Duitsland is een land van lage lonen geworden. Meer dan zeven miljoen mensen dolen er rond in zogeheten ‘400 euro-jobs’. ‘Het is pure uitbuiting.’ Over de schaduwzijde van Duitslands economische succes.

STEUN RO

In Duitsland heeft een nieuw Wirtschaftswunder plaats. De economische crisis lijkt op de Bondsrepubliek geen vat te krijgen: de economie groeit, de export floreert, de werkloosheid is laag,  de huizenprijzen stijgen, de consumptie neemt toe.

De rest van het Europese continent, dat zich zuchtend en puffend door de crisis sleept, kijkt gefascineerd en afgunstig naar het Duitse succes. Probeemlanden als Italië, Spanje, Portugal en Griekenland moeten ’Duitser’ worden, luidt de nieuwe mantra. De Duitse aanpak geldt als garantie voor welvaart en voorspoed. Ook het kabinet Rutte-Asscher neemt een voorbeeld aan Duitsland. Ondermeer door vanaf 2014 drastisch te korten op de duur van de WW: die werkloosheidsuitkering gaat van maximaal 38 naar 24 maanden en de hoogte ervan wordt de laatste 12 maanden gerelateerd aan het wettelijk minimumloon. Ook wil het kabinet werklozen eerder dwingen om elke vorm van arbeid te accepteren.

Revolutie

In Duitsland is zo’n situatie allang gemeengoed. De ingrijpende hervormingen van de Duitse arbeidsmarkt, aan het begin van deze eeuw, worden gezien als een belangrijk fundament onder het huidige economische succes. Onder de sociaal-democratische bondskanselier Gerhard Schröder (SPD) werd tussen 2002 en 2005 een reeks maatregelen doorgevoerd,  bekend als de ’Hartz-wetten’ (naar geestelijk vader Peter Hartz, oud-directeur van Volkswagen), die de vastzittende Duitse arbeidsmarkt moesten openbreken en de destijds torenhoge werkloosheid moesten terugdringen. ’Hartz’ was niets minder dan een revolutie. Het ontslagrecht werd versoepeld, werkloosheidsuitkeringen werden beperkt in duur en hoogte, al na een jaar gaat WW over in bijstand en worden bijstandsgerechtigden geacht elk uur van de dag beschikbaar te zijn voor werk, waar dan ook in Duitsland. Bovendien werd een systeem van mini-jobs ingevoerd, ook  ’400-euro jobs’ genoemd (sinds januari van dit jaar ’450-euro jobs’). Binnen dat kader kregen Duitsers de mogelijkheid om voor maximaal 400 euro per maand te werken, zonder dat werknemers over dat inkomen belasting of premies moeten betalen: bruto = netto. Werklozen met een uitkering kunnen ook een 400-euro job aannemen, 160 euro van dat loon wordt niet gekort op de uitkering. 

Op het eerste gezicht zijn de Hartz-hervormingen een doorslaand succes geweest. De werkloosheid is drastisch gedaald: in 2005 telde Duitsland een recordaantal van 4,8 miljoen werklozen, in januari 2013 waren het er nog 3,1 miljoen – dat is overigens nog altijd 7,4% van de beroepsbevolking. Inmiddels werken meer dan zeven miljoen mensen in een mini-job: dat is bijna een op de zes van de 41 miljoen Duitsers met een baan. In grote meerderheid gaat het om vrouwen.

Dankzij de invoering van de mini-jobs en dankzij afspraken tussen werkgevers en werknemers over loonmatiging daalden in de afgelopen tien jaar de loonkosten in Duitsland – als enige euro-land.

Existenzminimum

Maar deze cijfers, die vaak de probleemlanden ten voorbeeld worden gesteld, hebben een keerzijde. In Duitsland, waar geen algemeen wettelijk minimumloon bestaat, leven inmiddels 1,3 miljoen mensen met een baan in armoede. Zij moeten een beroep doen op overheidssubsidies om hun salaris op te krikken tot het officiële ’Existenzminimum’ – het bestaansminimum.  Nergens in de euro-zone groeide het aantal werkende armen de afgelopen tien jaar zo snel als in Duitsland. Ook de inkomensverschillen groeiden nergens zo hard als hier. Het verschil tussen de laagste lonen en een modaal inkomen is onder de landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) alleen in Zuid-Korea en de Verenigde Staten groter.

