Mijn wijk in Rio gonst van de geruchten over gewapende drugsdealers die hier ‘s avonds op straat hun waar proberen te slijten. Een probleem dat wordt toegeschreven aan de favelas komt opeens heel dichtbij.

STEUN RO

Een paar weken geleden dempte buurvrouw Paula opeens haar stem toen we in haar huiskamer zaten te kletsen achter een biertje. 'De drugsdealers zijn op de heuvel gearriveerd. Op de trappen bij Pedreira houden zich ‘s avonds gewapende lui op. De politie is al ingelicht en ze hebben beloofd er iets aan te doen, maar we hebben geen idee of dat iets gaat opleveren. Ondertussen moeten we maar niet meer buiten op de trap zitten. En mond houden hierover', bezweert ze.

Paula’s huis bevindt zich op onze heuvel, de Morro da Conceição, in de wijk Saúde in het centrum van Rio de Janeiro. Haar huis ligt aan de trap die naar de Rua da Conceição beneden voert en de trap aan de overkant, waar buurman Marcos Pedreira woont, leidt naar een smal straatje dat naar beneden gaat naar de Rua Sacadura Cabral. Pedreira woont er met zijn twee zoontjes van nog geen vijf en nu hebben een paar opgeschoten pubers het in hun hoofd gehaald om gewapend met een pistool drugs te gaan verkopen, voor zijn deur.

Verborgen juweeltjes

Precies het verhaal dat je altijd over de favelas, de sloppenwijken in Brazilië, hoort en nu gebeurt het gewoon in ons rustige vreedzame wijkje waar de bewoners zich in tegenstelling tot veel andere wijken nog niet hebben opgesloten achter metershoge tralies en prikkeldraad. Waar ik me nog nooit onveilig heb gevoeld, op wat voor uur dan ook.

We zijn een rare eend in de bijt, wij van de Morro. Er wonen een paar jongeren en veel ouderen, en ook nogal wat stellen met opgroeiende kinderen, een aantal kunstenaars heeft er een atelier.

Veel taxichauffeurs kennen de wijk niet en denken bij Morro dat het een favela is, want het lijkt wel een natuurwet, de sloppenwijken in Rio liggen op een heuvel. Groot is altijd hun verbazing als je ze dan toch hebt overgehaald om erheen te rijden, hoe vriendelijk de straatjes zijn en hoe kleurrijk de traditionele huisjes. De Morro da Conceição is een van Rio’s verborgen juweeltjes, een van de oudste delen van de stad, waar je op een zaterdagochtend steeds vaker groepen toeristen met fototoestellen op hun buik en een gids ziet rondwandelen. Geen buitenlanders meestal, gewoon Brazilianen die leren over de geschiedenis van Rio de Janeiro.

Het verhaal gaat dat de drugsdealers komen van de nabij gelegen Morro da Providência, wél een sloppenwijk en schoongeveegd door de politie in het kader van het pacificatieprogramma van de deelstaat Rio de Janeiro. Dat programma moet de sloppenwijken ontdoen van dat wat hun zoveel geweld en ellende bezorgt, de drugshandel. En zoals dat overal gaat, wordt aan het probleem geen eind gemaakt, maar wordt het verschoven naar een ander gebied.

Wie had nou gedacht dat de drugsdealers hun ogen zouden laten vallen op onze wijk? Sommigen hebben het misschien aan zien komen.

Slechte invloeden

Op vrijdagavond is er beneden live sambamuziek op de Pedra do Sal, de Steen van Zout, een belangrijk verzamelpunt van de zwate cultuur in Rio. Er komen veel mensen op af. Boven aan de trap die van onze heuvel naar de Pedra do Sal loopt zit steevast een buurman op een klapstoeltje om vreemde mensen tegen te houden. Onzin natuurlijk, want onze heuvel is openbaar gebied. Maar wel veelzeggend. Er is een gevoel dat de Morro beschermd moet worden tegen slechte invloeden van buitenaf.

Gisteravond tegen middernacht liep ik met een vriendin van de Pedra do Sal naar boven naar onze straat op de heuvel. 'Weet je dat er drugsdealers op de Morro zijn?', vroeg ze me. Het gerucht had zich kennelijk als een lopend vuurtje verspreid. De trap langs het huis van buurman Pedreira is de meest voor de hand liggende route. We aarzelden. 'We gaan er gewoon overheen', zei Rosana, mijn vriendin. 'Het is beter dat ze onze gezichten kennen en weten dat we er wonen.' Ik was het met haar eens en vind dan ook niet, zoals andere buren, dat je je ‘s avonds niet meer straat kunt vertonen. Integendeel, allemaal de straat op. Dat maakt het voor die jongens op zijn minst lastiger om hun illegale handeltje uit te bouwen.

Langs de trap was er niemand, maar boven aan de overkant van ons straatje stonden inderdaad twee jongens, duidelijk niet uit de buurt, waar iedereen elkaar kent. Ze luisterden naar muziek op hun smartphone en keken ons licht minachtend aan. In Nederland zou je zoiets hangjongeren noemen.

Ik probeerde te ontdekken of ze bewapend waren maar door de duisternis was het moeilijk te zien. Een eventueel pistool kon net zo goed onder hun lange wijde shirts verborgen zijn. Rosana en ik namen afscheid voor hun neus en ik liep langzaam naar huis, als om te benadrukken dat ik niet bang was.

Verhuizen

Inmiddels hebben ook de grote media in Rio lucht van de aanwezigheid van de drugsdealers in onze wijk gekregen. Fluisteren zoals we die eerste avond deden hoeft dus al niet meer. In het weekend werd ik opgeschrikt door schoten. Ik vroeg me nog af of het geen vuurwerk was, want Cariocas , de inwoners van Rio, zijn dol op vuurwerk en zien al gauw een aanleiding om het af te steken, bijvoorbeeld als hun favoriete voetbalclub een doelpunt gescoord heeft. Maar dit klonk anders: korte doffe knallen. Paula bleek ze de volgende dag ook te hebben gehoord.

Haar zwangere dochter praat al over verhuizen, maar wij willen onze heerlijke Morro niet opgeven. Veel mensen die in vrede willen wonen in de favela, hun thuis tenslotte, zullen dat gevoel maar al te goed kennen.

Maar wat als er meer drugsdealers komen en wat als er oorlog komt met de politie? Wat als de kogels hier over straat vliegen en onze huizen binnendringen, zoals ook in de favelas gebeurt? Op Twitter lees ik zo vaak wanhoopskreten van jongeren uit sloppenwijken over de vuurgevechten in hun wijk. Vreselijk om voortdurend in angst te moeten leven. Maar al te vaak worden onschuldige mensen door de rondvliegende kogels getroffen.

We hopen nog steeds dat deze jongens uit zichzelf snel verdwijnen, omdat hun handel hier te weinig oplevert, maar dat is waarschijnlijk niet realistisch. Het laatste gerucht is dat op alle trappen die naar onze heuvel leiden nu handlangers van de drugsdealers op de uitkijk staan om te waarschuwen tegen misschien wel de ergste vijand van iedereen: de politie. Buurvrouw Patricia: 'Daar ben ik banger voor dan voor de drugsdealers.'

Zie ook mijn vorige verhaal over de politie.

Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.