, het is weer stil en donker aan het Burgtpad. Om 20.52 uur wordt de telefoon van Rahim D. aangestraald door de zendmast bij zijn huis in Amsterdam. Thomas L. en James P. hebben hem daar afgezet; zij gaan tanken daarna en rijden dan door naar Diemen. Daar wonen ze allebei. Zij zijn rond half tien thuis.

Intussen is een man met een scooter langs het Burgtpad gekomen. Hij zag de auto’s staan en zag dat er een man tussen de auto’s op de grond lag. Misschien hoorde hij de honden, maar dat is niet bekend. Foute boel, dat zag hij zo. Om half tien is de politie er al. De voorportieren van de Vito staan open. Achterin zitten de twee honden van Kools. De mannen liggen tussen de auto’s in. Het onderzoek kan beginnen.

Voor de buitenwereld zijn de Purmerlandmoorden lang een compleet mysterie. Er wordt al snel een link gelegd met de spoorloze verdwijning van Benbouker, maar daar blijft lang een mist over hangen. Arnold van L. had die mist meteen al kunnen oplossen, maar dat doet hij niet. Hij belt wel op de dag na de moord naar de politie om te zeggen dat hij bedreigd wordt en dat het te maken heeft met de twee mannen die in Purmerland zijn gevonden.

Hij legt verklaringen af en vertelt het een en ander over wat daar gebeurd zou zijn. Hij wordt als getuige gehoord en er is zelfs sprake van dat hij in een getuigenbeschermingsprogramma zal worden opgenomen. Dat verandert als op 19 januari 2012 het lichaam van Benbouker in het Noordhollandsch kanaal wordt gevonden. Dan blijkt dat de verklaringen van Arnold helemaal niet kloppen; kort daarna verandert hij van getuige in verdachte en in de loop der tijd worden ook de andere betrokkenen aangehouden. In mei is Rahim D. aan de beurt, maar hij wacht het proces niet af en pleegt tijdens de inval van het arrestatieteam zelfmoord.

Praten niet genoeg

Het motief komt ook tijdens het proces, dat in mei en juni 2014 wordt gehouden, niet heel helder uit de verf. Waarom deden ze wat ze deden? Arnold, ‘de man met de groene vingers’, zat in de tang bij Benbouker, die hem afperste, mishandelde en bedreigde. Opdrachtgever Martijn W. deed zaken met Arnold en had gehoord dat die werd afgeperst door Benbouker. “Die Marokkaan moest worden aangepakt, waarbij praten niet genoeg was,” had een van de vrienden van Arnold tegen Martijn gezegd. Martijn had er belang bij Benbouker uit te schakelen, zodat Arnold alleen voor hem zou werken. En hij had gehoord dat Benbouker van plan was een van zijn hennephokken te rippen.

Rahim D., de huurmoordenaar, was er vooral op uit dat hennephok van Benbouker te rippen en wilde daarna gaan samenwerken met Arnold. Hij zou voor vijftig mede-eigenaar worden van diens hennephok, in ruil voor bescherming tegen Benbouker. Maar er wordt ook een ander motief genoemd: gewoon geld.

Arjan Kools werkte vooral samen met Benbouker en was in die zin ook ‘een vijand’ van Arnold. Bouhuijs had de pech dat hij de bewuste dag met Arnold optrok, hij speelde verder geen rol van betekenis in enig conflict.

Op 17 juni is de uitspraak. De familieleden en nabestaanden reageren verbijsterd. De eisen waren fors, maar daar viel mee te leven: dertig jaar voor James P.; als Rahim nog had geleefd was er tegen hem levenslang geëist. Opdrachtgever Martijn en chauffeur Thomas: achttien jaar. Arnold van L.: twintig jaar.

Het vonnis: twintig jaar voor James P., twaalf jaar voor Arnold, alle anderen tien jaar. De rechtbank acht niet bewezen dat er sprake was van moord: het zou de bedoeling zijn geweest Benbouker te ontvoeren, niet om hem en de andere twee te vermoorden.