In 2005 jubelde Gerhard Schröder op het Wereld Economisch Forum in Davos: ’Wij hebben een van de beste lage lonen sectoren in Europa gecreëerd.’ Inmiddels erkent ook Schröder dat zijn hervormingen een schaduwzijde hebben. Werkgevers gebruiken 400-euro jobs – waar zij een vast percentage van vijftien procent pensioenpremie, dertien procent ziektekostenpremie en twee procent loonbelasting over afdragen  – om aan flexibel personeel te komen. Met de werktijden nemen veel werkgevers het niet altijd nauw, waardoor werknemers soms uitkomen op lonen van zo’n drie, vier euro per uur. Critici oordelen hard: in plaats van een hulpmiddel om langdurig werklozen naar de arbeidsmarkt te begeleiden, werden de mini-jobs een vehikel om miljoenen mensen te dumpen in slecht betaalde baantjes zonder dat zij uitzicht hebben op een betere, vaste betrekking.

’Wij hebben een van de beste lage lonen sectoren in Europa gecreëerd' (Gerhard Schröder, 2005, Davos)

Die tegenstanders van Duitslands lage lonen model (’verarmingsmodel’) wijzen op nog een gevaar. De Duitse export is mede zo sterk doordat de industrie gebruik kan maken van goedkope arbeid. Nemen andere Europese landen dit model over en dalen de lonen ook in Duitslands exportlanden, dan zal de koopkracht in die landen afnemen, waardoor Duitse ondernemingen belangrijke afzetmarkten dreigen te verliezen.

Politici en economen zijn niet blind voor deze kanttekeningen. Zo bepleiten zowel bondskanselier Angela Merkel (CDU) als haar voornaamste tegenspeler bij de Bondsdagverkiezingen in september, de sociaal-democraat Peer Steinbrück (SPD), de invoering van een wettelijk minimumloon. Ook andere maatregelen om de excessen aan de onderkant van de Duitse arbeidsmarkt aan te pakken worden uitvoerig bediscussieerd. Zo eisen sommigen de herinvoering van een maximum van 15 werkuren per week voor de 400-euro jobs, om loondumping tegen te gaan.

Hier staat tegenover dat vanaf januari in mini-jobs maximaal 450 euro in plaats van tot nog toe 400 euro mag worden verdiend. Volgens de oppositiepartijen SPD, Groenen en Die Linke is dit besluit niets minder dan een uitnodiging aan werkgevers om nog meer normale banen op te delen. En om die te verbrokkelen, over nog meer mini-jobs.

Leven aan de onderkant van de Duitse arbeidsmarkt:

Laky Roukas (43). Werkt als kelner in een Grieks restaurant in Berlijn. Verdient: vijf euro per uur, plus fooien. Gescheiden, een dochter van veertien.

’Ik werk hier nu vier jaar en verdien vijf euro per uur. Ik leef eigenlijk van de fooien. Ik heb in mijn leven van alles gedaan: verhuizen,  bij pakketservice Hermes en nu dus als kelner.  Nee, een vetpot is het niet. Ik krijg geen vakantiegeld of dertiende maand en ik bouw geen pensioen op. Maar ik woon al twaalf jaar in hetzelfde appartement, betaal daar slechts vierhonderd euro huur en ik kan rondkomen.’

’Ik vind dat mensen in dit soort banen in Duitsland worden uitgebuit. Wat is nou vijf euro voor een uur werk voor een volwassen man of vrouw? Maar ik heb geen opleiding en als je niets hebt geleerd, zoals ik, dan vind je ook niet zomaar een goede baan. Zo simpel is dat. Een vriend van mij is er veel slechter aan toen. Die vertrok tien jaar geleden naar Griekenland om daar iets op te bouwen. Maar hij is nu weer terug. Hij heeft dan eens een week werk, dan weer een tijd niets. Dat is echt deprimerend. De laatste tijd wordt het restaurant waar ik werk platgebeld door werkloze Grieken, die naar Duitsland komen en bij ons willen werken. Soms wel tien of vijftien op een dag. Het is echt triest want ze spreken geen Duits, dus werk is er niet voor ze. Dan ben ik blij met mijn baan.’

