‘Dolle Dries’, zo kende iedereen hem. Met zijn Veluwse oerkracht won hij heel wat schaatswedstrijden en wielerrondes. Nederlands kampioen bij de wieleramateurs was Dries van Wijhe zelfs. Lucratieve profcontracten sloeg hij echter af: ‘Niet op zondag’ was zijn devies.

STEUN RO

Ooit won hij een koers op een damesfiets, in Zwolle. Dat verhaal gaat tenminste. Dolle Dries koerste ruim op kop, maar reed lek. Er was geen andere fiets voorhanden dan die van een vrouw in het publiek. Dries bedacht zich geen moment en behield zo zijn voorsprong. Al snel werd er verteld dat de fiets een kinderzitje achterop had. Dries liet het maar zo, hij hield wel van dat soort anekdotes. Ze waren goed voor de publiciteit.

Publiciteit betekende nieuwe uitnodigingen voor lokale ‘rondjes om de kerk’ en dus startgeld en prijzengeld. Daarom bracht Dries ook zelf maar het verhaal in de wereld dat hij, zonder dat pa Van Wijhe het opmerkte, zijn eerste fiets kon aanschaffen door een koe van zijn vader te verkopen. Tot de verbeelding van het wielerpubliek sprak ook dat Dries in een oude woonwagen woonde, die hij naast de boerderij van zijn ouders had geplaatst.

'De toeschouwers zeiden dan: ‘Kijk, hij is helemaal wild vandaag’ en dat vond Dries prachtig’

'Dries werd veel gevraagd bij kermiskoersen, waar hij zijn geld altijd meer dan waar maakte door de ontelbare demarrages die hij kon plaatsen. Niets was hem te dol’, schreef oud-marathonschaatser Rien de Roon ooit over Wijhe. 'Hij tekende ook altijd met Dolle Dries. En als hij zag dat voor de start de mensen over de dranghekken naar hem stonden te staren, begon hij aan zijn stuurgrepen te draaien als een motorrijder en riep hij daarbij steeds ‘Brrroem…Brroem’. De toeschouwers zeiden dan: ‘Kijk, kijk, hij is weer helemaal wild vandaag’ en dat vond Dries prachtig.’

Tijl Uilenspiegel

Legendarisch is Dries’ grote triomf in 1973. Op de Cauberg in Valkenburg pakte hij als buitenstaander het nationaal kampioenschap bij de amateurs. Kanshebbers als Fedor den Hertog, Gerrie Knetemann en Toine van den Bunder liet hij achter zich. 'Ik kreeg met inzinkingen te maken. Niet één keer, maar vele malen. Maar ik had de kracht en de moraal om door te gaan’, vertelde Van Wijhe na afloop de Zwolse Courant. 'Elke keer kon ik weer terugkomen. Knetemann en Van den Bunder loerden steeds maar naar Fedor. Op mij letten ze niet en toen ik sprong lieten ze mij gaan. Maar wat heb ik in die laatste twee ronden moeten afzien. Als we één ronde meer hadden moeten rijden, had ik de finish niet gehaald.’

'Een enorme doorzetter was hij’, schetst de Veluwse journalist Dick van der Veen, die onder andere voor Omroep Gelderland menige wieler- en schaatswedstrijd van Dolle Dries heeft gezien. 'Maar ook een Tijl Uilenspiegel onder de sporters. Dries deed allerlei gekke dingen. Zo stond hij een paar ronden achter een dikke boom en was dan ineens weer in de kopgroep aanwezig. Jury’s werden wanhopig van hem.’

Pretty City

Een hele heisa gaf het toen bekend werd dat Dries zich liet sponsoren door Pretty City, een seksclub in Zwolle. In een jubileumboek van De IJsselstreek, de wielervereniging waarvan Van Wijhe en ook Fredor den Hertog jarenlang lid waren, herinnert clubgenoot Gerrit Roelofsen zich: 'Die sponsoring heeft niet zo lang geduurd. Toen Dries de Ronde van Wilsum wilde rijden, overlegde de gemeenteraad van Kampen of Dries zou worden gevraagd een ander shirt aan te trekken. Die discussie was voor niets, want Dries ging niet van start in Wilsum. Thuis stelde moeder Van Wijhe ook vragen over Pretty City. Dries vertelde haar dat het om shagreclame ging.’

'Zijn moeder vroeg ook naar de seksclub, Dries vertelde haar dat het om shagreclame ging'

'Dries was heel streng in het geloof opgevoed’, zegt Van der Veen, 'maar ondanks rare fratsen heeft hij zijn ouders nooit echt verdriet gedaan en hij respecteerde de mores van zijn omgeving.’ Daartoe behoorde dat op de ‘Dag des Heren’ niet werd gekoerst. 'Thuis waren ze tegen fietsen op zondag, zelf wilde ik als jongen wel rijden, maar nu zou ik er ook niet meer voor kiezen’, verklaarde hij in 1973 voor de tv-camera.

Eenling

Ook om een andere reden liet Van Wijhe een profcarrière schieten, bekende hij een paar jaar geleden op een lokale benefietavond ten bate van de kankerbestrijding waarop hij met de schaatsers Jan Maarten Heideman en Henri Ruitenberg sportherinneringen ophaalde. ,Er had meer in gezeten, ja, maar dan had ik allerlei verplichtingen gehad. Ik kon bij Amstel en Michelin komen, de grote wielerploegen. Van mezelf wist ik echter dat ik niet de capaciteiten had om een grote koers af te maken omdat ik totaal geen sprinter was. Als een kopman lek zou rijden, zou ik een wiel moeten afstaan. Ik zag me al staan met dat andere wiel, wat begin je dan? Dat was m’n ding niet.’

Een rol als een aanvallend rijdende eenling lag de kleurrijke Noord-Veluwenaar beter. Als wielrenner èn als schaatser. Twee keer werd Dolle Dries Nederlands kampioen marathonschaatsen op natuurijs, in 1986 in Giethoorn en in 1991 in Ankeveen. Op skeelers was Van Wijhe in wedstrijden eveneens vaak in de voorste gelederen te vinden.

Dries van Wijhe bij de start van de Elfstedentocht van 1986. Foto: ANP
 Teruggetrokken

‘Keizer van Kerkdorp’ werd Dries ook wel genoemd, naar het gehucht in het puntje van de Noord-Veluwe, bij Oosterwolde, waar hij zijn hele leven woonde en nu op 68-jarige leeftijd een teruggetrokken bestaan leidt. Als actieve wielrenner en schaatser zocht hij bewust de publiciteit met grappen en grollen, nu mijdt hij journalisten en camera’s. 'Wat is geweest, was mooi. Ik heb er van genoten. Maar mijn tijd heb ik gehad. Nu zijn er andere sporters die de aandacht verdienen.’

De Tour de France volgt Van Wijhe deze weken via de televisie. Zo heeft hij ook kunnen zien dat Mart Smeets hem in diens ‘Avondetappe’ memoreerde als een wielervedette van weleer. 'Dolle Dries, die kon goed fietsen, maar hij stapte nooit op in een zondagskoers’, vatte Smeets samen. Af en toe weer eens in herinnering geroepen worden, dat is het lot van een wielerlegende.

    Freelance journalist, onder andere werkzaam voor AD Amersfoortse Courant en Reformatorisch Dagblad, ruim 35 jaar ervaring in regionale dagbladjournalistiek op Veluwe en in Gelderse Vallei (Barneveldse Krant), schreef samen met fotojournalist Brand Overeem 'Geloven op de Veluwe' (1997).