De vier verdachten van links naar rechts: Martijn W., James P., Arnold van L. en Thomas L. Tekening Aloys Oisterwijk)

Verwoeste families

“Bij dit immense verdriet denk je ook aan de verdachten. Ook deze families zijn slachtoffer. Uiteindelijk zijn er alleen maar verliezers. Was het, wat er ook speelde, dit allemaal waard?”

De moeder van Arjan Kools maakte indruk met haar slachtofferverklaring, in de Bunker, tijdens de rechtszaak. Op de publieke tribune werd veel gehuild. De drie doden kregen door de verhalen van de familieleden een gezicht. Mensen van vlees en bloed, die zomaar waren afgeknald. De zittingen werden gehouden in de streng beveiligde Bunker in Osdorp, vanwege de bedreigingen. Vooral de familie van Mohamed Benbouker had zich dreigend uitgelaten jegens familie van de daders en hun advocaten; de advocaten vertoonden zich anders dan gebruikelijk niet in de publieke ruimte van de rechtbank.

De moeder van Arjan Kools vertelde dat ze op 20 december druk bezig waren met de voorbereidingen voor kerst, dat zou worden gevierd met alle kinderen en kleinkinderen. Ook met Arjan en zijn vriendin Sandra. “Een hele drukte, maar we hadden er zin in.”

Na zijn dood blijkt dat Arjan nergens voor was verzekerd, “hij had nooit een cent op zak.” Maar er moest wel een uitvaart komen. Ook moeilijk: “Hoe vertel je een oma van 92 dat haar oudste kleinzoon er niet meer is?” Moeder is kort na het gebeurde op de plaats delict geweest. “Het was net schoongespoten, de ergste geweldssporen zijn ons bespaard gebleven. Daar sta je dan. Hier op deze troosteloze plek is ons kind van ons afgenomen. Er is boosheid. Er zijn vragen: heeft hij veel pijn en angst gehad? Wat waren zijn laatste gedachten en woorden, waar was hij bij betrokken, waarom moest hij dood? Op zo’n beestachtige manier. Het zijn antwoorden die bij de verdachten bekend zijn, maar die wij nooit zullen weten.”

Er zijn ook leuke herinneringen: “Aan Arjan als baby, kind, puber, man. Bij Arjan was alles groot: maar van binnen had hij een klein hartje. Ik hoopte dat zijn leven met Sandra en de kinderen in rustig vaarwater zou komen. Hij wilde liever een gewone baan en een gezinnetje, maar hij heeft vroeger niet altijd de juist keus gemaakt.”

De partner van Mohamed Benbouker – ze hebben samen een dochter van vier jaar – vertelde in haar verklaring: “Het leven is minder waard nu hij er niet meer is, ik weet niet hoe ik verder moet. Hij was een sterke man, je kon op hem leunen. Hij was altijd vrolijk, hij kon mij laten lachen zoals niemand anders. Hij was behulpzaam en zorgzaam, hij had alles over voor mensen van wie hij hield.” Ze vertelt haar dochtertje “dat haar papa een sterretje aan de hemel is, dat altijd naar je kijkt.”

Vader Benbouker zegt: “Mohamed was een goede zoon. Hij was goed voor zijn broertjes en zusjes. Hij bracht altijd goede sfeer in huis. Ik heb het gevoel dat ik niet alleen mijn zoon, maar ook mijn vrouw ben kwijtgeraakt. Zij is niet meer dezelfde. Ze gebruikt medicijnen, is altijd moe, heeft nergens meer zin in. Ze kan het niet opbrengen nog iets in huis te doen. We delen hetzelfde verdriet, we zitten in dezelfde kamer, maar het is of we in andere wereld leven. Diep verzonken in eigen gedachten.”

Moeder Benbouker: “Wat anderen ook over Mohamed zeggen: hij was een goed mens. De herinneringen blijven. Aan zijn lach. Ons leven is de laatste twee jaar totaal op zijn kop gezet. Ik huil de hele dag. Ik heb een enorme boosheid over wat ons is aangedaan. Iedereen gaat een keer dood, maar dit is anders. De daders hebben mijn zoon in de val gelokt. Er is geen straf hoog genoeg, we hopen op levenslang.”