Inge Schlöricke (52). Werkt als keukenhulp in een cafe in Berlijn. Krijgt bijstand (’Hartz IV’) en verdient bij met een 400-euro mini-job. Gescheiden, drie inwonende, jongvolwassen kinderen.

’Ik was driekwart jaar werkloos en voel me een stuk beter nu ik naast mijn uitkering ook werk. Ik heb zelf overal aangeklopt voor een baan. Ik wil niet afhankelijk zijn van de staat, je wordt in Duitsland zo snel als een profiteur gezien. Ik zag bij dat cafe een briefje ’keukenhulp gezocht’, ben naar binnen gegaan en ze namen me aan. Ik heb nu een 400-euro job, voor 16 uur per week, dat is dus 6,25 euro per uur.  Daar houd ik 160 euro van over. De rest wordt verrekend met mijn bijstandsuitkering. Nee, dat vind ik niet erg omdat die baan me van de straat houdt, dat vind ik het belangrijkste. Maar ik heb die 160 euro ook echt hard nodig. Met mijn drie inwonende kinderen, die allemaal een beroepsopleiding doen en daarmee wat geld verdienen, vormen we een ’Bedarfsgemeinschaft’.  Dat houdt in dat hun inkomsten ook van invloed zijn op de hoogte van mijn uitkering.’

’Die 400-euro jobs werden ingevoerd om mensen een kans te geven sneller weer actief te worden op de arbeidsmarkt. Met de bedoeling dat ze doorstromen naar een echte voltijdbaan. Maar dat laatste gebeurt helemaal niet. Bij bedrijven als de Lidl en de Real enzo nemen ze juist mensen aan in mini-jobs, dat is voor die hen veel handiger: ze hebben minder administratieve rompslomp en kunnen makkelijker van die mini-jobbers af. Een serieuze voltijdbaan delen ze gewoon in tweeën en maken er  twee 400-euro jobs van. Zo maken ze de arbeidsmarkt kapot.’ 

'Ik ben 52 en aan een vaste aanstelling, waar dan ook, hoef ik niet te denken' (Inge Schlöricke, keukenhulp)

’Ik ben financieel niet zonder zorgen en dat is enorm deprimerend. Voor de 882 euro huur voor onze vierkamerflat in de wijk Wedding krijg ik 600 euro huurtoeslag. Maar nu stijgen de huren en misschien moeten we wel verhuizen, naar een getto als Marzahn of Hellersdorf. Terwijl we hier in Wedding onze sociale omgeving hebben: ik ken hier de buren en de buurtwinkeliers – ook de bloemenverkoopster, al is ze Vietnamees – maar in die getto’s kent niemand elkaar. Daar heb je alleen graffity en kapotte deuren en Hartz IV steuntrekkers die met hun bier de hele dag voor de tv hangen. Ik moet er niet aan denken om daar te moeten wonen.’

’Natuurlijk vraag ik me soms af hoe ik in deze situatie ben beland. Ik heb keurig de middelbare school afgerond, en heb toen de wereld over gereisd. Australië is echt een heel mooi land, dank u, maar daar heb ik nu niets aan. Ik ben 52 en aan een vaste aanstelling, waar dan ook, hoef ik niet te denken. Als ik aan de toekomst denk, geloof ik niet dat er voor mij veel zal veranderen.’

Simone Gierke (36). Verkoopster in een bakkerij in Berlijn. Verdient: tien euro per uur. Alleenstaande moeder van een puberdochter.

’Ik werk nu tien jaar bij de bakkerij en ben begonnen met acht euro per uur. Sinds een jaar verdien ik tien euro. Vakantiegeld of een dertiende maand heb ik niet. Met Kerst is het: hier heb je een fles sekt en een doos bonbons. Na aftrek van belastingen, premies en woonlasten houd ik tegen de duizend euro over per maand. Met een dochter is dat niet veel. Helemaal niet nu de huren en de energieprijzen zo snel stijgen. Maar ik heb altijd spaarzaam geleefd. Daardoor kon ik vorig jaar een andere auto aanschaffen toen mijn oude kapot ging. Om mij heen, op m’n werk, heb ik collega’s die doodsbang zijn dat ze hun baan verliezen. Die ervaren echt een soort existiëntele angst. Die werken bijvoorbeeld in 400-euro jobs en maken uit angst op straat te komen staan overuren zonder dat ze daar voor betaald krijgen. Dat vind ik pure uitbuiting. Met veel mensen gaat het in Duitsland economisch heel erg slecht. Die werken wel, maar ze leven in  armoede.’

