Freelancejournalist René Oudshoorn vloog al met drones voordat die in de winkel te koop waren. De fotograaf en videomaker groeide uit tot drone-expert. Heeft hem dat – financieel gezien – veel opgeleverd?

STEUN RO

Demonstraties, bootvluchtelingen, politieke bijeenkomsten, portretten. In het portfolio van Oudshoorn staan beelden die je verwacht van een persfotograaf. Toch is hij geen dertien-in-een-dozijn-journalist. Hij werkt al meer dan dertig jaar als luchtfotograaf en vliegt sinds 2012 met cameradrones. Onder andere voor De Telegraaf en Autoweek.

Jij wordt de eerste drone-journalist van Nederland genoemd. Is dat terecht?
“Ik ben er als eerste mee begonnen ja. Toen de drone-business in 2012 opkwam, ben ik gelijk ingestapt. Drones waren nog niet in de winkel te koop. Je moest ze zelf bouwen. Ik heb met een soldeerbout in mijn handen gestaan.”

Dan moet je behoorlijk technisch zijn.
“De techniek vind ik ook interessant. Als je met een drone bezig bent, wil je ook weten welke componenten erin zitten en waar die voor zijn. Je moest ze [in de begintijd van drones red.] zelf kunnen repareren. De drones vielen nog weleens naar beneden. Stuk.”

Je zat al in de luchtfotografie, las ik.
“Ja, ik heb al heel lang een vliegbrevet. Luchtfotografie was een van mijn specialiteiten. De drone was natuurlijk een welkome aanvulling. Met een vliegtuig ga je ergens met 200 kilometer per uur overheen. Een drone kan op één plek blijven hangen.”

Het lijkt me ook een stuk goedkoper.
“Absoluut. En voor luchtfotografie moet je naar een vliegveld rijden. Dat kost tijd. Die tijd is in de journalistiek natuurlijk erg belangrijk. Met een drone rijd je gelijk naar de plek van bestemming.”

Ik heb begrepen dat vliegen met een drone niet zomaar mag. Wat moet je doen om legaal met een drone te vliegen?
“Toen ik in 2012 begon, heb ik  een jaar zonder wet- en regelgeving kunnen vliegen. Op een gegeven moment realiseerde de overheid dat er wildgroei was en werd vliegen met een drone aan banden gelegd. Als commerciële piloot moest je aan allerlei eisen voldoen. Je moest een opleiding volgen en drones moesten gekeurd worden. Het is zelfs een paar jaar zo geweest dat dronepiloten hun vluchten een maand van tevoren moesten aanmelden. Dat is in de journalistiek natuurlijk onwerkbaar. Dronejournalisten hebben drie jaar stilgestaan, omdat ze niks mochten.”

Kun je nu wel gewoon vliegen, als journalist?
“Sinds september vorig jaar is er een – enigszins werkzame – regeling gekomen. Als journalisten met een drone willen vliegen, moeten ze een opleiding hebben gevolgd en de drone moet geregistreerd staan in het luchtvaartregister.”

Krijg jij meer voor je werk, omdat je legaal met drones mag vliegen en veel ervaring hebt op dat gebied?
“Eigenlijk niet. Er zijn wel meer journalisten die dit doen. Ik ken er twee a drie. Dat aantal zal groeien, omdat de stap wat kleiner is geworden. Drones zijn gemeengoed geworden. Iedereen kan er bij de Mediamarkt een kopen. Voor 1000 tot 2000 euro heb je een drone die bruikbaar is voor de journalistiek. Het is tegenwoordig meer een aanvulling op je pakket dan dat het een financiële meerwaarde is.”

Dus je kunt geen hogere tarieven rekenen voor droneshots?
“Nee, absoluut niet. Kranten staan onder druk. Ik ben afhankelijk van de tarieven die zijn vastgesteld door de opdrachtgever. Er is geen bereidheid om honderd euro meer te betalen voor een dronefoto. Soms, als ik ergens lang mee bezig ben, reken ik een dagtarief.”

In jouw portfolio zit ook een aantal commercials. Heb je dat werk nodig of is dat een leuke extra?
“Ik kon vroeger heel goed van de journalistiek leven, maar na alle bezuinigingen heb ik dat commerciële werk echt nodig om op het peil te blijven waarop ik destijds was.”

Heb je weleens geëxperimenteerd met alternatieve inkomstenbronnen voor jouw journalistieke werk?
“Ik ben daar sinds kort mee bezig. Ik zit bij Hollandse Hoogte om mijn materiaal wat breder te verkopen. Dat doe ik om meer uit mijn archief te halen en om dingen die ik op straat tegenkom bij een agentschap onder te brengen. Ik ben ook bezig om een droneworkshop op te zetten, voor de Hilversum Media Campus. Ik heb al langer het idee om workshops te geven. Ook buiten de journalistiek; voor bedrijfsuitjes, bijvoorbeeld.”

Dus jij bent druk bezig met jouw verdienmodel?
“Je kunt wel stil blijven zitten en naar je telefoon kijken die niet meer gaat, maar dat heeft weinig zin. Je moet inventief zijn. Er was een tijd waarin fotografen video erbij gingen doen. Daar ben ik op tijd mee begonnen. Ik ben ook op tijd met drones begonnen. Je moet je iedere keer weer aanpassen. Anders ben je snel klaar.”

(Dit interview is onderdeel van De Pegel, een zoektocht naar nieuwe verdienmodellen voor freelancejournalisten. Kijk voor meer informatie op www.depegel.media)

contact@sjoerdarends.com'
    Schrijft over nieuwe technologie en media