In mei 1993 is de Belgische Danny Leclère (34), alias Dokter XTC, officieel voortvluchtig in Nederland. Zijn compagnons Jan Femer en Mink Kok hebben er alle belang bij hem uit handen van de politie te houden en brengen hem onder op verschillende schuiladressen in Amsterdam en omgeving. Ook hebben ze twee bodyguards voor hem geregeld, die hem als het even kan 24 uur per dag in het oog moeten houden.

STEUN RO

Danny neemt het zelf allemaal niet zo heel serieus en gaat als het zo uitkomt gerust een hamburger eten op de boulevard in Scheveningen, of knoopt een praatje aan met een willekeurige voorbijganger als hij een ommetje maakt. Zulks tot woede van Jan en Mink, die geen risico willen lopen met hun gouden kip. Leclère heeft miljoenen voor hen – en zichzelf – verdiend, ze willen zo weinig mogelijk risico lopen. Een week eerder hebben ze hem nog flink de wacht aangezegd en ‘de regels’ uitgelegd waar hij zich aan moet houden. En hij mag niet zonder zijn beschermers de deur uit.

Op donderdag 20 mei, Hemelvaartsdag, loopt alles vanaf het begin anders. Zijn begeleiders hadden hem normaal gesproken op moeten pikken toen hij zijn schuiladres – een etage in de Daniël Defoelaan in de Venserpolder in Amsterdam – verliet. Daar had hij de nacht doorgebracht en hij had zijn Rotterdamse vriendin Karin uitgezwaaid, die naar Antwerpen ging. Maar dit keer geen spoor van Jules Jie en Rudy van Efferen. Verslapen? Ook Mink Kok en Jan Femer kloppen niet aan, dus besluit hij zelf in de Fiat Croma te stappen om naar het laboratorium te gaan waar zijn medewerkers bezig zijn met het maken van xtc volgens een nieuwe formule.

Nonchalant

Leclère is op zijn hoede. De verstandhouding met Jan en Mink is verre van optimaal omdat ze vinden dat hij veel te nonchalant is. Als hij om zes uur oprit S113 neemt naar de ring van Amsterdam, wordt hij vanuit een achteropkomende auto onder vuur genomen. De schutter schiet eerst een band aan flarden en mikt dan op het raam aan de bestuurderskant. De auto begint te slingeren, Leclère kan geen kant meer uit. Hij zit nog achter het stuur als de moordenaar met een automatisch geweer een kogelregen op hem afvuurt. Hij is op slag dood.

Eigenlijk heeft het nog best lang geduurd voor hij definitief tegen de lamp liep. Het begon met een proces-verbaal uit Duitsland dat in 1988 op het bureau van de Belgische rechercheurs Jackie en Jos belandde. Het was een uitvoerige verklaring van een Duitse matroos die was aangeworven voor de mijnenveger Pegasus, voor een transport van Marokko naar Noord-Europa. Toen hij in Portugal aanmonsterde, zou hij niet hebben geweten dat er drugs zouden worden gesmokkeld. Na de reis klapte hij uit de school omdat hij niets met dit alles te maken wilde hebben. Behalve de bemanning – de kapitein en de matrozen – was ook nog een van de opdrachtgevers aan boord geweest, lazen de rechercheurs. Het ging om een arts uit hun contreien, Hasselt. De naam van deze Belg ontbrak. De matroos had van de mannen aan boord ook gehoord dat de Pegasus was aangekocht via een rederij in Antwerpen. Bij dat bedrijf zouden de bazen ook nog andere schepen hebben aangeschaft.

Snuffelen

De rechercheurs gingen aan het snuffelen en stuitten op een bericht over een groepje Belgen dat in Joegoslavië in opspraak was geraakt. Een van hen bleek de arts Danny Leclère uit Hasselt, de vermoedelijke opdrachtgever van de Duitse matroos. De Belgische justitie toonde niet veel animo, maar een onderzoeksrechter steunde de agenten, die toestemming kregen Leclère te observeren. Dat deden ze in hun eigen privéauto’s, met hun kinderen op de achterbank, om minder op te vallen. Ze stelden vast dat hij geregeld met sporttassen naar Antwerpen reed om buitenlandse valuta om te wisselen. Intussen waren ze op zoek naar de Pegasus. Ze leefden als Belgische politie toen nog ‘in de tijd van pijl en boog’: het was op alle fronten improviseren.

Straaljagers

Om Leclère en zijn smokkelboten te traceren, kregen ze steun van de Franse marine, die met straaljagers de zee voor de Franse kust in de gaten hield. De Belgische en de Nederlandse marine voeren met een fregat op de Noordzee om uit te kijken naar het smokkelschip. De Pegasus lag op dat moment in Portugal. De hasj moest nog worden opgehaald. Er werd meestal ingeladen op zee voor de kust van Ceuta, een Spaanse enclave in Marokko.

