Ruim een jaar geleden verloren Jop de Vrieze en Zvezdana Vukojevic hun zoontje Mikki vlak voor de geboorte. Nu zijn ze weer zwanger. In deze serie doen ze verslag van de emotionele rollercoaster waarin ze terecht zijn gekomen. Deze week aflevering 4.

STEUN RO

‘Het ziet er allemaal goed uit.’

De echoscopiste heeft net alles aan ons kindje in mijn buik gecontroleerd. We zijn vandaag weer in het ziekenhuis voor de twintigwekenecho. Van onze zoon, dat was overduidelijk zichtbaar. Mikki krijgt een broertje. Twee dagen geleden kocht ik nog een jurkje. Voor het eerst. Omdat ik van mezelf niet de mogelijkheid mocht uitsluiten dat het een meisje zou worden. Ergens voelde dat als fijner, makkelijker. Als het een jongetje zou zijn, zouden we hem misschien steeds vergelijken met zijn dode broertje. Met een meisje zou je dat minder hebben. Maar goed, dat is niet zo. Dat schattige rode jurkje met bijpassend zonnehoedje kan ik dus terugsturen. Wat maakt het uit, onze zoon is voorlopig gezond.

‘Ik ga alleen nog even de doorbloeding meten van de vaten die naar de baarmoeder lopen. Die zijn van belang voor de groei van jullie baby.’

Dat is wat er de vermoedelijk bij Mikki was misgegaan: de bloedtoevoer was onvoldoende, waardoor hij te weinig voeding en zuurstof kreeg, verhongerde, verstikte en uiteindelijk overleed. De exacte oorzaak hiervan was niet te achterhalen, maar mogelijk waren de vaten niet goed aangelegd.

Doorgetrokken streep

Al snel heeft de echoscopiste met de dopplersensor de eerste van de twee baarmoederslagaderen te pakken. Ze drukt een aantal toetsen in, er klinkt een bonzend ruizen als van een wakkerende wind en er verschijnt een piekenpatroon in beeld. ‘Deze is in elk geval goed.’

Ze verschuift de sensor naar de andere kant en speurt. Klikt een vat aan, klikt toch weer door. Ze zoomt in. Een monotoon ruisen klinkt, een doorgetrokken streep verschijnt. Ze zegt niets, probeert het nogmaals, met hetzelfde resultaat. Ze zwijgt. We weten precies wat dat zwijgen betekent. Ze vertrouwt het niet.

‘Ik ga een arts vragen deze slagader te meten.’ Ze loopt de spreekkamer uit om iemand te zoeken. Dit scenario had ze ons vooraf al aangekondigd: deze meting wordt niet vaak gedaan en had ze dan ook jaren niet uitgevoerd, en mocht het onverhoopt niet lukken, dan zou ze assistentie inschakelen. Maar toch, die doorgetrokken streep, dat monotone geluid en haar zwijgen.

‘Nou, dat wordt geen maart,’ denk ik hardop. ‘Eerder februari, januari misschien. Sowieso een vroeggeboorte als er nu weer hetzelfde aan de hand is.’

‘Zo haalt ie de 32 weken niet eens’, zeg jij.

Zwijgend wachten we. Een, twee, drie minuten.

‘Ik maak me wel zorgen hoor.’ Verdomme, lijkt er toch weer iets mis. De tranen prikken achter mijn ogen. De echoscopiste komt weer binnen. ‘Als er een van de twee niet helemaal goed is, gaan we over vier weken weer kijken’, zegt ze. ‘Iets doen kunnen we niet, maar dan houden we het extra in de gaten. Ik ga weer even buiten kijken, of ze me niet vergeten is.’

Kodakmoment

Even later komt ze weer binnen. Om de tijd te doden en de spanning niet verder op te voeren begint ze onze uitslagen in te voeren op haar computer. Na tien minuten komt er een andere vrouw binnen, die zich voorstelt als gynaecoloog. Ze smeert opnieuw gel op m’n buik, zet de sensor erop. Ze ziet meteen een Kodakmoment: zijn voetjes zijn prachtig in beeld en ze maakt meteen een printje. Om even het ijs te breken? Ze ziet natuurlijk twee gespannen gezichten.

Als eerste zoekt ze de ader die al gemeten was. Inderdaad, helemaal prima deze.

Dan schuift ze het apparaat weer richting mijn linkerheup. Ze schuift en schuift. Zoomt in.

Een vaag signaal verschijnt. Het lijkt dubbel. ‘Nu heb ik er twee te pakken. Dat is niet de bedoeling.’

Ze speurt verder. ‘Het is wel een lastige deze, inderdaad’, zegt ze zonder haar blik af te wenden. Ook ik staar als een bezetene naar dat scherm, alsof ik het vat daarmee kan tevoorschijn toveren. Was het maar zo af te dwingen.

‘Daar is ie.’ Ze tikt, zoomt in, en dan verschijnt hetzelfde patroon als net. ‘Hij is goed. Ietsje sterker nog dan die andere.’

Opgelucht vertrekken we, nauwelijks gelovend dat het onheil nu wél is afgewend.

Veilige zone

Thuis kijken we nog een keer naar de uitdraai van alle uitslagen. Bij alle metingen, waaronder hoofdomvang, buikomvang en lengte kwam ons zoontje boven het gemiddelde uit, had de echoscopiste ons aangewezen. In de balkjes staan de stipjes inderdaad allemaal in de rechterhelft. Ook op de groeicurves zitten we mooi in de veilige zone – wat een contrast met toen.

Dan wijs je met je vinger de onderste twee resultaten aan, van de twee slagaders. De uitslagen daarvan staan niet rechts van het midden. Sterker nog, ze staan allebei ver naar links. Respectievelijk bij de onderste elf, en de onderste vijf procent. ‘Dat kan toch niet goed zijn? Ik vertrouw het niet.’

Je kruipt achter je laptop en begint te googlen.

De hele serie teruglezen? Hier vind je episode 1, episode 2 en episode 3. Het verhaal rondom de doodgeboorte van Mikki lees je hier.