'Ik heb collega’s die doodsbang zijn dat ze hun baan verliezen' (Simone Gierke, verkoopster in een bakkerij)

’Ik was rond 2005 een jaar werkloos en kreeg toen 639 euro per maand WW. Dat was een moeilijke tijd waarin we ons niets konden permitteren. En na een jaar verval je tot bijstand, dus krijg je nog minder. Toen kon ik terug naar de bakkerij, maar alleen als ik er tussen zes uur ’s ochtends en twee uur ’s middags kwam werken. Dat betekende dat mijn dochter, die toen een jaar of 8 was, alleen moest opstaan en onbijten omdat ik dan al weg was. Ik voelde me enorm schuldig als moeder. Voor ons allebei was dat een grote stap. Aan de andere kant, ik heb de sociale contacten ook nodig. Thuis zitten en niets doen is slecht voor je gevoel van eigenwaarde.’

’Hoe lang ik dit nog blijf doen? Geen idee. Maar niet de rest van m’n leven. Ik wil andere, zinvolle dingen doen. Ik wil niet eeuwig het gevoel hebben dat geld en werk mijn hele leven bepalen.’

Jennifer Kraft (38). Historica. Komt uit het Rijnland, is werkloos, leeft in Berlijn. Geen kinderen.

’Ik heb sinds mijn afstuderen, zeven jaar geleden, overal gezocht naar werk, door het hele land. Maar ik kreeg nooit iets anders aangeboden dan kortdurende stage-plekken. Het langst duurde een betrekking een half jaar. Ik krijg 752 euro bijstand per maand, huurtoeslag inbegrepen. Dat is totale armoede. Soms verdien ik er honderd euro per maand bij. De psychische druk is vreselijk, ik ben altijd bang voor de toekomst, bang dat het niet beter zal worden. Daarom heb ik ook geen gezin. Kinderen in deze situatie, dat kan helemaal niet. Ik zeg tegen mensen die mij er naar vragen dat we ’op het moment’ geen plannen hebben. Nou, dat moment duurt al jaren. Ik ben al 38, het is bijna macaber aan het worden. Ik studeerde ook een tijdje rechten, maar die studie heb ik niet afgemaakt. Daar heb ik nu spijt van. Met een rechtendiploma had ik op de arbeidsmarkt meer kansen gehad.’

’Ik had het me allemaal heel anders voorgesteld. Mijn spaargeld is op en ik heb schulden. Mijn ouders moeten zelfs af en toe bijspringen. Afgelopen zomer werd ik zo depressief. Ik kreeg een 400-euro job aangeboden, die niets met mijn vakgebied te maken had. Ik wees die af en daar werd heel negatief op gereageerd. Gelukkig kon ik kort daarna aan de slag met bijlessen geven, ook een 400-euro job. Iets doen is altijd goed, werk biedt structuur en zelfrespect. En zelfverdiend geld natuurlijk.’

’Nu heb ik sinds kort weer een beetje hoop. Het Job Center geeft me de mogelijkheid om versneld mijn lesbevoegdheid te halen. Bij een prive-school, die erom bekend staat dat ze mensen die de opleiding afmaken, wel willen houden. Ik durf het nauwelijks te zeggen, maar eindelijk lijkt er licht te zijn aan het eind van de tunnel.’                                                 

Verschenen in: De Persdienst

    Wierd Duk schrijft over Berlijn, de hipste stad van Europa, en bericht over Duitsland, het machtigste land in de Europese Unie, en over Rusland, het ingewikkeldste land tussen Europa en Azië. Hij was correspondent in Rusland en verslaggever voor de GPD en Elsevier. Laat op radio en tv regelmatig zijn licht schijnen over actuele internationale ontwikkelingen. Schreef de boeken ‘Poetin: straatvechter bedreigt wereldorde’ (Prometheus/Bert Bakker) en 'Merkel: koningin van Europa' (Prometheus/Bert Bakker). In 2016 verschijnt 'De Beul en de Heilige: een geschiedenis uit Auschwitz' (Prometheus/Bert Bakker).

    Geef een antwoord