Wat doe jij eigenlijk? In deze serie vertellen mensen journalist Miriam Vijge wat hun werk inhoudt en hoe zij het ervaren. Deze keer forensisch arts Jonne Kortmann (38) uit Lelystad.

STEUN RO

Wie bij haar beroep meteen en alleen aan de tv-serie CSI denkt, helpt ze meteen uit de droom: ,,Dat is niet de meerderheid van mijn werk als forensisch arts bij GGD Flevoland.”

Wat houdt je werk dan in?

“Het klopt voor een deel, namelijk op die momenten dat ik bij twijfel over een natuurlijk overlijden wordt gebeld door de politie of de huisarts. Bijvoorbeeld bij een ongeluk of een vermoeden van een misdrijf. Dan doe ik de lijkschouw doen, waarbij ik na ga waaraan of hoe iemand is overleden. Dat kan bij iemand thuis zijn of in een openbare ruimte. Soms werk ik dan samen met forensische opsporing, die dna verzamelt en foto’s maakt, en de districtsrecherche, die bijvoorbeeld een buurtonderzoek instelt.” De minder ‘spannende’ variant is die van overlijden door een ongeval, zoals een val van een oudere, die zijn heup breekt en dan overleden gevonden wordt.

“Ik heb veel meer te maken met mensen die door euthanasie overlijden. Dat gebeurt bijna dagelijks, soms wel meerdere keren op een dag. Voor mij zijn dat vooral procedurele zaken, waarbij ik check of alles conform afspraken is gegaan voordat ik de verklaring van overlijden afgeef. Wat ook interessant is, is een verzoek voor letselonderzoek door de politie. Bijvoorbeeld bij een kroeggevecht of iemand die op de fiets is aangereden, maar ook bij zedenonderzoek. En bij personen, die niet zelf kunnen aangeven hoe het letsel ontstaan is, zoals kinderen, mensen met dementie of een beperking. Daarnaast doen we arrestantenzorg en bloedproeven, als de sneltest van de politie daar aanleiding toegeeft. Een enkele keer word ik opgeroepen als deskundige bij een rechtszaak, als daar nog vragen over zijn. We geven als professionals een onafhankelijk oordeel en zijn daarom ook niet in dienst van de politie.”

Hoe ziet jouw werkdag eruit?

“Als ik dienst heb, word ik soms een dag niet gebeld en soms ren en rijd je je het leplazarus. Eigenlijk ben je een soort brandweer: je rukt uit zodra je gebeld wordt. Dat is trouwens als je voorwacht bent. De achterwacht doet meer het letselspreekuur en springt bij als het druk is. Het is dus veel ad hoc werk.

Hoe ben je forensisch arts geworden? Waarom deze keuze?

“Toen ik tijdens mijn opleiding tot arts coschappen liep, werd me duidelijk dat ik niet floreer in de hiërarchie van een ziekenhuis. Forensisch arts is een veel zelfstandigere functie. Ik ben eerst jeugdarts geweest en heb me daarna gespecialiseerd in de forensische geneeskunde. Ik doe dit nu tien jaar. Vroeger deed je dit als arts erbij. Nu heeft het vak een eigen opleiding, net als forensische verpleegkunde. Dat is relatief nieuw.”

Wat vind je leuk aan je werk?

“Het speurwerk. Het oplossen van puzzels spreekt me erg aan. Je kunt je afvragen waarom je geneeskunde studeert, als je toch naar lijken kijkt. In mijn ogen bewijs je mensen juist een laatste eer door hun dood goed te bekijken. Dat is wat je als allerlaatste voor iemand kunt doen. Met mijn letselonderzoek geef ik slachtoffers een stem. Dat vind ik mooi. En de samenwerking met de politie vind ik erg leuk. Je komt bovendien overal, ook op plekken waar een ander zelden komt. De ene keer bij een oud vrouwtje dat haar huis tot aan het plafond vol heeft, dan weer bij een hutje op de hei. En ik hou wel van de zwarte humor in dit werkveld.”

Wat is een nadeel of minder leuk?

“Ik ben geen fan van 24-uursdiensten, want ik ben geen nachtwezen. Daarnaast is arrestantenzorg niet altijd mijn ding. Nadeel van dit werk is dat het niet te plannen is. Maar ja, dat maakt het tegelijkertijd leuk. En soms lastig om te combineren met een privéleven met jonge kinderen.

Wat is je vanuit je werk bij gebleven?

“In dit werk kom je een hoop schrijnende zaken tegen, zoals iemand die na drie maanden wordt gevonden. En de reactie van een meisje na een zedenonderzoek na een avondje stappen is me bijgebleven. Dat onderzoek duurde ruim drie uur en ze had medicatie nodig. Toen ze wegging, omhelsde ze me met de woorden dat ik het voor haar wat makkelijk had weten te maken. Dat vond ik intens. Dat je dat verschil kunt maken.”

Wat moet je kunnen, welke vaardigheden heb je nodig?

“Nou, je moet het niet mee naar huis meenemen. En het je niet persoonlijk aantrekken. Zeker bij kindermishandeling bijvoorbeeld. Ik heb zelf ook drie kinderen. Je moet je kunnen distantiëren en kunnen relativeren. En je moet kritisch zijn. Mensen vertellen hun eigen verhaal, hebben soms hun eigen waarheid, die niet altijd strookt met wat het letsel zegt. Ook dan laat ik mensen in hun waarde. Soms kom je er niet 100% zeker achter wat er gebeurd is.

Wat zou je willen doen of is een alternatief beroep voor je?

“Ik zou later ooit nog weleens iets richting criminologie willen doen. Nu herleid ik aan de hand van letsel hoe dat is ontstaan. Dan zou ik dat ook kunnen verklaren met gedrag. Wat drijft een dader? Hoe heeft het zover kunnen komen? Dat zal mijn werk verdiepen. En een stap verder is: hoe is dit te voorkomen? En dan denk ik bijvoorbeeld aan die steekincidenten met jongeren.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Freelance journalist en tekstschrijver. Gaat graag op pad voor interviews en reportages. Favoriete thema's -ook in combinatie: werk en ondernemen, ouderen(zorg en welzijn), uitvaartbranche.