Zijn broer, die Mohamed moest identificeren: “Hoe hij eruitzag, laat me niet los. Ik doe mijn best hem op een andere manier te herinneren. Ik ga samen met moeder iedere week naar Purmerland om bloemen neer te leggen. Ze heeft een tas bij zich met een verkreukeld krantenartikel.” Volgens de broer is de naam van de familie “besmeurd in de media. Ik heb jarenlang trouwe dienst gedaan als vrachtwagenchauffeur. Nu zit mijn achternaam in de weg, maar ik zal onze naam nooit verloochenen. Van binnen ben ik een oude afgeleefde man. De enige plek waar ik rust vind is in Marokko, bij zijn graf. Daar moeten we vier of vijf keer per jaar naar toe.”

Als de zus van Maurice Bouhuijs naar voren loopt om haar verklaring voor te lezen, kijkt ze de hele tijd naar rechts, waar de drie verdachten zitten. Die kijken strak voor zich uit. De rechter zegt: “Kijk maar hierheen.”

Ze vertelt: “Bloed zweet en tranen, dat zijn de laatste woorden aan mijn broer, op de rouwkaart. Ik heb op de eerste dag in het bloed gestaan. Zweet: mijn broer moet hebben gezweet toen hij in de loop van het geweer heeft gekeken, waar hij kort daarna mee is doodgeschoten.”

Veertien dagen later zag ze haar broer terug. “Ik zag het kogelgat zitten; ik zag dat zijn ogend waren dichtgenaaid; overal gestold bloed: op zijn gezicht, oren, neusgaten, mondhoeken, het is een beeld dat nooit meer zal verdwijnen. Ik had gehoopt tante te worden. Ook dat is mij door jullie afgenomen. Moeder was al overleden, mijn vader is ziek en dan gebeurt dit met mijn broertje. Ik voel me vreselijk alleen.”

Ze heeft tijdens het proces gehoord dat haar broer “een pionnetje was, een meeloper. In koelen bloede is hij doorzeefd met kogels. Hoe kan iemand dit doen? Het is moeilijk om op zittingen te horen dat verdachten elkaar de schuld in de schoenen schuiven. Op 20 december hadden ze beter na moeten denken. Toen konden jullie ballen tonen. Nu is het te laat voor spijt en krokodillentranen. Wees eerlijk: wie heeft mijn broertje vermoord?”

Katinka, de zus van Arjan: “Waarom moesten ze als wilde dieren worden afgeschoten? Onmenselijk, als oud vuil achter te laten, dat verdient niemand. Het idee, wat ze de laatste minuten van hun leven hebben moeten doormaken: als ik daaraan denk word ik misselijk. Ik heb geprobeerd dat te verdringen, maar het gaat niet. De één heeft gezien hoe de ander werd omgebracht. Mijn broer was zo sterk, met een knokpartij was dit niet gebeurd, maar tegen deze kogelregen kon hij niet op.”

Sandra, de vriendin van Arjan. vertelt dat hij om vier uur ‘s middags nog eten had gebracht, dat hij over had. Hij was rustig en vrolijk, niks bijzonders.” Haar zoon Tony zag Arjan als zijn vader, “hij besprak alles met hem. Mannendingen. Tony zei: ‘Een paar weken geleden zaten we nog in een loods met Arjan een vissie te eten, nu zijn allemaal dood.’ Ik hoop dat jullie met dit beeld elke dag opstaan. Drie families helemaal te gronde gericht door jullie laffe daad en daar zullen jullie mee moeten leven.”

Er waren twee grote afwezigen: Arnold van L., wiens zaak deze dag niet werd behandeld en die niet verplicht was hierbij te zijn. En de nabestaanden van Rahim D.: over hem geen woord.

Update

Op 8 maart 2016 wordt Martijn W. vrijgelaten.

Update
Update

De vrijwel complete slachtofferverklaringen staan hier

(reportage uit Panorama, 2014)