Nadat de hasj vanaf de kust met kleine bootjes was afgeleverd bij de – in internationale wateren dobberende – mijnenveger, zette deze koers richting Europa. Op 21 september 1989 was de Pegasus terug in Portugal en voer naar het noorden. Voor welk land de lading was bedoeld, was nog ongewis. Het plaatsen van een peilzender kon niet omdat een mijnenveger is gemaakt van niet-magnetisch materiaal. Het smokkelschip kon dus alleen via de satelliet worden gevolgd.

Voor de kust van Frankrijk waren ze de Pegasus ineens kwijt. Voelden ze nattigheid? Dankzij een oplettende Belgische schipper die de kustwacht had ingelicht over een incident op de Noordzee, voor de kust van Schotland, komt de Pegasus weer in beeld. De schipper vond het gek dat er ’s nachts een boot voer zonder boeglichten. Hij had kennelijk een rondje om Engeland en Schotland had gemaakt om zo via de Noordzee weer koers naar België te zetten.

Mijnenveger

Op 3 november 1989 kreeg het Nederlandse fregat de Jan van Brakel de Pegasus in het vizier en maande die de bevelhebber om te stoppen, maar het schip, met een Duitse kapitein aan het roer, voer door. Er volgden waarschuwingsschoten en de mijnenjager zette nog een tandje bij. Die boot was uitgerust met twee motoren van 2400 pk en kon een topsnelheid halen van vijftig kilometer per uur. Maar de Nederlandse marine en ook het Belgische fregat Westdiep stoomden op en die hele operatie werd ook nog eens ondersteund met Viking-helikopters in de lucht. Uiteindelijk lukte het de mariniers om de Pegasus te enteren. Vanuit de helikopters werden Duitse politieambtenaren aan boord gezet om de bemanning te kunnen arresteren.

James Bond

Alles werd gefilmd. “Het leek wel James Bond,” zeggen de Belgische rechercheurs. De Duitse kapitein en de matrozen sloegen meteen door en wezen Leclère en Louis Dobbels aan als de  organisatoren van de smokkel. De Pegasus had een deel van zijn lading gedropt voor de Schotse kust. Leclère zou daar hebben gepost om de vaatjes met softdrugs aan land te brengen. In het geënterde schip trof de politie nog 1.750 kilo hasj aan.

Een van de aangehouden Duitse matrozen had aids en vertelde aan de politie dat hij van dokter Leclère zelf 800.000 frank had gekregen om zich te laten behandelen in een speciale kliniek. De Pegasus had in totaal zeker zestig transporten uit Marokko opgehaald. Leclère werd vier dagen na de militaire operatie aangehouden. De politie had een tip gekregen dat hij van plan was 100 miljoen Britse ponden om te ruilen voor Belgische franken. Na enige hapering wisten ze hem te overmeesteren. In zijn Mercedes-Benz s500 – een auto van meer dan een ton – lag onder een matje in de kofferbak een weggestopt velletje papier met een chemische formule waarmee je xtc kunt maken.

Van ‘de dokter’ loopt het spoor naar ‘de oliemannetjes’. Zijn nieuwe vrienden Mink Kok en Jan Femer. In de media waren hun namen in die tijd niet bekend, in het milieu werden ze gevreesd. Ze werkten samen met de wat oudere Stanley Hillis, die zijn carrière was begonnen als een slimme bankrover die na elke aanhouding telkens had weten te ontsnappen. Voor hen was Leclère de man met de chemische wonderformule voor partypillen, waarmee grote winsten vielen te behalen. De arts wist bovendien aan grondstoffen te komen. Er moesten wel nieuwe laboratoria worden opgericht.

In Amsterdam ontfermden Mink Kok en Jan Femer zich dagelijks over Leclère en regelden extra lijfwachten voor hem: Jules Jie en Rudy van Efferen. Leclère  leek zich echter niet al te veel zorgen te maken als hij een bezoek moest brengen aan de laboratoria of de schuren waar de grondstoffen werden gemengd. Maar Femer en Kok wilden geen risico lopen. Ook zijzelf weken als het ware niet meer van zijn zijde.

In het paasweekend van 10 april 1993 wordt in Alkmaar drugshandelaar Jaap van der Heiden geliquideerd, door een explosief dat in een tasje aan de voordeur was gehangen. De aanslag kwam uit de groep waar Leclère mee samenwerkte: Hillis, Kok, Femer en kornuiten.Voor Leclère was dat een eye-opener: hij besefte in wat voor kringen hij verzeild was geraakt. Er was een grens overschreden, die hij nooit had willen passeren. Hij vond het verschrikkelijk, was er kapot van en kon zijn gevoelens hierover niet voor zich houden. Tegen zijn vriendin Karin vertelde hij dat Mink Kok en Jan Femer een man hadden opgeblazen.

Zij kon zich dat niet voorstellen: “Vooral Mink Kok, die ik wel had ontmoet, was altijd zo’n nette man.” Maar toen Karin daarna een keer mee was met Danny naar het Chinese restaurant North Garden, waar hij werkoverleg had met het duo, hoorde ze ook zelf de mannen erover spreken. Volgens haar schepte bij die gelegenheid in ieder geval Jan Femer op over deze gruweldaad. Beeldend had hij verteld hoe Van der Heiden na de klap van de bom zwaargewond neerviel. Voor Leclère was het een zwaarwegende reden om nog sneller uit het crimineleleven te stappen dan hij al van plan was. Want wat zou de bende met hem doen als ze zijn xtc-recepten niet meer nodig hadden? Zouden ze hem dan ook opruimen? Voorlopig kon hij nog geen kant op: voor een nieuw leven in Indonesië, waar hij zich veilig waande, moest hij eerst de benodigde miljoenen in handen zien te krijgen.

De sfeer werd er onderling niet beter op. Leclère merkte dat Hillis, Kok en Femer hem steeds minder vertrouwden. Hij had vooral moeite met Jan Femer en diens grote mond: naar zijn idee bemoeide die zich teveel met het productieproces: wilde hij de kunst afkijken? Leclère maakte bij hem thuis ruzie met Mink Kok en Stanley Hillis over deze situatie. Hij vond dat ze Femer tot de orde moesten roepen, maar die dachten er anders over. Achter de deur van de slaapkamer was Karin getuige van deze ruzie van Danny met zijn zakenpartners. De dagelijkse begeleiding viel Leclère ook steeds zwaarder. Hij had het gevoel dat hij geen stap meer kon verzetten zonder zijn bodyguards Jules Jie of Rudy van Efferen; het leek er inmiddels meer op dat ze hem bewaakten. En als zij er niet waren, hijgden Kok en Femer zelf in zijn nek.

DE MAN OP DE PARKEERPLAATS

Enkele dagen voor zijn dood Leclère mot gehad met Mink Kok over een man op de parkeerplaats met wie Leclère in gesprek was geweest. Een toevallige passant, of was er meer aan de hand? Vooral Jan Femer bleef achterdochtig. Misschien stelde de bende hem op de proef en wilden ze hem ‘als verrader’ betrappen op een vermeende afspraak met de politie?

In 2007 spreekt Marian Husken Mink Kok over deze ontmoeting van Leclère met de onbekende man op het parkeerterrein in de Venserpolder. Als iemand daar meer over zou kunnen weten, was hij het. Kok: “Leclère heeft het me niet verteld en ik heb het niet gevraagd. Jan was erg boos over het voorval en ik heb er een lang gesprek over gehad met Danny. Hij moest toch een beetje oppassen voor zijn veiligheid, want hij was voortvluchtig en wij hielpen hem erbij. Ik had vooraf toen hij naar ons toekwam met hem afgesproken dat hij zich aan bepaalde regels moest houden.”

Volgens Kok had Leclère begrip voor zijn argumenten. “Daarmee was wat mij betreft de kous af. Dat was een van de laatste keren dat ik Danny in levenden lijve heb gezien.” Volgens hem was Leclère “een nachtmerrie voor een beschermings- of beveiligingsman.” Hij ging volgens Kok gewoon met zijn vriendin een hamburger eten bij de McDonalds aan de boulevard in Scheveningen. Hij trok zich nergens wat van aan, hoewel hij op de vlucht was voor justitie.

Nachtmerrie

Kok: “Ruudje en Jan Femer klaagden tegen mij over hem. Wij hadden de regeling dat wij zijn vriendinnen zouden ophalen. Hij had er een aantal min of meer gelijktijdig.” Zijnde: een Dominicaanse met haar op de tanden, een Indische uit Montfoort, een lieverd met wie hij een kind had; een Belgische die volgens mij zijn vrouw was en een Rotterdamse die we Cleopatra noemden, vanwege haar kapsel. En hij had ook nog een Spaanse die hij had ontmoet op een sportschool, toen hij in 1992 een paar maanden in Marbella was.”

(c) Deze reportage is gebaseerd op het boek Dokter XTC van Marian Husken, uitgeverij Balans

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -